Anneke Kaai troost door preken op plexiglas

Het Gesprek
beeld RD, Anton Dommerholt
11

Anneke Kaai spreekt zoals ze schildert – in grote lijnen, met een visie achter elke klemtoon, zonder al te concreet te worden. Maar nu ze ziek is, komen alle zinnen uit bij één kern: ze heeft steun aan de schilderijen die ze zelf maakte. Haar lievelingswerk is nu ”In leed gedragen”, over God Die een verdrietig mens draagt, en dat hangt ze boven de bank.

Eigenlijk moet alles in de tekst een beetje anders, blijkt tijdens het tweede gesprek met Anneke Kaai, eind april in Giessenburg. In plaats van over plastic zeeën heeft ze het liever over hoe God uithelpt in benauwdheden.

In het eerste gesprek, in februari, ging het onder andere over de vraag hoe zij –bekend als schilder van kunstwerken over bijvoorbeeld Openbaring, over de schepping, gebeden en geboden, over de geloofsbelijdenis– vanuit de apocalyps zo bij de actualiteit terechtkwam. Haar nieuwste werk heet namelijk ”Wake up” en is een aanklacht tegen milieuvervuiling. In de zomer van 2018 was het doek van 3 bij 5 meter te zien in de Jacobikerk in Utrecht.

Begin vorige maand kreeg Anneke Kaai te horen dat ze darmkanker heeft. Ze werd snel geopereerd, maar de kwaadaardige tumor kon niet worden verwijderd, en nu krijgt ze eerst chemokuren. Na deze boodschap, waardoor onzeker is hoe alles verdergaat, en of haar gezondheid het nog zal toelaten om straks haar doek over Openbaring af te maken, waarvoor ze op de grond moet werken omdat het zo groot is, en waarin ze als het ware alles samenvat wat ze ooit schilderde, komt ze nog nadrukkelijker terug op wat ze eerder al zei. „Ik vind troost in mijn schilderijen. Het is alsof een ingeleefde werkelijkheid nu werkelijkheid wordt. Als ik ernaar kijk, weet ik weer wat ik voelde toen ik ze maakte.”

beeld RD, Anton Dommerholt

Datzelfde ervoer ze toen haar man in 2016 haast van de ene op de andere dag verlamd raakte door een spierziekte. „In het begin leek het erop dat ik alleen verder zou moeten. Het schilderwerk zette ik stop. Mijn man moest een jaar revalideren, en ik vond steun bij ”Het gebed van Petrus”.

In Giessenburg had ik in die periode mijn boek over de Gebeden-serie openliggen bij de afbeelding van dit werk. Daarop zie je Petrus tussen de golven, hij heft zijn zwarte handen omhoog, de golven slaan om hem heen en hij zegt: Heere, help mij, want ik verga. Maar Gods hand bepaalt ons leven, en de Heere vraagt: Waarom heb je getwijfeld?”

„Niets heeft me ooit aan het twijfelen gebracht”, zei u in 2007 in een interview in het AD. Hoe is dat mogelijk?

„In de jaren 70, tijdens mijn opleiding aan de kunstacademie, maakte ik als orthodox-christelijk meisje kennis met existentialisme in de kunst. ”God is dood”, was de theorie. „Geloof jij nou echt nog?” vroeg men mij verbaasd. „Ga je serieus nog naar de kerk?” De Heere heeft mij toen vastgehouden en ik ben niet aan het twijfelen gebracht. Op de christelijke studentenvereniging CSFR ontmoette ik mijn man, die toen student theologie was, en we spraken samen veel over het geloof.

Destijds heb ik me voorgenomen om, als ik afgestudeerd zou zijn, mijn leven als kunstenaar te wijden aan Gods dienst. Ik wilde trachten te tonen dat God soms ver is, maar Zich ook laat vinden.

Het is toch ongelooflijk dat er intussen 40.000 boeken zijn verkocht, en dat ik lezingen heb kunnen geven in Amerika en Zuid-Afrika? En dat een depressieve vrouw vertelt dat ze hoop kreeg door mijn schilderijen over de Psalmen, en dat ze prachtige muziek is gaan componeren die heeft meegeholpen aan haar genezing?”

In uw werken zit veel licht, maar er zijn ook veel dieptes te zien.

„Die dieptes ervaar ik ook. Ja. Op dit doek zie je bijvoorbeeld Jona in de vis; vanuit de diepten roept hij tot God, terwijl het wier om zijn hoofd is gebonden. De achtergrond schemert er rood doorheen, zie je dat? Dat betekent dat Gods liefde niet ophoudt.

En hier is de diepte van Jeremia, die een vlammend vuur was voor de Heere God. De Heere gaf hem een taak waar hij eigenlijk geen zin in had. Ik hou ermee op, zegt hij, iedereen is tegen me en vernedert me, ik wil het niet meer. De vlam wakkert weg van me. Maar daarna: ik heb me laten overwinnen, U bent mij te sterk geworden. Als ik denk: Ik zeg God vaarwel, dan laait er weer een vuur in mij op, want ik kan het niet laten om Hem te dienen.

Dit gevoel kent iedereen toch af en toe in zijn leven? In de kerk, in een gemeente, vraag je je ook weleens af: waar doe ik het allemaal voor?

beeld RD, Anton Dommerholt

Natuurlijk twijfel ik ook weleens.”

Wanneer bijvoorbeeld?

„Als je zo om je heen kijkt, kun je je afvragen: heeft God het allemaal nog in Zijn hand? Het dagelijkse nieuws kan een mens overspoelen. Het onrecht in de wereld grijpt me aan. Machtsmisbruik. De vervolgde kerk, vreselijk. Oorlogen – we leren er maar niet van. Dat zit ook wel in de mens, dat trappen en vertrappen van elkaar, en dat vind ik heel moeilijk. De één wil over de ander heersen. Hoe kun je onbarmhartig zijn naar anderen als je eenmaal Gods barmhartigheid hebt ervaren, Die door Zijn Zoon heeft laten zien wat werkelijk liefde is? Alleen via Hem kan er iets bloeien.”

U leeft zich erg in Bijbelse personen in voor uw schilderijen. Hoe gaat dat in zijn werk?

„In Bijbelteksten, niet zozeer in de personen. Ik duik helemaal in de grondtekst, zoals bij de serie over de Bijbelwoorden, en zoek uit waar een Hebreeuws woord vandaan komt. Terwijl ik nadenk over teksten, gebeurt er iets, en zo verbind ik allerlei elementen die zich ontwikkelen tot een beeld, tot een impressie van de woorden die door mij heen zijn gegaan. Ik blijf dicht bij het Woord, waarbij ik me niet zo veel vrijheden veroorloof.”

Anneke Kaai woont met haar man en hun Spaanse waterhond Pastor afwisselend in Giessenburg en in Kleve. Op de ruime eerste verdieping van de woning in Kleve loopt ze langs haar schilderijen; ze wijst op grote lijnen en details en vertelt er gloedvol over.

In huis draagt ze geen hoed. Waar ze ook exposeerde in de afgelopen decennia: de kunstenares droeg een hoed, een beetje een zwierige, met een brede rand. Dan liep ze rond in kerken, waar onder glas-in-loodramen of boven 17e-eeuwse graven haar abstracte werken hingen, en legde ze aan bezoekers uit wat er gebeurde op het plexiglas. Plexiglas, geen doek: Anneke Kaai schildert meestal met acrylverf op plexiglas. Negen series en in totaal ruim 200 werken maakte ze door de jaren heen.

Zonder hoed dus, thuis. Maar ook daar is Anneke Kaai vooral de kunstenaar die vertelt. Haar werk is verweven met haar leven en andersom. Gaat het gesprek over kinderen en kleinkinderen? Dan gaat het over een potlood dat ze al jong vasthouden, over creativiteit, over samen dingen maken.

U was jarenlang predikantsvrouw, u runde een gezin, u schilderde en maakte boeken over uw werk. Hoe deed u dat allemaal?

„’s Avonds, als mijn man weg was, heb ik veel geschilderd. Als ik niet schilder, gaat het gewoon niet goed. Dan word ik down. Schilderen kost energie, maar het geeft ook veel energie.

Ik heb het ontzettend druk gehad. Het was altijd schipperen. Ik zat nooit stil. Toen we in Rhenen woonden, begon ik lezingen te geven over mijn werk. Wat ik ook weer heel leuk vond. En ik was president van de vrouwenvereniging met tachtig leden.

Gelukkig kan ik snel schakelen. In een pastorie komt er uiteraard nogal eens iemand aan de deur. Als je dan zegt: kom later maar terug, terwijl het misschien dringend is, komt die persoon natuurlijk niet terug.

Een mens voor de deur gaat vóór.”

beeld RD, Anton Dommerholt

Uit wat voor gezin komt u zelf?

„Ik ben opgegroeid in de christelijke gereformeerde kerk in Naarden, een gemeente uit de rechterflank van de CGK. Mijn vader was accountant in Amsterdam. Hij is vijftig jaar voor de kerk bezig geweest. Hij is quaestor geweest van de generale synode. Mijn moeder was thuis bij de kinderen.

Toen ik na de middelbare school naar de kunstacademie wilde, was dat voor mijn ouders best een hele stap. Ze waarschuwden me om de stap niet alleen te nemen, maar gaven me tegelijk mee: Ga met God.”

Door de eeuwen heen hebben kunst en de kerk altijd met elkaar te maken gehad. Hoe ziet u uzelf in die traditie?

„In de Oude Kerk in Delft heb ik eens een expositie gehad. Boven waren de gebrandschilderde ramen, daaronder een werk van het hogepriesterlijk gebed dat ik had gemaakt. Het was een modern werk, met licht achter het plexiglas. Kunst uit het verleden en uit het heden raakten elkaar.

In bijvoorbeeld Ely, in Cambridgeshire, Engeland, staat zo’n grote kathedraal waar onze kerken maar kerkjes bij zijn. Als je daar mag exposeren, waar zo veel mooie werken zijn gemaakt, voor in Gods huis, dan is dat geweldig. Ik exposeer erg graag in een kerk; mijn werk ademt in een kerk.”

Preekt u via uw werk?

„Dat wordt vaker gezegd, ja. Het zit er best dichtbij. Mijn man en ik ervaren beiden een roeping om de vreugde van het Evangelie door te geven.

Toch: een kunstenaar maakt geen schilderijen om te evangeliseren, maar laat zien wat hem of haar vanbinnen bezighoudt. En als dat binnenste een relatie heeft met God, dan komt dat in zijn of haar werk tot uitdrukking, vind ik, al zijn de meningen van christelijke kunstenaars daar zeer over verdeeld. Een schilderij kan de toeschouwer raken en in beweging brengen; dat is wat je als kunstenaar graag wilt.

Er zijn kunstenaars die vinden dat je autonoom moet zijn –nergens aan gebonden, terwijl het kunstwerk voor zichzelf moet spreken– maar dat vind ik niet. Een christen is gebonden aan God.

Ik heb getracht in mijn leven om de kloof tussen de kerk en de moderne kunst te verkleinen en mensen wat vertrouwd te maken met moderne kunst. Heel veel lezingen heb ik gehouden, honderden, en sommigen vinden dat ik mensen te veel bij de hand neem als ik over mijn werk vertel. Maar als je mensen niet leert kijken naar kunst, weten ze er soms geen raad mee, en blijft het werk op een te grote afstand, denk ik.

Overigens merk ik dat reformatorische scholen veel aandacht voor kunst hebben, daar krijg ik veel reacties vandaan. Ik ben hier erg blij mee.”

beeld RD, Anton Dommerholt

In de werkkamer van Kees van der Staaij hangt een schilderij van u. Hoe komt dat daar zo?

„Ah ja – dat is het schilderij over genade. Ik ontmoette Kees jaren geleden voor het eerst, dat was leuk. Begin jaren 90 zou ik een reis leiden naar Israël, maar dat ging niet door vanwege de Golfoorlog. In plaats daarvan reisde ik voor een paar dagen met mijn nichtjes naar Praag. In een overvolle trein kwamen twee jongens tegenover ons zitten. Ik dacht: Dat kunnen wel CSFR’ers zijn. Maar ze bleken van de studentenvereniging van de Gereformeerde Gemeenten. We raakten in gesprek. Kees vertelde dat hij uit Rhenen kwam, waar ik toen ook woonde, maar door mijn vrijetijdskleding, met rugzak en zo, had hij mij niet herkend.

Later ontwierp ik zijn trouwkaart. Toen hij met zijn vrouw een schilderij zocht voor in huis, koos hij het kunstwerk over Psalm 84 en later heeft hij voor op zijn kamer op het Binnenhof ”Genade” meegenomen. Mooi is dat hij door dit werk vaak een gesprek over het geloof heeft met bezoekers, zo vertelde hij.

Schilderijen kunnen een aanleiding zijn om over het geloof te praten. Ik denk dat kerken er veel meer gebruik van zouden moeten maken.”

Waarom? En hoe?

„Niet om beelden te aanbidden natuurlijk. In de middeleeuwen had kunst in de kerk tot doel om mensen die niet konden lezen en schrijven Bijbelverhalen bij te brengen. In onze moderne beeldcultuur kunnen afbeeldingen aanzetten tot gesprekken over de Bijbel.

Van heel oude teksten die we vaak horen, zoals het Credo en de Tien Geboden, lijken de woorden versleten te raken, zodat ze niet meer doordringen. Terwijl het ongelooflijk belangrijk is wat erin wordt gezegd. Als je dan een vertaling zíét, kan dat veel indruk maken, waardoor de woorden weer scherp terugkomen. Ik maak geen beelden bij Bijbelse verhalen, maar probeer oude woorden te vertolken in een hedendaagse beeldtaal.

Calvijn was trouwens ook niet tegen afbeeldingen van de Bijbel, maar ze mochten niet in de kerk hangen, dat zou afleiden van de preek.

beeld RD, Anton Dommerholt

Op mijn zestiende zag ik in Glasgow een schilderij van Dali; het raakte me diep, en dat deed het opnieuw toen ik het vijftig jaar later terugzag. Hierdoor geïnspireerd schilderde ik twee werken. ”Onpeilbare Genade” gaat over het wonder dat God in Zijn Zoon Jezus Christus naar deze aarde, naar mensen toekwam. Dat Hij de schuld op Zich nam. ”Overstelpend Verdriet” laat iets zien van het intense verdriet van God over de zonden. Om stil van te worden.”

Waarom hangt juist die dorre aarde boven de bank in uw woonkamer? Daar zou je een gebed verwachten, of een visioen?

Anneke Kaai schiet in de lach. „Dat is waar ook. Even denken. Het heet trouwens ”Smachtend naar God”. Eerlijk gezegd: ik vind het gewoon mooi staan hier. Niet symbolisch, meer esthetisch.”

Later, in april, zegt ze: „Daar komt nu ”In leed gedragen” te hangen.”

De uitleg geeft ze er gewoontegetrouw bij. Het zwarte web in het hart van het schilderij staat voor verdriet; het licht eronder voor God Die iemand draagt, en het rood van een opkomende zon geeft perspectief boven het donker uit.

beeld RD, Anton Dommerholt

Anneke Kaai

Anneke Kaai werd geboren op 5 februari 1951 in Naarden. Ze studeerde aan de Gooise Academie voor Beeldende Kunsten en aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. Tijdens haar studietijd maakte ze al een klein werkje over Openbaring, waar ze in 1989 een 24-delige serie over afrondde. Al haar series draaien om Bijbelse thema’s. Haar stijl is symbolisch-abstract, soms expressionistisch. Anneke Kaai is getrouwd met Jan Kaai (1945), hervormd emeritus predikant. Ze hebben een zoon en een dochter en zes kleinkinderen.

www.annekekaai.nl

beeld RD, Anton Dommerholt

De series

De Schepping, 16 ex., 1988

Openbaring, 24 ex., 1989

De Tien Geboden, 12 ex., 1990

Het Credo, 12 ex., 1992

Psalmen, 25 ex., 1998

Bijbelwoorden, 22 ex., 2003

Relaties met God, 20 ex., 2005

Vrouwenportretten uit de Bijbel, 30 ex., 2008

Gebeden uit de Bijbel, 20 ex., 2013