Verblijf in peuterspeelzaal heeft positieve uitwerking op jong kind

Eigenwijzer
Foto ANP

Vraag: Onze oudere kinderen hebben niet op een peuterspeelzaal gezeten. Nu is er bij de basisschool een reformatorische peuterspeelzaal gekomen. Ik twijfel of ik ons zoontje Jesse (3) daar zal brengen. Wat zijn de voordelen daarvan? Kan ik met hem ook thuis doen wat hij anders in de peuterspeelzaal zou doen?

Iedere peuter is uniek en verdient een vertrouwde omgeving en de mogelijkheid om zich te ontplooien. Het is belangrijk dat de omgeving waarin de peuter verkeert leerzaam en uitnodigend is. Die omgeving kan thuis zijn, maar ook bij oma en opa of op de peuterspeelzaal. Die biedt peuters de mogelijkheid om, door middel van spel, nieuwe ervaringen op te doen die hun ontwikkeling stimuleren en die een goede voorbereiding zijn op de basisschool. Dit kan goed als aanvulling op wat het kind thuis leert. Peuterspeelzaalleidsters vinden het belangrijk dat peuters zich bij hen veilig en geborgen voelen en dat ze zelfvertrouwen en eigenwaarde opbouwen.

Een peuter kan koppig zijn en vaak het woordje nee laten horen. Als hij zo’n koppige bui heeft, wil hij niet spelen en loopt hij mama misschien telkens voor de voeten. Mogelijk is zo’n peuter toe aan een nieuwe uitdaging en zou peuterspeelzaalbezoek positief voor hem kunnen werken. Peuters leren op een peuterspeelzaal rekening te houden met elkaar, te luisteren en zich aan regels te houden.

Veel moeders zien thuis verbetering in het gedrag of spel van de peuter nadat hij de peuterspeelzaal enkele maanden heeft bezocht.

Een dwarse peuter kan voor de moeder een flinke belasting betekenen. Dan kan enkele dagdelen peuterspeelzaalbezoek haar behoorlijk ontlasten. Zij heeft dan even de handen vrij om iets voor zichzelf te doen en bij te tanken, waardoor ze weer fris tegenover het kind staat.

Een peuterspeelzaal is echter niet alleen voor drukke peuters of voor kinderen die zich vervelen, maar ook voor rustige kleintjes die thuis lief kunnen spelen. Het is immers een ontmoetingsplaats waar met leeftijdsgenootjes kan worden gespeeld en waar allerlei leuke activiteiten worden gedaan.

Veelzijdig aanbod

Vaak kunnen peuters twee dagdelen per week in een peuterspeelzaal terecht. Het is dus geen kinderopvang. De openingstijden sluiten niet aan op de tijden waarop veel ouders werken.

Het aanbod van de peuterspeelzaal is veelzijdig. Bij een peuterspeelzaal hoort een aantrekkelijke binnen- en buitenspeelruimte waar veiligheid en hygiëne belangrijk zijn. De GGD controleert die regelmatig.

Verder biedt een peuterspeelzaal leeftijdsgenootjes om mee te spelen. Ook is er uitdagend en veilig spelmateriaal voorhanden dat aansluit bij de belangstelling en de ontwikkeling van peuters.

Er zijn deskundige pedagogisch medewerkers die de kinderen stimuleren nieuwe dingen te ontdekken. Zij bieden een programma aan met onder andere vaste momenten in de kring. De peuterspeelzaal vormt daardoor een goede voorbereiding op de basisschool.

Op de christelijke en reformatorische peuterspeelzalen wordt eenvoudig uit de Bijbel verteld en worden psalmversjes dan wel christelijke liederen aangeleerd en gezongen. De medewerkers bieden spelactiviteiten aan om de taal en de beweging van de peuters te stimuleren. Ze besteden ook veel aandacht aan het samen spelen, samen delen en aan het leren gehoorzamen.

Optimale ontwikkeling

Investeren in kinderen betekent investeren in een goede toekomst. Een zo goed mogelijke schoolloopbaan helpt kinderen zich optimaal te ontwikkelen. Het is zorgelijk dat ruim een kwart van alle Nederlandse kinderen de schoolloopbaan met een taalachterstand begint. Taal is een belangrijke voorwaarde voor succes in andere vakken. Daarom investeert de overheid in voor- en vroegschoolse educatie (vve).

De voorschoolse educatie vindt plaats in een peuterspeelzaal of kinderdagverblijf. De vroegschoolse educatie gebeurt in de groepen 1 en 2 van de basisschool.

Het doel van voor- en vroegschoolse educatie is ontwikkelingsachterstanden zo veel mogelijk te voorkomen of te verminderen. Dat gebeurt door middel van een doorgaande leerlijn van peuterspeelzaal tot en met groep 2 van de basisschool. Dit houdt in dat peuterspeelzaal en basisschool samenwerken in de keuze voor de vve-methode en de manier van observeren. Ook worden de gegevens van kinderen op de peuterspeelzaal overgedragen aan de basisschoolleerkracht.

In het kader van voor- en vroegschoolse educatie observeren de pedagogische medewerkers op de peuterspeelzaal de peuters. Zij letten op of de peuters kunnen wennen, hoe ze contact met andere peuters en de leidsters maken, hoe het gaat met hun spel, hun taal- en spraakontwikkeling en met hun motoriek. Op deze manier kunnen zij signaleren of de peuters op bepaalde gebieden boven- of onderontwikkeld zijn en hen hierin begeleiden.

Peuterspeelzalen en kinderdagverblijven werken met een vve-programma. Dat is speciaal ontwikkeld voor kinderen met een risico op een achterstand op een bepaald gebied.

Voor- en vroegschoolse educatie richt zich op vier ontwikkelingsgebieden: taal (vergroting van de woordenschat), beginnende rekenvaardigheid (leren tellen, meten), motorische ontwikkeling (grove en fijne motoriek) en de sociaal-emotionele ontwikkeling (stimuleren van zelfstandigheid, zelfvertrouwen, samen spelen en werken).

Ouders hoeven niet bang te zijn dat hun kind al zo jong moet ‘leren’. Alle onderdelen worden spelenderwijs of via gezellige activiteiten aan de peuters aangeboden. De leidsters gebruiken aanschouwelijk materiaal dat past bij het thema waarover de kinderen werken.

Thuis oefenen

Uiteraard kunnen ouders ervoor kiezen hun peuter tot aan het vierde jaar thuis te houden. Belangrijk is dan dat hun peuter thuis lekker kan spelen en het goed naar zijn zin heeft.

Ouders kunnen, als zij dat willen, thuis met hun peuter oefenen met taal en voorbereidend rekenen.

Het voorlezen van prentenboeken vergroot de woordenschat van een peuter. Bewezen is dat een kwartier voorlezen per dag de woordenschat van het jonge kind al vergroot. Door voorlezen zien peuters boeken en tekst. En daardoor komen ze in aanraking met nieuwe onderwerpen en leren ze nieuwe woorden en zinnen. Het zelf ‘lezen’ en het voorlezen van boeken zijn belangrijke manieren om jonge kinderen voor te bereiden op het latere lezen en schrijven.

Behalve voorlezen kunnen ouders ook praten, zingen en bijvoorbeeld cijfers of kleuren benoemen met hun peuter. Voor ouders die thuis willen oefenen met taal is er een eenvoudige methode verkrijgbaar bij het CPS (landelijke adviesorganisatie voor het onderwijs op het gebied van onderwijs): ”VoorSprong”, geschreven door Lienke van Dijk en Cobi Visser.

Tips

- Hebt u belangstelling voor een peuterspeelzaal, neem dan gerust vrijblijvend een kijkje bij een peuterspeelzaal bij u in de buurt of kijk ter oriëntatie op de website.

- Vraag ouders die hun peuters naar de peuterspeelzaal brengen naar hun ervaringen.

- Voor thuis: laat de peuter zijn verhaal vertellen zonder hem te verbeteren.

- Laat zien het leuk te vinden als hij iets vertelt.

- Praat met de peuter over waarmee u bezig bent, waar u naartoe gaat en dergelijke.

- Lees zo veel mogelijk voor. Bibliotheken zijn gratis voor kinderen.

- Benoem emoties van de peuter, bijvoorbeeld dat hij blij of verdrietig is.-l Gebruik gebaren tijdens het praten.

- Zing liedjes met de peuter.

- Bekijk samen foto’s en praat erover.

Wilt u reageren of hebt u vragen over opvoeding? Leg ze (anoniem) voor aan de pedagogen Mirjam Blom en Anja Helmink. Dat kan door de situatie en de (gezins)-omstandigheden, liefst uitvoerig, te mailen naar: wijs@refdag.nl of te sturen naar: RD, t.a.v. redactie Wijs, Postbus 670, 7300 AR Apeldoorn.