Mevrouw Notenboom: We worden allemaal door elkaar geschud om te ontwaken

Nederland
Dina Notenboom. beeld RD, Anton Dommerholt

Nee hoor, je belt niet te vroeg. Ik kom altijd bijtijds uit bed en was bezig om voor m’n eten te zorgen. De andijvie is al gesneden.

Dat we alweer een wéék verder zijn. Er verandert niet zo veel en toch gaan de dagen snel. Ik krijg ontzettend veel telefoontjes en appjes, daar ben je al heel wat tijd mee bezet. Echt wennen doet het niet, corona, maar dat schokkende van de eerste weken is er toch wat af. Ik zie ook weer meer mensen op straat, wel keurig anderhalve meter uit elkaar.

Het nieuws volg ik trouw, want ik wil bijblijven. Om zeven uur en acht uur luister ik naar het nieuws, ’s avonds kijk ik vaak naar het journaal. Ik heb medelijden met al die mensen die in ziekenhuizen liggen en geen bezoek mogen krijgen. En bewondering voor de dokters, de zusters, de broeders van de ziekenauto, de politie… Alles wat in de weer is vanwege deze enorme ramp die ons land treft en over de hele wereld trekt. Ik neem die mensen mee in mijn gebed, meer kan ík niet doen. Als ik er te veel over doordenk, kom ik niet in slaap, omdat alles door m’n hoofd gaat malen. Het is niet niks, wat we meemaken.

Uit sommige berichten krijg je een klein beetje hoop dat we de goede kant op gaan. De regering doet het prima, vind ik. Het jammere is dat de meesten niet beseffen dat er een God is Die boven alles staat. Je hoort enkel: Wij doen dit, wij doen dat. Dan denk ik: mensen, kijk nou eens naar bóven!

Ik ben dankbaar dat ik elke dag ook het RD krijg. Niet dat ik de krant van a tot z lees, een deel gaat me boven de pet, maar er blijft genoeg over. Bijvoorbeeld die pagina met stukjes over dominees die vertelden hoe ze nu hun werk moeten doen. Die vond ik heel mooi.

’s Morgens lees ik een stukje uit het dagboek ”Leven en Licht”. Daarin schrijven ook een paar dominees van ons. Nou ja, van ons, we hebben maar één algemene christelijke kerk. Ik heb dat boekje van m’n jongste zus gekregen, voor m’n verjaardag. Ik ben de oudste van de vier meiden. Boven me zat een broer, die is al overleden.

De relatie met m’n zussen is heel bijzonder. We bellen elkaar minstens wekelijks, m’n jongste zus spreek ik wel drie keer in de week. We kunnen met elkaar praten over wat de Heere in ons leven heeft gedaan en nóg doet. En dat we naar het eind verlangen, om voor altijd bij Hem te zijn. Vroeger gingen we twee keer per jaar met z’n vieren naar zo’n park met huisjes. Dat was altijd bijzonder. In deze tijd ervaar ik de band nóg sterker, vanwege de zorg om elkaar. De zus onder me leeft op sondevoeding en is bijna blind. Een andere zus is vorig jaar opgenomen geweest omdat ze zo overspannen was. Nu kan ze niet naar de zorgboerderij. Gelukkig zijn er mensen op het dorp die soms een stukje met haar gaan wandelen.

Met elkaar beleven we die ziekte als een roepstem van de Heere. Ons land drijft hoe langer hoe verder weg en wij drijven mee, want je zit er middenin. Ieder doet maar wat hij zelf wil, dat kán niet zo blijven. Eens komt het einde en als je niet bereid bent, kun je God niet ontmoeten. We worden allemaal door elkaar geschud om te ontwaken. Zeker in deze Stille Week.

Een vrouwtje van een van de verenigingen van onze gemeente kwam een boekje brengen. Dat doen ze altijd voor Pasen. Dit jaar een boekje met 49 overdenkingen voor de lijdensweken, van Luther. „Ik hoop dat u er wat aan hebt”, zei ze. Nou, dat heeft dat kind goed bekeken. Vanmorgen zat ik te denken: terwijl de Heere nog aan het kruis gespijkerd was, riep Hij al uit: „Het is volbracht.” Het is toch onbegrijpelijk wat Hij heeft gedaan? Voor ál de zonden voldaan. Dat is het fundament van mijn leven geworden. De Heere heeft het Zelf in mijn hart gelegd. Je mag best weten, ik zit soms stiekem te huilen, omdat ik het wonder niet kan begrijpen. Oók voor mij! Dat kan niets of niemand me afnemen, zelfs de dood niet.

Nou, het was fijn om zo weer even bij te praten. Goeie paasdagen gewenst; doe de groeten aan je vrouw en tot volgende week, hopen we.

serie Bellen met mevrouw Notenboom

Overal in de wereld wonen ouderen en chronisch zieken die tijdens de coronacrisis niet of nauwelijks de deur uit komen. Een van hen is Dina Notenboom (89). Ze woont in een bejaardenwoning in Apeldoorn. Hoe vergaat het haar? Redacteur Huib de Vries belt wekelijks. Deel 2: Spreken met jongere zussen over de eeuwige dingen.

2020-04-04-rdMAG34-notenboom3-4-FC_webMevrouw Notenboom: Is er nou écht corona, of heb ik het gedroomd?