Bloed laat je niet onberoerd

beeld RD, Henk Visscher
4

Waar de een al snel wit wegtrekt, wikkelt de ander enthousiast een verbandje. Bloed maakt van alles in ons los.

Het rode lichaamssap is verantwoordelijk voor de logistiek in lijf en leden. Een onmisbare taak. Het is multitasken en aanpoten. Import en export. Voeding en zuurstof erin, afvalstoffen eruit. Virusbestrijding, wondverzorging, hormoonhuishouding: bloed is van alle markten thuis. Tot zover de biologie.

In de taal dient bloed vaak om woorden kracht bij te zetten. Je kunt een bloedmooie vrouw zijn, of een dito jongeman – het zal van je gezegd worden. Hollandse zomers zijn tegenwoordig bloedheet, zoals ieder heeft kunnen vaststellen. Er lopen bloedlinke messentrekkers rond, de drillrappers. Je kunt bloedjong zijn, of bloedarm. Of beide.

Soms staat de zon bloedrood aan de einder. In de avond, of in de ochtend. De Moabieten (2 Koningen 3) zagen op een morgen dat het zonlicht het water rood kleurde. „Dit is bloed”, zeiden ze. De Israëlieten hadden het vast en zeker met elkaar aan de stok gekregen, zo dachten zij, en de buit lag natuurlijk voor het oprapen. Een vergissing met bloederige gevolgen.

Sla je er een concordantie op na, dan tref je het woord bloed aan in 321 Bijbelverzen en 173 hoofdstukken. Het begint in Genesis 4 met het bloed van Abel. Moord en doodslag. Bloedvergieten. Om hen voor dit soort wreedheid af te schrikken, verbiedt God de mensen bloedig vlees te eten (Genesis 9). Desondanks vloeit er nadien nog heel wat bloed. De mens is de mens een wolf. Slangenvenijn. Verraad. „Blute nur, du liebes Herz!” klinkt het smartelijk in Bachs Matthäus-Passion. Een bloedend hart, lijden en verzoening als antwoord op doodslag. Eens wordt alles rechtgezet. Dieprood zijn dan de gewaden.

Het valt niet mee schoonheid te zien in bloed. Toch heeft het ook positieve connotaties. Neem nu de uitdrukking: bloedjes van kinderen. Bloed staat voor levenskracht, voortplanting, geboorte. Mogelijk is het verwant aan woorden zoals bloeien en opwellen. Bloed kruipt waar het niet gaan kan. Je eigen vlees en bloed.

In de oudheid droeg men bloedkoralen sieraden, met de gedachte dat het bloed van Medusa beschermde tegen kwade machten. In de middeleeuwen symboliseerde het ossenbloedrode koraal het bloed van Christus en de reddende kracht daarvan. Rijke ouders gaven hun kroost, kwetsbaar in een tijd van kindersterfte, armbandjes en rammelaars met bloedkoralen.

Een fascinatie voor bloed is bedenkelijk. Bloed en bodem. „Wien Neêrlandsch bloed door d’aderen vloeit/ Van vreemde smetten vrij”, zong men ooit onbekommerd en met overgave. Ras en huidskleur, rangen, standen: niet zelden is de vloeistof die door onze aderen stroomt gebruikt om scheidingslijnen te trekken. Goed en bloed offerden mensen voor de natie, opgezweept door volksmenners. Daar vloeide heel wat bloed uit.

Bloed laat je niet onberoerd. Vaak is het in uitdrukkingen de drager van gemoedstoestanden. Het kan onder je nagels vandaan worden gehaald. Het kan koken. Misschien kun je iemands bloed wel drinken. Iets kan kwaad bloed zetten. Men kan iemand in koelen bloede vermoorden.

Bloed wordt rondgepompt door het hart. Daaruit zijn de uitgangen van het leven. Gerrit Achterberg dichtte:

Aan het roer dien avond stond het hart
en scheepte maan en bossen in zich in
en zeilend over spiegeling
van al wat het geleden had
voer het met wind en schemering
om boeg en tuig voorbij de laatste stad.

Dat is geen bloedeloos verhaal.

Over de foto’s

Fotograaf Henk Visscher zocht naar een metafoor voor ”bloed”. „In de Bijbel en in een aantal geestelijke liederen is de roos een metafoor voor het lijden van Christus. De kleur is bloedrood, er is een link tussen bloeien en bloeden, de dorens spreken van lijden. Afgevallen rozenblaadjes stromen als bloed en wijzen uiteindelijk op het kruis, waar het kostbaarste bloed vergoten is.”