René van Egmond zaagt dierfiguren: Je kunt dit aanleren

9

Na een rondreis door Canada kreeg René van Egmond (71) de smaak te pakken. De gepensioneerde inwoner van Strijen vervaardigt met behulp van een kettingzaag en een slijptol het ene houten dierenfiguur na het andere. Zijn werk trekt veel bekijks.

Voor de ‘houtzagerij’ staat een beer-in-wording. De contouren zijn al duidelijk zichtbaar. Het met behulp van een elektrische kettingzaag gevormde dier is meer dan een meter hoog en staat op een dikke voet die de vorm van de boomstam nog duidelijk weergeeft. Het zal niet meevallen om het met twee man te tillen. De beer wordt de komende dagen afgewerkt met behulp van een slijptol en een schuurschijf en voorzien van een welkomstbordje. Uiteindelijk slaat Van Egmond aan het branden en voorziet hij het dier van een laagje lijnolie.

Op doordeweekse dagen is het geluid van de kettingzaag al van verre te horen in Oudendijk. Het buurtschapje behoort tot Strijen, maar ligt veel dichter bij Westmaas. „In verband met het geluid gebruik ik een elektrische zaag, die maakt minder herrie dan een motorzaag. Meestal zaag ik maar enkele uren per dag om overlast voor de buurt te voorkomen.”

De bijzondere hobby van de dijkbewoner begon een jaar of vijf geleden. Na zijn pensionering maakten Van Egmond en zijn vrouw een reis door Canada. „In Vancouver zie je veel totempalen. Omdat ik thuis nog een complete boomstam had liggen, ontstond de gedachte om ook zoiets te maken.” In de voortuin van zijn woning naast zijn schuren staat er nu eentje, compleet met een indianengezicht, afbeeldingen van enkele dieren en een vogelhuisje erin.

Kieskeuriger

Het maken van houten sculpturen gaf een wending aan zijn verschillende hobby’s die zich voordien richtten op onder meer het houden van schapen en later ook een pony. Van Egmond begon ooit als cv-monteur, was een tijdje bankwerker en weer later jarenlang onderhoudsmonteur bij Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam, waar hij opklom tot coördinator en vervolgens bouw-inspecteur. „Iets moois maken heeft me altijd aangetrokken. Vaak was ik met houten versieringen in de weer”, zegt hij terwijl hij uit het raam wijst naar de fraaie omlijsting van zijn schuur. Zelfgemaakte wiegen werden door hem eveneens van ornamenten voorzien.

Na de totempaal volgden uilen en daarna adelaars. De eerste staat nog in de hoek van de kamer. Als hij er nu naar kijkt, is hij niet tevreden, want jarenlang zagen, slijpen, schuren en afwerken hebben hem steeds kieskeuriger gemaakt. „Als ik werk uit de begintijd zie, zou ik het graag verbeteren.” Zijn echtgenote vindt de eerste creatie in al haar eenvoud echter nog steeds prachtig en wil er niet van af.

De eerste dieren maakte hij uit zijn hoofd, maar gaandeweg nam hij steeds beter notie van de werkelijkheid. „Voor een grizzlybeer heb ik me verdiept in de precieze loop van de armen en gewrichten.” Na de eerste uil volgde snel een tweede en een derde, nadat familieleden lucht kregen van zijn activiteiten.

Epoxy

In het voorjaar, de zomer en op mooie dagen in het najaar is het vaak een drukte van belang langs de toeristische fietsroute waaraan de werkplaats van René van Egmond is gevestigd. Hij zaagt zo veel mogelijk buiten.

De aandacht van wandelaars, fietser en ook automobilisten wordt getrokken door verschillende dierenfiguren-in-wording. Ze maken foto’s en informeren naar de mogelijkheden om voor hen een dier te maken of een bijzonder tafelblad te zagen.

Tafelbladen voorziet hij vaak van een harde gladde laag door er epoxy over te gieten. Op dezelfde wijze is hij tussen de bedrijven door bezig met de rug van een bank, waarin afbeeldingen van enkele beren zijn aangebracht. „Met een doorzichtige harde laag maak ik de rugleuning glad. Je moet er wel fijn tegen kunnen leunen.”

Beer met vis

De bestellingen volgden al spoedig vanzelf. „Als nu iemand iets vraagt, duurt het vaak wel enkele maanden. Ik ga me niet haasten. Het moet wel een hobby blijven.”

Vaak hebben opdrachten een relatie met namen, zoals de familie De Raaf of Haas. Ook maakte hij speciale naam- en welkomstborden. „Als er geen bestellingen zijn, verzin ik zelf wat. Zo maakte ik een beer met een vis tussen zijn poten, van bovenaf bezien door een adelaar. Voordat het werkstuk af was, wilde een buurvrouw hem al hebben. Eén keer heb ik een grafzerk van hout gemaakt met daarop gefreesd de tekst ”De Heere is mijn herder”. Daarvoor is een kastanjeboom uit de tuin van die mensen gebruikt.”

Er worden complete boomstammen afgeleverd aan de Oudendijk. „Maar langs niet alles is geschikt. In essen- en beukenhout ontstaan na verloop van tijd scheuren. Nu werk ik veel met cederhout. Dat heeft een olieachtige structuur. Ook dennenhout kan prima.”

Oudvader

Veel geld vraagt hij voor zijn creaties niet. Een fraai dier levert hem 100 of 150 euro op. „Voor niets kan ik het niet doen. Ik schaf er nieuw gereedschap voor aan en beschik over meerdere kettingzagen, waaronder eentje met een puntblad. Die zagen zijn best duur.”

In en om het huis van de Strijenaar staan verschillende van zijn houten kunstwerken. Van die benaming wil hij overigens niet weten. „Je kunt dit aanleren.” De meeste zijn van jaren her, want vrijwel alles wordt verkocht. Op die totempaal na. Die wil hij niet kwijt.

Tegen de schutting in de tuin hangt een verweerde afbeelding van een man met een lange baard. „Die noemen we de oudvader”, lacht de bij de gereformeerde gemeente van Klaaswaal aangesloten Van Egmond. „Maar niet iedereen ziet dat zo. Wat is dat voor een heiden, vroeg eens iemand die de afbeelding zag.”