Bouwers van campers door een diep dal

2

Met drie in het familiebedrijf werkzame kinderen ging de oprichter van Camperbouw Holland, Wim Visser (83) uit Hoek van Holland, de afgelopen maanden door een diep dal. Buiten hun schuld ging het familiebedrijf, een maand na het overlijden van zijn echtgenote, failliet. Van verschillende kanten kwam er hulp, waardoor een doorstart mogelijk bleek. „Mijn vertrouwen is tot en met aangevochten, maar de Heere heeft ons doorgeholpen.”

Visser, die jarenlang ouderling was in de christelijke gereformeerde kerk van ’s-Gravenzande, was als ondernemer een laatbloeier. Kort voor zijn 25-jarig jubileum bij de gemeente Den Haag nam hij in 1980 ontslag. De ambtenarij bij het gemeentelijk woningbedrijf hing hem de keel uit en hij begon voor zichzelf. Dat was nadat hij in zijn vrije tijd met succes een Mercedesbus had omgebouwd tot een camper. „Bestuursleden van de Nederlandse Kampeerauto Club adviseerden me om kampeerauto’s op maat te gaan maken voor de gewone man.”

Na een lastige beginperiode lukt het met hard ploeteren om uit de rode cijfers te komen. Zoon Wim hielp al spoedig mee en nam later bij de pensionering van vader het directeurschap over. Dochter Tineke volgde op de administratie. Zoon Bert trad parttime toe tot Camperbouw Holland, naast zijn werk als musicus. Het ombouwen van tweedehands bedrijfsauto’s vormde al die jaren het hoofdbestanddeel van de werkzaamheden.

Het bedrijfje, gevestigd op een industrieterrein in Hoek van Holland, groeide uit tot een onderneming met opgeteld zeven personeelsleden. Zelfs in Rusland, Australië en Nieuw-Zeeland wisten gegadigden voor een tot camper omgebouwde wagen het bedrijf te vinden. „De wensen kunnen zo gek niet zijn of we maken het”, verklaren Visser en zijn zoon Bert (55), die ook bij het gesprek aanwezig is.

Vertrouwen

In 2014 meldde zich een klant uit Noord-Brabant. Bert Visser: „Hij had grote plannen. Met zijn gezin zou hij zeven jaar gaan reizen. Het stel had zijn huis verkocht en voor de twee kinderen was homeschooling geregeld. We moesten op een door hem aangeschaft vrachtwagenchassis een compleet huis bouwen, met alles erop en eraan. Voor ons in feite een reuzeorder. Na de zomervakantie zou het chassis geleverd worden en de camper zou begin 2015 klaar moeten zijn. Het chassis werd echter pas eind oktober geleverd en toch had hij voor januari al een boot geboekt. Met steeds aanvullende wensen werd de druk doorlopend opgevoerd. De door hem genoemde termijnen waren echter volslagen irreëel.”

Begin april was de bijzondere kampeerauto klaar. „Broer Wim heeft wekenlang zestien uur per dag gewerkt om de vaart erin te houden. Op zaterdagavond om 23.00 uur werd de camper meegenomen voor een proefrit. De betalingen waren tot dan toe netjes verricht en de laatste termijn zou zijn overgemaakt maar stond nog niet op de rekening van Camperbouw Holland.”

Tot op dat moment rook de familie Visser geen onraad. „Het vertrouwen was er. Dat was en is onderdeel van onze werkwijze. M’n broer had met die man vaak langdurig overlegd. Hij was van oorsprong rooms-katholiek en het kwam soms tot diepere gesprekken.”

Enkele dagen na de levering bleek het laatste geld niet te zijn overgemaakt en belde de klant met een reeks klachten. „De camper zou niet buiten de gewone wegen kunnen rijden (offroad) en er zouden torsieproblemen met de opbouw zijn. Dat werd aangevuld met een waslijst aan andere klachten. Hij zou al een schade van zeker anderhalve ton hebben.”

Vanaf dat moment begon een juridisch steekspel, waarbij het de familie Visser steeds duidelijker werd dat het de klant alleen om geld te doen was. „Hij bleek met diverse bedrijven conflicten te hebben. Bij het bedrijf waarvoor hij gewerkt had zou hij vertegenwoordiger zijn geweest in trilplaten, die worden gebruikt voor afvallen. Bij de overname van dat bedrijf bleek hij te hebben gefraudeerd met licenties. De rechtszaak hierover is nog gaande. Helemaal dwaas was en is een procedure tegen een reisbureau, die hij opdracht had gegeven voor een reis van maar liefst acht jaar met zijn gezin door Afrika van dag tot dag te plannen. De minutieus voorbereide en dure tocht heeft maar twee weken geduurd. Toen kwamen de klachten. Daarop stond onder meer dat zijn kinderen nat waren geworden tijdens een boottochtje in het regenseizoen. De man lijkt oplichten tot zijn beroep te hebben gemaakt.”

Ontsteltenis

De Vissers zagen hun klant nooit in Hoek van Holland terug. Hij zou in Duitsland verblijven om enige tijd later met zijn gezin en truck naar Zuid-Afrika te vertrekken. Daar woont hij nog steeds. Er kwamen brieven en eisen van steeds wisselende advocaten, beslagleggingen, rechtszaken en een kort geding. „Wij hebben ons steeds op het standpunt gesteld dat we alles serieus wilden bekijken, maar daar hadden we de camper voor nodig. Die is nooit teruggekomen. Tot op de dag van vandaag niet. Er is ruim twee jaar mee door Afrika gereisd, maar hij zou volgens vage informatie nu weer op een onbekend adres in Nederland of België zijn gestald.”

Uiteindelijk stelde de Rotterdamse rechtbank Camperbouw Holland in 2015 het gelijk. Er werd wel geadviseerd door een onafhankelijke partij de klachten te laten beoordelen en de camper diende terug te komen naar Hoek van Holland.

In het hoger beroep dat de klant vervolgens aanspande bij het Haagse gerechtshof kreeg de kwestie tot ontsteltenis van de familie Visser twee jaar later een geheel andere wending. „De koop werd ontbonden verklaard en we dienden alles wat betaald was terug te betalen, inclusief rente. Samen ongeveer 3 ton. Vervolgens mocht de klant gaan procederen voor een vergoeding van schade voor geboekte reizen en dergelijke. Uit alles bleek dat de rechters het dossier slechts zeer oppervlakkig hadden gelezen.”

Het bedrijf was niet in staat het bedrag te betalen, waarop de voormalige Brabander faillissement aanvroeg. Dat werd afgelopen najaar uitgesproken, ondanks dat de man zelf eerst op een schikking aanstuurde. De Vissers zijn nog steeds verbijsterd. „Net als onze advocaat. Die gaf aan dat ze, als ze maar één milliseconde had gedacht dat het de uitspraak van het gerechtshof in ons nadeel kon uitvallen, ons had gedwongen om tot een schikking te komen.”

Visser senior geeft aan dat de narigheid een enorme wissel op zijn privéleven heeft getrokken. „Het faillissement was een maand nadat mijn echtgenote, na een kort ziekbed, overleed. Achteraf constateer ik dat de rechters met blindheid moeten zijn geslagen. Toch heeft het ook aan andere kant. Als gezin zijn we eigenlijk steeds dichter bij elkaar gekomen. Het leek uitzichtloos, maar toch had ik steeds aanwijzingen vanuit de Schrift dat het goed kon komen.”

Bert Visser benadrukt dat hun mogelijkheden uitgeput waren. „Onze winstmarges zijn vrij laag, er waren geen reserves meer vanwege de grote openstaande rekening van de camper.” Toch geloofde ook hij steeds dat het goed zou komen. „In dagteksten werden we de voorbije maanden regelmatig bemoedigd. Wonderlijk genoeg gebeurde dat steeds enkele dagen voordat er een volgende klap kwam. Het was alsof de Heere aangaf: Ik weet ervan.”

Tranen

Na het voor hen dramatische faillissement hoopt en verwacht de familie Visser van nog meer narigheid af te zijn. De verlangde doorstart kwam er. Een zakelijke investeerder heeft het pand gekocht en weer overgedragen aan Camperbouw Holland. Wim Visser: „Hier en daar hebben we geld kunnen lenen. Het laatste bedrag kwam via een kennis uit de kerk, die me vergeleek met Job. Hij hoeft geen rente, de aflossing hebben we zelf in de hand. Ik heb het met tranen in de ogen aangehoord.”

De leveranciers hebben allemaal een brief gekregen waarin de Vissers de situatie hebben uitgelegd. „We zijn bereid zijn om eventuele geleden schade in de toekomst te vergoeden. Een flink aantal heeft laten weten dat dat niet hoeft.”

Als hij terugblikt, constateert Visser senior dat er te veel vertrouwen was bij zijn zoon Wim, die in zee ging met nieuwe klanten. Binnen het familiebedrijf werd de zakelijke kant soms veronachtzaamd. Om die reden wordt de verkoop nu bij Bert neergelegd en is er een extern algemeen directeur aangetrokken. „We zijn kritischer bij het aangaan van nieuwe opdrachten. Dat wordt bij omvangrijke klussen altijd een zaak van overleg. Wellicht waren we zonder faillissement nooit zover gekomen. We hebben alweer voor een jaar werk en voelen ons ondanks alles gezegend.”

Bijbelsmokkel

In de jaren tachtig was Camperbouw Holland betrokken bij het ombouwen van twee campers voor de stichting Kom over en help. „Die werden gebruikt voor het smokkelen van Bijbels”, vertelt Visser. „Degene die ons benaderde was ten einde raad, omdat het hem niet lukte een betrouwbare partner te vinden. Toen zag hij in een blad ons adres. Hij vertelde het terzijde te hebben gelegd, maar trok later toch de stoute schoenen aan en belde me op. Hij wilde alleen maar weten of ik naar de kerk ging. Toen ik bevestigend antwoorden, maakte hij een afspraak. „De Heere opende een weg”, zei hij later.”

We hebben in een watertank onder de auto in het midden een tweede tank gemaakt. Daar kreeg het Woord van God een plaats. Bij controle konden de douaniers het water in de tank horen klotsen. Ook achter kastjes hebben we in de wanden ruimte gemaakt. Het was mogelijk om Bijbels tussen de isolatie door te schuiven.”