De lange weg van het duister naar het licht

Wilfred Kols. beeld RD, Anton Dommerholt
7

De weg van Wilfred Kols voerde naar een steeds diepere duisternis. Tot onverwachts het licht doorbrak, in de isoleercel van een gevangenis in Doetinchem. In zijn autobiografie blikt de Zuid-Molukker terug. „Omdat mijn identiteit nu in Christus ligt, hoef ik mezelf niet groot meer voor te doen.”

Huib de Vries

De gebeurtenis staat met zwarte inkt in het geheugen van Wilfred Kols (49) gegrift. In de woonkamer van familie op Ambon wacht hij gespannen op het ritueel dat komen gaat. Ineens ziet hij zijn oom naderen, die bezweringen prevelt en de dop van de fles in zijn hand verwijdert. „Er zat water met een kruidenmengsel in. Dat sprenkelde hij over me heen. Daarna stopte hij wat kruiden in zijn mond, kauwde erop en spuwde ze in mijn haar.”

Vanaf die dag had Wilfred Kols, zoon van een naar Nederland overgebrachte KNIL-militair, het gevoel dat hij beveiligd werd door een grote man. „Zijn gezicht zag ik niet, maar ik voelde continu zijn aanwezigheid.” Het was zijn moeder die hem voor het ritueel naar de geboorteplaats van zijn vader had meegenomen. „Het kwam niet in me op om te weigeren. Respect tonen voor je ouders is een wezenlijk kenmerk van de Molukse cultuur, net als de band met het land van herkomst.”

Zijn moeder koesterde hem in alle opzichten. „Ik ben de jongste en bovendien de enige jongen: de naamdrager. Dat realiseerde ik me elke dag. Dankzij het ritueel had ik een bijzondere binding met mijn voorouders gekregen. De grote man beschermde me, ook in de duistere wereld waarin ik terechtkwam. Zo beleefde ik dat. Wat ik doe, zal nooit aan het licht komen.”

Cocaïne

Nu beseft hij dat hij zich overgaf aan een duistere macht. „Voor veel christelijke Molukkers is het moeilijk om los te komen van het oude volksgeloof. Bij mij begon dat toen ik in de gevangenis de Bijbel ging lezen.”

Als hij terugblikt op zijn weg naar verslaving en criminaliteit, ziet hij een aantal oorzaken. Het duistere ritueel op Ambon, de druk om als zoon de eer van de familie niet te schande te maken, de toenemende frustratie over de uitblijvende terugkeer naar de Molukken, zijn adoratie van Molukse jongvolwassenen die het recht in eigen hand namen. „De treinkapers waren mijn helden. Thuis gedroeg ik me voorbeeldig, buiten de deur ging ik me steeds meer als een macho gedragen.”

Zonder dat zijn ouders het beseften experimenteerde hij met drank en softdrugs. „Omdat ik niet onder wilde doen voor leeftijdsgenoten in Culemborg. En om indruk te maken op meisjes, hoewel onze cultuur het niet toestond dat je te intiem met hen werd.”

Een Molukse kameraad met wie hij de militaire dienstplicht vervulde, spiegelde hem het genot van cocaïne voor. Daarna ging het snel bergafwaarts. „Ik moest steeds vaker gebruiken om me goed te voelen.” Om wat bij te verdienen, werkte hij als portier bij een discotheek in Den Bosch. Na zijn diensttijd vond hij daarnaast een baan als magazijnmedewerker. Omdat de inkomsten ontoereikend waren voor het bekostigen van de cocaïne, ging hij ze illegaal aanvullen. Eerst door het ontvreemden van goederen, later door roofovervallen. Zelfs familieleden en vrienden ontkwamen niet aan zijn honger naar geld. De hoogstaande zedelijke moraal die hij had meegekregen, wierp hij van zich af. „Kortstondige seksuele contacten werden een onderdeel van mijn leven.”

Astma

Een ernstige aanval van astma bracht aan het licht hoe verslaafd hij was. In overleg met de familie werd hij opgenomen in het Landelijk Ontwenningscentrum voor Molukkers. „Daar heb ik veel geleerd, maar het was niet mijn eigen innerlijke keuze. Na mijn ontslag ben ik daarom niet lang clean geweest.”

Voor zijn eigen waarneming ging het beter. Omdat hij Daisy leerde kennen, met wie hij ging samenwonen. Ondanks zijn leugenachtige leven bleef ze hem trouw, tot ze op 31-jarige leeftijd aan een hartstilstand overleed. Drie dagen later werd hij in een supermarkt door een arrestatieteam ingerekend. „Dat was een schokkende ervaring. Ik meende onaantastbaar te zijn. Niet alleen door de grote man, maar ook door het lichtblauwe lint dat ik altijd bij me droeg. Afkomstig van de nachtjapon van een oma die ik nooit heb gekend. En door de ring van Daisy. Ik riep ze in mijn cel allemaal aan, maar er kwam geen antwoord.”

Wel was er de bewaarder die vroeg of hij wat wilde lezen en hem het boek ”Ik zal nooit meer huilen” overhandigde. Het levensverhaal van Nicky Cruz, ooit leider van de Mau Mau, een van de beruchtste straatbendes van New York. „Het raakte me diep, omdat ik er veel in herkende. Ook hij had in zijn jeugd te maken met duistere machten en belandde in de criminaliteit.”

Bijbel

Aansluitend las de Molukse crimineel ”Het kruis in de asfaltjungle” van David Wilkerson, de pinkstervoorganger door wie Nicky Cruz tot bekering kwam. De inhoud van beide boeken bracht hem ertoe een Bijbel te vragen. „Dat maakte die gevangenisperiode tot de beste tijd van mijn leven. Ik had alle tijd om de Bijbel te onderzoeken. Vaak was het of teksten alleen voor mij geschreven waren. God sprak daardoor persoonlijk tot me. Ik ging ook met woorden van de Bijbel bidden. „Ontneem me alles wat ik kwijt moet, maar neem Uw Heilige Geest niet van me weg.” Ik besefte dat alleen God me nog kon helpen.”

Na het uitzitten van zijn straf liet hij zich opnemen in De Hoop. Zijn moeder was tijdens de detentie overleden. De levensgang van haar zoon had haar psychisch tot een wrak gemaakt. „Dat gaf me heel veel schuldgevoelens. Wat ik had aangericht, kon ik niet meer ongedaan maken.”

Het traject bij De Hoop bracht niet wat hij ervan verwachtte. „De sfeer was voor mij te soft. Het programma van Victory Outreach in Rotterdam sloot veel beter aan: bij mezelf en bij de militaire Molukse cultuur. Bidden, Bijbellezen, naar de kerk, regelmatig vasten… Week na week. Dat vond ik zeker in het begin heftig, maar het confronteerde me met mijn eigen ik. Dat had ik nodig.”

Wapendrager

Tot zijn verrassing vroeg pastor Jerry Mendeszoon, leider van de pinksterkerk en bijbehorend afkickcentrum in Rotterdam, of hij mee wilde naar de wereldconferentie van Victory Outreach in Los Angeles. Als zijn ”wapendrager”. Het werd een onvergetelijke week. „Niet alleen omdat Nicky Cruz er sprak, maar ook omdat er duizenden mensen waren zoals ik. Je zag de littekens van hun oude leven, maar ze staken allemaal hun Bijbel omhoog. Een deel van hen was voorganger geworden.”

In 2009 trad de ex-crimineel in het huwelijk met Jennifer. Zonder de vertrouwde Molukse rituelen. Het was niet het enige hoogtepunt van dat jaar. Tijdens een tour van Nicky Cruz door Nederland mocht hij de Amerikaanse evangelist chaufferen. Het klikte vanaf het eerste moment. „Nicky is open en echt, heeft humor en is bewogen met zielen. God staat voor hem echt boven alles. Ik zie hem als een geestelijke peetvader en ben heel dankbaar dat hij het voorwoord voor mijn boek wilde schrijven.”

Pastor

Net als Cruz werkte Kols een periode fulltime als pastor, in Eindhoven. Naast zijn baan als fondswerver bij De Hoop stichtte hij daar met anderen een nieuwe gemeente van Victory Outreach. Na vijf jaar bleek de combinatie van taken voor zowel hem als Jennifer te zwaar. Nu is hij onbezoldigd assistent-pastor van Jerry Mendeszoon en medewerker van het ideële incassobureau Faircasso. Zijn leven is nog steeds overvol, door het vele pastorale werk, het bezoeken van gevangenen en de spreekbeurten door het hele land. Het regent aanvragen sinds de verschijning van zijn biografie. En dan is hij ook nog de onofficiële pastor van de intussen verboden Molukse motorclub Satudarah. „Ik laat me niet meer in met criminele praktijken, maar het zijn wel jongens van mijn volk. Het is mijn gebed dat God ook hen aanraakt. Wij Molukkers zijn een gewonde natie.”

Jennifer houdt hem geregeld voor dat hij ook nog een vrouw en kinderen heeft. „Volkomen terecht”, lacht hij. „Dankzij hen heb ik de spiraal van het kwaad kunnen doorbreken. Tegen mijn kinderen zeg ik wel tien keer op een dag dat ik van hen houd. ’s Morgens bidden we samen. Mijn vader bedoelde het goed, maar een warme band heb ik nooit met hem gehad. Dat geldt voor veel Molukse mannen. Voor mijn kinderen wil ik een open boek zijn. Omdat mijn identiteit nu in Christus ligt, hoef ik mezelf niet groot meer voor te doen. Ik ben een kind van God geworden, dat is het belangrijkste in het leven. Ook voor hen.”