Wim Korevaar: dertig jaar polderen in hartje Veluwe

Het Gesprek
Wim Korevaar neemt na 30 jaar afscheid van de Rehobothschool in Uddel (op de achtergrond). beeld RD, Anton Dommerholt
5

Passend onderwijs was op de Rehobothschool in Uddel al praktijk toen Wim Korevaar (65) er dertig jaar geleden directeur werd. „Kinderen met het syndroom van Down trekken zich op aan andere kinderen. Zo hebben we sommigen van hen onder andere aan het lezen gekregen.”

Sfeervol is de werkkamer van Korevaar. Schemerlampen her en der. Aan de muur aquarellen. Een zitje met drie fauteuils.

Het is niet alleen de kamer die sfeer brengt, dat is de directeur zelf ook. Waar hij ook door de school loopt, hij heeft voor iedereen aandacht. Van een vlugge zwaai tot een uitnodiging om achter een dichte deur te komen vertellen hoe het gaat. Deze zomer gaan hij en zijn vrouw Ria –die ook op school werkt– met pensioen.

Wim Korevaar neemt na 30 jaar afscheid van de Rehobothschool in Uddel (op de achtergrond). beeld RD, Anton Dommerholt

Korevaar werd geboren in Stolwijk, in de Krimpenerwaard. „De vader van mijn moeder, opa Van Dam, ontmoette zijn vrouw daar op de kermis. Hij is krachtdadig door de Heere uit de wereld getrokken. Dat had zijn uitwerking op de kinderen. Die werden veel gewaarschuwd. Mijn moeder volgde een wettische weg, maar is daar op haar 32e op stilgezet.”

Hoe was dat bij de Korevaars?

„Die komen uit Wijngaarden, in de Alblasserwaard. Het gezin deed maar weinig aan de godsdienst. Bij mijn vader lag dat anders, die had van jongs af een nabij leven. Zijn vader bracht hem na de lagere school naar Benschop, daar werd hij boerenknecht. Zijn baas was vijandig. Mijn vader is veel uitgescholden omdat hij zo ‘vroom’ was. Zijn weekloon spaarde hij op, net zolang tot hij er een Statenbijbel en een fiets van kon kopen.”

Wim Korevaar thuis in Elspeet achter de vleugel. beeld RD, Anton Dommerholt

Hij was voorzitter van de Stolwijkse evangelisatie.

„Ja, ik ben dus hervormd gedoopt. Mijn ouders waren het niet meer eens met de leer die in de Hervormde Kerk werd gebracht, maar wilden wel hervormd blijven. Later kerkten we op feestdagen in Gouda, bij ds. Steenblok. De leer van verkiezing en verwerping en Gods welbehagen in de Gereformeerde Gemeenten sprak mijn ouders zeer aan. Daarom zijn ze overgegaan tot dat kerkverband.

Vervolgens is er een afdeling van de gemeente Gouda in Stolwijk naast ons huis gekomen. Daar kwamen allerlei predikanten, zoals ds. Zwijnenburg, ds. Dorsman, ds. Van de Breevaart en ds. Gebraad. Een keer was ik ziek en preekte ds. H. Ligtenberg er. Alle deuren stonden open omdat het propvol was in de kerk. Ik deed het dakraam open en kon zo vanuit ons huis meeluisteren.”

Hoe kwam u op de pabo terecht?

„Mijn vader ging bij de Goudse plantsoenendienst werken. We verhuisden naar Gouda. Ik wilde na de havo stoppen met leren, maar Tijs Huisman, later docent op de pabo, haalde mij over om schoolmeester te worden. Ik heb er geen dag spijt van gehad.

De stages op protestants-christelijke scholen waren niet altijd eenvoudig, vooral niet als ik uit de Bijbel moest vertellen. Van de val van Adam en de doodsstaat van de mens wisten de kinderen niets en daar mocht ik ook niet over beginnen. Ik probeerde er dan wel een vorm aan te geven zodat ik er zelf niet mee in gewetenssnood kwam en anderzijds niet voor ophef binnen de school zorgde.”

U bleef niet in het onderwijs.

„Nee, ik ben er vier jaar tussenuit geweest. Ik zocht na tien jaar op de Graaf Jan naar een nieuwe uitdaging. Gehancicaptenorganisatie De Schutse begon toen net met een dagverblijf voor ouderen met onder andere het syndroom van Down. Ze zochten een leidinggevende en ik heb gesolliciteerd. Dat kwam ook omdat ikzelf een halfzus had met dat syndroom. Ik heb gezien hoe zwaar het was om haar thuis te verzorgen.

Voor reformatorische gehandicapten is het in reguliere centra niet eenvoudig. Er klinkt muziek die ze niet gewend zijn en er zijn festiviteiten die niet passen bij hun identiteit. Ik heb vele dankbare ouders gesproken die ontzettend blij waren met De Schutse, waar hun kinderen psalmversjes zongen en uit de Bijbel hoorden vertellen.”

Wim Korevaar. beeld RD, Anton Dommerholt

Wat zoekt een westerling daarna in Uddel?

„Goeie vraag. Die kreeg ik ook veel toen kennissen hoorden dat ik daar zou beginnen als directeur. De school zou niet deugen, het bestuur zou lastig zijn, het dorp een gesloten bastion. Zelf ben ik nogal open en direct, dus mensen uit mijn kennissenkring zagen het al helemaal verkeerd gaan.

Het tegenovergestelde bleek waar. Het bestuur deed een goede zet door iemand van buitenaf te benoemen. Iemand die met een schone lei daar kon beginnen. Nieuwe bezems vegen schoon. Het was bijvoorbeeld de gewoonte dat iedereen in de personeelskamer op een vaste plek zat. Ik schafte dat af, want het leek mij beter dat je met alle collega’s een praatje maakt. Zo zijn er meer voorbeelden te bedenken die in het begin misschien voor opgetrokken wenkbrauwen zorgden, maar uiteindelijk goed uitpakten.

In die dertig jaar in Uddel heb ik alleen maar hartelijkheid en vriendelijkheid ervaren, zowel bij bestuursleden als bij ouders. Het doemscenario van al die kennissen is niet uitgekomen.”

Uw openheid, werd die gewaardeerd?

„Ja. Al vrij snel begon ik bijvoorbeeld met een nieuwsbrief voor ouders. Die wordt hier de oudstenbrief genoemd omdat de oudste kinderen die mee naar huis krijgen. Eén keer per week, soms vaker. Niet alleen het schoolnieuws, maar ook het wel en wee van kinderen en hun familieleden staat erin. Dat laatste behoort niet direct tot het takenpakket van een schooldirecteur, maar het voorkomt een hoop geroddel. Als ik iets over een bepaald familielid hoor, trek ik eerst na of het waar is en of het in de oudstenbrief mag. Zelfs de wijkagent zei ooit dat hij er blij mee is. Soms kan er echt laster door gestopt worden.”

Het hoofd der school was vroeger een notabele van het dorp.

„Daar heb ik helemaal niets mee. Zo’n status straal ik ook niet uit volgens mij. De drempel van mijn kantoor is laag en mijn deur staat bijna altijd open. Iedereen is welkom.

Wel hebben we het als prettig ervaren om niet midden in het dorp te wonen. Toen we in 1989 hier kwamen, konden we in de pastorie van De Beek-Uddel terecht. Die staat 4 kilometer buiten het dorp. Nu wonen we in Elspeet. Slechts 5 kilometer bij de school vandaan, maar genoeg om voldoende afstand te nemen.”

Is dat nodig?

„Ja, ik prijs mij gelukkig dat ik vrijwel altijd mijn werk op school heb kunnen laten. Zodra ik de deur van de school achter mij dichtdeed, kon ik de zorgen ervan ook achterlaten. „Morgen hopelijk weer een dag”, zei ik dan altijd tegen mezelf.”

Klinkt niet als een gemakkelijke baan.

„Dat is het ook niet, maar het is ook een prachtbaan. Een directeur moet er aan de ene kant voor iedereen zijn: leerlingen, ouders, personeel en bestuur. Aan de andere kant kun je nooit iedereen helemaal tevreden stellen. Ouders zijn mondiger geworden en trekken meer dan vroeger aan de bel als ze ergens anders over denken dan het team. Het bestuur heeft ook zijn mening. Als directeur moet je daartussen schipperen. Veel werken aan het compromis. Mij lag dat wel, dat poldermodel.”

Uddel is het schoolvoorbeeld van passend onderwijs.

„Dat was al zo toen ik begon als directeur. Er was toen al een hulpklas, met meester Geuze, nu ds. Geuze. De Rehobothschool heeft altijd geprobeerd zorgleerlingen uit de eigen gezinnen zo veel mogelijk een plekje te geven. Daardoor zie je hier leerlingen met het syndroom van Down gewoon tussen de andere leerlingen lopen. Daardoor hebben wij zulke beperkte leerlingen hier onder andere aan het lezen gekregen.”

Voelt u zich thuis bij de Gereformeerde Gemeenten in Nederland?

„Ja, we hebben er meegemaakt. We trouwden in de week dat de kerkscheuring van 1980 zich voltrok. Ds. J. de Groot uit Rijssen zou ons huwelijk bevestigen in Vriezenveen, maar dat heeft ds. A. van Straalen uiteindelijk gedaan.

Voor Uddel was het een wonder dat student Van Voorden het beroep naar de gemeente aannam. In de 87 jaar dat de gemeente bestond, was er nog nooit een eigen herder en leraar. We woonden in de pastorie naast de voorzitter van de kerkenraad, W. Limburg. Hij was altijd even rustig. Maar toen het bericht kwam dat de student het beroep had aangenomen, was hij helemaal van zijn à propos.

Vorig jaar is ds. J. A. Weststrate naar Elspeet gekomen. Ook een gemeente die in haar 60-jarig bestaan nog nooit een eigen predikant had gehad. Hij heeft hier intrede gedaan met de tekst: „Geeft gij hun te eten.” Hij wist dat er hier nog hongerigen en dorstigen waren naar de gerechtigheid.”

Wim Korevaar neemt na 30 jaar afscheid van de Rehobothschool in Uddel. beeld RD, Anton Dommerholt

Hoort u daar ook bij?

„Dat is een persoonlijke vraag die ik wel met mijn gezin, predikant of andere intimi bespreek, maar niet in dit magazine. Ik kan het in ieder geval niet doen met de genade die mijn ouders en grootouders ontvangen hadden. Ook niet met vrome praatjes. Het komt op de genade in het hart aan. Door de Heere Zelf gewerkt.

Een paar jaar geleden is bij mij een aneurysma, een verwijding van de aorta geconstateerd. Daardoor weet je dat het leven in een enkele minuut voorbij kan zijn. Dat is altijd zo, maar toen de dokter de uitslag vertelde, kwam de dood ineens dichtbij. Er wordt wel gezegd: Mensen geloven dat eerder van iemand in een witte jas dan van iemand in een zwarte jas, maar dat is echt zo.”

In de gemeente van Elspeet werd op tweede pinksterdag een zendingsmiddag voor jongeren georganiseerd. Dat was nog niet zo heel lang geleden ondenkbaar in de Gereformeerde Gemeenten in Nederland.

„Zeker. Op tweede paasdag was iets vergelijkbaars in Barneveld georganiseerd. Er kwamen honderden jongeren op af. Blijkbaar voorziet het in een behoefte binnen het kerkverband.

Wim Korevaar neemt na 30 jaar afscheid van de Rehobothschool in Uddel. beeld RD, Anton Dommerholt

Onze gemeente heeft op dit gebied trouwens altijd al een voortrekkersrol gehad. We waren van de eersten met jeugdwerk. Vroeger was de gedachte: jongelingsverenigingen zijn uit den boze, daar kweek je alleen maar bekeerde mensen. Ik dacht dan altijd: was dat maar mogelijk, dan zou iedereen er wel naartoe moeten gaan.

Er werd gevreesd dat jongeren door zulke verenigingen hun historisch geloof voor een waar, zaligmakend geloof aan zouden zien. Daarom is het erg belangrijk dat jongerenbijeenkomsten onder supervisie van de kerkenraad staan. En dat ambtsdragers ook aanwezig zijn om te weten hoe de bijeenkomsten verlopen en om de binding met de jeugd te houden.

Ik merk dat in ons kerkverband de afstand tussen ambtsdragers en leden kleiner is dan vroeger. Dat bevordert de openheid. Vroeger ging er ontzettend veel onder het vloerkleed, met alle gevolgen van dien. In de maatschappij is meer openheid en dat is voor de kerk ook goed. Als ambtsdragers weten wat er speelt in de gezinnen, kunnen ze ook doorverwijzen naar professionele hulpverleners. En dat gebeurt gelukkig ook.”

Zending. Dat is ook nieuw.

„Klopt. Sinds twee jaar is ons kerkverband bezig om een schuld in te lossen wat betreft zending en evangelisatie. De zendingsopdracht ”Predikt het Evangelie aan alle creaturen” hebben we tientallen jaren afgekocht door de Mbuma-stichting te steunen. Een prima stichting, ik heb er vroeger geld voor opgehaald, maar ze gaat niet uit van ons kerkverband.

Toen ds. Weststrate in Zuid-Afrika stond, kregen hij en zijn vrouw op wonderlijke wijze de gelegenheid om in de townships van Pretoria Gods Woord te verkondigen en hulp te verlenen. Daar is nu Stichting Bethlehem uit gegroeid, die inmiddels onder de verantwoordelijkheid van de synode staat. Mijn vrouw en ik doen er vrijwilligerswerk voor. We zijn bereid om dat vanaf januari 2020 een jaar lang in Zuid-Afrika te doen. Er moeten nog wel gesprekken plaatsvinden, onder andere met het bestuur. Ook hopen we in september enkele weken in Zuid-Afrika te zijn, ter oriëntatie op het eventuele vrijwilligerswerk.

Ik heb 44 jaar lang betaald gekregen voor mijn werk, dus ik vind dat ik nu wel een jaartje onbetaald werk mag doen in het buitenland. Het zijn maar druppels op een gloeiende plaat, maar zolang we de gezondheid en de mogelijkheid hebben om de verre naaste te helpen, doen we het graag.”

Een jaar lang zonder kinderen en kleinkinderen, dat is niet niks.

„Ons gezin is wel wat gewend wat dat betreft. Momenteel woont een dochter van ons op Curaçao. We zijn daar op bezoek geweest. Ook houden we veel contact via WhatsApp en dergelijke. Zulke middelen zijn er veel meer dan vroeger.

Een andere dochter hoopt binnenkort weer met haar man naar Saba te vertrekken voor werk. Zij hebben al eerder in het buitenland gewoond, dus we weten wat het is om kinderen en kleinkinderen langere tijd niet te zien.”

Zijn de Korevaars zulke zwervers?

„Ach, ze hebben het niet van een vreemde. We reizen zelf ook graag. Toen ik eens op bezoek was bij ds. Lamain in Grand Rapids dacht ik: hier zou ik ook best kunnen wonen. Maar toen ik in Zuid-Afrika kerkte, dacht ik hetzelfde.

We gaan al veertig jaar op vakantie in Engeland. De cultuur daar spreekt ons bijzonder aan. De eerste keer ontmoetten we een bekeerde schaapherder, Percy Hope, hij is in 2011 overleden. Al die jaren hebben we contact gehouden. We voelen ons op zondag thuis in zo’n Philpotgemeente. De overeenkomst met de reformatorische kerken zijn vele. Gods kinderen worden in alle tijden en in alle landen gevonden.”

W. Korevaar

Wim Korevaar wordt geboren op 21 januari 1954 in Stolwijk. Na de mulo en de havo volgt hij de pabo in Gouda. Hij staat tien jaar voor verschillende klassen op de Graaf Jan van Nassauschool in Gouda. Vervolgens is hij vier jaar hoofd van een dagverblijf voor mensen met een beperking in Veenendaal. Daarna is hij dertig jaar directeur van de Rehobothschool in Uddel. Wim en Ria (60, ook werkzaam op de Rehobothschool) gaan in juli met pensioen. Ze hebben vijf kinderen en zes kleinkinderen.