„Meer beleving, meer techniek, maar klassieke stadsgids blijft”

Stadsgidsen
Stadsgids Leo Bakker in Goes. beeld Niek Stam
2

Stadsgidsen krijgen het steeds drukker. „Mensen willen iets echt zien en erdoorheen wandelen.” Stadswandelingen zijn populair. Beleving is in tel en de techniek is in opmars. De klassieke stadsgids met een aansprekend verhaal én een rolletje pepermunt is echter niet afgeschreven.

De zomerserie op de regiopagina’s over stadsgidsen in deze krant las historicus dr. Arjan Nobel met interesse. „Het plezier van de gidsen spatte er gewoon van af. Ik zag mensen aan het werk met passie en veel kennis van de historie van hun stad. Ze hebben bovendien een gigantisch bereik; 15.000 deelnemers aan de stadswandelingen in Nijmegen in één jaar, dat is niet niks. Een historicus mag erg blij zijn als zoveel mensen zijn boek lezen. Belangrijker vind ik nog dat er niet zomaar een verhaaltje of onzin wordt verteld. De meeste gidsen krijgen eerst een gedegen scholing voordat ze groepen mogen rondleiden. Deelnemers leren echt iets van een wandeling.”

„Wat de gids in Buren meldde over de Peperstraat vond ik grappig”, haalt Nobel terug. „Dat die straatnaam niets te maken heeft met een specerij, maar verwijst naar de mattenbies, een plant die werd gebruikt om stoelen te matten en ook wel peper werd genoemd. Zo krijgt een toeristisch uitje diepgang. Daar vraagt het publiek ook om. Toerisme vandaag de dag is niet maar een beetje rondwandelen. Mensen willen geïnformeerd worden. Ze willen een goed museum, een goede stadswandeling.”

Aan de Universiteit van Amsterdam houdt Nobel, voorzitter van de Vereniging van Christen-Historici, zich bezig met publieksgeschiedenis: de alledaagse omgang met het verleden en de vele manieren waarop geschiedenis aan een breed publiek wordt gepresenteerd. Van tentoonstellingen tot historische romans, van speelfilms tot monumenten.

In zijn colleges noemt Nobel ook de stadswandelingen en stadsgidsen. „Die zijn vanaf de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw steeds belangrijker geworden. De Nederlander kreeg meer vrije tijd en had meer geld te besteden, het massatoerisme kwam op en daarmee de interesse voor geschiedenis en het bezoeken van historische locaties. De ANWB heeft dat erg bevorderd met aandacht voor historische onderwerpen en stadswandelingen in het blad De Kampioen, met talloze reis- en stadsgidsen voorzien van historische uitleg en met de bekende bruine bordjes met toelichting op historische gebouwen. Vergeet verder niet de opkomst van historische verenigingen, die vaak ook weer wandelingen organiseren.”

Rijk aanbod

„Steeds meer eigen inwoners en toeristen uit binnen- en buitenland willen zich verdiepen in de stad waar ze wonen of die ze bezoeken. Ze zijn geïnteresseerd in de verhalen die horen bij gebouwen, personen en gebeurtenissen uit het verleden”, constateerden vorig jaar ook onderzoekers in Gelderland. Voor het Nederlands Openluchtmuseum, het Regionaal Bureau voor Toerisme Knooppunt Arnhem-Nijmegen en erfgoedinstelling Erfgoed Gelderland zetten zij de stadsgidsen in de provincie in de schijnwerpers.

Het onderzoeksrapport schetst een „rijk aanbod”: van een stadswandeling met een vrijwillige gids, een historische-verhalentour met een acteur, al dan niet in bijpassend historisch kostuum, tot een kolderwandeling of spooktocht waarbij de geschiedenis ”met een korreltje zout” wordt benaderd. De gids verplaatst zich met zijn of haar groep niet altijd lopend, maar soms fietsend, steppend of in een historische paardenwagen. Wandelingen vormen echter nog altijd het grootste aandeel. Veel gidsen zijn vrijwilliger, maar er zijn ook commerciële rondleiders. Bij uitjesbureaus is een wandeling met gids onderdeel van een uitgebreider arrangement.

Kennisoverdracht is het voornaamste doel van de klassieke stadswandeling, aldus de Gelderse onderzoekers. „Gidsen horen vaak complimenten die beginnen met ”nooit geweten dat”. Ze wijzen deelnemers ook op zaken die zij anders over het hoofd zouden zien: „Met een gids zie je meer.” Ze illustreren de geschiedenis van de stad aan de hand van plekken, gebouwen, personen en monumenten, weetjes, feiten, grote en kleine verhalen, aangepast aan de deelnemers. Voor een familie benadrukken ze andere aspecten dan bijvoorbeeld voor werknemers van een bouwbedrijf.”

Een ”algemene stadswandeling” wordt in Gelderland het meest aangeboden, maar gidsen verzorgen desgewenst ook themawandelingen. „Over de middeleeuwen of de Gouden Eeuw, over de Tweede Wereldoorlog, de rol van de vrouw, ingrijpende lokale gebeurtenissen, bouwkunst en architectuur, kunst, geloof, een hofjesroute: noem maar op.”

Bril

Als trend van de laatste jaren signaleren de onderzoekers dat ”het verhaal” een grotere rol krijgt. „Informatie is tegenwoordig op elk moment op te zoeken. Daarom groeit de behoefte aan persoonlijke, kleine verhalen van historische figuren, inkijkjes op plekken die niet bekend zijn of gesloten zijn voor het publiek.”

In de huidige ervaringscultuur willen deelnemers aan stadswandelingen bovendien meer beleven. „Papieren archieven, historische overzichten en feitelijke kennis vanuit het boek zijn niet meer voldoende. Mensen willen iets echt zien en erdoorheen wandelen. Daarom krijgen stadsgidsen het steeds drukker. Het geeft een extra gevoel van sensatie als we onze zintuigen mogen gebruiken: objecten aanraken, bepaalde kruiden ruiken, bepaalde geluiden horen. Kers op de taart zijn de ervaringen die zonder stadsgids niet plaats hadden kunnen vinden.”

Nobel herkent deze ontwikkeling. „Mensen die je in Amsterdam rondleidt in het Oost-Indisch Huis, het hoofdkantoor van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, zal niet allereerst bijblijven dat de VOC in 1602 is opgericht. Wel de bewindhebberskamer van de Heren XVII die je hebt laten zien. Die is in de vorige eeuw gereconstrueerd, dus helemaal nep, maar die beleving blijft wel hangen.”

Verder is in Gelderland de techniek in opmars, beschrijven de onderzoekers. Met een virtual-realitybril kunnen wandelaars zien hoe een kasteel dat ooit op een bepaalde plek stond er heeft uitgezien, kunnen ze een vroeger straatbeeld aanschouwen of bij een gesloten gebouw virtueel naar binnen kijken.

Musea

„De stadswandeling volgt in feite de musea, die al langer op beleving zijn gericht, met spellen, verkleedpartijen en virtual-realitybrillen”, stelt Nobel vast. „De kennisoverdracht hoeft er niet minder om te zijn. Het beste voorbeeld van voelen, proeven en ruiken is openluchtmuseum Archeon. Je komt er op een andere manier met geschiedenis in aanraking. Hetzelfde geldt voor een stadswandeling waarbij de beleving centraal staat. Hoe voelt het eigenlijk om rond te lopen in een zeventiende-eeuws kostuum? Dat vind ik net zo goed kennisoverdracht.”

Over tien of twintig jaar zullen niettemin nog steeds vrijwilligers rondleidingen geven op de klassieke manier, vermoedt Nobel. „Ook die gidsen denken na over presentatietechnieken en hoe zij de wandelaars erbij kunnen betrekken. Zoals de rondleider uit de zomerserie die in Sneek op de plek waar vroeger de fabriek van Tonnema stond iedereen een King-pepermunt aanbood.”

„Niet het ene jaartal na het andere”

Stadswandelingen zijn geliefd. Dat merken ook de lokale gilden in Nederland, waarin veelal oudere vrijwilligers hun kennis, kunde en ervaring inzetten. Van de circa vijftig gilden in Nederland verzorgt het gros stadswandelingen. En niet alleen in middeleeuwse steden. Lucas Zimmerman uit Alkmaar, bestuurslid wandelen en fietsen van koepelorganisatie Gilde Nederland: „In een stad als Almere, die pas een halve eeuw bestaat, valt ook genoeg te vertellen over de stedenbouwkundige opzet en bijzondere kenmerken. In Rotterdam, in de oorlog deels platgebombardeerd, wandelen gidsen rond in wijken die je nog niet echt historisch kunt noemen.’’

In de stadswandelingen gaat het niet om de jaartallen. „Een gids heeft die doorgaans wel in het achterhoofd en kan ze noemen als iemand ernaar vraagt, maar de verhalen staan voorop: hoe het vroeger was, wie er toen waren, wat ze hebben gedaan, wat ze niet hebben gedaan, ook de anekdotes. De ene gids is daarbij vooral van de menselijke weetjes, een ander meer van de omgeving en de gebouwen. Dat wisselt.”

Gouda met stroopwafelworkshop

Bij groepsreizen van buitenlandse toeristen verschuift het accent eveneens van kennisoverdracht naar beleving. „De reisbureaus die de programma’s opstellen, kiezen bijvoorbeeld nog altijd voor Gouda, maar dan steeds vaker met een stroopwafelworkshop”, is de ervaring van Bobien van Aalst, voorzitter van Guidor, de belangenvereniging voor professionele gidsen in Nederland.

„Actief iets doen wordt steeds gebruikelijker, zoals een speurtocht in Amsterdam in plaats van een stadswandeling. Een ”food-tour” is helemaal in: dan mogen toeristen onder meer kroketten, jenever en haring proeven.” Attracties gaan ook meer op de belevingstoer, merkt Van Aalst. „Zo laat het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen nadrukkelijker dan eerder zien hoe het vroeger met de palingrokerij toeging.”

Bij Guidor zijn 167 gediplomeerde gidsen aangesloten die nationaal actief zijn, voor zowel reisorganisaties als voor privé-groepen, individuen en internationale congressen. Vaak begeleiden ze hun gasten, veelal buitenlanders, door heel Nederland. De organisatie bemiddelt ook voor opdrachten. Guidor overweegt of in de toekomst ook meer regionaal opererende gidsen lid kunnen worden.