Wel of niet kijken bij overledene?

Eigenwijzer
Soms wil een jongere zich een overledene herinneren zoals deze was toen hij of zij nog leefde. beeld Anjo Mutsaars

Onze zoon Hermen (17) wil bij een condoleancebezoek absoluut niet naar de overledene kijken. Hij zegt dat hij bang is het beeld van een overleden persoon niet meer kwijt te raken. Hoe belangrijk is het om te kijken naar iemand die gestorven is en hoe kunnen wij als ouders dat stimuleren of begeleiden?

Er is slechts beperkt onderzoek gedaan naar de manier waarop kinderen en jongeren omgaan met de dood. Dat wekt verbazing; het leren hanteren van de angst voor de dood is volgens Irvin Yalom, een Amerikaans-Joodse psychiater, namelijk een van de belangrijkste vaardigheden die kinderen zich op weg naar volwassenheid eigen moeten maken. Voor iedereen geldt namelijk dat hij eens zal moeten sterven. Zodra kinderen daarvan iets beseffen, zullen zij proberen om met deze voortdurende dreiging te leren leven.

Wanneer iemand met de dood geconfronteerd wordt, volgt in eerste instantie vrijwel altijd een gevoel van angst. De meeste mensen proberen de dood daarom in meer of mindere mate te ontkennen, om zo zichzelf te kalmeren.

Jonge kinderen redeneren soms dat andere mensen sterven, maar dat zijzelf speciaal en uniek zijn en dat de dood daarom geen vat op hen zal hebben. Ook gaan ze er nog weleens van uit dat iemand hen zal redden, wanneer het op sterven aan zal komen.

Het is op zich niet vreemd dat ze dit denken. Er zijn immers veel situaties in hun leven waarin vader of moeder ingrijpt en het kind beschermt voor ongelukken, valpartijen en pijn.

Donker

Het lijkt erop dat kinderen zich al op jonge leeftijd bewust zijn van de dood en daarvoor angst hebben, vaak al eerder dan ouders denken. Zo stellen jonge kinderen zich de dood nog weleens voor als een angstaanjagende persoon die het op hen gemunt kan hebben. Angsten die door volwassenen aangeduid worden als typische kinderangsten, zoals angst voor het donker, angst voor monsters of spoken of scheidingsangst, zijn uiteindelijk misschien wel terug te leiden tot angst voor de dood.

Kinderen tussen de 5 en de 8 jaar lijken zich sterk bewust te zijn van de dood. Tussen het 9e en het 12e jaar verschuift dat bewustzijn wat meer naar de achtergrond, maar bij het begin van de pubertijd lijkt er een hernieuwde toename van deze angst te zijn. Dit hangt waarschijnlijk samen met hun toegenomen zelfbewustzijn in deze periode.

Omdat vrijwel iedereen de dood in meer of mindere mate probeert te ontkennen, is het soms ook voor ouders moeilijk om met hun kinderen over het sterven te spreken. Sommige ouders spreken bijvoorbeeld met hun kinderen nooit over de mogelijkheid van hun eigen overlijden.

Herinnering

De ouders van Hermen benoemen dat zij met hun zoon in gesprek proberen te gaan over zijn niet willen kijken naar een overledene. Hermen durft blijkbaar met zijn ouders te praten over zijn angst hiervoor.

Het kijken naar een gestorvene is confronterend. Een veelgenoemde reden waarom mensen niet willen of durven kijken is dat de dode er misschien akelig uitziet. Men wil zich de overledene herinneren zoals deze was toen hij of zij nog leefde en die goede herinnering koesteren.

Vaak maakt een jongere een andere beslissing omtrent het wel of niet kijken bij een gestorven persoon wanneer de overledene iemand was die de jongere goed kende of met wie hij of zij een hechte band had. De liefde die een jongere voor de overledene voelt, zet hem of haar er dan haast vanzelfsprekend toe aan datgene te doen wat hem ten diepste angst aanjaagt.

Verschillende therapeuten vermoeden dat de diepste angst om te kijken naar een overledene niet zozeer is iets akeligs te zien, maar veeleer dat iemand bij het zien van een gestorvene gedwongen wordt om over de eigen dood na te denken.

Akelig

De ernst van de dood wordt vanwege de grote angst die deze aanjaagt vaak verzacht. Ook gelovige mensen doen dit. Soms komt iemand te snel met de opmerking dat het leven nu beter is voor de ander, omdat diegene in de hemel is of met de uitspraak dat iemand nu uit zijn lijden verlost is.

Het is echter in het omgaan met kinderen en jongeren belangrijk om de vrees voor de dood niet te snel door een bemoedigend woord te willen oplossen. Juist het onder ogen zien van de angst en het doordrongen raken van de ernst van de dood is belangrijk voor het bereiken van psychische volwassenheid.

Ouders kunnen Hermen helpen om zijn angst onder woorden te brengen door bijvoorbeeld te zeggen: „Ik kan me voorstellen dat je het moeilijk vindt om te kijken. Ik heb dat ook, als ik eerlijk ben”, of door te vragen: „Moet je dan ook denken aan het feit dat je zelf ook eens zult moeten sterven?”

Misschien zal hij in eerste instantie reageren met: „Nee hoor, ik vind het gewoon akelig.” Maar het feit dat het genoemd is, kan hem helpen om er nadien toch nog eens over na te denken.

Probeer gevoelens te bevestigen. Dat kan door te zeggen: „Dat maakt je misschien wel heel bang?” of „Dat is heel verdrietig om over na te denken.” Als gevoelens bevestigd worden, geeft dit kinderen vaak rust.

Het is belangrijk om het spreken over de angst voor de dood terugkerend plaats te laten vinden, en wanneer de gelegenheid zich voordoet het verband met de angst voor de eigen dood te benoemen.

Het helpt om een jongere te stimuleren zijn angsten onder ogen te zien. Aarzel niet om door te vragen of als ouders iets over de eigen gevoelens aangaande het sterven te zeggen.

Forceren

De keuze van een jongere om tijdens een condoleancebezoek wel of niet naar een overleden persoon te kijken is niet het voornaamste. Bij angst is het met name belangrijk niet te forceren, maar het gesprek wel degelijk aan te gaan, zoals de ouders van Hermen steeds proberen.

Het kijken bij een persoon die overleden is, kan wel zinvol zijn voor een jongere, zeker als hij of zij een hechte band met de desbetreffende persoon had. Het draagt dan bij aan het besef dat de persoon echt overleden is en biedt de mogelijkheid om afscheid te nemen. Dat kan helpen bij de verwerking van het verlies.

Bij een overledene die verder van de jongere afstaat, kan het kijken bij de gestorvene ook een manier zijn om medeleven te tonen aan de nabestaanden. De persoon die is overleden was voor hén dierbaar, en de jongere kan de keuze maken om uit medeleven en uit respect voor de familie iets moeilijks te doen.

Gethsémané

Ook de Heere Jezus werd in de hof van Gethsémané overspoeld door de angst voor het lijden en de dood. Ook daarin was Hij mens, zoals wij. Hij droeg die angst, ontkende deze niet en suste Zichzelf niet met hoopvolle woorden. Hij legde Zijn angst aan de Vader voor, waarna Hij kracht ontving om Zijn lijden te dragen en Zijn leven af te leggen.

Ouders kunnen hun kinderen aanmoedigen zich op de Heere Jezus te richten en Hem na te volgen, juist ook in hoe Hij omging met lijden en angst. Daarnaast moeten zij hun zoon of dochter wijzen op de noodzaak bereid te zijn om God te ontmoeten.

Wilt u reageren of hebt u vragen over opvoeding? Leg ze (anoniem) voor aan de medewerkers van Eigenwijzer. Dat kan door de situatie en de (gezins)-omstandigheden te mailen naar: wijs@rd.nl of te sturen naar: RD t.a.v. redactie Wijs, Postbus 670, 7300 AR Apeldoorn.

Tips

Probeer negatieve emoties zoals angst en verdriet rondom de dood niet te snel op te lossen, maar erken deze gevoelens.

Het is goed om de dood en de angst daarvoor een terugkerend gespreksonderwerp te laten zijn.

Help een jongere zich te oefenen de ernst van de dood en de angst hiervoor onder ogen te zien; aarzel niet om door te vragen of iets over de eigen gevoelens met betrekking tot dit onderwerp te vertellen.

Moedig een jongere aan zich te richten op de Heere Jezus en de angst in gebed bij God te brengen.