Studie Nederlands trekt geen volle zalen meer

De belangstelling voor de studie Nederlands neemt de afgelopen jaren drastisch af. beeld iStock
3

De belangstelling voor de studie Nederlands neemt af. Steeds minder studenten lijken warm te lopen voor Vondel, argumentatieleer of de herkomst van ”hen” en ”hun”. Hoe komt de studie Nederlands weer uit het slop?

Een „hechte, kleine club.” Zo omschrijft studente Lale Gul (21) de lichting studenten die dit jaar koos voor de afstudeerrichting Nederlands van de bachelor literatuur en samenleving aan de VU. Ze viel voor het studieprogramma, dat vakken aanbiedt die op andere studies Nederlands niet te volgen zijn. „Bijvoorbeeld creatief schrijven, met auteur Kees ’t Hart. Ik heb de ambitie om later wat te gaan schrijven.”

Lale is een van de zes studenten die zich dit jaar inschreven. Zes is te weinig om de studie levensvatbaar te houden. Een plan om de opleiding te herzien in een verkorte bachelor die studenten naast een andere bachelor konden volgen, mislukte. In februari viel het doek definitief: per september dit jaar neemt de VU geen nieuwe studenten Nederlands meer aan. Een studie met evenveel medewerkers als studenten is niet meer rendabel, is de redenering.

Lale begrijpt de afnemende belangstelling voor de studie wel. „Mensen zien taal als communicatiemiddel en zien de schoonheid er niet meer van in. Er wordt ook steeds minder gelezen. Sociale media nemen de plaats in van het boek.”

Niet alleen in Amsterdam, ook in andere universiteitssteden neemt de belangstelling voor de studie Nederlands de afgelopen jaren drastisch af. In 2010 schreven zich landelijk 511 studenten in; in 2018 slechts 201 (zie ”Instroom Nederlandse Taal en Cultuur”).

Afrekensysteem

„Onbestaanbaar” dat de bestudering van de taal in het eigen land niet meer plaatsvindt, vindt prof. dr. Lotte Jensen (47), hoogleraar Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. „Ik vind dit een heel triest besluit.”

Volgens Jensen legt het sluiten van de opleiding een veel grotere problematiek bloot: hoe moeilijk het is om bepaalde studies rendabel te houden. „Er is een afrekensysteem op universiteiten, dat precies aangeeft hoeveel studenten nodig zijn om een opleiding rendabel te houden. Is de instroom minder dan het aantal studenten, dan kost een studie te veel geld. Elke universiteit moet zichzelf bedruipen. Het kan gebeuren dat een studie om die reden wordt opgedoekt.”

Vwo’ers zijn niet meer te porren voor de studie die ”Nederlandsche Historien” van P.C. Hooft naast ”Tirza” van Arnon Grunberg laat lezen. Of die Wilders’ retoriek ontleedt.

Waar komt die tanende belangstelling vandaan? Volgens Jensen spelen verschillende factoren een rol. Door de invoering van het nieuwe leenstelsel, in 2015, zijn middelbare scholieren geneigd voor een studie te kiezen die economisch nuttig is in plaats van dat ze hun hart volgen. Studenten gaan bovendien voor bredere, Engelstalige studies. „Daarmee denken ze hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Er bestaat een verkeerde beeldvorming dat je met de studie weinig mogelijkheden hebt.”

Vanaf 2015 was er bovendien een sterke toename van Engels op universiteiten, ziet Jensen. „Van de masteropleidingen is 74 procent inmiddels in het Engels. Studenten denken daardoor ten onrechte dat Nederlands een tweederangstaal is.”

Volgens Jensen ligt een deel van het probleem in het vak Nederlands op de middelbare school. Dat is veel te zakelijk, bevat te weinig literatuur en cultuur en te veel spelling en grammatica. Deze onderdelen dragen volgens de hoogleraar niet bij aan het enthousiasme voor de studie Nederlands. „Terwijl die veel breder is dan alleen tekstverklaren en begrijpend lezen.”

Pittig

De leerlingen van Bram Geurtsen (44), docent Nederlands aan het Van Lodenstein College in Kesteren, worden inderdaad niet enthousiast van het vak Nederlands. „Waarom krijgen we eigenlijk Nederlands, dat kunnen we toch allang?” vragen ze soms in de onderbouw. Leerlingen uit havo 4 zien het nut van spelling wel in, maar vinden onderdelen als grammatica en leesvaardigheid pittig.”

Bovendien is Nederlands volgens de scholieren een „saai” vak. „Toen ik in de bovenbouw les ging geven en begon met leesvaardigheid, vond ik dat zelf eigenlijk ook wel”, bekent Geurtsen. De docent probeert zijn lessen aansprekend te maken door interactie met de leerlingen. „Een les over drogredenen begin ik door zelf een drogreden te gebruiken, bijvoorbeeld een persoonlijke aanval. Dat triggert leerlingen. Door voorbeelden uit het dagelijks leven te gebruiken in de klas, raken ze enthousiast voor de taal.”

Een derde van de lesstof in de bovenbouw havo en vwo op het Van Lodenstein College bestaat uit literatuur. De havisten lezen tien boeken, de vwo’ers achttien. „In mijn klas houden 12 van de 22 leerlingen van lezen”, aldus Geurtsen. „De literatuurles, die ik elke dinsdag geef, zorgt voor afwisseling met de andere lessen.”

De docent heeft de indruk dat het schoolvak voldoende aansluit op de universitaire studie. „Leerlingen hebben na de middelbare school het geschikte instroomniveau. Ik denk niet dat je leerlingen naar de studie Nederlands trekt door allerlei ingewikkelde termen te gaan gebruiken in de les. Als we taalvoorbeelden uit de ‘echte’ wereld het lokaal in halen, zouden we nog meer bij de studie kunnen aansluiten.”

Van de lichting havisten die Geurtsen opleidt, overweegt niemand de lerarenopleiding Nederlands. Schoolbreed is er één vwo-leerling die de studie Nederlands gaat doen. Op termijn zal er door deze terugloop een lerarentekort ontstaan, verwacht Geurtsen. „Op onze school gaat het nog goed, maar we hebben weinig stagiairs voor het vak Nederlands. Als er niet genoeg docenten zijn, is tijdelijke vervanging nodig. Daar lijdt de kwaliteit van het onderwijs onder.”

Volgens Jensen, hoogleraar in Nijmegen, gaat er met het verdwijnen van de studie Nederlands meer dan alleen aanwas van eerstegraads docenten verloren. „We verliezen kennis over de Nederlandse literatuur, cultuur en geschiedenis. Denk aan het Wilhelmus. Het onderzoek naar wie dat geschreven heeft en waar het vandaan komt, hebben neerlandici gedaan.”

Als niemand de oude literaire werken onderzoekt, verliezen we volgens Jensen onze geworteldheid. En zo raken we volgens haar de toegang tot onze traditie, soms ook de religieuze, kwijt.

In de mediastorm die opstak nadat de VU bekendmaakte te stoppen met de studie Nederlands, werd geopperd dat de opleiding landelijk een aanpassing vraagt. Er zou een meer internationale focus moeten komen. Onzin, volgens de hoogleraar. „In onze cursussen hebben we het altijd over de plaats van Nederland in de wereld. Bij ”Sara Burgerhart” kan ik niet om de Engelstalige briefroman heen. Romantische teksten uit de achttiende eeuw verbind ik altijd aan Duitsland. Dat internationale aspect zit dus al in de studie.”

Voorlichting

Hoewel landelijk gezien het aantal studenten Nederlands afneemt, heeft Nijmegen er juist meer dan vorig jaar. Dat terwijl de Radboud Universiteit volgens Jensen een „klassiek-traditioneel programma” aanbiedt: uitgebreide literatuurgeschiedenis, historische taalkunde, taalbeheersing en de relatie tussen die onderdelen.

De winst in Nijmegen is vooral te danken aan een goede voorlichting op middelbare scholen. „We laten hun zien hoeveel we te bieden hebben op het gebied van taal, literatuur en cultuur. Blijkbaar spreekt zo’n klassiek programma leerlingen aan.”

De Nijmeegse hoogleraar ondertekende eind maart samen met 193 auteurs, academici en prominenten uit de culturele en maatschappelijke sector een open brief aan de Nederlandse regering. Hun belangrijkste punt: geef het Nederlands een beschermde status. „Ik vind dat de overheid moet garanderen dat de studie Nederlands blijft bestaan in de vijf belangrijkste universiteitssteden: Groningen, Leiden, Amsterdam, Utrecht en Nijmegen. Daar is financiële steun voor nodig. De politiek moet het tij voor het Nederlands keren.”

Eerstejaarsstudente Nederlands Lale is blij dat zij in ieder geval op tijd voor de studie aan de VU heeft gekozen. Ze voelt zich geroepen na haar studie als docent Nederlands in het middelbaar onderwijs te gaan werken. „Er is een enorm tekort, dus zijn scholen extra blij met je.”

Het is belangrijk dat de studie Nederlands blijft, vindt Lale. „Taal is niet alleen communicatiemiddel, maar het fundament van een cultuur. Als je een taal spreekt, ben je een cultuur rijker.”