Voortborduren op pedagogisch werk van dr. Golverdingen

Door de coronamaatregelen kon slechts een beperkt aantal personen het symposium vanuit het gebouw van Driestar educatief volgen. De overige belangstellenden hadden toegang tot een livestreamverbinding. beeld Cees van der Wal

Onveranderd actueel. Dat is het pedagogisch gedachtegoed van dr. Golverdingen ook nu nog, vinden Bram de Muynck en Bram Kunz, respectievelijk lector en onderzoeker bij Driestar educatief. „Maar onze tijd vraagt wel om wat andere accenten.”

De pedagogiek van dr. Golverdingen was gericht op het hart, stellen Kunz en De Muynck, hoofdauteurs van een christelijke schoolpedagogiek die in 2021 bij Driestar educatief verschijnt. „Hij had een fijne antenne voor het feit dat hoe er op een school gehandeld wordt heel indringend binnenkomt bij een kind. Hij legde er de vinger bij dat op scholen waarin vooral aandacht is voor de inhoud van het onderwijs, een wat hard klimaat dreigt te ontstaan. Het hart van de leerling moet volgens hem centraal staan. Die visie is nu nog heel relevant.”

Hoe is het gedachtegoed van dr. Golverdingen te typeren?

De Muynck: „Hij legt sterk de nadruk op het belang van het pedagogisch klimaat. Als het goed is, is dat doortrokken van het leven met de Heere. De leraar is bij hem een identificatiefiguur die leerlingen op het juiste spoor moet zetten en hen een Bijbels wereldbeeld mee moet geven.”

Kunz: „In Efeze 6 vers 4 wordt gesproken over het opvoeden in de lering en vermaning des Heeren. Dat is voor dr. Golverdingen een kerntekst. Er zit een bevindelijke inslag in zijn denken over school en pedagogiek.”

De Muynck: „Hij was wars van het blindstaren op een bepaalde zuil. Kernvraag voor hem was hoe het leven met God het onderwijsklimaat zou moeten kleuren.”

Is die vraag beantwoord?

De Muynck: „Ten dele. Dr. Golverdingen gaf belangrijke aanzetten, maar was zichzelf ervan bewust dat verdere doordenking nodig was. Hij maakte zich daarom hard voor de komst van een christelijke pedagogiek.”

Kunz: „Dr. Golverdingen hamerde erop dat woorden in overeenstemming moesten zijn met daden. Hij zei bijvoorbeeld dat een kind dat zich op school niet gezien voelt door zijn leerkrachten, niet het idee zal hebben dat het is opgevoed in de lering en vermaning des Heeren. Dan sla je dus als opvoeder de plank mis.”

In hoeverre vormt het denken van dr. Golverdingen de basis voor de te verschijnen schoolpedagogiek?

De Muynck: „De nadruk op het bevindelijke element, het belang van het hart en van het pedagogisch klimaat koesteren wij. Maar we hebben nu wel te maken met andere invloeden.”

Zoals?

De Muynck: „Denk bijvoorbeeld aan de digitalisering. Kinderen vormen hun eigen wereldbeeld aan de hand van allerlei prikkels waarop opvoeders geen grip hebben. We doen daarom een sterker appel op het stimuleren van de eigen denkverantwoordelijkheid en de kritische houding.

Kunz: „Daarvoor geeft dr. Golverdingen al wel aanzetten. Hij was er alert op dat leerlingen een plaats moeten innemen in een seculariserende wereld. Aan de andere kant zijn scholen zelf ook veranderd, daarin moeten we eerlijk zijn. In de tijd van dr. Golverdingen was er een elan, een gedrevenheid voor het vormgeven van gereformeerd onderwijs. Nu bemerk ik in het onderwijs wel wat vervlakking en verrationalisering. Dat wordt gemaskeerd door de invloeden van buitenaf te bestrijden – soms uit krampachtige behoudzucht. Maar staat Christus nog wel centraal?”

De Muynck: „Als we vooral proberen te behouden wat er is, zonder de bevindelijke lijn van het hart te benoemen, zijn we aan het dweilen met de kraan open. Laten we in lijn met dr. Golverdingen dat wat het zwaarst is, ook het zwaarst wegen.”