Hans en Maarten Kommers weten zich één in hun liefde voor de zending

Vader en zoon
Vader Hans en zoon Maarten Kommers verstaan elkaar zelfs zonder woorden. beeld Herman Stöver
3

Het gebeurt niet zo vaak dat Maarten Kommers zijn vader concreet om raad vraagt. Toch weet hij zich door hem gevormd. „Hij stuurt mij niet, maar op de achtergrond is hij altijd stimulerend aanwezig.”

Voor het interview is ds. Hans Kommers van Harderwijk naar Terschuur komen rijden. Daar staat het kantoor van OMF Nederland, de zendingsorganisatie waaraan zijn zoon leidinggeeft. Maarten vraagt drie minuten respijt, zodat hij nog even een boterham kan nuttigen. „Ren jezelf niet voorbij”, waarschuwt zijn vader.

Kommers senior groeide op in Gortel, waar zijn vader veertig jaar als hoofdonderwijzer de minischool ’t Mosterdzaadje diende en als voorganger de bijbehorende evangelisatiepost. „We kregen thuis liefde voor God en voor de kerk mee. Op vrijdagmiddag las mijn vader zijn leerlingen verhalen uit de kerkgeschiedenis voor, waaronder veel zendingsverhalen. Over Ludwig Nommenson, David Livingstone... Vooral die raakten me. Toen ik jaren later zelf in Afrika werkte, ben ik in Malawi de sporen van Livingstone nagegaan en vond ik zelfs de boom waaronder hij preekte. Nommensen kwam ik weer tegen tijdens mijn promotiestudie over de opwekking in het Wuppertal. Hij heeft gestudeerd in Barmen en wist zich verbonden met de piëtistische beweging in en rond Elberfeld.”

Persoonlijk geroepen

Het was voor de zendingspredikant vanzelfsprekend dat hij de liefde voor het werk in Gods wijngaard aan zijn kinderen doorgaf. „In Kenia waren ze er allemaal heel direct bij betrokken. Na onze terugkeer in Nederland werd dat niet anders.”

Vier van de zeven gingen uit voor de zending. Niet als vrucht van wat ze thuis hadden gezien en gehoord, benadrukt ds. Kommers. „Dat is te weinig. Ze wisten zich persoonlijk geroepen. Daar gaat het uiteindelijk om. Wij zeggen altijd: „We hebben er zeven in de zending.” Ook de kinderen die in Nederland bleven, zijn actief in het kerkelijk leven. Het is altijd onze grootste wens geweest dat ze de Heere zouden gaan dienen. Waar op de wereld dat gebeurt, is niet zo belangrijk.”

Maarten was 2 jaar toen zijn ouders naar Kenia verhuisden. „Als ik terugkijk op mijn jeugd realiseer ik me dat de jaren daar een stempel hebben gezet op ons allemaal. Het was een ongedurig bestaan en tegelijk heel beschermd. Mijn ouders waren er altijd. Dat gaf rust en stabiliteit.” De dagelijkse gesprekken over het zendingswerk ervoer hij nooit als drukkend. „Waarschijnlijk omdat mijn ouders ons nooit hebben gepusht ook de zending in te gaan. Ze stimuleerden het kiezen van een studie die bij ons paste. Wel merkte je hoezeer de zending hun hart had. Er werd altijd met een zekere urgentie over gesproken. Hoe komt het toch dat niet meer mensen zich druk maken over het heil van hun verre naaste?”

Beschikbaar

Tijdens een stage in de Filipijnen, onder de paraplu van OMF, ontstond ook bij hem het verlangen om uit te gaan. „Ik heb tegen God mogen zeggen dat ik beschikbaar was, zonder dat ik wist hoe of waar dat zou zijn.” Zijn ouders keken er niet vreemd van op toen ze hoorden dat Maarten en zijn vrouw Arine zich hadden aangemeld bij de zendingsorganisatie GZB, hoewel ze daarover niets hadden gezegd. „Dat stak ons geen moment. Veel belangrijker is dat ze er samen met God over hadden gesproken. We waren heel dankbaar dat Hij hun op die weg had geleid.”

De ontwikkeling van zijn zoon bleef vader Kommers met belangstelling volgen. „Mijn vrouw en ik zijn een paar keer op bezoek geweest in Peru. Ik vond dat Maarten het werk op een mooie manier deed. Rustig en weloverwogen, samen met de lokale bevolking. Dat heb ik zelf ook geprobeerd in Kenia en Mozambique, maar in die tijd werd er nog hoog tegen een blanke opgekeken.”

„Ook de visie op de rol van zendelingen is veranderd”, vult Maarten aan. „In de zending vanuit het Westen was er sprake van een sterk superioriteitsdenken. Dat bestaat nog steeds, maar de bewustwording is toegenomen. Er wordt nu in het voorbereidingstraject concreet voor gewaarschuwd.”

Meeleven en meebidden

De directeur van OMF Nederland kan zich niet herinneren dat hij zijn vader ooit concreet om raad heeft gevraagd over een bepaalde kwestie. „Er is altijd meer een impliciete beïnvloeding geweest. We begrijpen elkaar zonder woorden en ik ervaar herkenning en erkenning als ik wat met hem deel. Die ondersteuning vind ik heel waardevol. Als ik eens met vragen loop, geeft mijn vader verstandige adviezen, maar komt hij nooit met kant-en-klare antwoorden. De keuzes die je maakt, moeten van jezelf zijn, dat realiseert hij zich goed. Daarom stuurt hij niet, maar op de achtergrond is hij altijd stimulerend aanwezig.”

Naast de overtuiging dat deze houding ouders past ten opzichte van volwassen kinderen, speelde voor vader Kommers mee dat hij bij de GZB niet de indruk wilde wekken zijn zoon te beïnvloeden. „Wel probeerden we dagelijks met de kinderen op het zendingsveld mee te leven en mee te bidden, er tijdens perioden van verlof voor hen te zijn en hen zo nu en dan te bezoeken om een beeld te krijgen van hun werk.”

Valkuil

Bij de overstap van zijn zoon naar OMF had de emeritus predikant uit Harderwijk geen moment zijn vragen. Integendeel. „Als hervormden kenden we destijds alleen de GZB, maar op het zendingsveld kwam ik met tal van andere organisaties in contact. Een van onze beste vrienden was een Engelse predikant van de Africa Inland Mission. Het mooie van organisaties als OMF vind ik de gerichtheid op de wederkomst van Christus. Tot die dag moeten mensen bekend worden gemaakt met het Evangelie van Jezus Christus. Die passie spreekt me erg aan.”

Een valkuil voor Maarten is volgens Kommers zijn uiterst consciëntieuze houding. „Hij wil alles perfect doen, vanuit een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Dat kan op hem drukken. Soms denk ik: jongen, werp het op God.”

Zijn zoon knikt. „Het is voor mij zoeken naar de goede balans tussen mijn verantwoordelijkheden en dat wat ik aankan. Daarin zou ik wat meer van mijn vader moeten hebben. Ook hij beseft zijn verantwoordelijkheid, elke zondag zag ik hem met een zekere aarzeling de kansel op gaan, maar tegelijk heeft hij een basale ontspannenheid. Daarin speelt ook zijn karakter een rol. Als we een spelletje doen, is de gezelligheid voor hem voldoende. Ik wil winnen; dat heb ik van mijn moeder. Mijn vader weet goed wat hij wil, maar uit dat minder. Daarin is hij echt een Veluwenaar.”

Als Kommers zijn zoon een advies zou moeten geven, is het de raad om rust te blijven vinden in God. „Dan zal Hij het maken. Ook binnen de kerk en de zending kun je je verliezen in je werk. Belangrijk is dat we tijd nemen om te putten uit de bron: het Woord. En voor gebed. Van Hudson Taylor is bekend dat de zon niet opging boven China of hij vond hem biddend voor het Chinese volk. Praat veel met God!”

Maarten heeft omgekeerd ook een advies voor zijn vader. „Investeer veel tijd in de kleinkinderen. Voor kinderen is het soms lastig om dingen te delen met hun ouders. Vaak gaat dat gemakkelijker met grootouders. Die spelen een grote rol in de geloofsontwikkeling van kinderen, weet ik uit eigen ervaring. Daarom is mijn oproep aan alle opa’s en oma’s: spreek veel over de Heere God met je kleinkinderen.”

„Een goed advies”, beaamt zijn vader. „Een héél goed advies!”

Dr. Hans Kommers

Dr. Hans Kommers (Gortel, 1947) werd in 1976 hervormd predikant te Neerlangbroek. Daarna was hij zendingspredikant voor de GZB in Kenia (1980) en predikant in Papendrecht (1987) en IJsselstein (1996). In 2000 werd hij door de GZB uitgezonden naar Mozambique. Van 2007 tot zijn emeritaat diende hij de hervormde gemeente in Lelystad. In 2005 promoveerde hij aan de theologische faculteit te Potchefstroom (Zuid-Afrika) op een dissertatie over drie spilfiguren in de opwekking in het Duitse Wuppertal. Sinds 2011 is hij buitengewoon hoogleraar in Potchefstroom voor missionair en homiletisch onderzoek. Hans Kommers is gehuwd met Aly Visser. Het echtpaar uit Harderwijk heeft 7 kinderen en 26 kleinkinderen.

Ir. Maarten Kommers

Ir. Maarten Kommers (Leiderdorp, 1978) studeerde tropische landbouw in Deventer en biologische landbouw in Wageningen. Van 2008 tot 2016 was hij voor de GZB werkzaam in Peru, waar hij betrokken was bij het toerustingswerk van de Presbyteriaanse Kerk. Sinds 2017 is hij directeur van de Nederlandse tak van de Overseas Missionary Fellowship (OMF), die zich richt op zending onder volken in Oost-Azië. Maarten Kommers is gehuwd met Arine van de Kamp. Het echtpaar uit Woudenberg heeft vijf kinderen.

Zomerserie Vader en zoon

Deel 1: dr. Hans en ir. Maarten Kommers. Volgende week vrijdag vader Arjan en zoon Matthijs Breukhoven.