Gave biedt vluchteling 25 jaar gastvrij onthaal

Bijbelstudie met asielzoekers in een voormalige marinekapel in Katwijk.beeld Sjaak Verboom
3

Vluchtelingen gastvrij ontvangen en Gods liefde met hen delen. Dat is het doel van stichting Gave, die 25 jaar bestaat. Naast het toerusten van kerkelijke vrijwilligers verwelkomt Gave zelf asielzoekers en statushouders tijdens diverse activiteiten, van jongerenkampen tot huwelijksconferenties. Drie ervaringen.

Mushtaq, Masara en Mina. beeld RD, Henk Visscher

„De keus was: moslim worden of elke maand veel geld betalen”

Naam: Masara en Mushtaq

Afkomstig uit: Irak

In Nederland sinds: 2008 en 2013

Ze komen beiden uit Irak, maar leerden elkaar pas in Nederland kennen. In 2016 trouwden Mushtaq (34) en Masara (30), inmiddels ouders van Mina, die bijna drie jaar wordt. Ze vinden het belangrijk in hun relatie te investeren. Daarom namen ze twee keer deel aan een huwelijksconferentie van stichting Gave voor Arabischtaligen.

De oorlog in Irak was voor beiden reden hun land te ontvluchten. Masara, afkomstig uit de Iraakse hoofdstad Bagdad, vroeg in 2008 met een broer in Nederland asiel aan, hun ouders volgden een jaar later. Na een jaar in azc’s in Oude Pekela en Delfzijl te hebben gewoond, kregen ze een verblijfsvergunning en een woning in Sittard. „Mijn hele familie woont in Limburg”, zegt Masara.

Mushtaq, opgegroeid in Mosul, kwam in 2013 naar Nederland, samen met zijn moeder en jongere zus. Zijn vader was al eerder gevlucht. Direct na aankomst kreeg Mushtaq een verblijfsvergunning. Daarna woonde hij nog een jaar in een azc, voordat hij een woning kreeg in Amersfoort.

De Irakees had het verlangen om te trouwen. „Kennissen zeiden tegen me: Wij weten een goede vrouw voor je.” Ze brachten hem in contact met Masara. Het klikte meteen. „We hebben dezelfde cultuur en hetzelfde geloof”, zegt Masara. Zo’n 250 gasten woonden in de zomer van 2016 de bruiloft bij. De kerkelijke bevestiging had plaats in een Syrisch-orthodox klooster in het Twentse Losser.

Aanslag door IS

In het dagelijks leven is het echtpaar drukbezet. Mushtaq heeft een fulltimebaan bij een metaalfabriek, Masara werkt 24 uur per week bij een thuiszorginstelling. Kerkelijk zijn ze betrokken bij Oase, een ICF-gemeente (International Christian Fellowship) in Amersfoort. De diensten zijn tweetalig: Nederlands en Arabisch. „Ik was nog nooit eerder in een protestantse kerk geweest”, zegt Mushtaq, die opgroeide in een orthodox gezin. „In Irak heb je bijna geen protestanten.”

Ook voor Masara, van huis uit eveneens orthodox, was de protestants-christelijke wereld onbekend. „Maar het is voor ons niet belangrijk of je orthodox, katholiek of protestants bent. Wij willen luisteren naar het Woord van Jezus.” Mushtaq: „Toen we bij Oase kwamen, voelden we ons daar al snel thuis. We komen er drie keer per week. Op zondag gaan we naar de dienst en door de week bezoeken we op een avond een Bijbelstudie en een cursus, zoals de Alpha-cursus.”

Het echtpaar is blij dat het in vrijheid naar de kerk kan gaan. In Mosul ondervond Mushtaq veel problemen met moslims. „Na de val van Saddam Hussein in 2003 had je als christen twee mogelijkheden: moslim worden of elke maand heel veel geld betalen aan islamitische groepen.”

Christenen in Irak hebben het al jaren moeilijk, geeft Masara aan. Op haar telefoon laat ze beelden zien van de Sayidat al-Nejatkerk in Bagdad, waar in oktober 2010 bij een aanslag door IS tientallen christenen om het leven kwamen. „Ook twee predikanten kwamen die dag om, onder wie een neef van mij.”

Bij Oase hoorden Mushtaq en Masara van de Gave-huwelijksconferentie voor Arabischtaligen die jaarlijks wordt georganiseerd. Doel daarvan is dat echtparen in een nieuwe cultuur hun huwelijk „verrassend en goed” houden. In 2017 en 2018 namen ze hieraan deel. Aan de hand van video’s en spelopdrachten kwamen diverse thema’s aan de orde.

Masara: „Dit hielp ons om ons huwelijk sterker te maken. Ik heb bijvoorbeeld geleerd dat mannen op een andere manier denken dan vrouwen. Als Mushtaq thuiskomt uit zijn werk, moet ik niet direct allemaal vragen gaan stellen, maar hem even rustig laten zitten. We leerden ook hoe je goed naar elkaar kunt luisteren.”

Mushtaq: „Als we een probleem hebben, moeten we niet tegen elkaar gaan schreeuwen waar ons zoontje bij is, maar het op een ander moment bespreken. Het was mooi om te leren van de ervaringen van andere echtparen die al veel langer dan wij getrouwd zijn, soms al dertig jaar.” Ook van het belang van gezamenlijk gebed werden ze zich door de huwelijksconferenties meer bewust. Mushtaq: „We bidden nu vaker samen dan toen we net getrouwd waren.”

Video

Het document kan niet getoond worden, omdat het mogelijk is dat het cookies plaatst die volgens uw cookie-instellingen niet toegestaan zijn.
Sta alle cookies toe om het document te tonen en ververs dan de pagina.

„Ik kende de taal niet en miste mijn familie en vrienden”

Naam: Mobina

Afkomstig uit: Iran

In Nederland sinds: 2018

Film en fotogratie. Die zaken hebben het hart van Mobina, die eind deze maand achttien jaar wordt. In de Iraanse hoofdstad Teheran volgde ze hiervoor een opleiding. „Ik was altijd met camera’s bezig.” Daarmee ging ze in het voetspoor van haar ouders, die in dezelfde branche werkten.

Eind 2018 komt Mobina met haar ouders en broer voor een korte vakantie naar Nederland, na het overlijden van haar opa. Eenmaal hier, blijken ze niet terug te kunnen. „Mijn vader vertelde dat hij problemen had met het regime. Ik was heel verdrietig, want ik had van niemand afscheid kunnen nemen en had hier geen familie en vrienden. Ineens zat ik in een land met een vreemde taal, terwijl ik ook geen Engels sprak. Het was een groot probleem voor mij”, vertelt Mobina, die zich inmiddels prima in het Nederlands kan redden.

Ze vertelt haar verhaal in het House of Joy van stichting Gave, op loopafstand van het azc in Luttelgeest. Via een leeftijdgenoot in het azc komt Mobina voor het eerst in deze ontmoetingsruimte terecht. „Een Iraans meisje nodigde me uit voor een meidenavond in het House of Joy.” Met haar ouders gaat Mobina, van huis uit moslim, er ook een Alpha-cursus volgen. „Dan waren we even weg uit het azc, waar we ons verveelden.” Al snel raakt Mobina geboeid door het christelijk geloof. „We kregen veel informatie over Jezus, wat Hij voor ons heeft gedaan. Als de les was afgelopen, keken we alweer uit naar de volgende keer.”

Een vrijwilliger vraagt Mobina, die in Emmeloord in een internationale schakelklas zit, of ze interesse heeft in een intercultureel jongerenkamp van Gave. „Ik zei: „Ja natuurlijk, waarom niet?” Maar ik vond het wel spannend, vooral vanwege de taal.” In de zomer van 2019 neemt ze deel aan het Gave-kamp in Lunteren. Een van de leiders is Arianne Stroober (27) uit Middelharnis, die voor het interview ook is aangeschoven in het House of Joy. „Er waren zo’n vijftig deelnemers aan het kamp, met wie je niet allemaal contact kunt hebben. Maar Mobina viel me meteen op. Ze zag er stoer uit, maar ik vond haar lach niet echt. Ik heb God gebeden of ik een ontmoeting met haar mocht hebben”, vertelt Arianne.

Arianne Stroober en de Iraanse Mobina. beeld RD, Henk Visscher

Bijbelstudie

De ochtenden staan voor een groot deel in het teken van Bijbelstudie. Mobina vindt het interessant. „Ik kon al mijn vragen stellen.” Arianne: „Mobina zat niet in mijn groepje, maar woensdag sprak ik haar tijdens het avondeten. Op een gegeven moment zei ze: „God luistert niet naar mij.” Ik zag de pijn in haar ogen en heb alleen een arm om haar schouder gedaan. Later die avond bad ik of ik een keer verder met haar mocht praten.”

Donderdagavond treffen de twee elkaar opnieuw bij een kampvuur. Arianne: „Mobina vertelde me over de moeilijke dingen in haar leven. Ik heb toen gezegd dat in de Bijbel niet staat dat je als christen een leuk leven zult hebben, maar dat het erom gaat of je oog gericht is op Jezus. Ik vroeg haar: „Sta je met je rug naar Hem toe of is jouw oog ook op Hem gericht?”” Mobina zal die ontmoeting niet snel vergeten. „We hebben twee tot drie uur bij het kampvuur zitten praten. „Jezus wacht op jou”, zei Arianne.”

Na het gesprek merkt Mobina dat haar boosheid naar God verdwenen is. Arianne: „Toen je de volgende ochtend het kamphuis binnenliep, zag je er zo gelukkig uit. Ik kon zien dat er een last van je af gevallen was.” Mobina knikt. „Ik wist niet goed hoe het kwam, maar ik was heel blij.”

Na het Gave-kamp houden Arianne en Mobina contact via sociale media. „We wonen ver bij elkaar vandaan, maar in gebed leef ik met Mobina mee, in het besef dat er nu andere mensen voor haar klaarstaan.” Op zondag bezoekt Mobina een Iraanse of internationale kerkdienst in Kampen. Ze wil zich in de toekomst graag laten dopen. „Maar ik wil eerst nog veel meer over de Bijbel leren. Elke dag lees ik erin. Ik ken een Iraanse vrouw die ik altijd kan bellen en appen als ik vragen heb. Zij vertelt me waar ik in de Bijbel het antwoord kan vinden. Een mooi Bijbelvers vind ik dat waarin staat dat de laatsten de eersten zullen zijn. Ik hoorde ook bij de laatsten, maar heb nu een nieuw leven gevonden.”

2020-03-21-BIN12-vluchtelingblok-5-FC_web„Bezoek vluchteling niet, stuur vaker een appje”

„Fijn om even weg te zijn uit azc tijdens Moeder-en-Kindweekend”

Naam: Maryam

Afkomstig uit: Iran

In Nederland sinds: 2010

Ze woonde negen jaar in diverse asielzoekerscentra. In die tijd vormde het jaarlijkse Moeder-en-Kindweekend van stichting Gave een welkome afwisseling voor Maryam en haar nu achtjarige zoon. Sinds november hebben ze een woning in Amersfoort.

Maryam groeit op in een islamitisch gezin in Iran. Rond haar twintigste neemt ze afstand van deze godsdienst. „De islam zegt altijd: Je moet dit, je moet dat. Vrouwen zijn op straat bijvoorbeeld verplicht een hoofddoek te dragen, omdat anderen hun haar niet mogen zien. Als je je niet aan de regels van de islam houdt, krijg je straf.”

In 2010 vlucht ze naar Nederland. „Ik wilde vrij zijn, zonder geloof leven.” Nadat ze in het aanmeldcentrum voor asielzoekers in Ter Apel is geweest, komt ze in diverse azc’s terecht. In het azc in Dordrecht krijgt ze contact met een Iraanse vrouw die christen is. „Zij nodigde me uit voor de kerk en een Bijbelstudie, maar ik wilde daar niet naartoe. Mijn vriendin zei: „Je hoeft geen christen te worden, kom alleen kijken en luisteren.” Ik ben toen een paar keer naar de Bijbelstudie geweest, maar vond het raar dat ze steeds gingen bidden.”

Gedoopt

Later gaat Maryam toch weer een Bijbelstudie in haar eigen taal, het Farsi, volgen. Gaandeweg ontdekt ze dat het christelijk geloof totaal anders is dan de islam. „Jezus is nu heel belangrijk voor mij, en de Bijbel ook. Ik wil geen fouten maken, maar doe toch elke dag zonde. Dan praat ik met God: „Vergeef mij.” Ik weet nu dat God dat doet. Dat is een groot verschil met wat ik vroeger in de islam hoorde.”

Terugkijkend zegt Maryam: „Het was alsof ik door een onzichtbare hand naar Jezus werd geduwd. Toen ik op een ochtend wakker werd, wist ik: ik ben christen.” In juli 2011 wordt ze in een evangelische gemeente gedoopt. Ze staat op en laat haar doopcertificaat zien. Bovenaan staat een tekst uit 2 Korinthe 5: „Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.”

Op de dag van haar doop is Maryam in verwachting; haar relatie is dan al stukgelopen. Direct na de geboorte van haar zoon moet deze aan de beademingsapparatuur. „De dokter zei: „Misschien blijft hij leven, misschien niet.” Ik heb de hele nacht gehuild en gebeden: „U kunt helpen, U kunt hem genezen.” Daarna ging hij zelf ademen. Dat was een wonder. Ik ben God heel dankbaar dat ik Hem kort daarvoor had leren kennen. Anders had ik in het ziekenhuis niet kunnen bidden voor mijn zoon.”

Na de geboorte van haar zoon verblijft Maryam nog jaren in azc’s in Utrecht en Amersfoort. Ze heeft weinig privacy en moet de keuken, en soms ook douche en toilet, met andere asielzoekers delen. Geregeld krijgt ze bezoek van Willemijn Vlot, medewerker van stichting Gave. Zij brengt Maryam in contact met een vrijwilliger die haar geregeld bezoekt. Ook nodigt ze de Iraanse in 2014 uit voor het Moeder-en-Kindweekend van Gave. Later bezoekt Maryam deze weekenden voor alleenstaande moeders met jonge kinderen nog drie keer. „Het voelde steeds als een korte vakantie. Er waren allemaal aardige en vrolijke mensen. Elke dag gingen we Bijbellezen en bidden. We leerden meer over Jezus. En er waren leuke activiteiten voor de moeders en voor de kinderen, zoals muziek en dans. Het was fijn om even weg te zijn uit het azc.”

Sinds november is het leven in een azc voor Maryam verleden tijd. Ze is blij met haar huis in Amersfoort. Naast drie reguliere taallessen bezoekt ze wekelijks een taalcafé en een taalgroep van Grace Church, een internationale gemeente, in haar woonplaats. „Bij Grace Church doen we eerst Bijbelstudie en daarna oefenen we in groepjes de taal. Lezen en schrijven gaat goed, maar praten vind ik nog moeilijk. Ik kan niet goed zinnen maken, maar mensen snappen mij wel.” Ook gaat Maryam één keer per week sporten. Op zondag bezoekt ze de evangelische Rafaëlgemeente of een kerk dichter bij huis.

Maryam denkt erover een opleiding maatschappelijk werk te gaan doen. Maar voorlopig is ze nog druk met de voorbereiding op haar taal- en inburgeringsexamen. „Daarna kijk ik wel verder.”