NPV-bestuurslid Peter Broeders „ongeneeslijk rooms-katholiek"

Door zijn toetreden tot het bestuur van de NPV leerde Broeders reformatorische christenen kennen. beeld Sjaak Verboom

Hij noemt zichzelf ”ongeneeslijk rooms-katholiek”. Toch voelt Peter Broeders zich zeer verwant aan zijn reformatorische medebestuursleden bij de Nederlandse Patiënten Vereniging. „Omdat ik geestelijke verbondenheid ervaar, vooral wanneer we samen bidden.”

De twee godshuizen in het hart van Boxtel typeren de kerkelijke verhoudingen in het dorp. Naast de kolossale Sint-Petrusbasiliek staat een piepklein protestants kerkje. Het aantal kerkgangers in beide kerken ligt niet meer zo ver uit elkaar. Van de pakweg 12.000 rooms-katholieken in Boxtel gaan er nog maar zo’n 300 wekelijks ter kerke.

Het gezin Broeders behoort tot de vaste kern. In tegenstelling tot veel leeftijdsgenoten bleef Peter Broeders zich sterk aan de moederkerk verbonden voelen. „Mijn oudste oom van vaders kant was priester, een oudoom in de generatie daarvoor frater. Vier oudtantes behoorden tot de zusters van Schijndel. Dat zegt iets over de betekenis van religie in onze familie. Elke zondag gingen we naar de eucharistieviering. Die stempelde het doen en laten van mijn ouders gedurende de hele week. Ik hoop dat ik daar wat van meegekregen heb. Ook voor mij is de gang naar de kerk een vanzelfsprekendheid, omdat het christelijk geloof het fundament van mijn leven is.”

Lector

Existentiële twijfels kende de econoom niet. „Nooit heb ik me bewust of onbewust van Christus en de kerk afgekeerd. Wel zijn er momenten geweest dat ik weer bewust voor het rooms-katholicisme koos.”

Van afkerigheid van protestanten was in de familie geen sprake. „Mijn grootouders van vaders kant hadden al goede contacten met hun protestantse buren, een broer van mijn moeder is sinds jaren de vaste organist van de protestantse gemeente.”

Zelf ontmoette hij pas protestantse medechristenen tijdens zijn studie economie en binnen de jongerenorganisatie van het CDA. „In die periode ben ik actief de Bijbel gaan lezen. Door bezoeken aan een gereformeerde studievriend ontdekte ik dat er bij hem thuis na de maaltijden uit de Bijbel werd gelezen. Die gewoonte hebben mijn vrouw en ik na ons trouwen overgenomen. Heel waardevol vind ik ook het bidden met eigen woorden naast het gebruik van formuliergebeden. In het proces van geestelijke bewustwording stelde ik vast dat ik ongeneeslijk rooms-katholiek ben, dat Christus werkelijk betekenis heeft in mijn leven en dat ik daar wat mee wilde. Het had onder meer tot gevolg dat ik in de Petrusbasiliek als lector de Bijbellezingen in de eredienst ben gaan verzorgen.”

Afkalving

De verbondenheid met de Rooms-Katholieke Kerk wordt voor Broeders bepaald door de liturgie, de eucharistie, de culturele uitingsvormen en de wetenschap deel uit te maken van een wereldkerk. „Ik voel me er thuis, ondanks alle gebreken. Een van de bewijzen voor het goddelijke karakter van de kerk is het feit dat die nog bestaat. Als het alleen van Gods grondpersoneel afhing, was de kerk allang verdwenen.”

De afkalving van de Rooms-Katholieke Kerk in West-Europa doet de inwoner van Boxtel pijn. „Vooral vanwege mijn overtuiging dat Christus de doorslaggevende rol speelt in het uiteindelijke geluk van mensen. Daarnaast is er het sociaal-culturele aspect. Mijn kinderen staan menselijk gesproken straks in de eigen parochie wel héél alleen. Vaak ben ik in de eucharistieviering de op vijf na jongste. Onder mij komen dan alleen nog mijn vijf gezinsleden. Mijn vrouw en onze twee oudste dochters zetten zich in voor een tienergroep binnen de parochie, twee kinderen assisteren als acoliet de priester tijdens de zondagse vieringen.”

Broeders werd op 34-jarige leeftijd in de Sint-Janskathedraal in ’s-Hertogenbosch gewijd tot diaken, nadat hij een hbo-studie theologie had gevolgd en een aanvullende diakenopleiding bij het bisdom Den Bosch. „In de Rooms-Katholieke Kerk is het ambt van diaken breder dan in de protestantse kerken. Tegen protestantse vrienden zei ik: „Zie mij maar als een predikant die alles mag doen wat een dominee doet, behalve het bedienen van het avondmaal.” De vraag wat ik wel of niet mag, vind ik overigens niet juist. Het gaat in de eerste plaats om de sacramentele binding aan Christus en Zijn kerk.”

Preken

Kort na de wijding werd zijn eerste kind geboren. Ze kreeg de naam Laurien. „Daarin zit een verwijzing naar Sint-Laurentius, in zijn tijd diaken en tevens de econoom van het aartsbisdom Rome. Twee jaar na mijn wijding werd ik econoom en directeur van het dienstencentrum van het bisdom ’s-Hertogenbosch. Mijn twee levenslijnen, de maatschappelijke en de kerkelijke, kwamen in de functie bij elkaar.”

De eerste tien jaren van zijn diakenschap diende Broeders de parochie van Esch. „Acht jaar hebben we als gezin in de pastorie gewoond. Op een gegeven moment kreeg ik het bij het bisdom zo druk dat ik mijn pastorale taken niet meer kon waarmaken. In goed overleg is mijn benoeming toen beëindigd en zijn we naar Boxtel verhuisd.”

Preken doet hij zelden meer. „Ik mis dat wel, zoals ik ook de huisbezoeken mis, maar mijn eerste roeping is het vaderschap. Vier opgroeiende kinderen vragen de nodige aandacht. Preken vond ik heel mooi, tegelijk zag ik er altijd tegen op. Het is een enorme verantwoordelijkheid. Je staat er niet namens jezelf, maar als ambtsdrager van de kerk om het Evangelie van Christus te verkondigen. Ik hecht aan een goede en biddende voorbereiding. Daar moet je voldoende tijd voor hebben.”

Kerk in Nood

Sinds vorig jaar geeft hij leiding aan Kerk in Nood, de rooms-katholieke pendant van Open Doors. „Ik ben geen wereldreiziger, maar heb me altijd wel verbonden gevoeld met geloofsgenoten elders in de wereld. Als diaken weet ik me in het bijzonder betrokken op medechristenen die in moeilijke omstandigheden verkeren.”

De kracht van Kerk in Nood is voor Broeders dat dankzij het wereldwijde van de Rooms-Katholieke Kerk er altijd hulp kan worden verleend via lokale parochies, priesters en religieuzen. „Die weten het best wat nodig is. Heel bijzonder vind ik dat christenen in Azië en Afrika de herbouw van een verwoeste kerk soms belangrijker vinden dan voedselhulp. Dat kunnen westerlingen zich nauwelijks meer voorstellen.”

Na zijn aantreden ging hij kennismaken met directeur Maarten Dees van Open Doors en bezocht hij de jaarlijkse Open Doorsdag. „Uiteindelijk staan we, samen met andere organisaties, voor dezelfde ondersteuning van vervolgde christenen.”

Dat neemt de wezenlijke verschillen tussen protestantisme en rooms-katholicisme toch niet weg?

„Zeker niet. Het grote inhoudelijke verschil ligt naar mijn overtuiging in het verstaan van het ambt en de sacramenten. Dat onderscheid moeten we niet verdoezelen. Toch ben ik belijdende protestanten in de loop der jaren steeds meer als broeders en zusters in Christus gaan beschouwen. Dat maakt de gescheidenheid pijnlijker. Die hóórt ook pijnlijk te zijn. Het is iets om voor te bidden. Als we ooit één zullen worden, is dat een werk van Godswege, niet om ons sleutelen.”

NPV-bestuur

Door zijn toetreden tot het bestuur van de Nederlandse Patiënten Vereniging leerde Broeders christenen uit de gereformeerde gezindte kennen. Hij meldde zichzelf aan als kandidaat. Daarin speelde zijn levensgeschiedenis mee.

„Na onze jongste dochter kregen we nog een jongetje: Elias, onze tweede zoon. Tijdens de zwangerschap is hij overleden. Omdat hij nog geen twintig weken was, hebben we hem in de tuin begraven. Voor die tijd was ik al overtuigd tegen- stander van abortus, sinds het sterven van Elias raakt het onderwerp me nog emotioneler. Het is onbegrijpelijk dat zulke kindjes gedood mogen worden. Hij hoort nog altijd bij ons gezin.”

Geen moment voelde de directeur van Kerk in Nood zich een vreemde eend in het NPV-bestuur. „Omdat ik geestelijke verbondenheid ervaar, vooral wanneer we samen bidden. En we staan voor dezelfde zaak: de bescherming van het prille en kwetsbare leven. Een ander actueel punt van zorg is de doorgaande genetische manipulatie. Het mooie van de NPV vind ik, dat heel duidelijk maar tegelijk respectvol het gesprek over deze zaken wordt gevoerd. Demonstreren past niet zo bij mijn persoon.”

Pater Damiaan

In zijn bezig zijn weet Broeders zich geïnspireerd door de heilig verklaarde Belgische pater Damiaan, die werkzaam was in een leprozerie op Hawaï. „Uiteindelijk is hij ook zelf aan lepra overleden. Ik ben geen held; pater Damiaan houdt me een spiegel voor. In levenswijze was hij een onaangepast mens, soms ook onaangenaam, denk ik. Het laat zien dat God ons gebruikt met onze onhebbelijkheden. Dat vind ik zó troostvol. Daarmee kom ik heel dicht bij de protestantse rechtvaardigingsleer. Daarin zit volgens mij niet het grote verschil tussen protestanten en rooms-katholieken. We blijven onvolmaakt en moeten het van Christus hebben.”

Waarom dan toch al die heiligen?

„Die laten net iets meer dan anderen zien wat God kan betekenen. Daarin zijn ze ons tot voorbeeld. In de katholieke leer kunnen ze bovendien als voorspraak fungeren, daar ligt onmiskenbaar een verschil met de protestantse opvatting over heiligen. Al staat ook voor mij vast dat ze alleen dankzij Christus heilig zijn geworden.

Om het wat dichter bij huis te houden, ook al die medechristenen die ondanks vervolging en discriminatie trouw blijven aan hun geloof, zijn voor mij voorbeelden. Ik denk aan mensen die na een bomaanslag gewoon naar de kerk blijven gaan en hun kinderen christelijk blijven opvoeden. Omdat ze weten dat het leven met Christus het belangrijkste is. Als je zulke dingen hoort, besef je in wat voor luxe wij leven. In alle opzichten. Ik kan alleen maar hopen en bidden dat, als mij ooit hetzelfde overkomt, ik op dezelfde wijze het geloof weet vast te houden.”

Op het grensvlak van economie en kerk

Na zijn studie economie aan de universiteit van Tilburg was Petrus Adrianus Maria (Peter) Broeders (1963) achtereenvolgens ambtenaar op het ministerie van Financiën, hoofd financieel-economische zaken van KIWA Onderzoek & Advies, directeur bedrijfsvoering van IVA Tilburg (een aan de Tilburgse universiteit gelieerd instituut voor sociaal-wetenschappelijk beleidsonderzoek en advies) en directeur-econoom van het bisdom ’s-Hertogenbosch. Hij vervolgde zijn loopbaan als directeur van het Duitse Collegium Augustinianum Gaesdonck en combineerde daarna de functies van directeur van de Stichting Thomas More en VKMO met die van directeur bestuurder van Socires. Sinds 2019 is hij directeur van Kerk in Nood, de Nederlandse tak van Aid to the Church in Need. Deze internationale rooms-katholieke organisatie voor hulp aan christenen in vervolging en pastorale nood werd in 1947 opgericht door de Nederlandse norbertijner pater Werenfried van Straaten.