Daan van Downey’s blijft gewoon aan het werk

Nederland
2

„Dicht?” zegt Daan verschrikt. Met brede gebaren legt hij uit waarom hij zo graag bij Downey’s Coffee and Tea werkt, al acht jaar, of misschien wel tien.

„Nee, we gaan niet dicht”, zegt zorgbegeleider Cynthia de Jager. De horeca moet van het kabinet zijn deuren sluiten, maar de werknemers van de Amersfoortse winkel krijgen creatieve dagbesteding aangeboden. En er kunnen maaltijden worden afgehaald. „Over het opzetten van een bezorgservice denken we nog na.”

Downey’s is een particulier initiatief waar mensen met een verstandelijke beperking een volwaardige werkplek in de maatschappij hebben. „Zij werken hier en wij helpen hen, in plaats van andersom”, zegt De Jager.

In het hoekpand aan de Zuidsingel –randje binnenstad– zijn Downey’s te koop: huisgemaakte brownies met witte en pure chocola. En de Amersfoortse Kei: niet hard, maar „heerlijk luchtig schuimgebak van gepofte hazelnoot”, met „vulling van luchtige hazelnootcrème.” Aardbeienkneiter, ook zoiets: ook al schuimgebak, en eveneens met luchtige crème.

Al dat heerlijks wordt de komende weken niet verkocht, als het aan het kabinet ligt: eet- en drinkgelegenheden moeten hun deuren sluiten, afhaalservices daargelaten. Het is een van de reeks maatregelen waarmee de regering de snelle toename van het aantal coronabesmettingen wil tegengaan.

„We begrijpen dat er iets gebeuren moet”, zegt De Jager. Maar of de horeca verantwoordelijk is voor de stijgende besmettingscijfers? „En het is onbegrijpelijk dat theaters open mogen blijven.”

Marieke Rommers (24) bedient de gasten van Downey’s koffie- en theehuis in Amersfoort.Speciale behandeling voor gast Downey’s

Structuur

De horeca is in het voorjaar ook al getroffen. „We zijn twee maanden gesloten geweest.” Bij de heropening waren er noodzakelijke aanpassingen: van tien naar zes tafels, van zeven naar vier werknemers per dag. „Dus iedereen werkt nu een dag minder. Dat betekent dat we minder inkomsten uit zorgbudgetten hebben.”

Er komen ook minder klanten, en al helemaal geen groepen meer. Geen wonder dat Downey’s financieel in de knel raakte. Een mediabericht daarover –„de lunchroom dreigt te verdwijnen als er niet snel geld komt”– verwekte onrust onder het personeel. „Het komt goed”, verzekert de assistent-bedrijfsleider. „We hebben wel om giften gevraagd. Maar we zijn geen Downey’s als we er niet alles aan zouden doen om te blijven bestaan.”

Sommige werknemers wonen bij hun ouders, anderen in een woongroep. Als hun werk wegvalt, is hun structuur weg. Daarom zon Downey’s op een alternatief toen de afgelopen dagen duidelijk werd dat er wel tijdelijke sluiting dreigde. „De ouders zijn blij dat we onze mensen aan het werk houden. En die zijn er zelf ook blij mee.” Tegen de meeluisterende man achter het plastic om de toonbank: „We gaan het helemaal regelen, Daan.”

Tegen het advies

Een straat verderop staat Walter Broek van Theeschenkerij Something Else buiten een tafeltje schoon te poetsen. Thee schenkt hij dus, maar daarnaast zijn klanten welkom voor ontbijt, lunch of diner. „Catering en ophalen in overleg.”

„Kijk”, zegt de ondernemer terwijl hij de deur openzwaait, „dit is alles. Dat zo’n klein zaakje dichtmoet, begrijp je niet.” Hóéfde ook niet van het Outbreak Management Team (OMT), de belangrijkste adviseur van het kabinet in de strijd tegen het coronavirus. Het kabinet besloot dinsdag alle horeca te sluiten, maar het OMT beklemtoonde woensdag nog maar weer dat het dát niet had geadviseerd. Wat het team betreft mochten restaurants die niet ook als café fungeren, wel openblijven.

Het wordt er niet geloofwaardiger op als de invloed van deze deskundigen beperkt blijkt en als het kabinet niet naar hen luistert, vindt Broek. „Je moet de plaatsen aanpakken die alcohol schenken, ’s nachts open zijn en grote massa’s –met name jongeren– over de vloer krijgen waar geen handhaver vat op heeft. Sluit die gelegenheden en zorg er tegelijk voor dat jongeren niet ergens anders alcohol kunnen kopen. Dus zet een handhaver neer bij de slijterij. Dat heeft meer effect dan het sluiten van eetgelegenheden die in de loop van de avond dichtgaan.”

Een bedienster –plastic scherm voor haar gezicht– komt met een vol dienblad voorbij en vraagt ruim baan. Intussen beklemtoont haar baas dat er natuurlijk wel wat moest gebeuren: „Voor de zomer waren we het virus bijna kwijt. Maar de teugels zijn te snel gevierd.” Nu is er een nieuwe horecamaatregel. Zuinigjes: „Er ligt onredelijkheid in besloten.”

Zelf kan Broek het wel even uitzingen nu zijn zaak dichtmoet, want die vormt niet zijn hele broodwinning. „Ik ben ook trainer. En communicatieadviseur.”