Leeuwenlucht jaagt konijn van dodenakker

Fotomontage van een konijn op Achterambacht bij een geurpaal op dezelfde begraafplaats. beeld RD, Henk Visscher

Overlast van konijnen op begraafplaatsen; veel gemeenten kampen ermee. De beesten knagen aan bloemen en planten, maken rommel op grafstenen en ondergraven zerken. Maatregelen leken niets uit te halen. Een bedrijf uit Rosmalen bedacht een oplossing: paaltjes die de haasachtigen de stuipen op het lijf jagen. Met de geur van bosbrand en leeuwenpoep.

Ze zijn dol op de bolletjes, niet zozeer op de bloemen, weet bezoeker P. Vos (96). „Denk aan krokusjes en narcissen.” Samen met zijn schoonzoon D. Barendse (66) loopt hij op de begraafplaats Achterambacht van het Zuid-Hollandse dorp Hendrik-Ido-Ambacht richting het toegangshek.

Zojuist hebben zij de graven van Vos’ vrouw en dochter –de schoonmoeder en de echtgenote van Barendse– bezocht. Het kerkhof waar hun dierbaren liggen, is een van de vele begraafplaatsen waar konijnen al jaren een ware plaag vormen. Barendse: „Wij hebben weleens gezien dat plantjes op het graf naast mijn vrouw waren uitgetrokken en aangevreten. Alles lag omver.”

Ze proberen de op buit beluste dieren te slim af te zijn. „Wij zetten planten in zware potten. Het geeft een heel vervelend gevoel als je ’s avonds een potje neerzet, en je de volgende dag een bende aantreft. Normaal hebben we er weken plezier van.”

Pijn

De konijnen komen vanuit het naastgelegen Sandelingenpark, wijst Vos. „Daar leven ze in vrijheid, maar ja: ze hebben geen erg in de grens tussen het park en de begraafplaats. En ze weten dat hier wat te halen valt.” Zelf zien ze de diertjes nooit. Barendse: „Ze komen meestal in de avond tevoorschijn. Ze zijn schuw, hè.”

R. Bezemer (53) verzorgt deze donderdagochtend de graven van haar man, vader en schoonvader. Zoals elke week. Ze wijst naar het graf van haar man. „Hier ligt altijd een krans in de vorm van een hart, vol kunstroosjes. Ik heb een paar keer meegemaakt dat konijnen die eruit hadden gebeten. Dat doet mij zeer.”

Ze hoopt tenminste dat het inderdaad konijnen geweest zijn. „Waarschijnlijk wel, maar het doet toch pijn. En ik blijf een beetje bang dat mensen het gedaan hebben.”

Vrienden van haar man hadden eens een potje chrysanten op het graf gezet. Dat gebeurt nu niet meer. „De konijnen hebben ze opgegeten. Na zoiets weet je dat je zulke plantjes hier niet moet neerzetten.”

De vetplantjes die ze al pratend in de grond stopt, hebben niets van de knagende diertjes te vrezen. „Daar zitten ze niet aan, weet ik na vier jaar.”

Emotionele schade

De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht liet de zich rap voortplantende zoogdieren niet ongemoeid. „De konijnen veroorzaken al jaren extreme overlast en schade”, verklaart groenbeheerder Bas Groeneveld. „Ze knagen aan vaste planten en bloemstukken en graven holen rondom de grafzerken. Dat laatste zorgt voor verzakkingen. Daarnaast veroorzaken ze emotionele schade bij nabestaanden.”

In voorgaande jaren vond de gemeente na onderzoek het afschieten van de beesten de meest passende methode. Dit dunde de populatie behoorlijk uit. Het leidde echter ook tot protesten van dierenliefhebbers. Sinds kort probeert de gemeente een diervriendelijkere manier uit, met de geurpalen op de begraafplaatsen Waalhof en Achterambacht.

Leeuwenpoep

De gemeente kocht die palen bij Rail Road Systems (RRS) in Rosmalen. Dit bedrijf verkoopt, evenals de andere hoofddealers Altena Infra Materialen in Kampen en ProTanks in Rotterdam, het biologisch afbreekbare middel dat in deze geurpalen zit: tupoleum. „Rond 2011 heeft een Duitse hoogleraar dit in opdracht van T&F Handelsonderneming in het Brabantse Oosteind ontwikkeld”, zegt mede-eigenaar van RRS Patrick Steijger.

Het goedje bestaat uit etherische oliën, zeventien kruiden, gedestilleerd water en vloeibare zeep. Steijger: „Deze geurmix bootst de lucht van bosbrand en leeuwenpoep na.” Alle wild –niet alleen het konijn, maar ook de vos en het ree– voelt zich volgens Steijer door deze geur bedreigd en maakt zich uit de voeten.

Er zit overigens geen echte leeuwenpoep in, bekent hij. „We hadden Safaripark Beekse Bergen hiervoor benaderd, maar dat gebruikt de poep zelf al.” Ook bij andere Nederlandse dierentuinen ving het bedrijf bot. „En mest importeren vanuit het buitenland is wettelijk niet toegestaan. Maar nu lukt het ons om door gebruik van de oliën de geur te imiteren.”

RRS plaatst de geurpalen met tupoleum vooral langs het spoor. Hiermee jaagt ProRail konijnen weg die spoortaluds doorgraven. Daarnaast verkoopt RRS tupoleumpalen en -paaltjes in vijf verschillende soorten en maten aan de klanten, of dat nu gemeenten, waterschappen, bedrijven of particulieren zijn.

Onwelriekend

De grootste exemplaren verspreiden hun onwelriekende geur tot 30 meter in de rondte. Navullen met een halve liter à 35 euro dient volgens het bedrijf eens in de vier maanden te gebeuren: de olieachtige substantie verdampt langzaam. Mensen ruiken de geur enkel als ze zich naar de laag staande paaltjes toe buigen, en op de eerste dag na het verversen van het tupoleum.

Een van de eerste gemeenten die de geurpalen ook op begraafplaatsen inzetten, was Rijssen-Holten, in 2016. „Bij ons speelden de problemen al zo’n vijftien jaar op de oude gemeentelijke begraafplaats van Rijssen”, meldt technisch beheerder groen Frank Olde Hendrikman, medeverantwoordelijk voor het beheer van de begraafplaatsen in Rijssen-Holten.

De overlast bestond er vooral uit dat de konijnen gaten rondom en onder gedenkstenen groeven. „Dit gaf een erg storend beeld.”

Voorheen probeerde de gemeente de populatie konijnen uit te dunnen met behulp van fretten. Dit had niet het gewenste resultaat.

In 2016 zette de gemeente tupoleumpalen in tegen de overlast. Met succes. „Tegenwoordig staan de palen er niet meer, omdat het probleem hier is opgelost. Nu zijn ze op de oude gemeentelijke begraafplaats in Holten geplaatst. Wij moeten ze overigens ongeveer elke vijf weken bijvullen.”

Bij een bezoek aan de Rijssense dodenakker valt op dat er nog steeds grafzerken verzakt en scheef bij liggen en staan. Maar recente activiteiten van konijnen spelen hierbij niet langer een rol, stelt Olde Hendrikman. „De eigenaar van de gedenksteen is verantwoordelijk voor hoe de zerk erbij ligt of staat.”

Ingenomen

De kosten van de aanschaf vallen volgens woordvoerster Suzanne Plomp van de gemeente Rijssen-Holten erg mee. „In 2016 waren we 1000 euro kwijt voor de aanschaf van drie palen en het tupoleum, het jaar daarop betaalden we 210 euro aan enkel het bijvullen, en dit jaar zitten we op 420 euro.”

De gemeente laat weten ingenomen te zijn met de resultaten. Olde Hendrikman: „Wij hebben er erg goede resultaten mee bereikt en raden iedereen het middel aan.”

Rijssen-Holten liet zich ook tegenover Hendrik-Ido-Ambacht enthousiast uit over het middel. Dat gaf voor de Zuid-Hollandse gemeente mede de doorslag om eveneens de geurzuilen aan te schaffen.

Daar, op de begraafplaats Achterambacht, lijken de palen momenteel hun werk al te doen: de krans met roosjes op het graf van de echtgenoot van mevrouw Bezemer is onaangeroerd. „Als het inderdaad zou werken, zou ik daar wel blij mee zijn”, verzucht de Ambachtse.

Geen conclusies

Even verderop blijken de grafstenen van haar vader en schoonvader –ze overleden kort na elkaar en liggen naast elkaar begraven– onder het zand te zitten. Zorgvuldig veegt Bezemer het met haar handen weg. „Dit is niet spontaan gebeurd; ik maak de graven wekelijks schoon. Misschien staan de palen hier te ver vandaan.”

Groenbeheerder Bas Groeneveld van de gemeente durft zelf nog geen conclusies over de werking van de geurzuilen te trekken. „Ze staan er pas een paar weken. We kunnen dus niet zeggen of een eventuele vermindering van de schade hiervan het resultaat is. Over twee maanden beslissen we of we dit middel definitief gaan gebruiken.”