Veilige hechting bodem voor kinderbestaan

Eigenwijzer
beeld Anjo Mutsaars

Vraag: Ik lees regelmatig dat het belangrijk is om veel te knuffelen met je kind, omdat dit goed is voor de hechting. Kunt u eens schrijven over het belang van veilige hechting?

Met hechting wordt de emotionele band tussen een kind en zijn ouders of verzorgers bedoeld. Voor het opbouwen hiervan zijn de eerste twee levensjaren van een kind de gevoeligste. Dat gebeurt in een wisselwerking tussen een kind en een of meer opvoeders (meestal de ouders), die uitloopt op een duurzame, liefdevolle relatie.

De Engelse psychiater Bowlby legde de basis voor deze zogenaamde hechtingstheorie. Hij ging ervan uit dat een baby zich eerst aan de persoon hecht die de moederrol vervult, het meest voor hem zorgt en goed reageert op zijn signalen. Vanuit die relatie kan een kind zich ook aan andere personen hechten en een band met hen opbouwen.

Er zijn beschermende en risicofactoren te noemen die invloed hebben op de hechting. Een stabiele omgeving, een goede onderlinge relatie tussen de ouders en inlevingsvermogen van de ouders om te reageren op de signalen van hun kind zijn beschermende factoren. Als die er zijn, is de kans op een veilige hechting groter.

Bij risicofactoren kan worden gedacht aan (psychische) ziekte van het kind of de ouder, het langdurig gescheiden zijn van ouders in de eerste maanden of jaren van het leven, bijvoorbeeld door ziekenhuisopname, problemen tussen ouders, mishandeling, verwaarlozing of een slechte financiële situatie.

Zelfvertrouwen

Meestal verloopt de hechting goed. Dan wordt er gesproken over veilige hechting. Die is belangrijk voor de gezonde ontwikkeling van een kind, vooral de sociaalemotionele. Het is de basis voor zelfstandig worden.

Kinderen die in de eerste jaren van hun leven veilig zijn gehecht, blijken sociaal sterker, hebben meer zelfvertrouwen en kunnen beter met teleurstellingen omgaan.

Er zijn ook vormen van onveilige hechting. Dan heeft een kind geen vertrouwen in zichzelf en anderen. Het heeft in de toekomst meer kans op problemen, zoals bij het aangaan van andere vertrouwensrelaties en de ontwikkeling op school.

Als een kind onveilig is gehecht, kan het in de eerste jaren met deskundige begeleiding wel op gang worden geholpen om alsnog een veilige hechtingsrelatie op te bouwen.

Soorten hechting

De psycholoog Ainsworth deelde hechting in vier soorten in. Na onderzoek waarbij een kind in een vreemde situatie even zonder zijn ouders verblijft, kwam zij tot deze types:

Type A: Onveilig/vermijdend gehechte kinderen. Zij hebben een minimale hechting omdat hun ouders vaak zakelijk, afwijzend of ongevoelig reageren. Ook kan het voorkomen dat zo’n kind veel verschillende opvoeders heeft (gehad). Ze vermijden of negeren de ouder en gedragen zich al jong zelfstandig. Met vreemden is er vaak wel goed contact.

Type B: Veilig gehechte kinderen. Bij hen is er een goede balans tussen gedrag waaruit blijkt dat ze goed zijn gehecht en de drang om op onderzoek uit te gaan. Ze durven nieuwe dingen uit te proberen, zijn bang als hun ouder weg is en zoeken de nabijheid van de ouder op als deze terugkomt. Daarna voelen ze zich weer veilig en gaan verder met het ontdekken van de omgeving. De ouders reageren gevoelig, bieden steun en troost, maar ook ruimte om de wereld te verkennen. Er is een wisselwerking tussen kind en ouder.

Type C: Onveilig/afwerend gehechte kinderen. Zij zoeken veel toenadering tot de ouder en doen weinig dingen zelfstandig. Als de ouder wil weggaan, is het kind angstig of claimt het de ouder. Als de ouder terugkomt, is het juist boos en verontwaardigd. Zo’n kind laat tegenstrijdig gedrag zien: zo kruipt hij bijvoorbeeld achteruit naar zijn ouders toe. De ouder is onvoorspelbaar in zijn reacties: de ene keer gevoelig voor wat het nodig heeft, de andere keer niet. Op belangrijke momenten laten de ouders het afweten.

Type D: Gedesorganiseerd gehechte kinderen. Dit is een combinatie van gedrag van type A en C. Daarbij zoekt een kind wel toenadering tot de ouder, maar dat gaat samen met angst en stress. Dit komt bijvoorbeeld door onvoorspelbare en inconsequente reacties van de ouders. Ook kunnen ingrijpende gebeurtenissen zoals verwaarlozing, mishandeling of andere trauma’s meespelen.

Hechting in stappen

Het hechtingsproces verloopt in stappen. De eerste maanden na de geboorte ontstaat de basis voor hechting, al is die onbewust. Een baby probeert met iedereen contact te maken door huilen, lachen en geluiden maken.

Rond drie maanden krijgt het kind een voorkeur voor de paar mensen die het het vaakst ziet.

Bij ongeveer zes maanden hecht een kind zich bewust aan de persoon of personen in zijn nabije omgeving en reageert hij vooral op hen. Daarom is het van belang dat er niet te veel wisselende personen voor het kind zorgen. Meestal is het de moeder die het vaakst voor het kind zorgt en ook reageert op zijn signalen en behoeften.

Rond de acht maanden ontstaat er bij kinderen vaak eenkennigheid: een teken dat een baby zich heeft gehecht aan een ouder. Als een minder bekende persoon het kind oppakt of in de buurt komt, gaat het huilen. Niet elk kind heeft hier evenveel last van.

Met negen maanden is de belangrijkste fase van het hechtingsproces afgerond, al loopt dit nog in het volgende jaar door. Een kind kan het tot 4 jaar moeilijk vinden afscheid te nemen van de personen aan wie het is gehecht, zoals bij de schoolgang. Het kan zich dan al wel wat in de ander inleven en rekening met hem houden. Hij begrijpt de uitleg als hij even moet wachten voordat papa tijd voor hem heeft of dat de oppas een avond voor hem zorgt.

Invloed ouder

Contact tussen ouder en kind is belangrijk voor de opbouw van een veilige hechtingsrelatie. Daarbij zijn twee dingen onmisbaar: gevoeligheid voor de signalen van een kind en het vermogen van de ouder om daar op de goede manier op te reageren.

Het zich inleven in de behoeften en gevoelens van een kind en het daarop inspelen zorgt voor een gevoel van veiligheid. Een pasgeboren baby maar een ouder kind heeft veel aandacht en liefde nodig, net als een rustige omgeving en een vaste dagindeling. Voor een veilige hechting is het belangrijk goed naar een kind te kijken en zijn behoeften en signalen te leren kennen.

Bij de meeste ouders gaat dit gelukkig vanzelf: als hun baby huilt, voelen ze aan dat hun kind hun nabijheid nodig heeft of dat het tijd is voor de voeding. Zij zullen hun baby dan troosten en geven wat het nodig heeft.

Ook bij een opgroeiend kind blijft inlevingsvermogen belangrijk. Als ouders aanvoelen wat hun baby of oudere kind nodig heeft en daarop ingaan, zorgt dat voor vertrouwen. Kinderen leren dat hun vader of moeder voor hen zorgt. Als een kind contact zoekt, is het belangrijk dat ouders daarop reageren.

Praten

Tegen en met een kind praten is ook van groot belang. Dat kan al meteen na de geboorte. Alles wat ouders met hun kind doen, kunnen ze benoemen. De stem van de ouder is al vertrouwd vanuit de baarmoeder en geeft een baby een veilig gevoel: „Zo, nu mag je lekker in het badje” of „Mama gaat je nu schone kleertjes aandoen.” Een baby begrijpt dit natuurlijk nog niet, maar op deze manier is er contact en de vertrouwde stem stelt hem gerust. Daarnaast is het goed voor de taalontwikkeling.

Het is ook belangrijk dat de ouders goed voor zichzelf zorgen. Een kind voelt het aan als zij goed in hun vel zitten. Ouders die elkaar steunen in het verzorgen en opvoeden van hun kind, voelen zich daarin zekerder. Dat werkt positief voor de band met hun kind.

Als dat ouder wordt, heeft het nog steeds veel steun, liefde, structuur en regels nodig. Consequente reacties zorgen ervoor dat een kind zich veilig voelt, omdat het op zijn ouders aan kan. Elke dag zijn er veel contactmomenten tussen ouder en kind mogelijk, zoals bij het eten (geven). Het is dan goed volledige aandacht voor het kind te hebben en er een fijn samenzijn van te maken.

Knuffelen

Ook lichamelijk contact is erg belangrijk voor een goede band. Een baby vindt het heerlijk dicht bij mama of papa te zijn en heeft er behoefte aan met hen te knuffelen en te worden aangeraakt. Een baby wordt na de geboorte een tijdje op de blote huid van de moeder gelegd. Ook dat is goed voor de opbouw van een band.

Krijgt een baby borstvoeding, dan is het als vanzelf dicht bij moeder. Het is daarom goed een kind dat flesvoeding krijgt –vooral de eerste tijd– als ouders zélf de fles te geven.

Oudere kinderen hebben eveneens regelmatig een knuffel nodig en vinden het fijn om bij een ouder op schoot te zitten.

Niet alle kinderen zijn even ‘knuffelig’. Sommigen houden meer van om rustig in de buurt van hun papa of mama zitten.

Zomaar een aai over het hoofd, een lief woord –„Wat fijn dat je er weer bent!”– of een kus zorgen ervoor dat een kind zich geliefd en gewaardeerd voelt. Samen spelen, voorlezen, aandacht hebben voor de dingen die een kind doet en meemaakt: het zijn allemaal manieren om de veilige hechting in stand te houden en een kind de geborgenheid te geven die het nodig heeft.

Tips

- Leer het kind goed kennen: wat bedoelt het en wat heeft het nodig?

- Reageer op de signalen van het kind: geef het aandacht, liefde, verzorging, eten en drinken, regelmaat, troost en steun.

- Vraag hulp aan familie, huisarts of het consultatiebureau als u merkt dat u dit moeilijk vindt of dit niet lukt.

Wilt u reageren of hebt u vragen over opvoeding? Leg ze (anoniem) voor aan de pedagogen Mirjam Blom en Anja Helmink. Dat kan door de situatie en de (gezins)-omstandigheden, liefst uitvoerig, te mailen naar: wijs@refdag.nl of te sturen naar: RD, t.a.v. redactie Wijs, Postbus 670, 7300 AR Apeldoorn.