Zomerschool als wapen in strijd tegen leerachterstand

beeld RD, Anton Dommerholt
3

Ze schoten door de lockdown als paddenstoelen uit de grond. Zomerscholen waarop basis- en middelbareschoolleerlingen hun achterstanden kunnen inhalen. Toch is er ook twijfel. „Zinvolle vrijetijdsbesteding is het zeker, maar er is meer nodig.”

Felgekleurde vlaggetjes hangen om de trapleuningen, rode bidons prijken op de tafeltjes, uit de lokalen klinken kinderstemmen. In basisschool De Bever in Dordrecht is de zomerschool –waaraan leerlingen van zo’n vijftien basisscholen uit de stad deelnemen– in volle gang.

Hilariteit bij de deur van het lokaal van bovenbouwmeester Thije. Om de beurt proberen de kinderen zo lang mogelijk aan de bovenkant van de deurpost te blijven hangen. Langzaam kleuren hun gezichten rood van inspanning. „Wat zou nu makkelijker zijn? Hangen aan een dunne of aan een dikke balk?”, vraagt Thije zijn publiek.

Daar moet het handjevol leerlingen even over nadenken. Aan een dunne, is uiteindelijk de conclusie. „Want dan kun je allebei je handen eromheen vouwen en heb je dus meer grip.” Correct, oordeelt de leerkracht. „En hoe kan het dat luiaards dit veel langer volhouden dan mensen?”, vraagt hij, verwijzend naar de Zuid-Amerikaanse diersoort waar de les begrijpend lezen over gaat. Ze hebben veel sterkere pezen, weet een meisje. „En ook hebben ze langere armen dan wij.” Ook dat is goed. Weer wat geleerd vandaag.

Impuls

Basisscholen tuigden dit jaar –vaak op gemeentelijk niveau– 411 programma’s op. Middelbare scholen gaven nog eens 75 zomerscholen vorm, zo blijkt uit cijfers van de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen. Dat is beduidend meer dan vorige jaren, zegt Karin Hoogeveen, onderwijsadviseur en onderzoeker bij Sardes, een onderzoek- en adviesbureau in de educatieve sector. „Vanaf 2011, toen de zomerscholen vanuit Amerika overwaaiden, bleef hun aantal in Nederland vrij constant. In totaal werden in zo’n 25 steden programma’s aangeboden.”

De toename van het aantal zomerscholen komt voor een groot deel door het feit dat scholen dit jaar bij het onderwijsministerie subsidie konden aanvragen om leerlingen die achterstanden hadden opgelopen tijdens de periode van thuisonderwijs bij te spijkeren. In totaal is 244 miljoen euro aan basis- en middelbare scholen toegekend. „Scholen hebben door die subsidie ook de financiële mogelijkheid een programma op poten te zetten, zegt Hoogeveen, die in 2013 het landelijk netwerk zomerscholen oprichtte en eind 2017 onderzoek deed naar vormen van onderwijstijdverlenging die gemeenten en scholen inzetten om achterstanden tegen te gaan.

Ook de animo voor al bestaande zomerscholen nam dit jaar toe, zegt Hoogeveen. Dat herkent Rianne van Ballegooijen, projectleider van de Zomerschool Dordrecht en leerkracht van de Wantijschool in die stad. „Ter vergelijking: vorig jaar schreven zo’n 300 leerlingen zich bij ons in. We hadden toen plaats voor 240 kinderen. Dit jaar hadden we 450 aanmeldingen, 410 leerlingen nemen nu daadwerkelijk deel.”

Tafel dekken

Leren in een speelse en ontspannen setting is kenmerkend voor zomerscholen, vertelt Van Ballegooijen. „We willen niet dat leerlingen de hele dag op hun stoeltje achter een tafeltje zitten”, legt ze uit. „Dat hoeft ook niet. Leren moet en mag ook leuk zijn; zeker in de vakantie.”

Elke ochtend volgen de Dordtse kinderen een educatief programma, de middagen zijn meer gericht op ontspanning, cultuur en beweging. Leerlingen kunnen ook zelf aangeven wat ze willen leren, zegt Van Ballegooijen. „Zo is er weleens een jongen geweest die graag wilde leren hoe hij de tafel moest dekken. Dan doen we dat en schenken we bij het neerleggen van het bestek gelijk aandacht aan de telwoorden.”

De klassen zijn klein, dus je kunt de leerlingen ook veel meer aandacht geven, zegt Van Ballegooijen. „Dat is zeker nu na de lockdown heel fijn. Leerlingen bloeien op, ook door de vriendschappen die ze onderling aangaan.” Het is daarnaast goed dat leerlingen weer in een ritme komen, zegt de projectleider. „Tijdens de zomervakantie missen sommige kinderen structuur. Hier wordt hen dat geboden.”

Zelfvertrouwen

Enkele deuren voorbij het lokaal van bovenbouwmeester Thije oefenen een stuk of tien leerlingen met begrijpend lezen. Een tekst over de gevaren van uv-straling staat centraal. Deze keer hoeven de kinderen de bijbehorende inleverbladen niet in te vullen, maar maken ze een reclameposter waarin ze de lezer aanmoedigen zichzelf goed in te smeren. „Misschien hangen we jullie posters wel in de school op”, zegt Van Ballegooijen tegen een groepje tekenaars. Ze krijgt weinig respons, de leerlingen zijn te druk bezig.

Op een zomerschool ben je niet gebonden aan harde leerdoelen en een vast leerplan, zegt Van Ballegooijen. „Dat geeft leerkrachten ruimte om andere dingen te doen dan ze normaal gesproken zouden doen.” Die andere aanpak werkt heel stimulerend, merkt de teamleider. „Sommige leerlingen komen erachter dat ze in bepaalde dingen wél goed zijn en dat ze sommige sommen –als die op een iets andere manier uitgelegd worden– bijvoorbeeld wel snappen. Daardoor kunnen ze met meer zelfvertrouwen aan het nieuwe jaar beginnen.”

Effectief

Het is lastig te zeggen of zomerscholen daadwerkelijk bijdragen aan het wegwerken van leerachterstanden, zegt Hoogeveen. „In het voortgezet onderwijs heeft een zomerschool vaak een compenserend doel. Een leerling loopt bijvoorbeeld achter met een bepaald vak en gaat daarmee aan de slag, vaak om zittenblijven te voorkomen.” Over het algemeen blijken dat effectief, zegt Hoogeveen.

Voor zomerscholen in het basisonderwijs ligt dat anders. „Die programma’s verschillen enorm, waardoor het lastig is iets te zeggen over hun effectiviteit. Het is sowieso wel een zinvolle vakantiebesteding, maar voor het wegwerken van leerachterstanden is echt meer nodig.”

Ouders moeten inderdaad niet verwachten dat hun kinderen op een zomerschool volledig bijgespijkerd worden, zegt Jacqueline Kramer, teamleider van de Dordtse zomerschool. „Dat is niet realistisch. Maar als een kind bijvoorbeeld aangeeft moeite te hebben met spelling, weten we vanuit onze expertise als leerkracht dat de gesloten en open lettergrepen vaak een struikelblok vormen. Dus dan kun je daaraan gericht aandacht schenken. Daar heeft een kind zeker baat bij.”

Een bevoegde docent is een voorwaarde om de kwaliteit van het zomeronderwijs te borgen en goede resultaten op cognitief niveau te boeken, zegt Hoogeveen. De onderwijskundige betreurt het dan ook dat het ministerie van Onderwijs dat niet als eis heeft gesteld bij het toekennen van de subsidie. „Maar ik snap ook wel dat het lastig is voldoende mensen te vinden in deze tijd van personeelstekort.”

Het is inderdaad elk jaar weer een klus om voldoende vrijwilligers te vinden, zegt de Dordtse projectleider Van Ballegooijen. „Dat is ook een van de redenen waarom we niet alle kinderen kunnen plaatsen.”

Een van die vrijwilligers is Denise van der Zee (22). De derdejaars pabostudent geeft les aan groep drie en vier. Vooral het werken in kleine groepen en de ruimte voor persoonlijke aandacht waardeert ze. „Aan het begin van de zomerschool voeren we met alle leerlingen een gesprek. Waar zijn ze goed in? Wat willen ze leren? Ook krijgen we van sommige scholen vooraf informatie over het kind.”

Dat contact tussen de leerkracht van het zomerprogramma en die van de basisschool van de leerlingen is volgens Hoogeveen een tweede voorwaarde voor het slagen van een zomerschool. „Tussen het zomerprogramma en het gewone lesprogramma moet een samenhang zijn om leerlingen op een effectieve manier te kunnen helpen.” Aan die verbinding ontbreekt het nogal eens in de huidige opzet van zomerscholen, ziet Hoogeveen. „Dat is echt een gemiste kans.”

„Als ik er eenmaal ben, vind ik het gewoon superleuk”

Christian en Jarlina, allebei 11 jaar, doen al voor het derde jaar mee aan het Dordtse zomerschoolprogramma. „Ik wil het schooljaar graag fris beginnen en wat kennis van vorig jaar ophalen”, zegt Jarlina. „Het is superleuk hier. We doen veel aan bewegend leren, dat is anders dan op de gewone basisschool. Ook doen we waterspelletjes als het heel warm is.” Ze moest er eerst wel aan wennen om in de vakantie naar school te gaan. „Je moet wel vroeg opstaan, dat is wel apart, want normaal kan je uitslapen.” Dat vindt ook Christian. „Als ik ’s morgens vroeg uit bed ga, denk ik echt: moet dit? Maar als ik dan eenmaal op de zomerschool ben, vind ik het helemaal leuk.”

Beide leerlingen hebben een duidelijk leerdoel. Christian: „Ik vind spelling lastig. Hier kan je gewoon makkelijk allemaal vragen stellen en leggen de juffen het heel rustig uit. Daardoor snap je het beter.” Jarlina heeft vooral moeite met Engels en rekenen. „Hier oefen je daar veel mee. Dat helpt.”

Negatieve dingen kunnen de leerlingen niet echt noemen. Christian: „Ik vind het gewoon heel leuk. Alleen als het soms te makkelijk is, is het wel saai. Maar dat gebeurt niet vaak hoor.”

„School is zelf in staat juiste begeleiding te bieden”

Scholen zijn over het algemeen capabel genoeg om leerachterstanden zelf aan te pakken, zegt Gerdien Lassche, beleidsmedewerker van de Reformatorische Oudervereniging (ROV). „Zeker omdat bij de meeste kinderen de leerachterstand na de periode van lockdown wel meeviel, is voor het wegwerken daarvan niet per se een aparte zomerschool nodig.”

Daarmee wil Lassche niet zeggen dat zomerscholen niet zinvol zijn. „Het kan zeker een nuttige vakantiebesteding zijn. Als je als kind de hele zomer driehoog op een flatje zit, kan ik mij goed voorstellen dat je je gaat vervelen. Dat leerlingen zich dan op een zomerschool een deel van de dag bezighouden met bijvoorbeeld rekenen en taal is alleen maar goed.”

De ROV-beleidsmedewerker merkt dat zomerscholen, bijlessen en huiswerkbegeleidingstrajecten wat lijken te gaan concurreren met de reguliere scholen. Dat is niet wenselijk en kan kansenongelijkheid in de hand werken, vindt ze. „Je krijgt dan het risico op wildgroei van allerlei onderwijsprogramma’s, terwijl scholen zelf goed in staat dienen te zijn de juiste begeleiding te bieden.”