Nieuw leven na een suïcidepoging

„Het maakte mij niet uit of ik naar de hel ging; het leven was al een hel." beeld RD, Henk Visscher
2

Een suïcidepoging kostte Arnold beide onderbenen. Nu begeleidt hij als psycholoog anderen die in de doolhof van hun leven geen uitweg zien. „Een depressie geeft satan een uitgelezen kans je de duisternis in te trekken.”

Tijdens zijn studie maatschappelijk werk loopt Arnold vast. Hij bezoekt een psycholoog en gaat ook zelf op onderzoek uit, omdat hij vreest dat hij een autistische stoornis heeft. Een rommelig diagnostisch traject bevestigt zijn vermoeden. Het brengt de perfectionistische student tot het besluit over te stappen naar psychologie, met het doel op dat terrein wetenschappelijk onderzoek te gaan doen. „Mijn hart lag bij het werken met mensen, maar ik dacht: dat kan ik niet, want ik heb autisme. Aanvankelijk was de diagnose een opluchting. Die gaf me grip op mijn klachten. Met anderen sprak ik er zo min mogelijk over, uit schaamte.”

De psychologiestudie verloopt voorspoedig, waardoor zijn zelfvertrouwen toeneemt. In zijn vrije tijd werkt hij in de gehandicaptenzorg. „Dat ging heel goed. Daardoor kreeg ik twijfels bij de diagnose, maar voor de zekerheid koos ik toch een op onderzoek gerichte masterstudie.”

Omdat de banen in het psychologisch onderzoek niet voor het oprapen liggen, gaat hij parttime aan de slag in de gehandicaptenzorg en een tbs-kliniek. Om de werkweek aan te vullen, solliciteert hij op de vacature voor een docent aan een mbo-scholengemeenschap. „Ik zou er zes sociale vakken gaan geven, terwijl ik geen enkele ervaring had. In die periode ging ik ook nog op mezelf wonen, in een huis waar heel veel aan moest gebeuren. Er kwam zo veel op me af dat ik het overzicht kwijtraakte.”

Faalervaring

De spanning in zijn hoofd loopt snel op. „Ik sliep hooguit twee uur per nacht. Een week voor ik op de school zou starten, heb ik die baan opgezegd, omdat ik de stress niet meer aan kon. Dat was een enorme faalervaring. Bij de andere twee werkgevers heb ik me ziek gemeld. De toekomst was een zwart gat. Ik had autisme, was ongeschikt voor regulier werk, zou nooit trouwen en wist niet hoe ik het financieel moest bolwerken.”

De psycholoog die hij consulteert, stelt een depressie vast. „Zo nu en dan had ik een betere dag. Mogelijk besefte zowel de hulpverlening als mijn omgeving daardoor niet hoe ver weg ik was. Ik zocht op internet naar dodelijke medicatie en liep soms langs het spoor.” De dag waarop hij zijn plan tot uitvoer brengt, herinnert hij zich tot in details. „Het weer, wat ik ’s morgens heb gegeten, hoe ik op het spoor ging liggen, de trein die over mijn benen reed, de komst van de traumaheli. Het maakte mij niet uit of ik naar de hel ging. Het leven was al een hel.”

Dankzij een koelbloedige passante die de bloedingen weet te stelpen, overleeft hij de suïcidepoging. Na de operatie in het academisch ziekenhuis van Utrecht kan hij maar aan één ding denken: hoe overleef ik deze pijn? „Daardoor was ik in ieder geval verlost van mijn duistere gedachten.”

Psalmenpalet

Aan familieleden en vrienden die op bezoek komen, vertelt hij zonder een traan zijn verhaal. „Goed bedoelende mensen kwamen met geestelijke houd-moedboekjes. Daar kon ik door mijn geblokkeerde emoties weinig mee. Totdat iemand me ”Psalmenpalet” van kunstschilder Christa Rosier gaf. Tijdens het lezen van Psalm 139 brak voor het eerst mijn gevoel door. „Al bedde ik mij in de hel, zie, Gij zijt daar.” Het was of God Zelf die woorden hardop tot me sprak.”

Van traumatologie verhuist hij naar psychiatrie, voor het instellen van medicatie en diagnostisch onderzoek. Dat wijst uit dat het stempel autisme hem ten onrechte is opgedrukt. „Die boodschap ervoer ik als een geweldige bevrijding.” Na ontslag begint hij aan het revalidatietraject, gecombineerd met ambulante psychiatrische behandeling. „Het revalideren ging heel voorspoedig; na twee maanden kon ik alweer lopen. Toen kwam de terugslag. Tijdens een nieuwe opname keerden de suïcidale gedachten in alle hevigheid terug. Ik kon aan niets anders denken.”

Op eigen benen

Als de situatie door medicatie zo ver is verbeterd dat de behandeling poliklinisch kan worden voortgezet, biedt een van de instellingen waar hij werkt hem de gelegenheid te re-integreren. In de personeelsflat op het terrein kan hij een kamer betrekken. „Een sympathiek aanbod, maar ik miste nog steeds structuur, waardoor ik slecht met veranderingen kon omgaan. Met de apotheek en de huisarts heb ik niets voor mijn verhuizing geregeld. De internetapotheek waarmee ik in zee ging, stuurde me niet op tijd de juiste pillen toe.”

Impulsief besluit hij alles te laten staan. „Toen ging het opnieuw mis. Met de voorraad pillen die ik intussen had, heb ik een tweede suïcidepoging gedaan.” De psychiater van de crisisdienst weet hem te overtuigen van het belang van medicatie. „Ik kreeg een ambulante sociaal psychiatrisch verpleegkundige toegewezen. Die leerde me op eigen benen te staan. Er kwam eindelijk structuur in mijn leven. Ik hield me aan de werktijden en leerde mijn financiën te behartigen.”

De intensieve begeleiding door de spv’er wordt geleidelijk afgebouwd. In plaats daarvan gaat hij eens per maand naar de psychiater. „In overleg met hem ben ik ook de medicatie gaan afbouwen. Dat verliep goed. Ik kreeg weer perspectief en wilde proberen mijn oude droom te verwezenlijken: psycholoog worden.”

Huwelijk

Vorig jaar trad hij in het huwelijk met Ingrid, die hij leerde kennen in de personeelsflat. Na zijn eerste suïcidepoging zocht ze hem al regelmatig op in het ziekenhuis. De tweede poging deed hij kort nadat de vriendschap was overgegaan in serieuze verkering. Het weerhield haar er niet van met hem te trouwen. Over een paar maanden hopen ze hun eerste kindje te krijgen.

Als hij terugblikt, kan Arnold zich nauwelijks voorstellen dat nog geen drie jaar geleden zijn leven één zwart gat was. „De afgelopen jaren heb ik heel erg mijn best gedaan om een normaal leven te gaan leiden. Dankzij Gods hulp is dat gelukt. Eerst was er het aanbod om op therapeutische basis aan het werk te gaan. Toen ik me weer beter kon concentreren, kreeg ik de mogelijkheid om wat wetenschappelijk onderzoek te doen. Een zelfstandig gevestigde psycholoog uit onze kerkelijke gemeente bood me de gelegenheid in zijn praktijk de aantekening te halen die ik nodig had voor het afronden van mijn psychologiestudie.”

Ook de uitkeringsinstantie UWV liet zich van haar beste kant zien. „De vrouw met wie ik contact had, was zo geraakt door mijn verhaal dat ze me de ruimte gaf om uitsluitend te solliciteren op vacatures voor een psycholoog. Als het een werkervaringsplek was, zou ze de uitkering laten doorlopen.” Hij vond zo’n plek bij twee instellingen. „Daar kon ik ervaring opdoen. In die periode heb ik opnieuw mijn rijbewijs gehaald, voor een aangepaste auto. Een van de twee instellingen bood me daarna een vaste baan aan.”

Schaduw des dood

Slechts een minderheid van de collega’s weet van zijn verleden. „Door de therapie heb ik geleerd zelf de regie te houden in wat ik vertel. Als mensen vragen wat er aan mijn benen mankeert, bepaal ik op dat moment wat ik zeg. Als het goed voelt, vertel ik het werkelijke verhaal. Anders zeg ik dat ik een ongeluk heb gehad.”

In zijn werk als psycholoog ervaart hij het als een voordeel dat hij uit ondervinding weet hoe het leven tot een verschrikking kan worden. Met het delen van zijn levensverhaal via deze krant hoopt hij lezers met suïcidale gedachten ertoe te bewegen openheid te betrachten. „Dat heb ik zelf te weinig gedaan, met bijna fatale gevolgen.” Daarnaast wil hij het onderwerp in de breedte van de gereformeerde gezindte bespreekbaar maken. Ook de geestelijke kant ervan. „Mensen die stellige uitspraken doen over de bestemming van hen die een eind aan hun leven maken, hebben het meestal niet in hun nabije omgeving meegemaakt.”

Aan de andere kant vindt hij het te kort door de bocht om suïcide uitsluitend het gevolg van een ernstige ziekte te noemen. „Een depressie geeft satan de kans je de diepte in te trekken. Voordat ik op het spoor ging liggen, ervoer ik aan den lijve de strijd tussen licht en duisternis. Alles was donker, nergens kon ik iets van God ontwaren. Dat is denk ik kenmerkend voor het rijk van satan. Maar zelfs daar was God. Uiteindelijk zal het kwaad niet overwinnen. Dat zicht heeft me verlost van de angst die ik een groot deel van mijn leven heb meegedragen. Psalm 23 is voor mij nu heel herkenbaar. Al ging ik ook in een dal van de schaduw van de dood, ik zou geen kwaad vrezen. Want Gij zijt met mij, Uw stok en Uw staf die vertroosten mij.”

Ter bescherming van de privacy is er een schuilnaam gebruikt.

Openheid, contact en goede publiciteit kunnen suïcide voorkomen

Het aantal zelfdodingen in Nederland gaat richting de 1900 per jaar. Stichting 113 Zelfmoordpreventie startte onlangs een campagne die het praten over suïcide en het herkennen van signalen moet bevorderen.

Suïcidale gedachten komen bij veel mensen voor, weet psychiater Arie Jan de Lely. „Gelukkig zet een relatief klein deel die om in daden. Ze doen een suïcidepoging omdat ze de pijn van het leven niet meer aankunnen. Of als een wanhopige schreeuw om hulp. Door allerlei factoren kunnen mensen in een fuik raken waarin ze geen andere uitweg meer zien dan de dood.”

De angst dat spreken en publiceren over suïcide stimulerend werkt, is volgens de specialist van Eleos maar ten dele terecht. „Bepalend is hóé je erover spreekt en schrijft.” Zelf vraagt hij zeer concreet aan patiënten of ze weleens overwegen een eind aan hun leven te maken. „Dat zou in de breedte van de maatschappij vaker moeten gebeuren in de ontmoeting met depressieve mensen.”

Een zorgwekkend signaal is volgens De Lely als iemand de verbondenheid met de omgeving verliest. „Die geeft betekenis en zin aan het leven. Het is van levensbelang om contact te maken met mensen die deze verbondenheid kwijt dreigen te raken. Loop er niet voor weg, maar vraag concreet of iemand een doodswens of suïcideplannen heeft. Het is een misvatting dat dit op een idee brengt. Suïcidale mensen voelen zich door deze vraag juist serieus genomen en gehoord.”

Het is de eerste stap op het pad van preventie. Een volgende stap is begeleiding naar de hulpverlening. „Suïcidale gedachten of plannen zijn altijd een alarmsignaal. De intensiteit en concreetheid ervan bepalen hoeveel haast er geboden is. Belangrijk is dat de omgeving van de patiënt betrokken wordt bij de hulpverlening.”

Onderzoek wees uit dat publiciteit over suïcide tot imitatiegedrag en dus meer suïcides kan leiden. „Om dit te voorkomen dient de verslaglegging sober te zijn”, zegt De Lely, „en dus geen details of concrete beelden over de gebruikte methode te bevatten. Vooral suïcide door een bekend persoon kan tot navolging leiden. Zeker als deze suïcide geromantiseerd wordt. Goede berichtgeving wordt gekenmerkt door soberheid, het bieden van achtergrondinformatie en een verwijzing naar hulpverlening.”

Voor meer informatie over zelfmoordpreventie: 113.nl.