PvdA pakt toelatingsbeleid scholen aan

Vrijheid van onderwijs
beeld Sjaak Verboom

PvdA-leider Asscher diende zaterdag zijn eerder aangekondigde initiatiefwetsvoorstel in om de vrijheid van onderwijs in te perken. Wat betekent dat voor het orthodox-christelijk onderwijs?

De PvdA voert al lang een kruistocht tegen het toelatingsbeleid van bijzonder onderwijs. Al in de jaren negentig van de vorige eeuw dienden PvdA-onderwijswoordvoerders een initiatiefwet in om het toelatingsbeleid van bijzondere scholen de nek om te draaien. GroenLinks en SP tekenden graag mee. Maar uiteindelijk is er van de behandeling van deze wet niets terechtgekomen. Uiteindelijk wilde de VVD niet meewerken en ook kabinetten waarin het CDA een plaats innam weigerden hun goedkeuring.

De mogelijkheid voor het bijzonder onderwijs om leerlingen te weigeren is een van de drie pijlers van de onderwijsvrijheid. De andere twee zijn het benoemingsbeleid en de vrijheid om eigen lesmethodes te kiezen. Ze zijn bedoeld om het bijzonder onderwijs een eigen karakter te geven en te behouden.

Een van de juridische bezwaren tegen de PvdA-initiatiefwet uit de jaren negentig was dat het schrappen van het toelatingsbeleid wijziging van artikel 23 van de Grondwet vereiste. In dat artikel ligt de onderwijsvrijheid vast. Om aan dat ‘bezwaar’ tegemoet te komen, dient de huidige PvdA-voorman een initiatiefwet in om de Grondwet aan te passen.

VVD spreekt zich uit

Over zijn bedoeling is Asscher volstrekt duidelijk. Hij gaf een interview aan het dagblad Trouw: „Dat ”heilige artikel 23” gaat op de schop.”

Sinds vorige week staat het toelatingsbeleid van reformatorische scholen volop in de schijnwerpers. Dinsdag stemt de Tweede Kamer over een motie waarin de regering wordt gevraagd om een eind te maken aan de identiteitsverklaringen die ouders moeten ondertekenen. Die motie zal een meerderheid halen omdat de VVD zich nu wel duidelijk uitspreekt.

De VVD kiest bij monde van premier en partijleider Rutte sinds vorige week ook een duidelijke koers. „Als op scholen de indruk zou kunnen worden gewekt dat het mensen vrij staat om afwijzend te zijn over homoseksualiteit is dat niet het Nederland waar ik voor ben. Dan ben ik de eerste om de wet aan te passen. Dat is echt onbestaanbaar”, zo stelde Rutte donderdag tijdens een debat over de vrijheid van meningsuiting.

Het ziet er dus naar uit dat het orthodox-christelijke onderwijs op termijn geen toelatingsbeleid meer mag voeren en iedereen moet toelaten die de regels van de school respecteert. Ook het afwijzen van homoseksualiteit mag niet meer.

Het duurt nog enkele jaren voordat de grondwetswijziging van Asscher aanvaard is. Eerst moeten Tweede en Eerste Kamer de wet goedkeuren met een gewone meerderheid. Daarna moeten er verkiezingen plaatsvinden. Daarna moeten Tweede en Eerste Kamer weer hun fiat geven, nu met tweederdemeerderheid.

D66 heeft een route voorgesteld om sneller tot actie over te kunnen gaan, namelijk om in bestaande wetten vast te leggen dat scholen geen identiteitsverklaringen meer mogen eisen van ouders. De democraat Van Meenen vindt een wijziging van de Grondwet niet nodig en te omslachtig.

Formatie

Er is een moment in het politieke proces waarop een minderheid een voorstel van een meerderheid kan blokkeren. En dat is tijdens een kabinetsformatie. Dat is ook tijdens de kabinetsformatie van 2017 gebeurd. CDA en CU hebben met succes de afspraak met VVD en D66 kunnen maken dat het bijzonder onderwijs geen acceptatieplicht krijgt opgelegd. In het proces van onderhandelingen is een kwestie van geven en nemen.

Mogelijk lukt dat bij de komende formatie opnieuw. Dan moeten er in ieder geval wel christelijke partijen aan de formatietafel zitten. En of het dan lukt, is nog maar de vraag. De kwestie van het toelatingsbeleid ligt sinds vorige week onder een politiek en maatschappelijk vergrootglas.