Marleen Hout: vechten voor patiënten in verpleeghuis

Het Gesprek
Marleen Hout. beeld RD, Henk Visscher
7

Ze is bereid om voor de volle honderd procent voor haar patiënten te gaan. Dat maakte het voor specialist ouderengeneeskunde Marleen Hout dubbel zwaar om tijdelijk afscheid te moeten nemen van De Regenboog: háár afdeling. „Niet dat ik met tranen in mijn ogen stond, maar je ziet in de ogen van mensen de zorgen over wat komen gaat.”

De oorlog tegen een gevaarlijk virus vraagt om militaire maatregelen, ook in Salem. Een aantal artsen werkte deels in het reformatorische verpleeghuis in Ridderkerk, deels in verzorgingshuizen in de regio. Vanwege de coronaepidemie is dat verkeer van huis naar huis tot een minimum beperkt. Elke dokter komt nu op slechts één locatie.

Marleen Hout, een van de specialisten ouderengeneeskunde van Salem, klinkt nog steeds opgewekt, maar ze ziet er afgemat uit. „Ja, ik voel me inderdaad moe. Door het totaal andere leven, de onzekerheid en de druk die je ervaart. De omschakeling kost veel energie, merk ik.”

Waar werkt u momenteel?

„Fysiek alleen in zorgcentrum De Waard in Alblasserdam. In dat huis ben ik medisch verantwoordelijk voor de bewoners met een verpleeghuisindicatie. Dat waren er aanvankelijk tien, maar door de omvorming van verzorgingshuizen naar verpleeghuizen is het aantal intussen gestegen tot veertig.

De zorg voor de patiënten van De Regenboog, mijn afdeling in Salem, doe ik momenteel op afstand. Dat vind ik heel naar werken. Je neemt beslissingen over mensen zonder hen persoonlijk te zien. Dat past totaal niet bij mijn visie op het vak.”

U vindt het genomen besluit wel verstandig?

„Absoluut. Als nu ergens corona uitbreekt en ook de arts ziek wordt, dan hebben we op andere locaties hopelijk nog gezonde dokters rondlopen. Het is een soort compartimentenindeling, net als bij de bewoners. Die blijven op hun eigen afdeling met hun eigen verpleging.

Ook in het huis waar we fysiek komen, doen we het meeste op basis van foto’s en filmpjes en mondelinge informatie van de verpleegkundigen. Ook tot hen houd ik zo veel mogelijk afstand. De mensen die echt ziek zijn, of een wond hebben die behandeld moet worden, bezoek ik wel. Die zorg gaat gewoon door.

Helaas zijn in Salem inmiddels meerdere bewoners ziek door het coronavirus. Er zijn geen aanwijzingen dat het De Waard al heeft bereikt, maar we weten dat het de stilte voor de storm is. Hoewel we met man en macht het virus buiten de deur proberen te houden, krijgen we vroeg of laat corona in huis. Bij familieleden, vrienden en gemeenteleden van personeelsleden is de ziekte al geconstateerd. Dan komt het gevaar heel dichtbij.”

Marleen Hout. beeld RD, Henk Visscher

Hoe gaat het op De Regenboog, uw troetelkind?

„Dat is een heel gemixte afdeling, met een groep jonge bewoners, een groep verstandelijk gehandicapte bewoners en drie bedden voor palliatieve patiënten. Ik werk ook daar met een heel betrokken team. Dat merk je te meer nu het coronavirus in Salem is binnengedrongen en ik op afstand moet werken.

Op de dag van mijn tijdelijke afscheid overleed een van de drie palliatieve patiënten. Daar was ik nog bij. Inmiddels heb ik een nieuwe palliatieve patiënt telefonisch opgenomen. Dat is niet fijn. Zo wíl ik helemaal niet werken. Juist de opname is in een hospice heel belangrijk. Je spreekt dan in alle rust de dingen met de patiënt en de familie door. Als mensen nog maar korte tijd te leven hebben, is het dubbel belangrijk dat op dag één alles goed wordt opgestart. Daar ben ik nu niet bij. Dat is afschuwelijk.”

Hoe beleefde u de afscheidsronde langs de patiënten van De Regenboog?

„Als heftig. Niet dat ik met tranen in mijn ogen stond, maar je ziet in de ogen van mensen de zorg en de onzekerheid over wat komen gaat. Ze hebben bijna allemaal het nieuws gevolgd en beseffen hoe kwetsbaar ze zijn. In die situatie komt je dokter vertellen dat ze er voorlopig niet is. Ik heb deskundige collega’s die het overnemen, maar het voelt toch... Ja, hoe zal ik het zeggen...?”

Als een vorm van verraad?

„Dat is een te groot woord, maar wel als een vorm van falen. Bij de patiënten ervoer ik heel veel begrip. Een aantal van hen wenste mij omgekeerd sterkte toe, vanwege de thuissituatie. Als ze het prettig vinden, kunnen ze me op mijn werkdagen bellen. Ook het contact tussen de bewoners en hun familie verloopt uitsluitend per telefoon. Medisch is het een goede maatregel, sociaal een wrede. Ik vind het verschrikkelijk voor de bewoners én voor de familieleden, maar in de huidige situatie is er geen andere keuze.”

Ik ga liever dood aan corona dan aan eenzaamheid, zei een oude vrouw.

„Daar kan ik me iets bij voorstellen, maar bij een besmetting krijg niet alleen jij de ziekte. Je draagt die over op mensen die er mogelijk anders over denken. Ook als patiënt heb je met dat grotere belang te maken, al begrijp ik dat het moeilijk is om dat te zien als je al zo’n zwaar pak op je rug hebt. Je zit niet voor niks in een verpleeghuis. Veel bewoners hadden het voorheen al moeilijk. Ook karakter speelt in zulke omstandigheden een rol. De een kan de situatie makkelijker een plek geven dan de ander.”

Marleen Hout. beeld RD, Henk Visscher

Hoe gaat het bij u thuis?

„Ik vind het een klus om in mijn hoofd ruimte te houden voor het normale leven. Omdat ik nu veel vanuit huis doe, is het verleidelijk om de werkcomputer ook ’s avonds nog even te openen. Dat is niet verstandig. We hebben daarom samen afgesproken dat we als gezin bewust momenten van ontspanning willen hebben. Om te voorkomen dat we met z’n allen achter het beeldscherm blijven zitten.

Onderhuids is er de spanning: hoe zal het gaan als ik zelf ziek word? We hebben drie gezonde meiden, daar maak ik me niet zo veel zorgen over. Zelf ben ik kwetsbaarder. De recente ziekteperiode en het overlijden van mijn vader hebben veel met me gedaan. Die moeheid zit nog steeds in mijn lichaam. Over Erwin, mijn man, maak ik me nog meer zorgen. Hij is zelden ziek, maar zijn longcapaciteit is beperkt. Als daar corona overheen komt...”

Bent u bang?

„Ja, ik ben bang dat hij besmet raakt. Zelf heeft hij een rotsvast vertrouwen. In alle rust zegt hij tegen me: „We hoeven ons toch geen zorgen te maken?” Dat gaat mij iets te snel. Ik maak me wél zorgen. Hij is voorzichtig en neemt zijn verantwoordelijkheid, maar kan ook in deze situatie alles in de handen van de Heere leggen. Ik denk vanuit mijn beroep meer in medische scenario’s. Dat verschil in beleving is soms best lastig. Dat merkte ik ook in de ziekteperiode van mijn vader.”

Kwam de ziekte van uw vader onverwachts?

„In de achterliggende zomer werd bij hem een non-hodgkinlymfoom geconstateerd. De uitslag kreeg hij op de dag dat Vox Jubilans, zijn en mijn koor, een zomerconcert gaf ten behoeve van de stichting Als kanker je raakt.

De chemotherapie en de bestralingen sloegen niet aan. Tweede kerstdag zijn we als gezin nog bij elkaar geweest, begin januari is hij opgenomen omdat hij heel ziek werd. Hij bleek influenza te hebben en moest vijf dagen in quarantaine. Dat komt in deze tijd allemaal sterk terug. Wij zaten om de beurt naast hem in dat kamertje omdat we er voor hem wilden zijn.

Na ontslag uit het ziekenhuis wilden ze hem nog een zware chemokuur geven, maar dat ging niet meer. De maandag erop werd hij opgenomen in een hospice, anderhalve week later is hij overleden.”

Aangrijpend.

„De dag dat ik hem –samen met mijn moeder en schoonzus– naar het hospice bracht, was de zwaarste in mijn leven, tot nu toe. Zwaarder dan de dag van zijn overlijden. Sorry dat ik zo emotioneel word. Een broer en zus hadden het intakegesprek gedaan, ik wilde hem graag wegbrengen. Onderweg heb ik gebeden om kracht om thuis nog Psalm 121 met hem te lezen en voor hem te bidden. Onder het gebed was mijn vader erg emotioneel.

Afscheid nemen van zijn flatje waar hij zo blij mee was, hij had het helemaal zelf opgeknapt, wilde hij niet meer. Terwijl hij zijn pet over zijn hoofd trok en in elkaar dook, reed ik hem in een rolstoel naar buiten. Ik heb al veel hospicepatiënten in De Regenboog ontvangen. Ook voor hen probeer ik een warme dokter te zijn, maar als het je eigen vader betreft is het zó anders…”

Had u een goede band met hem?

„Zeker, al heb ik me in mijn puberteit af en toe flink tegen hem afgezet. Waarschijnlijk omdat we te veel op elkaar leken. Net als ik was hij een ondernemend, wat onrustig mens. Het grijpt heel erg aan als je iemand die zijn hele leven zo actief is geweest zo kwetsbaar ziet worden.”

Was hij bereid om te sterven?

„Ja! Maar mijn vader zong gemakkelijker over zijn innerlijk dan dat hij erover sprak. De laatste periode was in dat opzicht wel heel bijzonder. Hij gaf aan niet bang te zijn voor de dood. Dat zei hij toen ik hem er heel concreet naar vroeg. Die overgave kwam er in het hospice steeds meer. Dat maakte de periode daar voor hem en voor ons heel bijzonder.”

Bent u blij dat hij deze crisis niet meer mee hoeft te maken?

„Absoluut. Ik zei het afgelopen zondag nog tegen mijn moeder, terwijl ik op ruime afstand van haar in de woonkamer zat. Ik ben zo intens dankbaar dat ik samen met haar, mijn broers en zussen in die laatste levensfase voor hem heb mogen zorgen. We konden bij hem slapen, soms zat ik op de bedrand met mijn armen om hem heen. Na zijn sterven heb ik hem met een broer afgelegd. Dat zou nu allemaal niet hebben gekund. Ik moet er níét aan denken. Daarom begrijp ik zo goed dat families naar alle mazen in het net zoeken om hun ouders toch maar te bezoeken.”

Marleen Hout. beeld RD, Henk Visscher

Ondanks alle hectiek bent u ook nog druk voor Vox Jubilans. Wat maakt dat koor zo belangrijk?

„Zingen heeft mijn hart. Het is voor mij de ultieme ontspanning. En een uitlaatklep. In de achterliggende periode heb ik gemerkt dat zingen ook heel veel emotie bij me oproept. Vooral wanneer ik ernaar luister. Daar komt bij dat ik met het koor vergroeid ben geraakt. Toen ik zeven was, ging ik naar het kinderkoor; mijn vader naar het grote koor. Na verloop van een aantal jaren stapte ik over naar het jeugdkoor, vervolgens naar het grote koor.

Intussen zit ik alweer drie jaar in het bestuur. Dit jaar vieren we ons 75-jarig bestaan. Vox trad voor het eerst op bij de bevrijding op 5 mei. We hadden grote plannen, maar die dreigen nu in duigen te vallen. De dankdienst die we hadden georganiseerd is al afgelast.”

In het licht van corona erg betrekkelijk, toch?

„Inderdaad. Toch hoop ik dat we dit jaar, op wat voor wijze ook, nog wel een concert kunnen geven om dit jubileum te vieren.”

Lukt het nog om te zingen?

„Helaas reageert mijn stem sterk op spanning, dus het gaat nu lastig. Daaruit merk ik dat de hele situatie meer met me doet dan ik zelf besef. Ik zing nu vooral in m’n eentje, in de stilte van mijn auto. Meestal de liederen van onze jubileum-cd, waarvan Vox er een aantal heeft gezongen tijdens de rouwdienst van mijn vader. Die hebben daardoor voor mij nog meer betekenis gekregen. Bij bepaalde teksten word ik zo emotioneel dat ik niet verder kan.”

Wat doet deze tijd met uw eigen geestelijk leven?

„Dat is door het overlijden van mijn vader verdiept. De verwondering over Gods genade die ik bij hem zag, maakte ook bij mij de verwondering groter.

In de huidige situatie heb ik veel aan de bemoediging van Erwin. Zijn geestelijk leven is heel stabiel. Daarin is hij me tot een voorbeeld. We ervaren allebei heel sterk dat God ons persoonlijk en als samenleving in deze epidemie heeft stilgezet. We dachten alles te kunnen, maar één klein virus verandert een zelfverzekerde wereld in nietige mensen die angstig in hun huis zitten en zoeken naar houvast. We bidden dat we dat persoonlijk en als samenleving op de enige goede plek zoeken. Als christen zie je in alle ontreddering en de vele rampen die over de aarde gaan de tekenen van Jezus’ naderende wederkomst.”

Ziet u daarnaar uit?

„Zeker! Dan is er het volmaakte leven op de nieuwe aarde met Hem. Geen zonde meer, geen rouw, geen pijn. Tegelijk worstel ik vaak met mijn aards zijn. De kinderen van wie je geniet, zie je graag groot worden en gun je een goede toekomst, zonder al te veel zorgen.

Overigens zitten ook zij vol onzekerheid. Wat staat ons te wachten. Dat levert soms wel mooie gesprekken op. Voor die kostbare momenten zijn we heel dankbaar.”

Durft u zelf nog naar de toekomst te kijken?

„Ja, hoewel ook ik momenten van onzekerheid ken; net als zo veel anderen. Tegelijkertijd denk ik als arts. Het zal nog wel een paar maanden duren eer de grote golf van ernstig zieke mensen voorbij is en we zullen nog veel langer met dit virus moeten leven, maar ik verwacht dat op termijn een vaccin wordt gevonden.

Heb ik het mis, en de hele wereld stort in, dan weet ik gelukkig waar ons houvast ligt. Dat geeft me de moed om verder te gaan.”

Marleen Hout

Marleen Hout-Korevaar (1970) studeerde medicijnen in Leiden en specialiseerde zich in de verpleeghuisgeneeskunde. In 1998 werd ze verpleeghuisarts in het Rotterdamse Slingedael. Sinds 2006 werkt ze als specialist ouderengeneeskunde in het reformatorische verpleeghuis Salem in Ridderkerk en de daarmee samenwerkende huizen. Daarnaast is ze palliatief kaderarts en palliatief consulent. In 2003 trad ze in het huwelijk met Erwin Hout, directeur marketing bij BIS|Econocom, die op 18-jarige leeftijd door een duik in ondiep water een hoge dwarslaesie opliep. Ze kregen drie dochters, onder wie een tweeling. Het gezin is lid van de hervormde gemeente Singelkerk te Ridderkerk.