Ds. P. Vermaat: De laatste reis moet worden voorbereid

Senioren
Ds. P. Vermaat. beeld RD, Anton Dommerholt
3

Scherp herinnert ds. P. Vermaat zich een van zijn gemeenteleden in Maassluis. Vanaf zijn kamer in een zorgcentrum, achthoog, had hij uitzicht over de Waterweg. Maar hij had ook uitzicht op een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Achterin zijn Bijbel had hij geschreven: „Op 17 februari 1991 las ik deze Bijbel voor de dertiende keer uit.”

Ds. Vermaat uit Veenendaal, emeritus predikant van de Protestantse Kerk in Nederland, heeft deze man begraven. Die begrafenis was er een van de ongeveer 1100 die de predikant heeft geleid. Van elke begrafenis schreef hij in zijn agenda een paar bijzonderheden op: de naam, de datum, de leeftijd en de Bijbeltekst waarover hij gesproken heeft. Al die agenda’s heeft hij bewaard. „Als ik erin blader, komen die mensen weer in mijn herinnering, zoals ook deze oude man in Maassluis. Hij zag uit naar de vervulling van alles wat God hem had beloofd. Zijn kinderen wisten waar zijn laatste reis naartoe was, want hij had in zijn leven gesproken over zijn hoop, zijn verwachting en zijn uitzien.”

De mens is geschapen om te leven, niet om te sterven, zegt ds. Vermaat. „De dood is de koning der verschrikking, die hoort niet bij het leven. Toch is de eeuwigheid onze eindbestemming. De Engelse dichter Isaäc Watts schreef: „De tijd draagt alle mensen voort, op zijn gestage stroom, ze zijn als gras, door zon verdord, vervluchtigd als een droom.” We weten dat we sterven moeten, allemaal, en toch heeft 80 procent van de mensen er niets voor geregeld. Dat zouden we zeker als christenen anders moeten gaan doen.”

Het is Bijbels om praktisch na te denken over zaken die rond het levenseinde geregeld moeten worden, zegt ds. Vermaat. Paulus deed dat ook. „In zijn brief aan Timóthéus schrijft hij bijvoorbeeld dat de tijd van zijn ontbinding aanstaande is, dat hij de goede strijd gestreden heeft, de loop beëindigd en het geloof behouden heeft. Hij heeft uitzicht op de eeuwigheid. En opeens zegt hij tegen Timóthéus: „O ja, breng mijn jas mee, als je komt, want het wordt koud. En trouwens, breng mijn boeken ook mee, als je wilt, want ik heb weinig meer om te lezen.” Paulus is bezig met de tijd van zijn heengaan, maar hij vergeet de dagelijkse dingen niet.”

Een mens geeft huid voor huid voor het léven.

„Mag toch? Je mag toch van het leven houden? Heb het leven lief, zegt de Prediker: „Geniet het leven met de vrouw die gij liefhebt.” Calvijn zegt dat ook: Geniet van het goede dat God ons geeft, maar wees ook bereid om te sterven, want één ding is maar nodig. Luther genoot ook van het leven. Na de rijksdag in Worms, waar hij gezegd had: „Hier sta ik, ik kan niet anders, God helpe mij”, zei hij in het rijtuig op de terugweg: „En nu een pot bier.”

Ds. Vermaat staat op, pakt uit de krantenbak het aprilmagazine van de KBO-PCOB, de grootste seniorenorganisatie van Nederland. Het blad staat in het teken van ”Leven en Dood”. „Kijk, hier staat het. Wat zijn de belangrijkste dingen waarmee ouderen zich bezighouden? De meesten hopen helder van geest te blijven, hopen hun leven in dankbaarheid te kunnen afsluiten, hopen dat ze geen pijn krijgen en dat ze zelf de regie over het levenseinde kunnen houden. Dat is het dan. Het is goed dat dit seniorenblad stilstaat bij het levenseinde, maar ik mis er zo de eeuwigheidsbestemming van de mens in. We zijn op reis naar de eeuwigheid, maar we willen het daar niet over hebben. Alle mensen zijn geneigd dat uit hun leven weg te drukken.”

De mens wil dus ook bij het levenseinde de regie in eigen hand houden.

„We willen bij de geboorte alles al zelf bepalen, zelf regelen of we een jongetje of een meisjes krijgen, en welke kleur ogen het kind moet hebben. Zo willen we ook zelf bepalen hoe we aan ons einde komen. Dan is God niet meer in beeld.”

Over de dood hebben we geen zeggenschap. Met de voltooid-leven-optie kunnen we tenminste nog iets naar onze hand zetten.

„Onze tijden zijn in Gods hand. Maar we nemen de tijden liever in eigen hand, alsof onze tijd maakbaar is. De samenleving moet maakbaar zijn, het levensbegin en het levenseinde moeten maakbaar zijn. Maar onze Schepper is Degene Die het leven geeft en weer nemen mag.”

Ds. Vermaat herinnert zich een man in Vlaardingen, die op hoge leeftijd was gekomen. „Hij was ervan overtuigd dat hij de wederkomst nog zou meemaken. Iedere ochtend schoof hij het gordijn van zijn slaapkamer open, keek hij naar buiten, en zei dan: „O, vandaag komt Hij dus nog niet.” Hij heeft de wederkomst niet meegemaakt, maar hij leefde er wel dichtbij. Boven zijn bed hing een schilderij van een herder met zijn schapen. Dat was voor hem het beeld van de goede Herder, Die voor Zijn schapen zorgt. Hij sliep onder de hoede van deze goede Herder. Zo ging hij de eeuwigheid tegemoet. Hij wist dat hij sterven moest, en hij wist ook waar hij heenging.”

”Voorbereiding voor de laatste reis” (Zoetermeer, 2013) is de titel van een van de boekjes die ds. Vermaat schreef over het levenseinde. De korte samenvatting ervan is: „Maak tijd voor de eeuwigheid.” De laatste reis moet voorbereid worden, allereerst in geestelijk opzicht door over het sterven na te denken, maar ook praktisch, door de laatste wensen kenbaar te maken over wel of geen verblijf in een hospice, over bankgegevens en financiële afwikkelingen, door in een testament aan te geven hoe allerlei zaken geregeld moeten worden, hoe het rouwbericht moet worden opgesteld, hoe de begrafenis verlopen moet en of je wel of geen bloemen wil. „En laat je nabestaanden ook niet in verwarring achter waar de wachtwoorden en gebruikersnamen zijn van allerlei sociale media. Onze nabestaanden moeten die weten. Wachtwoorden en gebruikersnamen verdienen eenzelfde zorgvuldige bewaarplaats als onze huissleutels.”

Stel deze dingen niet uit. Dat is de goede raad van ds. Vermaat. „De Bijbel zegt: „Bereid uw huis.” „Mijn grootmoeder had in de kamer een linnenkast staan. Als jongetje zag ik daarin eens een speciaal wit hemd liggen. Ik vroeg aan mijn moeder: „Wat is dát nu toch?” Het bleek het doodshemd van oma te zijn. Dat lag al jaren klaar. Zo deden de mensen het vroeger. Ze hadden erover nagedacht: Ik ben eens geboren, maar ik moet ook eens sterven.”

De moderne mens weet geen raad met de dood en wil uit het leven halen wat erin zit. Hij zegt: Yolo. You only live once. Je leeft maar één keer. „Dat is dus niet waar”, zegt ds. Vermaat. „Je leeft niet maar één keer. Al onze namen worden bewaard in het boek dat bij God ligt opengeslagen. Na dit leven wacht een ander leven, de eeuwigheid. En ieder die weet dat Christus tot verzoening voor zijn zonden gestorven is, zal eeuwig leven. Want wie in Hem gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven.”

„De boodschap is: Bereid uw huis”

In het centrum van Groot-Ammers woont mevrouw C. J. Quist-van Noort. Ze weet hoe eindig het leven kan zijn. Een halfjaar geleden overleed haar man, ds. L. Quist, emeritus predikant in de Protestantse Kerk in Nederland.

Het gemis is groot, het heimwee schrijnt, maar ze is goedsmoeds. „Het is goed wat de Heere doet. Mijn man heeft z’n wens verkregen. Wat zou ik klagen?”

Ds. Quist diende de gemeenten Molenaarsgraaf, Opheusden, Middelharnis, Bruchem-Kerkwijk-Delwijnen en Moordrecht. In Moordrecht kreeg hij in 1994 een hartinfarct, waarna hij met emeritaat ging. Daarna verleende hij in Spijk en Opheusden nog bijstand in het pastoraat.

„In juli 2018 werd mijn man ziek. Op 24 oktober is hij overleden. Een maand voor zijn overlijden wist hij zich op een nacht zeer vertroost door de woorden: „Zo laat Gij Heere, Uw knecht, naar ’t woord hem toegezegd, thans henengaan in vrede.” Hij mocht getuigen van de hoop die in hem was. We kregen kracht van Boven om samen het laatste stukje te gaan.”

We wisten natuurlijk dat ons leven een keer uit elkaar zou raken, zegt mevrouw Quist. „Mijn man was best gesloten, soms ook een tikkeltje zwaarmoedig. Hij was altijd maar bang voor een maakbaar en een verondersteld geloof, want genade moest wel van de andere zijde komen. We hebben samen over al die dingen nog kunnen praten. We wisten van elkaar wat we weten moesten.”

Op een salontafeltje staat het portret van ds. Quist. Aan de muur hangt hun trouwfoto. „Na de begrafenis heb ik zoveel steun van Boven gekregen, zoveel liefde van de mensen. De Heere is goed.”

Nu ben ik alleen, zegt ze. „Het wordt gaandeweg stiller, maar ik doe zelf ook nog graag een bezoekje: bij vrienden, ouderen en eenzamen. ’s Morgens denk ik weleens: Corrie, wat een wonder dat je wakker mag worden, wat een wonder dat je nog zo gezond bent. Maar ach, wat is een mens? Ik leef bij de dag, probeer veel tijd te maken voor Bijbelstudie, door wat te lezen of het beluisteren van een bandje op mijn cassetterecorder. Ook wel naar preken van mijn man. Dat is voor mij de mooiste erfenis van hem.”

De weduwe Quist is 79 jaar. Ook voor haar komt eens het einde. „Het is de mens gezet te sterven. Dat weten we allemaal. Ik probeer er bewust voor te zorgen dat de spullen op orde zijn, zodat de kinderen straks niet onnodig met allerlei zorgen achterblijven. De boodschap is: „Bereid uw huis, want ook gij moet sterven.” Dat geldt ook voor de dagelijkse dingen. Veel spullen van m’n man heb ik al weggedaan, maar zijn boeken wegdoen, dat vind ik best moeilijk.”

De weduwe Quist wil haar ”huis bereiden”, ook voor haar eigen zielenheil. Als ze erover spreekt, worden de woorden korter en minder. „Vroeger heb ik veel twijfel gekend. Van huis uit had ik geleerd dat er een wonder in het leven moet gebeuren. Ik ben op jonge leeftijd getrokken door de Heere. Maar vooral in mijn puberteit was er veel verzet. Ik wilde geen heilig boontje zijn. Maar de Heere heeft mij vastgehouden. Ik mag nu meer leven uit het verzoeningswerk van Christus en mag troost putten uit Psalm 66:8: „Wat Hij gedaan heeft aan mijn geest.” Het is mijn uitzien, zolang ik nog leven mag, een leesbare brief van Christus te mogen zijn. Hij is het zo waard. En verder weet ik dat God zorgt. Hij wijst de weg.”

Wensen van ouderen

Seniorenorganisatie KBO-PCOB deed recent onderzoek onder 1300 mannen en vrouwen. De gemiddelde leeftijd was 74 jaar, de oudste deelnemer was 102.

Belangrijkste redenen om over het levenseinde na te denken:

- Het ouder worden zelf (71 procent)

- Een sterfgeval in de nabije omgeving (12 procent)

- Een ziektegeval (8 procent)

Belangrijkste wensen van ouderen die nadenken over het levenseinde:

- Helder van geest blijven (60 procent)

- Het leven in dankbaarheid kunnen afsluiten (60 procent)

- Aanwezigheid van de naasten bij het sterven (52 procent)

- Geen pijn bij het sterven (51 procent)

- Zelf de regie kunnen houden bij het sterven (49 procent)

- Sterven in de eigen omgeving (34 procent)

De resultaten van het KBO-PCOB-onderzoek ”Leven met de dood” zijn gepubliceerd in het aprilnummer van Magazine.