„Niet zeuren, Daan, zet maar op je verlanglijstje”

Eigenwijzer
beeld Anjo Mutsaars

Vraag: Als ouders vinden wij het lastig om Daan (7) niet te verwennen. Omdat we het goed hebben, is het voor ons verleidelijk om regelmatig iets voor hem te kopen. De laatste tijd wil hij echter alles hebben wat hij ziet en blijft hij maar zeuren. Komt dit doordat wij Daan hebben verwend? Zo ja, hoe kunnen wij dit terugdraaien?

Goed opvoeden moet aan ten minste twee basisvoorwaarden voldoen. Een kind heeft enerzijds liefde, steun en acceptatie nodig, maar anderzijds ook regels en grenzen. Het ene kan niet zonder het andere. Alleen overladen met liefde kan makkelijk uitlopen op verwennerij.

Natuurlijk horen Daans ouders oog te hebben voor zijn behoeften, maar niet alleen daarvoor. Als het goed is willen ze hem ook opvoeden tot een zelfstandige, verantwoordelijke volwassene die oog heeft voor anderen.

Daarom is het belangrijk dat er ook aan basisvoorwaarde 2 wordt voldaan: het stellen van regels en grenzen. Daarbij hoort dat zijn ouders eisen stellen aan Daan en dat hij verantwoordelijkheden krijgt die passen bij zijn leeftijd. Tegelijk hoort hierbij dat Daan rekening leert houden met anderen.

Aanwaaien

Leren kinderen niet om rekening te houden met anderen, dan krijgen ze problemen, zeggen sommige opvoedkundigen. Op zichzelf gerichte kinderen kunnen later moeite krijgen met het zich aanpassen aan nieuwe situaties en met het accepteren van regels en grenzen. Ook zijn ze het vaak gewend dat alles hun maar komt aanwaaien. Dat is in het echte leven niet het geval, zegt deze groep.

Net als met ieder onderwerp verschillen de meningen hierover. Andere opvoedkundigen beweren dat het allemaal wel meevalt. Een op zichzelf gerichte jongere of jongvolwassene leert volgens hen vanzelf als de situatie daarom vraagt. Sommigen zeggen zelfs dat verwende kinderen het vaak ver schoppen.

Waar de opvoedkundigen het wel over eens zijn, is dat kinderen die verwend gedrag vertonen niet de makkelijkste en leukste zijn om mee om te gaan. Daarom is het toch zaak verwend gedrag tijdig aan te pakken. Dat kan het beste door eerst te kijken hoe dit gedrag ontstond en of dat mogelijk een gevolg is van de opvoeding.

Sluipend proces

Verwennen is een sluipend proces dat bijna ongemerkt de opvoeding binnenglipt.

De consumptiemaatschappij waarin ouders leven en kinderen opgroeien is hier debet aan. Veel mensen zoeken hun geluk in het bezit van consumptiegoederen. Ze ontlenen er hun identiteit aan.

Een bekend fenomeen is de voor veel pubers onmisbare merkkleding en het dito mobieltje.

Bij Daan en zijn ouders speelt dit soort goederen nog niet, maar verwennerij begint klein en sluipenderwijs. Kinderen vinden het vaak heel normaal dat ze veel cadeaus krijgen. Een kind krijgt op zijn verjaardag gemiddeld zeven cadeaus, op feestdagen zes en tussendoor nog eens vijf. En dat is voor sommige kinderen, zoals Daan, nog niet genoeg.

Nu vragen Daans ouders zich waarschijnlijk af of alle ouders die hun kind zo veel cadeaus geven, hun kind verwennen. Het antwoord is nee. Het gaat namelijk niet om de hoeveelheid of de kwaliteit van de cadeaus, maar om de omstandigheden waaronder die worden gegeven.

Gegil en gekrijs

De pedagoge Marijke Bisschop schrijft hierover in haar boek ”Opvoeden in een verwenmaatschappij”. Geeft moeder na veel gegil en gekrijs toe en koopt ze de auto die Daan wil hebben? Zo ja, dan is ze bezig om Daan te verwennen – verzieken is een beter woord.

Geeft ze hem een auto omdat ze met Daan heeft afgesproken dat hij zo nu en dan iets extra’s krijgt? Dan is het oké.

Een cadeautje op zijn tijd mag best en als verrassing op woensdagmiddag pannenkoeken eten ook. Het is leuk om kinderen af en toe op een goede manier te verwennen.

Wat soms ook gebeurt is het zogenaamde pamperen: het kind overmatig beschermen en overladen met overdreven lievigheid. Ook dat is een vorm van (verkeerd) verwennen. Gedragsdeskundige Willem de Jong schreef hierover het boek ”Het verwende kind”.

Afleren

Daan wil alles hebben en blijft zeuren. Inmiddels is wel duidelijk dat zijn ouders er wijs aan doen om hem dit af te leren. Ze willen immers niet de rest van hun leven last hebben van een verwend en veeleisend kind. Ze willen Daan opvoeden, niet verwennen.

Daarom gaan ze Daan leren zijn wensen uit te stellen en met kleine teleurstellingen om te gaan.

Eerst gaan ze observeren: wanneer zeurt Daan precies en waarom? Als dit duidelijk is, bespreken ze met elkaar hoe zij het zeurgedrag gaan aanpakken.

Eén lijn

Bij die aanpak is het beslist nodig dat beide ouders op één lijn zitten zodat Daan geen kans krijgt zijn ouders tegen elkaar uit te spelen. Stap voor stap pakken ze het zeurgedrag aan, te beginnen met één ding waarover Daan vaak zeurt.

Stel: Daan wil nooit brood eten, maar vraagt altijd om lekkere dingen zoals pannenkoeken of ontbijtkoek. Dan kunnen zijn ouders met hem een afspraak maken: op woensdagmiddag krijg je pannenkoeken, op de andere dagen brood.

Een volgende stap kan zijn het aanpakken van het zeurgedrag in winkels. Ook hier kunnen de ouders met Daan een afspraak maken: af en toe krijg je iets kleins, maar grote dingen zet je op je verlanglijstje. Zo leert Daan zijn verlangens uit te stellen.

Bas Levering, docent pedagogiek aan de Universiteit Utrecht, geeft hierover een mooie boodschap af: „Als je je kind leert rekening te houden met een ander en ervoor zorgt dat het de onmiddellijke bevrediging van behoeften uit leert stellen, kun je niet verwennen.” Aan de slag dus, want het is nog lang niet te laat voor Daan.

Toch die auto

Dan is het zo ver: moeder en zoon zijn in de speelgoedwinkel om iets voor een neefje te kopen. Daan heeft een auto van Playmobil gezien en wil die hebben. Wat nu? Het beste kan zijn moeder zeggen: „Nee, Daan, we zijn hier nu om iets voor je neefje te kopen.”

Daan begrijpt waarom het antwoord ”nee” is. Zegt hij: „Ik wil toch die auto, mama”, reageer dan rustig: „Nee, Daan, we hadden afgesproken dat je niet om speelgoed mocht zeuren.” Dan is het klaar. Zeurt Daan toch door, dan negeert zijn moeder hem, al gaat hij nog zo lang door, zelfs met gillen en krijsen. Consequent zijn en volhouden is belangrijk. Alleen zo gaat Daan het leren!

Tips

  • Bij zeurgedrag: observeer wanneer het kind zeurt en wat de aanleiding is. Bedenk een oplossing, stel regels en maak afspraken.
  • Verdiep je in wat het kind graag wil hebben. Laat het daarvoor sparen of het begeerde artikel op een verlanglijstje schrijven.
  • Leer het kind zijn behoeften uit te stellen en ergens naar uit te kijken – dat zorgt voor spanning en plezier.
  • Leg de nadruk op fijne ervaringen in plaats van op goederen. Samen iets leuks doen of uitgaan levert fijne herinneringen op die meer waard zijn dan bezittingen.
  • Leer kinderen zichzelf te waarderen om wie ze zijn en niet om hoe ze eruitzien en wat ze aan hebben. Toon begrip in de moeilijke puberfase waarin jongeren worstelen met hun identiteit en vrienden belangrijk zijn. Wees alert op gevoelens van minderwaardigheid en depressiviteit.
  • Leer kinderen zuinig om te gaan met hun spullen. Als alles netjes is, kunnen ze zich beter concentreren. Dat is onder andere belangrijk voor hun werk op school.
  • Leg al jong uit dat niet alles nieuw hoeft te zijn en dat goede spullen niet mogen worden weggegooid. Kinderen vinden het leuk om hun oude spullen zelf te verkopen op een kleedjesmarkt.

Verwentest

  • Heeft het kind moeite om ”nee” te accepteren?
  • Zeurt het vaak door als het iets niet krijgt? Gaat het huilen of krijgt het regelmatig woedeaanvallen?
  • Vergeet het vaak „dank u wel” te zeggen?
  • Lijkt het vaak teleurgesteld of ontevreden, vooral bij kleine presentjes?
  • Krijg je als ouder steeds meer moeite met de eisen die het kind stelt?
  • Vindt het kind het vanzelfsprekend dat het op elk moment krijgt wat het wil?
  • Klagen anderen weleens over zijn verwende gedrag of houding?

Op veel vragen ”ja” als antwoord? Dan toont het kind verwend gedrag.

Bron: jmouders.nl

Tien gratis ‘cadeaus’ van ouder aan kind

1. Onvoorwaardelijke liefde.

2. Tijd en aandacht.

3. Aanmoediging en bevestiging.

4. Een veilige omgeving en een stabiele thuissituatie.

5. Ervaringen met sport, muziek, uitjes.

6. Discipline.

7. Plezier.

8. Je schoot.

9. Ruimte om fouten te maken.

10. Knuffels en zoenen.

Bron: jmouders.nl

Wilt u reageren of hebt u vragen over opvoeding? Leg ze (anoniem) voor aan de pedagogen Mirjam Blom en Anja Helmink. Dat kan door de situatie en de (gezins)omstandigheden, liefst uitvoerig, te mailen naar: wijs@refdag.nl of te sturen naar: RD, t.a.v. redactie Wijs, Postbus 670, 7300 AR Apeldoorn.