ROV: Vrijheid van onderwijs beschermt gewetensvrijheid van ouders

Vrijheid van onderwijs
Cathelijne van den Bercken en haar man Theo uit Almere geven hun kinderen zelf onderwijs.  beeld Sjaak Verboom
3

Geachte minister van Onderwijs,

Beste mevrouw Bussemaker,

Thuisonderwijs in Nederland heeft de toekomst! De toewijding van de ouders, de kwaliteit van de door henzelf gekozen methodes en de professionele ondersteuning, het maatwerk op leerlingniveau en de fysieke en emotionele ruimte die de kinderen genieten zijn niet te vergelijken met schoolonderwijs. Dit wordt gestaafd door vele onderzoeken die zijn gedaan naar de verdienstelijkheid van thuisonderwijs, zowel in het buitenland als in Nederland.

Waar het reguliere onderwijs de laatste decennia vooral te boek staat als een woud van regels en een almaar groeiende begrotingspost, blinkt het thuisonderwijs uit in eenvoud, onverdeelde aandacht voor het kind én kostenbesparing. Wie wil dat nou niet?

Thuisonderwijs is ook niet iets om bang voor te zijn. Helaas proeven wij de laatste jaren veel angst en weerstand, zowel bij landelijke als lokale bewindspersonen. Ons wordt vervolgens gevraagd om te bewijzen dat het goed gaat met onze kinderen. Dat is verbazend, aangezien dit bij regulier onderwijs precies omgekeerd werkt: ouders mogen van de overheid verlangen dat het onderwijs voor hun kinderen van een zekere kwaliteit is en dat dit goed geborgd is. Het is krom dat ouders die niet van schoolonderwijs gebruikmaken langs dezelfde lat worden gelegd.

Gelukkig hebben de belangenorganisaties voor thuisonderwijs in het laatste jaar een aantal keren constructief gesproken met ambtenaren van het ministerie. Nog niet alle vooroordelen zijn weggenomen, zoals ook blijkt uit uw stellingname elders in deze bijlage, maar er is vooruitgang. Er zal een nieuwe wet komen voor thuisonderwijs; een proeve daarvan werd onlangs publiek gemaakt in een internetconsultatie. Ook heeft staatssecretaris Dekker de motie-Bisschop uitgevoerd om onwettige handhavingsmaatregelen op basis van de nu geldende wetgeving een halt toe te roepen.

De details van die nieuwe wet zullen pas onder de nieuw te vormen regering worden uitgewerkt. We hebben goede hoop dat dit gaat lukken. Dat moet toch gaan nu ook het CDA ook bij de formatie is betrokken? Daarvoor moeten nog wel wat hordes genomen worden: op de conceptwettekst kwamen via de internetconsultatie maar liefst 333 (!) reacties, die –understatement– niet allemaal even lovend waren. Een vorm van toezicht op thuisonderwijs is wellicht onvermijdelijk, maar een maatregel zoals het toelaten van een inspecteur in de eigen woning lijkt ons onnodig, onwenselijk en ook juridisch onhoudbaar. De nieuwe bewindsman of -vrouw moet dus nog wel wat knopen doorhakken, maar wij laten de moed niet zakken!

Nederland heeft de vrijheid van onderwijs hoog in het vaandel staan. Deze vrijheid behelst meer dan alleen de gelijkstelling van bijzonder en openbaar onderwijs die we in 2017 herdenken. De inzet van de schoolstrijd was van meet af aan dat ouders de vrijheid hebben om zelf de inhoud te bepalen van het onderwijs voor hun kinderen. Sterker nog: „het géven van onderwijs is vrij.” Deze befaamde zin staat al sinds 1848 in de Nederlandse Grondwet. Wij ontmoeten steeds meer (jonge) ouders die zich hiervan bewust zijn. Daarom: wat de thuisonderwijzers betreft vieren we in het jaar 2048 200 jaar échte vrijheid van onderwijs!

Met vriendelijke groet,

Aart-Jan Dingemanse

Drs. A. J. Dingemanse (1981) is bestuurslid/woordvoerder van de stichting Thuisonderwijsverbond (TOV), die de belangen behartigt van de gelijknamige vereniging van christelijke thuisonderwijzers.

ROV: Vrijheid van onderwijs beschermt gewetensvrijheid van ouders

De Reformatorische Oudervereniging (ROV) vindt de vrijheid van onderwijs een fundamenteel recht. „Het staat niet voor niets in de Grondwet. Daarom moet artikel 23 in zijn huidige vorm blijven bestaan.”

Dat zegt Gerdien Lassche-van Grol, secretaris-beleidsmedewerker van de ROV. Oud-minister Deetman wees er tijdens de laatste ledenvergadering van de Vereniging Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS) op dat de overheid als taak heeft de gewetensvrijheid van ouders te beschermen. Lassche: „Artikel 23, waarin de vrijheid van onderwijs is gewaarborgd, legt die vrijheid vast. In Nederland hebben ouders het recht en de mogelijkheid om voor hun kinderen een school te kiezen of op te richten die bij hen past.”

Wat de ROV betreft moet dat zo blijven: „Diverse onderzoeken laten zien dat de meeste ouders tevreden zijn over het huidige scholenaanbod. Wij pleiten er daarom voor om artikel 23 in de huidige vorm te laten bestaan.”

De vrijheid van onderwijs geeft ouders de mogelijkheid een rol te vervullen bij het onderwijs van hun kinderen. Lassche: „De keuzemogelijkheid die in artikel 23 verankerd ligt, past bij Nederland en is ook iets om voor te blijven strijden. Bij de opvoeding van de kinderen is het wenselijk als ouders, school en kerk een gemeenschap vormen en elkaar ondersteunen.”

De ROV kijkt met enige spanning naar de toekomst van de regeling voor het schoolvervoer. In de Tweede Kamer is een meerderheid om de vergoeding hiervan te stoppen of drastisch te beperken. Lassche: „Ouders hebben er veel voor over om hun kinderen naar een school te laten gaan die bij hen past. Soms moeten ze daarvoor verder reizen. Het is daarom wel belangrijk dat het leerlingenvervoer waarbij de afstand tussen school en thuis groter is dan 5 kilometer, bekostigd blijft worden door gemeenten.”

Op korte termijn gaan de kosten van het leerlingenvervoer voor gemeenten mogelijk nog omhoog: „Door de bevolkingskrimp zijn er steeds meer scholen die de deuren sluiten. In dat geval zullen de kosten voor leerlingenvervoer hoger worden omdat leerlingen dan verder moeten reizen naar een school van hun richting.”

De ROV is bereid al deze zaken nadrukkelijk onder de aandacht van de politiek te brengen. Lassche zou daarom graag zien dat meer ouders zich aansluiten bij de vereniging: „De overheid wil graag de stem en mening van ouders horen over het onderwijs. De oudervereniging fungeert als een belangenorganisatie. En het is heel simpel: meer leden geven meer zeggingskracht.”