Zo maak je de beste keuze

School en beroep 2019
beeld SaltyStock, Gemma Pauwels
4

Eerst even biechten. Mijn studiekeuze liet ik over aan de dobbelsteen. Hoe kies je anders, beter zelfs?

Mijn havodiploma nam ik wat moedeloos in ontvangst, zo’n tien jaar geleden. Ze zeggen dat de wereld aan je voeten ligt als je zeventien bent. Maar ik hoorde niet bij de geluksvogels die allang wisten dat ze architect, psycholoog of docent wilden worden. En dus was de toekomst voor mij één groot vraagteken. En ik ben niet alleen. In oktober vroeg studiekeuzesite Studiekeuze123 ruim duizend havo- en vwo-scholieren hoe hun keuze verliep. Zeshonderd van hen gaven aan te twijfelen over de vervolgstudie die bij hen past. En ze konden niet zeggen waar ze goed in zijn.

De uitkomst van het onderzoek verbaasde me niet. Elke studie, iedere baan heeft zo z’n voor- en nadelen. En hoe weeg je die tegen elkaar af? Als stratenmaker werk je op mooie zomerdagen in de buitenlucht. Nadeel zou kunnen zijn dat je knieën snel slijten en het werk eentonig wordt. Maar je ziet wél direct het resultaat van wat je doet.

Kok zijn is ook leuk. De hele dag snoepen, lekkere gerechten bereiden en gezellig samenwerken. Aan de andere kant, je bent vaak ’s avonds en in het weekend aan het werk.

Leren voor advocaat dan maar? Nee, dan zit je altijd in de boeken. Tegelijkertijd kun je wel iets betekenen voor mensen die door de maatschappij worden uitgespuugd.

Wondermiddel

Gelukkig was mijn middelbare school niet te beroerd een handje te helpen. Ik kreeg gesprekken met een decaan, mocht naar open dagen van hogescholen en mijn ouders spendeerden enkele honderden euro’s aan de studiekeuzetest der studiekeuzetesten. Die vertelde me dat human resource management (hrm) wel wat voor me zou zijn. Waarschijnlijk omdat ik had gezegd dat „iets met mensen” me leuk leek. Nadeel van zo’n job? Altijd binnen zitten en weinig creativiteit kwijt kunnen.

Het was dus peentjes zweten, toen ik mijn diploma bijna op zak had. Een keuze vóór de ene opleiding, is immers een keuze tegen alle andere mogelijkheden. De keuze is reuze zeggen ze.

„Waarom vond ik het nu zo lastig om een keuze te maken”, vraag ik neurowetenschapper Jeroen van Baar (28) tien jaar later. De twintiger doet psychologisch hersenonderzoek aan de Brown-universiteit in de Amerikaanse staat Rhode Island.

„Een deel van het probleem is dat er vandaag de dag ontzettend veel te kiezen is”, begint Jeroen van Baar. „Een halve eeuw terug kon je kiezen uit een paar dozijn studies. Nu zijn het er dui-zen-den. Daardoor denk jij: als er zoveel te kiezen is, dan móet er een keuze zijn die perfect bij mij past. En: ik móet de juiste keuze maken, want als ik niet helemaal gelukkig ben met mijn keuze, is dat mijn eigen schuld. Het is echter een illusie dat je dé perfecte keuze kunt maken.”

Te veel keus

Het hebben van duizenden opties wordt in de psychologie ”choice overload” genoemd, legt Van Baar uit. „Psychologen experimenteerden ermee. Twee groepen mensen verdeelden ze over twee kamers. In de ene kamer lagen zes verschillende smaken chocolade, in de andere dertig. Geweldig, als je bij de groep hoort die uit dertig verschillende smaken kan kiezen! Nou, niet dus. De mensen die de keuze hadden uit zes repen waren meer tevreden over hun keuze en hadden meer genoten van de chocolade.”

Moraal van het verhaal: een beperkt aantal keuzeopties maakt gelukkiger. „Uit het onderzoek bleek dat mensen die uit meer dan zeven verschillende smaken moesten kiezen, ongelukkiger werden. Omdat ze de gevolgen van hun keuze dan niet meer overzien en niet weten of ze de juiste keuze maakten.”

Kun je daarom maar het beste niet naar open dagen gaan, geen studiekeuzetesten maken en níet meelopen met studenten? Dat vindt de hersenwetenschapper te kort door de bocht. „Je mag jezelf best oriënteren op wat er te kiezen valt. Maar je moet op een gegeven moment zeggen: Nu weet ik genoeg. Je kunt niet alle opleidingen met elkaar vergelijken.”

Hoe kies je uit honderd opties de beste opleiding? „Wat je níet moet doen is focussen op extrinsieke motivatie”, aldus Van Baar. „Of je door je keuze veel geld gaat verdienen, anderen blij maakt of likes op Instagram krijgt, is niet zo interessant. Dat geeft maar voor korte tijd bevrediging. Beter is het om uit te gaan van je íntrinsieke motivatie; van wat jij belangrijk en leuk vindt.”

Neem een pen en papier en teken drie cirkels die elkaar in het midden overlappen, adviseert Van Baar. Zet boven de rondjes ”plezier”, ”betekenis” en ”talent”. Vul in die cirkels in waar je plezier aan beleeft, wat je belangrijk vindt en waar je goed in bent. Daar waar de cirkels overlappen, ligt jouw studiegebied. „Dus”, voegt Jeroen van Baar er waarschuwend aan toe, „je moet je keuze op meer baseren dan alleen op wat je leuk vindt. Doen waar je goed in bent en van betekenis zijn, is net zo belangrijk.”

Zelfkennis

Studiekeuzecoach Janny Budding (52) onderschrijft vanuit haar eigen ervaring dat zelfkennis nodig is om een opleiding te kiezen die bij je past. Ze neemt de tijd om uit te leggen hoe een puber zijn of haar droombaan kan ontdekken. Toen Janny Budding jaren geleden als 16-jarig meisje van de havo kwam, wist zij ook niet wat ze wilde. Ze had decanen op school, „maar wat die mensen deden is me nog altijd een beetje een raadsel.”

Plezier

Budding wil iets met jongeren doen, maar wat? Ze besluit –hip voor haar tijd– een tussenjaar te nemen. Het worden er zes. „Tijdens tienerkampen ontdekte ik dat ik ervan genoot om jongeren, die met al hun sores naar mij toekwamen, te helpen. Daar wilde ik mijn werk van maken.”

Tijdens die tussenjaren ontdekt Buddding waar ze goed in is. Hoe ze haar talenten kan inzetten. Wat ze kan betekenen voor anderen. De levenservaring die ze opdoet, helpt bij het maken van een keuze. Wat ook meewerkt, is dat ze nog jaren verjaardagsfeestjes mag geven voordat ze een studie kiest. „De samenleving van nu vraagt jongeren op heel jonge leeftijd een keuze te maken voor een vervolgopleiding. Daar zijn ze vaak nog niet toe in staat. Zo werkt driekwart van de mensen in onze maatschappij in de zakelijke dienstverlening. Maar jongeren hebben vaak geen idee of zo’n beroep bij hen past. Ze hebben er geen ervaring mee. Kunnen ze goed leiding geven of adviseren? Dat weten ze nog onvoldoende.”

Daarom zouden jongeren op school vaker de mogelijkheid moeten krijgen die vaardigheden te ontdekken, vindt de studiecoach. Projectgroepen en maatschappelijke stages juicht Budding toe. „Dan leer je toch weer wat anders dan tijdens een lesje aardrijkskunde. Je leert over jezelf.”

Janny Budding heeft nu meer zicht op haar talent –jongeren coachen– en begint een opleiding, vergelijkbaar met social work, aan de Christelijke Hogeschool Ede. „Ik had plezier in mijn werk en ontwikkelde mijn talent verder in verschillende banen. Maar als ik nu terugkijk op mijn loopbaan zeg ik: vanaf mijn veertigste doe ik werk dat volledig aansluit bij de talenten die God mij heeft gegeven. Het werd steeds duidelijker voor mij dat ik bezig wil zijn met de ontwikkeling van mensen. En nu voelt werk niet meer als werk.”

Als zelfs een coach er een kwarteeuw over doet om de juiste baan te vinden, hoe kan een jongere dan ooit de studie vinden die bij hem of haar past? „Zo moet je er niet naar kijken”, vindt Budding. „Gisterenavond sprak ik een vrouw van 29. Ze had een rechtenstudie gedaan en ontwikkelt nu schoolmateriaal. Ik zei: „Wat je doet, is geen verloren tijd, je doet kennis en vaardigheden op, leert jezelf beter kennen en je kunt dienstbaar zijn. Heb plezier in wat je doet en laten we samen nadenken over een passende volgende stap in jouw loopbaan.””

Vragenlijsten

De studieloopbaancoach moet ook denken aan de jongen die koos voor small business en retailmanagement. Na drie maanden stopte hij en hij werkte de rest van het jaar in de horeca. Het volgende studiejaar startte hij met hbo-ICT. Na een week gaf hij er de brui aan en kwam bij Budding met de spreekwoordelijke handen in het haar.

Hij moest vragenlijsten gaan invullen. Doe je dingen graag snel, of juist weloverwogen? Presteer jij het best in een uitdagende en afwisselende werkomgeving, of juist als de regels en afspraken duidelijk zijn? Waarom wil je überhaupt gaan werken, welke bijdrage zou je willen leveren?

Het advies is vervolgens duidelijk; iets in de sociale sector past bij hem. Met Budding spreekt hij af zich verder te gaan oriënteren op de studies human resource management, toegepaste psychologie en social work. Daarna komt hij terug om zijn definitieve keuze te bespreken. De coach wordt er blij van als ze jongeren zo kan helpen. „Het gaat mij erom dat jongeren al jong ontdekken welke mogelijkheden God hun heeft gegeven. Het is mooi als je als 16-, 17- of 18-jarige al een beeld hebt van wie je bent en van wat bij je past.”

Natuurlijk is Janny Budding blij als een jongere in één keer de juiste studiekeuze maakt. „Dat is goed voor je zelfvertrouwen. Maar onthoud ook dat je loopbaan zich gaandeweg ontwikkelt. Je kiest nu een studie, maar dat is in onze maatschappij niet langer een keuze voor het leven. Jongeren van nu gaan zich om de vijf tot zeven jaar afvragen of hun werk nog steeds bij hen past. Je loopbaan kan, ook na een studiekeuze, nog alle kanten op.”

Zelfs voor Budding, die dagelijks mensen helpt keuzes te maken, blijft kiezen lastig. „Ik kan heel lang dubben over wat ik vanavond ga eten.”

Dobbelsteen

In mijn eigen geval ging het tien jaar geleden niet om eten, maar om een studie. Zes opleidingen bleven over en daaruit kon ik echt niet kiezen. Een dobbelsteen heeft zes vlakken, dacht ik plotseling. Ik nummerde de zes opleidingen en rolde de steen... ”4: pabo”. Vanaf dat moment wilde ik meester worden. Hoopte ik...

Het dobbelsteenverhaal draag ik nu al jaren met me mee. Hoewel ik de dobbelsteentechniek nooit meer heb gebruikt, –de studie beviel niet– blijft kiezen lastig. „Hoe maak ik een goede keuze”, vraag ik Google. „Luister naar je innerlijke stem”, „wees trouw aan jezelf”, „stel de juiste prioriteiten”, en „ontwikkel wakkerheid met de juiste vragen” zijn enkele antwoorden die boven komen. Dat klinkt zo ingewikkeld en vaag dat ik mezelf er niet serieus in ga verdiepen.

Ik stel de vraag eens aan een oudere, wijzere collega. „Leef voor het aangezicht van de Heere”, zegt die. „Dan worden veel keuzes ineens gemakkelijk, ervaar ik. Je weet dan wat goed en niet goed is.”

Spreuken 16:3 komt in mijn gedachten. „Wentel uw werken op den HEERE, en uw gedachten zullen bevestigd worden.” Oftewel, leg al je plannen in gebed aan God voor. Daar kun je zegen op verwachten.

Ik schaam me nu voor mijn dobbelsteenaanpak. Wie zo zijn keuze maakt, kan daar toch geen zegen op verwachten? Zou de keuze duidelijker zijn geworden als ik meer had gebeden? Had ik nog dieper moeten nadenken? Vaker opleidingen moeten aflopen? Nog meer lijsten met voors en tegens moeten maken? Op mijn gevoel vertrouwen?

Hersenwetenschapper Jeroen is mild. „Ik ben blij dát je een keuze hebt gemaakt. Kiezen is altijd beter dan niet kiezen. Want dan kun je verder. Je leert dan over jezelf en je ontdekt of het een goede keuze was of niet. Je komt verder. En, zoals ik al zei: het is een illusie dat je dé perfecte keuze kunt maken.”