„Als ik me rot voelde, ging ik porno kijken”

„Ik had problemen op het gebied van identiteit en zelfwaardering. Als ik me rot voelde of mezelf zielig vond, zocht ik troost in het kijken naar porno.” beeld iStock
3

Hij is jarenlang verslaafd aan pornografie. In een hernieuwde poging om hiermee te breken, meldt Roelof zich aan bij een mannengroep van De Vluchtheuvel. „Ik leerde wat ik moet doen om geen porno te gaan kijken als ik me rot voel.”

Ontelbare keren bezoekt Roelof pornosites. Het probleem speelt al wanneer hij als tiener verkering krijgt met Sandra, nu zijn vrouw. Samen vertellen de twintigers over de impact van Roelofs seksverslaving op hun relatie. Met hulp van De Vluchtheuvel, een christelijke instelling voor psychosociale hulpverlening, klimmen ze uit een dal omhoog.

„Ik heb op seksueel gebied een verstoorde geschiedenis”, zegt Roelof, opgegroeid in een christelijk gezin. „Toen ik in groep 6 van de basisschool zat, ging een ouder meisje uit de buurt seksueel gezien over mijn grenzen heen. Het heette doktertje spelen, onder meer met geslachtsdelen. Ik wist er niet goed raad mee. Over seksualiteit werd thuis niet gesproken.” Later overschrijdt hij zelf de grenzen van een zusje. „Ik kan niet uitleggen waarom ik het deed. Het was gewoon fout. Mijn zusje heeft hiervoor hulp gezocht.”

In het voortgezet onderwijs laat een vriend Roelof porno zien op de computer. Het beeldmateriaal krijgt hem al snel in de greep. „Ik vond het interessant wat je allemaal kon vinden op internet.”

Als hij enige tijd verkering heeft met Sandra, biecht hij alles op. „Het was vreselijk”, zegt zij. Een periode van „huilen, bidden en praten” volgt. Voor Sandra zijn de problemen geen reden om de relatie te beëindigen. „We hielden van elkaar. Ik dacht: hij is in ieder geval eerlijk, en hij heeft hulp nodig. Hij zou er niets aan hebben als ik bij hem weg zou gaan.”

Een therapie bij een christelijke ggz-instelling helpt Roelof niet om met zijn verslaving te breken. Later volgen diverse andere hulptrajecten, zonder afdoende resultaat. Intussen trouwen Roelof en Sandra. „Ik hield hoop dat het goed zou komen”, zegt zij. „Hij beloofde iedere keer met porno te stoppen, maar na verloop van tijd kwam ik er dan achter dat hij er toch weer mee bezig was. Mijn vertrouwen werd steeds beschaamd.”

Kinderen

Sandra ervaart dit in toenemende als moeilijk, helemaal na de geboorte van hun dochter. „Mijn vader was ook verslaafd. Ooit betrapte ik hem toen hij porno keek op de computer. Ik dacht altijd: Als ik kinderen krijg, wil ik hun dit besparen. Nu speelde het probleem in mijn eigen huwelijk. Op den duur spraken we er nauwelijks meer over met elkaar. Het probleem zat in een kluis die we op slot hadden gedaan.”

Van een vriendin hoort Sandra over de mannengroepen seksualiteit en identiteit bij De Vluchtheuvel. Hoewel Roelof de moed vrijwel heeft opgegeven dat hij ooit nog van zijn verslaving af komt, meldt hij zich aan. Bij de start van het traject tekent hij ervoor radicaal te stoppen met het kijken naar porno. Parallel aan de twaalf mannenbijeenkomsten volgt Sandra enkele sessies met partners, terwijl er ook een paar gezamenlijke avonden zijn (zie ook kader).

De aanpak van De Vluchtheuvel blijkt aan te slaan. Sandra: „Eerdere therapieën richtten zich vooral op het stoppen met pornoverslaving. Daaronder zat een hele laag ellende die niet aan de orde kwam. Bij De Vluchtheuvel was daar wel aandacht voor.”

Roelof: „Ik had problemen op het gebied van identiteit en zelfwaardering. Als ik me rot voelde of mezelf zielig vond, zocht ik troost in het kijken naar porno. In de mannengroep leerde ik me op zulke momenten op iets anders te richten, zoals sporten of kleine klusjes. Dat geeft positieve energie. Daardoor verdwijnt de behoefte om porno te kijken.”

Betrapt

Gerrit-Jan Kattenberg en Albert Bronkhorst, beiden maatschappelijk werker en seksuologisch hulpverlener, leiden sinds tien jaar mannengroepen bij De Vluchtheuvel. Een groep telt twaalf deelnemers in de leeftijd van 18 jaar tot 60-plus.

Vaak is de seksverslaving op jonge leeftijd ontstaan, merken de hulpverleners. Sommigen zijn in de ban van pornografische beelden. Anderen kampen met obsessieve zelfbevrediging, al dan niet in combinatie met pornografie. In enkele gevallen hebben deelnemers prostituees bezocht. Bronkhorst: „Het komt vaker voor dat mannen chatten met vrouwen, maar een persoonlijke ontmoeting uit de weg gaan. Vaak vinden ze hechting eng.”

Wat de deelnemers verbindt, is dat ze willen stoppen met problematisch seksueel gedrag, maar dat hun dit niet lukt. Intussen heeft de verslaving een negatieve invloed op henzelf en hun omgeving. Zo liggen eenzaamheid en teruggetrokkenheid op de loer. „Vaak kloppen ze pas bij ons aan als ze een keer zijn betrapt”, zegt Bronkhorst.

De belangrijkste pijlers van het traject zijn: radicaal stoppen met ongewenst gedrag en verantwoording afleggen aan de groep en aan iemand in de eigen omgeving, een zogeheten accountability partner. Kattenberg: „Elke persoon bepaalt zelf waarméé hij wil stoppen. Daar tekent hij voor. Dat vraagt om radicale maatregelen. Als je bijvoorbeeld iedere keer via nos.nl en nu.nl op de verkeerde websites terechtkomt, is een internetfilter een goed hulpmiddel.”

De eerste bijeenkomsten staan vooral in het teken van de zogenaamde verslavingscirkel en de problemen erachter. Daarna staat de verandering van denken en gedrag centraal. Ook is er aandacht voor het voorkomen van terugval en het leren zien van kleine succesjes. Kattenberg tekent een spoor op een whiteboard. „Mannen moeten inzien wanneer ze op een verkeerd spoor terechtkomen en vervolgens niet door blijven rijden, maar de wissel omzetten, bewust een andere weg inslaan. Juist het zien dat ze kunnen wisselen, werkt.”

Brief schrijven

Na de vierde bijeenkomst is er een gezamenlijke avond met de partners, die hun ervaringen delen. Kattenberg: „Tijdens die avond gaat er bij veel mannen een wissel om. Ze ontdekken hoe vrouwen het ervaren als ze tot een object worden gemaakt.”

Ook voor Roelof en Sandra is deze gezamenlijke avond cruciaal. Sandra: „Ik moest een brief aan Roelof schrijven waarin ik mijn pijn en verdriet verwoordde. Die las ik in de groep voor. Dat was ontzettend spannend.” De eerste reactie is teleurstellend. „Roelof ging emotioneel helemaal op slot, gaf geen enkele respons. Ik voelde me flink in de kou staan.”

Enkele dagen later vertelt Roelof dat hij een verkeerde website wilde bezoeken, maar dat een internetfilter hem tegenhield. „Sandra werd toen heel boos. Na een ruzie rende ik laat op de avond naar buiten, naar een bos in de buurt. Ik voelde me ellendig en heb midden in het bos op de grond liggen huilen. Ook schreeuwde ik mijn nood uit naar God.”

Thuisgekomen kruipt Roelof achter de laptop en schrijft zijn gevoelens van zich af. Hij mailt alles naar Sandra. Achteraf ervaren beiden dit als een belangrijk keerpunt. „Ik was helemaal gebroken. Blijkbaar had ik dat nodig om te komen tot herstel”, zegt Roelof.

Hij deelt zijn ervaring in de mannengroep en met zijn accountability partner. De laatste stelt een ontmoeting voor met diens schoonvader, die pastoraal werk doet. „Ik heb een gesprek met hem gehad en daarna bad hij met mij. We hebben alles bij God gebracht.”

De drempel om in zijn eigen kerkelijke gemeente pastorale hulp te zoeken, is voor Roelof te hoog. „Ik heb niet het idee dat mijn predikant of ouderling me kan helpen. Het voelt niet veilig om het gesprek hierover aan te gaan, omdat er in de kerk vrijwel nooit aandacht is voor seksualiteit. Dat vind ik een groot gemis. Het zou goed zijn als predikanten eens een prekenserie over seksualiteit en relaties zouden houden.”

Deze week ronden Roelof en Sandra het traject bij De Vluchtheuvel af. Over drie maanden is er een terugkombijeenkomst. Ook houden de deelnemers contact via een groeps-app.

Het echtpaar kijkt hoopvol naar de toekomst. „Maar het vertrouwen dat het echt goed komt, moet bij mij nog wel groeien, na alle eerdere teleurstellingen”, erkent Sandra. Roelof: „Het afgelopen halfjaar heb ik één terugval gehad, maar ik zie veel positieve ontwikkelingen. We praten meer met elkaar, niet alleen hierover, maar over allerlei zaken. Al vind ik het nog wel spannend om mijn gevoel te delen.”

Roelof is meer dan voorheen bezig met het geloof. „Ik neem elke dag bewust tijd voor God. Ook heb ik een preventieplan gemaakt. Dat staat op een kaartje dat ik altijd bij me heb. Als ik verleiding voel, kan ik terugvallen op een aantal Bijbelteksten, of ik ga christelijke muziek luisteren. Dit soort dingen helpt me om dicht bij God te blijven.”

Roelof en Sandra heten in werkelijkheid anders. >>stichtingdevluchtheuvel.nl voor informatie over onder meer de mannengroep die 26 maart start in Amersfoort.

Partners van seksverslaafden delen hun pijn en verdriet

Wat doet het met een vrouw als ze merkt dat haar man seksverslaafd is? En hoe kan ze voor hem van betekenis zijn als hij werkt aan het breken met zondige gewoonten? Dergelijke vragen komen aan de orde tijdens vier bijeenkomsten voor partners van seksverslaafden die deelnemen aan een mannengroep bij De Vluchtheuvel. Ook zijn er drie gezamenlijke momenten met de mannen.

Maatschappelijk werker Esther Boonzaaijer begeleidt de partnergroep. Deze biedt de vrouwen de mogelijkheid hun pijn en verdriet over het gedrag van hun vriend of echtgenoot te uiten. Daarnaast komen diverse thema’s aan de orde, zoals zelfbeeld. „Sommige vrouwen voelen zich schuldig omdat ze hun man op seksueel gebied niet kunnen geven waar hij behoefte aan heeft. Ik benadruk dan dat de man zelf verantwoordelijk is voor wat hij doet.”

Aan bod komt ook hoe een relatie kan worden verbeterd, bijvoorbeeld op het gebied van communicatie. „Bijna altijd horen we na afloop van deelnemers dat hun relatie hierdoor hechter is geworden. In een enkel geval strandt een huwelijk uiteindelijk toch, maar de meeste echtparen komen samen sterker uit dit traject.”

Eén bijeenkomst staat in het teken van vergeving. „Sommige vrouwen hebben hun man al vergeven. Anderen willen dat wel, maar zijn nog niet zo ver. We denken er samen over na wat de Bijbel hierover zegt. Waaraan moet oprecht berouw bijvoorbeeld voldoen? Dat heeft er onder meer mee te maken dat de man verantwoordelijkheid neemt voor de prut die zijn verslaving heeft opgeleverd. Een van de opdrachten voor de vrouwen is om hierover met hun man door te spreken.”