Stel meer vertrouwen in volwassen zoon Mark

Eigenwijzer
Mark houdt zich niet aan de regels over computergebruik. beeld Anjo Mutsaars

Vraag: Onze zoon Mark (21) woont nog bij ons thuis. Hij houdt zich regelmatig niet aan de regels in ons gezin over computergebruik en het tijdstip van thuiskomen op zaterdagavond. Wij hebben hem hier al diverse keren op aangesproken, maar daarop geeft hij doorgaans weinig reactie. Hebt u een advies hoe wij het beste hiermee kunnen omgaan?

Op de jongvolwassen leeftijd is het daadwerkelijke opvoedproces zo goed als afgerond.

De meeste jongeren worden ongeveer tussen hun 19e en 25e mentaal volwassen. Ze kunnen dan op eigen benen staan en zelf verantwoordelijkheid dragen. Meestal is dit ook de periode waarin kinderen het ouderlijk huis verlaten om zelfstandig te gaan wonen of te trouwen.

In vergelijking met het opvoeden van kleine kinderen (0-10 jaar) liggen er in de tweede fase (11-20 jaar) andere accenten. Het kind is minder afhankelijk van de ouders dan in de eerste periode en de invloed die ouders kunnen uitoefenen krijgt vaak een andere inkleuring.

Kwaliteit relatie

Juist in deze tweede fase is de kwaliteit van de relatie tussen ouders en kind van bijzonder belang. Wanneer een jongere de verhouding met de ouders als goed ervaart, is hij of zij meer bereid om rekening te houden met hun gevoelens en wensen. Daardoor zijn er vaak minder correcties nodig.

Ouders die een goede relatie met hun kind hebben, hebben doorgaans duidelijke verwachtingen, terwijl ze anderzijds bereid zijn op hun kind af te stemmen en naar hem te luisteren.

Positieve communicatie tussen ouders en kind draagt bij aan het versterken van de band. Een richtlijn in deze fase kan zijn: van de communicatie is 90 procent positief –samen tijd doorbrengen, belangstelling, humor, uiten van liefde en waardering– en de overige 10 procent kan worden besteed aan correctie. Dit betekent dat ouders behoorlijk bewust zullen moeten beslissen waar ze wel en niet op ingaan.

Averechts

De manier waarop ouders corrigeren bepaalt vaak mede of een jongere gehoor geeft aan wat hem wordt verteld. Beschuldigen, verwijten maken, schreeuwen, beledigen of kleineren werkt meestal averechts.

Het kan helpen als de ouders in positieve bewoordingen noemen welk gedrag van Mark ze willen zien: „Ik wil graag dat je de waarheid tegen me spreekt; dat doe ik ook tegen jou.” In plaats van: „Je moet niet tegen me liegen.”

Ouders kunnen proberen niet te veel woorden te gebruiken om Marks negatieve gedrag te omschrijven. Ze kunnen zo concreet mogelijk benoemen wat ze als storend ervaren: „Je hebt je niet gehouden aan onze afspraak over op tijd thuiskomen. Ik vind het belangrijk dat je je afspraken met ons nakomt; dat doen wij bij jou ook.” Moedig Mark aan mee te denken over een oplossing: „Hoe kun jij ervoor zorgen dat je de volgende keer wel op tijd bent?”

Gesprek

Het is zinvol om regelmatig het gesprek met Mark aan te gaan. Doe dit op een neutraal moment, als de emoties enigszins zijn geluwd. Zoals: „Ik wil het graag een keer met je hebben over het laptop- en telefoongebruik in ons gezin. Zou jij vanavond kunnen?”

Ouders kunnen dit een open gesprek laten zijn waarin ze willen ontdekken hoe Mark de situatie ziet en beleeft. „We hadden gisteren een conflict over jouw mobielgebruik. Hoe kijk je daarop terug? Wat vind je van de regels zoals wij die hebben opgesteld? Zou je dingen anders willen zien? Wat zou jouw idee hierover zijn? Hoe zou jij dat aanpakken als je later een gezin zou hebben?”

Als het gesprek niet op gang komt, kunnen ouders zich hierbij neerleggen. Het belangrijkste is immers dat Mark weet dat hij bij zijn ouders terechtkan en dat er ook ruimte is om met elkaar over pijnlijke gebeurtenissen en meningsverschillen te spreken.

Probeer als er wel een gesprek op gang komt de verleiding te weerstaan om nog eens uitvoerig Marks negatieve gedrag te benoemen. Erken zijn gevoelens: „Nu je dit je zo vertelt, snap ik dat je telefoon voor jou belangrijk is.”

Sommige ouders hebben het gevoel dat als ze gevoelens van hun kind erkennen, dit betekent dat ze hun regels moeten aanpassen. Terwijl dit twee verschillende dingen zijn. Hoewel het soms zinvol kan zijn voor ouders om zich opnieuw te oriënteren op gestelde gezinsregels, met elkaar, maar ook met Mark samen. Regels staan namelijk in dienst van het gezin. Soms kan in een gesprek duidelijk worden dat ze die functie inmiddels niet meer (afdoende) vervullen.

In de afrondende fase van de opvoeding, wanneer kinderen de volwassen leeftijd bereiken, vraagt dit van ouders om hun mogelijkheden te bieden te oefenen met het dragen van verantwoordelijkheid.

Uit de weg

Mark lijkt een jongeman te zijn die niet snel het conflict opzoekt, maar dit eerder uit de weg gaat. Tegelijkertijd heeft hij over bepaalde onderwerpen een iets andere mening dan zijn ouders. Dit levert voor hem een spanningsveld op. Hij wil er geen ruzie over maken en aan de andere kant lijkt hij soms wat meer ruimte voor zichzelf te willen opeisen.

Ouders kunnen Mark in dit proces steunen. Zij kunnen hem daadwerkelijk ruimte geven om te oefenen en zijn eigen weg hierin te vinden. Laat hem ervaren dat er meningsverschillen mogen zijn, dat ze erover kunnen spreken zonder dat er meteen ruzie ontstaat.

Ouders hebben de taak dit proces te begeleiden en ervoor te zorgen dat meningsverschillen niet leiden tot beschadiging van de relatie met hun kind. Dat betekent dat zij soms zullen moeten incasseren en teleurstelling en verdriet zullen moeten leren verdragen.

Vertrouwen

Belangrijk is dat ouders Mark vertrouwen geven. Er is weinig zo bemoedigend op de weg naar volwassenheid voor een jongere als de wetenschap dat zijn ouders in hem geloven en dat vertrouwen uitdragen.

Als ouders merken dat Mark hen na een conflict tegemoet probeert te komen door de dag erna extra vriendelijk of behulpzaam te zijn, mogen zij proberen dit positief te benaderen. Het betekent dat Mark waarde hecht aan de relatie met zijn ouders en zich ervoor wil inspannen.

Ouders kunnen benoemen wat ze zien: „Hé, zorgzaam van jou dat je koffie voor me hebt gezet! Aardig dat je me vraagt hoe mijn dag was. Ik zal het je vertellen.”

Ouders kunnen oefenen om Marks positieve eigenschappen en gedrag te blijven zien. Soms overschaduwen negatieve gebeurtenissen het goede dat er ook is. Dat doet geen recht aan een kind. Benoem regelmatig: „Mooi dat je je hebt ingezet voor dat goede doel. Je bent altijd erg betrokken! Ik waardeer je hulp bij het opruimen van de garage, dankjewel!”

Mildheid is een belangrijke eigenschap voor ouders. Tegenover hun kinderen toe en ook tegenover zichzelf. De bron voor die mildheid mag de Heere God zijn, „Die mild geeft en niet verwijt.”

Geen garantie

Hoe ouders ook hun best doen bij het opvoeden, het geeft hun geen garantie dat hun kind de gewenste wegen gaat. Ze plengen soms vele tranen en liggen nachten wakker, zonder dat ze bereiken wat ze verlangen.

De gebrokenheid van het leven kan juist in het opvoeden zichtbaar worden. Het mag ouders bemoedigen dat de Heere hen in deze worstelingen kent en Zijn bijstand niet onttrekt wanneer zij Hem daarin om wijsheid bidden.

- Corrigeer gedrag kort en bondig.

- Benoem in positieve bewoordingen welk gedrag ouders verwachten.

- Ga regelmatig het gesprek aan.

- Houd voor ogen dat regels in dienst van het gezin staan.

- Draag er zorg voor dat meningsverschillen niet leiden tot beschadiging van de onderlinge relatie.

- Oefen in het opmerken, waarderen en benoemen van positief gedrag van en mooie karaktereigenschappen bij een kind.

- Geef het kind als opvoeder vertrouwen.

- Wees mild, wetend dat wij allen van genade leven.

Wilt u reageren of hebt u vragen over opvoeding? Leg ze (anoniem) voor aan de medewerksters van Eigenwijzer. Dat kan door de situatie en de (gezins)omstandigheden, liefst uitvoerig, te mailen naar: wijs@rd.nl of te sturen naar: RD, t.a.v. redactie Wijs, Postbus 670, 7300 AR Apeldoorn.