Column: Stille Zaterdag

Dag van inkeer. beeld: iStock

De collega die mijn schrijfcoach is, gaat dit geen goed verhaal vinden. Ze houdt namelijk niet zo van het schrijven over het schrijven. Metacommunicatie, heet dat. Daar vermoei je de lezers mee, vindt ze. En ze heeft gelijk.

Toch mijmer ik door en schuif ik haar advies voor deze keer terzijde. Omdat ik het lastig vind om voor Stille Zaterdag, die dag tussen Goede Vrijdag en Pasen, een column te schrijven. Want bij een column verwacht je toch een ietwat lichtvoetig stukje tekst. Een artikel dat niet al te moeilijk is om te lezen en waar lezers hopelijk iets van de eigen situatie in herkennen.

Maar voor deze column kan ik het onderwerp maar niet vinden. De Stille Zaterdag is in de christelijke traditie al eeuwenlang een dag van contemplatie. Van inkeer, soberheid, stilte, overdenking. En wat moet je op zo’n dag met een lichtvoetige tekst over wat dan ook?

Er zijn in reformatorische kring veel mensen die de rituelen die er zijn rond passie en Pasen maar roomse onzin vinden. Dat het altaar in Rooms-Katholieke kerken op Witte Donderdag na de dienst leeggemaakt wordt om het lijden van Jezus te verbeelden, is voor hen alleen maar een teken dat een protestant zich verre moet houden van rituelen. Dat nergens in de Rooms-Katholieke Kerk op Goede Vrijdag de eucharistie gevierd wordt, versterkt hun weerzin tegen de paapse mis alleen maar. Begrijpelijke reacties. Niet zelden gaat de vorm ten koste van de inhoud.

Tegen de afwezigheid van rituelen bij veel orthodoxe protestanten zijn echter evenzeer argumenten in te brengen. Zelfs op de Goede Vrijdag gaat het werk voor velen gewoon door. En op Stille Zaterdag worden er festiviteiten gepland of uitvoeringen en orgelconcerten georganiseerd. Ja maar, waren het niet de reformatoren die ook niets moesten hebben van al die regels? Het gaat toch om de inhoud? Vergeten wordt dan echter dat ook afkeer van rituelen de inhoud flink tekort kan doen. Want als de lijdenstijd en Pasen zich in vorm in niets onderscheiden van andere weken, is er dan nog wel echt besef van hoe belangrijk de inhoud van dit christelijke feest is? En heeft inhoud niet altijd een vorm nodig om te bestaan? En als bepaalde vormen on-Bijbels zijn, waarom dan niet gezocht naar goede en Bijbelse vormen?

Ik hoor m’n collega in gedachten al zeggen dat het met de metacommunicatie in deze column nog meevalt, maar dat het eigenlijk een commentaar is. Met tal van onbeantwoorde vragen.

Ze heeft gelijk.