Peter Schalk: stille diplomaat van christelijk gedachtegoed

Het Gesprek
beeld RD, Anton Dommerholt
5

Als voorman van de Reformatorisch Maatschappelijke Unie (RMU) heeft Peter Schalk (58) de nodige bekendheid verworven. De laatste jaren treedt hij ook naar buiten als senator voor de SGP. Maar achter de schermen is hij vooral de man van de stille diplomatie. „We moeten iedereen uitleggen hoe heilzaam Gods geboden voor de samenleving zijn.”

Een week voor zijn beëdiging als lid van de Eerste Kamer in 2015 begon Schalk de 74 namen van de medesenatoren uit zijn hoofd te leren. „In de auto, terwijl mijn vrouw Marian reed. Te beginnen bij de voornamen.”

De ouderling van de gereformeerde gemeente van Veenendaal start op dezelfde wijze met een nieuwe groep aan het begin van een catechisatieseizoen. „Het is beslist geen trucje. Als je echt contact wilt leggen met andere mensen, moet je hun namen kennen. Wij willen toch ook gekend worden? Eerst een relatie ontwikkelen en dan pas gedachten en ideeën uitwisselen.”

Het tekent de man, die een kwarteeuw optrad als voorman van de RMU en sinds 2015 fractievoorzitter is van de SGP in de Eerste Kamer. Eind dit jaar verlaat hij de belangenorganisatie, die nu ongeveer 17.000 leden telt.

Uitdelen

Voor alles is Schalk de man die zijn positie benut om het christendom op de kaart te zetten. In het openbaar en achter de schermen. Zo was hij de voorbije jaren betrokken bij de oprichting van het Platform Zorg voor Leven, initiatiefnemer van het Platform Waarden en Normen en oprichter van het Panel Presentie. Presentie zet zich, waar mogelijk in samenwerking met niet-christenen, onder meer in voor de vrijheid van onderwijs en keert zich tegen het doorgeslagen gelijkheidsdenken, de 24 uurseconomie en seksualisering van de samenleving. „We willen bewaken wat we hebben ontvangen en uitdelen wat we hebben gekregen.”

Het is een van de laatste hete dagen van de zomer van 2019. Vijf geel-blauwe koolmeesjes zoeken verkoeling in een waterbakje aan de rand van een van de borders in de fraaie tuin. Er moet sprake zijn van groene vingers in huize Schalk. Hij grijnst. „Dat is de verdienste van mijn echtgenote. Een enkele keer mag ik ook wat doen.”

Onder de overkapping achter de garage in Veenendaal brengt een zuchtje wind enige verkoeling. Schalk kocht de hoekwoning in 1994 toen hij werd benoemd tot directeur van de nog jonge RMU. Hij woonde en werkte daarvoor als leerkracht in Berkenwoude.

beeld RD, Anton Dommerholt

Sterfgeval

Schalk groeide op in Lisse. „Ik ben geboren aan de IJweg, in de Haarlemmermeer. Later zijn we verhuisd naar de kosterswoning van de gereformeerde gemeente van Lisse.” Het ritme van het kerkelijk leven had grote invloed op hem, zo realiseert hij zich. „Verenigingsavonden, bruiloften, sterfgevallen, kerkelijke activiteiten. Het gebeurde in feite bij je thuis. Als kinderen hielpen we waar nodig mee.”

Na de mavo volgde de Driestar in Gouda. Eerst de havo, vervolgens de Pedagogische Academie. „Ik wilde graag gymleraar worden, maar volgde het advies van mijn vader om eerst de onderwijzersopleiding te doen.” In militaire dienst was hij pelotonscommandant. „Een leerzame tijd als christen in een seculiere omgeving. Ook deed ik er ervaring op als leidinggevende.”

In Berkenwoude klom hij op tot adjunct en later tot directeur. Hij roemt de saamhorigheid in en om de dorpsschool. Een onverwacht sterfgeval maakte nog meer indruk. „Een jongetje uit groep 4 overleed in het weekend. Ik had hem op vrijdag nog in de klas. Het bepaalde me bij de broosheid van het leven en riep indringend de vraag op wat ik hem in de weken daaraan voorafgaand had meegegeven.”

Begin jaren negentig kwam de RMU in beeld. Waarom?

„Ik was al als vrijwilliger betrokken bij het werk van de sector onderwijs. In de advertentie stond niets over een sociaaleconomische achtergrond, wel als voorwaarde een academische opleiding. Of ze de Pedagogische Academie op het oog hadden, is nog steeds de vraag. Ik was nog jong en al zeven jaar directeur. Hoewel ik het best naar m’n zin had op school, stond ik open voor wat anders. Na veel denken, bidden en praten heb ik gesolliciteerd.”

Was de RMU nog in de pioniersfase?

„De organisatie was tien jaar daarvoor gestart. Er stond een bureau met daarop een computer waarvan ik het systeem niet kende. In het ladenblokje lagen een potlood en een geodriehoek, daaronder was een ruimte met lege hangmappen. Van het onderwijs wist ik bijna alles, van de onderwerpen die ik bij de RMU tegenkwam bijna niets. Ik had het verschrikkelijk slecht naar m’n zin. Pas na een week of zes zei ik bij thuiskomst voor de eerste maal een leuke dag te hebben gehad. Daarna ging het gaandeweg beter.”

Wat was uw werk?

„Er waren enkele juristen, zij namen het juridische deel van het werk voor hun rekening. Ik kreeg enorm veel vrijheid om mijn baan zelf in te vullen. Ik heb me gericht op de maatschappelijke kant. Die trok me. Ik nam een kijkje bij het GMV, de vakorganisatie van de vrijgemaakt gereformeerden, legde contacten bij CNV en FNV en met politieke partijen. Je kon in die tijd gewoon naar Den Haag rijden, je auto parkeren en het Tweede Kamergebouw binnenstappen. Ik weet nog goed hoe ik eens een deur opentrok en in de staalblauwe ogen van GPV-Tweede Kamerlid Gert Schutte keek. „Wat komt u doen?” vroeg hij.”

Was het lastig om de juiste speerpunten af te bakenen?

„Nee. De dag voordat ik van start ging, had Wim Kok een eerste proeve van het regeerakkoord van het eerste paarse kabinet gepresenteerd. Daarin werd aangekondigd dat de Winkelsluitingswet zou worden gewijzigd. De 24 uurseconomie kwam op gang. Wat me ook is bijgebleven is dat Kamerlid Bert Bakker van D66 ronduit zei dat alle christelijke elementen uit de wetgeving moesten verdwijnen. Hij was er trots op daaraan te werken. Ik kwam er sterk achter dat we als christenen er meer en beter voor moesten uitkomen wie we zijn en uitleggen hoe heilzaam Gods geboden voor de samenleving zijn.”

U bent nog steeds enthousiast over uw werk. Waarom dan toch het besluit ermee te stoppen?

Hij maakt er geen geheim van dat het werk in de Eerste Kamer een rol heeft gespeeld bij deze beslissing. „Al een paar jaar lang vroeg ik me af hoe lang ik het RMU-werk zou blijven doen. Ik had en heb een vol programma en dit voorjaar rees de vraag hoe het verder zou gaan na de verkiezingen voor Provinciale Staten. Het was twijfelachtig of we in de Eerste Kamer onze tweede zetel zouden behouden en ik kon er niet veel meer bij hebben. Toen eenmaal de gedachte om te stoppen als bestuurder van de RMU had postgevat, kon ik die niet meer kwijtraken.”

beeld RD, Anton Dommerholt

Weet u al wat u gaat doen?

„Ik ben nog niet helemaal uit de oriëntatiefase, maar het zal zich bewegen op de terreinen van toezicht, advisering, coaching en training. Dat kan voor mezelf zijn, maar ook in een dienstverband.”

Het werk bood veel mogelijkheden om te participeren in netwerkorganisaties. Trok u dat?

„Dat is echt prachtig werk. Het Platform Zorg voor Leven begon als gevolg van wetgeving over euthanasie. Ook het Platform Waarden en Normen en het Panel Presentie geven me veel voldoening. Dat is overigens werk waaraan ik als senator hoop een steentje te blijven bijdragen, zonder mijn opvolger voor de voeten te lopen. Dat werk moeten we immers eigenlijk allemaal doen, op de plaats waar we gesteld zijn. ”

De RMU gaf u bekendheid. Lastig voor iemand die zich niet graag op de borst klopt?

„Het was vooral vervelend voor mijn vrouw en kinderen als iemand me tijdens een dagje uit, vakantie of wat dan ook buiten het werk aansprak. „Ik ben niet van de RMU, maar van Marian”, was meestal mijn reactie. Aan de andere kant behoort het bij je werk. Je staat midden in de reformatorische zuil en probeert het christelijk gedachtegoed naar buiten uit te dragen, wetgeving te beïnvloeden en individueel en collectief aan belangenbehartiging te doen. Ten dienste van de organisatie en niet van Peter Schalk. Het gaat niet om mij. Ik heb altijd aan anderen gevraagd me ervoor te waarschuwen als dat het geval zou zijn. Nog steeds ben ik aan het leren hoe ik de boodschap zo kan overbrengen dat de mensen luisteren. Een gortdroog praatje werkt niet.”

Het senatorschap lijkt een logische uitbouw van het RMU-werk. Is dat zo?

„Toen ik voor de eerste maal werd gebeld of ik op de derde plaats voor de Eerste Kamer wilde staan, vielen voor mij alle puzzelstukjes van de jaren daarvoor op hun plaats. Het kwam op mijn weg. Als dit is wat de Heere van mij wil, moet ik het doen, was mijn gedachte. Mits natuurlijk de RMU geen bezwaar zou hebben. Dat bleek niet het geval te zijn. Vanaf dat moment ben ik achter de schermen mee gaan doen.”

Maar dat geeft toch spanning, belangenbehartiger én Kamerlid?

„Nee, want het gedachtegoed van de RMU en van de SGP komt uit dezelfde Bron, vooral bij ethische thema’s. Je moet natuurlijk wel het werk als senator en je positie bij de RMU goed uit elkaar houden. Maar dat geldt voor alle Eerste Kamerleden. Ze zijn één dag per week in Den Haag actief, in de praktijk zijn dat twee dagen. Er wordt van uitgegaan dat ze daarnaast maatschappelijk actief zijn.”

De tweede Eerste Kamerzetel voor de SGP is behouden dankzij Forum voor Democratie. Wist u dat vooraf?

„Pas op het laatste nippertje, vlak voor de daadwerkelijke verkiezingen op maandagmiddag, hoorde ik het. Tot mijn verwondering. Zaterdagavond waren we als SGP’ers gestopt met ons werken in de overtuiging dat we het mochten overgeven in de handen van de Heere. Bijzonder was dat er ook veel gebed voor was op veel plekken in het land. Dat hoor je dan pas later. We hebben de uitkomst als een bijzonder geschenk van Boven ervaren.”

Wat betekent het behoud van de zetel voor de houding van de SGP ten opzichte van Forum?

„Niets. We zitten hier zonder last of ruggespraak en zullen hen behandelen zoals we ook andere partijen tegemoet treden. Natuurlijk ben ik er erg blij mee. Het werk in je eentje doen is heel erg pittig en je mist iemand met wie je kunt overleggen.”

RMU-pionier, in 2008 diaken en later ouderling, sinds 2015 senator. Was er tijd over voor het gezin?

Hij denkt even na. „Mijn gezin heeft als eerste goed gemerkt dat ik het druk had. Toch heb ik geprobeerd er te zijn, zeker op de momenten dat het nodig was. Op een bepaald moment heb ik een maximum gesteld aan het aantal avonden dat ik niet thuis was: drie. ’s Ochtends was ik bij het ontbijt, tijdens kantoordagen bij de lunch en ook ’s avonds probeerde ik mee te eten. Dat kon doordat mijn vrouw ervoor koos om er thuis voor de kinderen te zijn. Een keus waar ze nooit spijt van heeft gehad. Daardoor kon ik het werk doen. Of ik het nu weer zo zou doen? Misschien zou ik bepaalde prioriteiten nadrukkelijker aangeven.”

beeld RD, Anton Dommerholt

Hebt u hobby’s?

„Niet veel. Ik lees graag een boek, maar eerlijk gezegd kom ik aan niet-functioneel lezen voornamelijk in de vakanties toe. Met de kinderen speel ik graag een potje volleybal. Als we op vakantie gaan nemen we altijd een bal en een netje mee. Met volleyballen met een groepje van de kerk ben ik jaren geleden gestopt. Dat kostte weer een deel van een avond.”

Wat hebt u de afgelopen jaren als het meest ingrijpend ervaren?

„De teloorgang van het christelijke gedachtegoed en de opkomst van het barre individualisme. Dat ging en gaat in een hoog tempo. Het sterkst trof me dat op 6 mei 2002 toen ik luisterde naar een verslaggever bij het huis van Pim Fortuyn, nadat hij was vermoord. Een ontredderde vrouw gaf aan atheïst te zijn en op dat moment toch te staan bidden. „Tot Pim”, was het antwoord op de vraag van de verslaggever tot wie ze dat deed. Blijkbaar werd hij gezien als een soort messias. Dat is toch verschrikkelijk leeg, zeker als je dat afzet tegen de woorden van de Heere Jezus, de ware Messias, Die tegen Zijn discipelen zei dat Hij hen geen wezen zou laten.”

Bezorgd dat ook de achterban wordt meegesleurd door de golf van secularisatie en individualisme?

„Wel bezorgd, maar niet moedeloos, want de Heere gaat door met Zijn werk, ondanks ons. Als we zelf onze zuil in stand moeten houden, stort hij onder onze handen in elkaar. Maar de Heere regeert, dwars door alle afbraak heen.”

Hij pakt zijn Bijbeltje, waarin voorin een stapeltje losse briefjes is ondergebracht. „Dit zegt Spurgeon in een verklaring van Psalm 93: „Wat er ook aan verzet moge rijzen, de troon van de Heere wankelt niet; Hij heeft geregeerd, regeert en zal eeuwig en altoos regeren. Wat er zich ook aan tumult en opstand afspeelt onder de wolken, de eeuwige Koning troont boven alles in opperste rust.” Dat geeft ontspanning. Wij moeten leren niet te kijken naar het resultaat, maar getrouw zijn op de plek waar we gesteld zijn met de opdracht van de grote Leermeester: God lief te hebben boven alles en onze naaste als onszelf.”

beeld ANP, Remko de Waal

Peter Schalk

Peter Schalk (58) groeit op in Lisse als kosterszoon. Na de havo van de Driestar in Gouda volgt hij de toenmalige Pedagogische Academie. Na zijn diensttijd wordt hij groepsleerkracht en later directeur van een basisschool in Berkenwoude. In 1994 wordt hij benoemd tot directeur van de RMU en later tot bestuurder van deze organisatie. Sinds 2015 is hij tevens fractievoorzitter voor de SGP in de Eerste Kamer. Schalk is gehuwd en heeft vijf kinderen. Hij is ouderling in de gereformeerde gemeente van Veenendaal.