Mevrouw Notenboom: Is er nou écht corona, of heb ik het gedroomd?

Corona
Mevrouw Notenboom. beeld RD, Anton Dommerholt

„Tja, hoe gaat het met mij? Eigenlijk best wel goed. Ik zit hier in m’n eentje aan de keukentafel, maar ik ben gelukkig niet eenzaam en nooit alleen. Omdat de Heere bij me is en me de kracht geeft om verder te gaan in dit leven. Zoals Hij dat ook deed na het overlijden van mijn man, een schoonzoon, een kleinzoon en mijn oudste dochter, die heel veel voor me betekende. Dini was in allerlei opzichten mijn rechterhand. Haar overlijden in 2018 was een zware klap voor me, maar de Heere heeft me kracht gegeven om ook dat verlies te dragen.

De bejaardenwoning waar ik al jaren woon, in de wijk De Maten in Apeldoorn, is voor mij ideaal. Ik heb een slaapkamer en een badkamer op de begane grond, dus op de bovenverdieping hoef ik hoegenaamd niet te komen. Dat is een gewéldig voorrecht, zeker in deze situatie. Die is voor mij nog steeds wat onwezenlijk. Alsof de werkelijkheid niet goed tot me door wil dringen. Wanneer ik wakker ben geworden en aan de Heere een zegen heb gevraagd voor de nieuwe dag, denk ik: is het nou écht zo, of heb ik het gedroomd? Pas als de zuster komt om mijn elastische kousen aan te trekken, dringt het goed tot me door. Ja het is écht coronatijd.

’s Avonds komen ze die kousen weer uittrekken, dus ik heb sowieso elke dag twee keer iemand van de thuiszorg een poosje om me heen. Dat vind ik gezellig. Er zijn ook christelijke zusters bij, vaak hebben we goede gesprekken. Ook mijn zoon uit Apeldoorn komt zo nu en dan langs. Om me even te zien en als het nodig is een klusje te doen. Deze week heeft hij de hoge keukenklok een uur vooruit gezet, want ze willen niet dat ik op een trapje klim. De andere kinderen en kleinkinderen bellen en appen heel veel, sturen foto’s op, ik krijg post en bloemen… Een kleinzoon van me doet trouw de boodschappen, dus daar hoef ik me niet druk over te maken. Anderen brengen gebakjes of een bloemetje. Ze vergeten me niet. Allemaal onverdiende zegeningen.

Koken kan ik gelukkig nog zelf. In de winkel is tot nu toe genoeg te krijgen en er zit nog van alles in de vriezer. Dat moet ik de komende tijd maar eens op gaan maken. Zo zit je al wat vooruit te denken.

Nee, angst dat de zusters van de thuiszorg me zullen besmetten, heb ik niet. De Heere heeft me jaren geleden, toen ik een operatie moest ondergaan, beloofd dat Hij voor me zal zorgen. Met de woorden: „Ik zal raad geven, Mijn oog zal op u zijn.” Hij blijft in alle omstandigheden Dezelfde en doet geen half werk. Hoé het nu zal gaan, weet ik niet. Het kan best wezen dat ik aan die ziekte moet sterven. Dan weet ik dat de Heere het zo bestuurd heeft en is het dus toch goed. Daarom maak ik me niet bang of ongerust. Ik ben veilig in Zijn handen.

Elke morgen ga ik na het koffiedrinken een rondje door de buurt lopen met mijn rollator. Dat vind ik héérlijk. In het zonnetje van de natuur genieten. Alle bomen en heesters lopen uit, heel bijzonder. Van een afstandje maak ik soms een praatje met mensen die me passeren. Het valt me op dat die veel vriendelijker zijn dan voorheen. Wildvreemde mensen knikken nu naar me en zeggen me gedag. Dat gebeurde voor de komst van corona zelden. Ik heb ook elke dag een aardig praatje met de overburen, ouders van een gezin met twee schoolgaande kinderen. Meestal met hem. Dan wisselen we even de dingen van de dag uit.

Vervelen doe ik me niet. Ik zit veel te handwerken: babydekentjes voor de baby’s in Kenia. M’n vier zussen doen dat ook. Zo zijn we toch nog nuttig bezig op onze oude dag. Heerlijk rustig zit ik hier in mijn stoel te haken en die Afrikaanse kindertjes hebben er wat aan. Ik puzzel ook graag. Na het avondeten maak ik altijd eerst de sudoku van het RD. Zo nu en dan lees ik wat. Geen complete boeken, maar kleine stukjes. En na het eten natuurlijk altijd een stukje uit de Bijbel. Daar kan niets tegenop. Dat is het Woord van de Heere Zelf. Met Hem kom je niet beschaamd uit.

Nou, ik vond het gezellig, we hopen tot volgende week.”

serie Bellen met mevrouw Notenboom

Overal in de wereld wonen ouderen en chronisch zieken die tijdens de coronacrisis niet of nauwelijk de deur uit komen. Een van hen is Dina Notenboom (89). Ze woont in een bejaardenwoning in Apeldoorn. Hoe vergaat het haar? Redacteur Huib de Vries belt wekelijks. Deel 1: Praatje op afstand met de overbuurman.