Straf in Ethiopië: in de hoek, de handen omhoog

Ver weg naar school
Menno Hendriksen (links) voor Interlakes International School met de Nederlandse schoolvriend die bij hem logeert. beeld fam. Hendriksen
11

De leraar heeft gezag, de leerlingen luisteren. Scholen in Ethiopië lijken wel wat op die in Nederland vijftig jaar geleden, vinden de ouders van Menno en Lotte Hendriksen. Bij wangedrag volgt een waarschuwing. Bij herhaling een tik met een liniaal. Of een tijdje in de hoek staan, met de handen omhoog.

De Bennekommers wonen sinds februari 2014 in Afrika. Vader Hendriksen werkte in Nederland als uitvoerder in de wegenbouw en nam in oktober 2001 aandelen over van een bedrijf voor de productie van betonelementen, Nedabo in Rheden.

Vrijwilligerswerk in Ethiopië zorgde voor een wending in zijn leven. „In 2012 ben ik er tien dagen geweest. Bij een kliniek hebben we een laboratorium en een wachtruimte gebouwd. Ik voelde me al geruime tijd aangetrokken tot het zendingswerk. Hier vielen de puzzelstukjes op hun plaats. Ik ervoer het als een roeping om hiernaartoe te gaan om de mensen in hun ontwikkeling te helpen. Het duurde nog bijna twee jaar voordat het zover was.”

Hendriksen hield zijn bedrijf aan. „Twee van mijn personeelsleden zijn nu aandeelhouder en hebben er de dagelijkse leiding.”

Andere cultuur

Met drie van hun vijf kinderen emigreerden Jaco en Belinda Hendriksen naar Debre Zeit, een stad die zo’n 140.000 inwoners telt. Carola (nu 22) bleef achter in het huis in Bennekom. Jarco (24) zat op de zeevaart. Beiden zijn inmiddels getrouwd. Leon (18) ging na anderhalf jaar terug in Nederland, woont nu in het ouderlijk huis en rondde onlangs een mbo-opleiding af.

Hun vader startte eerst in Ethiopië een meubelfabriek op en is er nu bezig met een kippenslachterij. De overgang naar de nieuwe woonomgeving was groot. „Het wennen aan elke dag zon is niet zo moeilijk. Maar verder... Voordat je de taal een beetje spreekt en de mensen weten wat voor vlees ze in de kuip hebben, ben je een paar jaar verder. Nu zijn we overal welkom en weten we een beetje van de gewoonten af.

Overigens zeggen we weleens: „Hoe langer je hier zit, hoe minder je het gaat begrijpen.” Mensen leven bij de dag. Als ze wat voedsel hebben, eten ze het op, zonder te overwegen iets voor de volgende dag te bewaren. Vooruitdenken zit er niet in.

De kans dat iemand een baan vindt, is heel klein. Toch gaan mensen vaak direct thuiszitten als hun contract niet verlengd wordt, ook al mogen ze nog een maand blijven.”

Thuisgemeente

’s Zondagsmorgens bezoeken de Hendriksens een internationale, Engelstalige dienst. Daarnaast proberen ze mee te leven met hun thuisgemeente, de gereformeerde gemeente in Wageningen. „Elke week krijgen we de afkondigingen gemaild. Meeluisteren met de diensten in Wageningen lukt helaas niet. Dat hebben we wel geprobeerd, maar dan was er soms geen stroom, of viel die halverwege de dienst uit. Het internetverkeer verloopt ook traag en werd onder de vorige premier regelmatig om politieke redenen geblokkeerd. Achteraf een preek downloaden lukt vaak wel.”

Hoelang de Hendriksens in Afrika willen blijven, hebben ze niet gepland. „Het opzetten van een bedrijf is niet iets van enkele maanden. Maar als er problemen met je gezin zouden zijn, zou je teruggaan.”

Toepassing

Samen met andere Nederlanders heeft Hendriksen een waterput bij een school gemaakt. Ze doen veel werk onder de allerarmsten in Debre Zeit. Daarnaast zijn de Hendriksens actief op een zondagsschool, waar elke week vijftig tot honderd kinderen komen. Belinda geeft dinsdagsmorgens les op een blindenschool.

Ze zetten zich met anderen ook in om een basisschool in een naburig dorpje te vernieuwen, met hulp van sponsors in Nederland. „In onze bedrijven zien we dagelijks wat de gevolgen zijn van gebrek aan goede scholing. Vaardigheden, kennis en inzichten die voor ons als Nederlanders vanzelfsprekend zijn, ontbreken helaas bij een groot deel van de Ethiopische beroepsbevolking. Door onze bedrijven willen we mensen positief beïnvloeden. We zien echter steeds meer hoe belangrijk onderwijs is voor de ontwikkeling van een gebied.”

Het onderwijs is vaak eenrichtingsverkeer; de leerkracht zegt iets, de leerlingen herhalen het. „Over de toepassing van de kennis wordt niet nagedacht. Dat geldt ook voor het hoger onderwijs. Ik sprak een Nederlandse vrouw die hier op een universiteit diergeneeskunde studeert. Ze zei: De studenten weten veel; zelfs wat op welke bladzijde staat. Maar ze weten niet wat ze er in de praktijk mee kunnen.”

Hoog niveau

In tegenstelling tot het reguliere onderwijs in Ethiopië heeft Interlakes International School in Debre Zeit, waar Lotte (7) leerling is en Menno (14) ook een aantal uren per week naartoe gaat, een heel hoog niveau, vooral in de lagere klassen, zegt hun vader. „In Nederland is groep 4 bij rekenen met tafels bezig, hier werken ze op die leeftijd al met breuken. De tafels hebben ze in drie weken tijd gedaan. Iedereen moet daarin mee. Het scheelt dat de meeste ouders zelf een redelijke opleiding hebben, zodat ze hun kinderen thuis kunnen helpen. Ook is er huiswerkbegeleiding na schooltijd.”

Met uitzondering van een Italiaanse vrouw die er twee dagen werkt en een Nederlandse juf die een paar dagdelen bij de kleuters is, zijn alle leerkrachten Ethiopiërs. Komend cursusjaar komt er een Nederlandse leerkracht in de hogere groepen. Klassen hebben geen vaste leerkracht; voor elk vak komt er een andere leraar naar het leslokaal.

De Engelstalige school telt 340 leerlingen. „Elke dag begint met Bijbellezen en gebed”, vertelt Menno. „Maar godsdienst als vak mogen ze van de overheid niet geven.”

Alles overschrijven

„Hoe internationaal de school ook is, de Ethiopische cultuur doet zich wel gelden”, zegt zijn vader. „Er wordt veel tijd verspild aan onnodig schrijfwerk. Daardoor is Lotte al vanaf haar vierde jaar anderhalf tot twee uur per dag bezig met huiswerk. Als je een verhaaltje voorgelegd krijgt en daar wat vragen over moet beantwoorden, moet je eerst het verhaal helemaal overschrijven, dan de vragen ook en vervolgens voeg je er de antwoorden aan toe.

We praten daar wel over met de leerkrachten en zij krijgen ook training van Nederlandse leraren, maar het is moeilijk om zulke gewoonten eruit te krijgen. Men wil het niet anders, en misschien wil men zich ook niet door buitenlanders laten gezeggen.”

Ook het uitdelen van straffen is moeilijk veranderd te krijgen. „Slaan mag op deze school niet, maar er worden soms toch lijfstraffen uitgedeeld.”

Menno weet nog wel een voorbeeld: „Op school in Nederland is het verboden om elkaar uit te lachen. Hier in Ethiopië vinden ze juist dat je daarvan leert. Dus een leraar roept je naar voren en stelt je expres een paar moeilijke vragen. Als je dan het antwoord niet weet, gaat hij je hard uitlachen en de hele klas doet mee. Dat vinden ze normaal.”

Twee scholen

De jonge Hendriksens zijn leerling van twee scholen tegelijk. Na elke zomervakantie gaan ze eerst twee tot vier weken in Nederland naar school, Lotte naar de Eben-Haëzerschool in Bennekom, Menno naar de Jacobus Fruytier scholengemeenschap in Apeldoorn. Zo maken ze deel uit van een klas voordat ze weer voor bijna een jaar naar Ethiopië gaan.

„Leren kost Lotte wel wat moeite, maar doordat ze in Debre Zeit verder is met de leerstof dan de school in Nederland, haakt ze moeiteloos aan als ze in Bennekom in haar klas terechtkomt”, zegt Jaco. „Wij geven haar thuis Nederlands. Het lezen is voor haar soms wel lastig door het verschil in zinsbouw met het Engels.”

„In het Engels zeg je dingen soms precies andersom”, zegt Lotte. „Eenentwintig is dan twenty-one.” Ze vindt school wel leuk. „Ik heb veel Ethiopische vriendinnetjes. Ik ga vaak met hen spelen.”

Schoolvriend op bezoek

Menno bezoekt de school in Debre Zeit enkele uren per week voor het contact met leeftijdgenoten. Een groot deel van zijn tijd besteedt hij aan het afstandsonderwijs van de Fruytier. „We hebben in huis bewust een afzonderlijke ruimte voor het schoolwerk ingericht, zodat school apart is van thuis”, zegt Jaco. „Voor de kinderen is het wel moeilijk om echt met huiswerk bezig te zijn. Er gebeurt zo veel om hen heen waar ze graag bij willen zijn, maar het schoolwerk moet ook af.”

Menno begint nu aan vwo 4. „In het begin van de zesde klas zal ik naar Nederland terug moeten om in dat jaar examen te kunnen doen”, zegt hij. „Ik werk elk jaar de planning af met de boeken die ik van de Fruytier meekrijg. Als ik een toets heb gemaakt, stuur ik die naar Apeldoorn. Het bevalt me goed, hoewel het niet leuk is dat ik geen klasgenoten om me heen heb.” Maar via sociale media heeft hij veel contact met hen. En deze zomer komt zijn schoolkameraad drie weken logeren.

Vrijwilligers

Het afstandsonderwijs wordt begeleid door een vrijwilliger. „We hebben er inmiddels vijf gehad; ze blijven een half- tot anderhalf jaar”, zegt vader Hendriksen. „Geen mensen met een onderwijsopleiding, maar jongeren die zelf havo of vwo nog maar kort achter de rug hebben en de vakken kennen. Zij kunnen uitleg geven en frissen hun eigen kennis ook op.” Menno: „Als de vrijwilliger het ook niet snapt, vraag ik het via e-mail aan een leraar op de Fruytier.”

De vrijwilligers ontlasten vader en moeder Hendriksen. „Het zorgt er ook voor dat we als ouders geen halve leerkrachten, maar ook gewoon opvoeders kunnen zijn.”

De onderwijsvrijwilligers helpen ook op de internationale school. „Daar is altijd genoeg te doen, in de bibliotheek of bij sportactiviteiten, of ze helpen andere Nederlandse kinderen.”

zomerserie Ver weg naar school

Deel 4 in een serie over Nederlandse kinderen en jongeren die in het buitenland les krijgen. Volgende week dinsdag deel 5.