Op het praktijkonderwijs in Ede worden al veel diploma’s behaald

De herinrichting van het schoolplein van het Van Lodensteincollege in Ede doen de leerlingen grotendeels zelf.  beeld Van Lodensteincollege
6

Leerlingen in het praktijkonderwijs krijgen voortaan een schooldiploma, zo beloofde minister Slob van Onderwijs begin december. Wat vinden ze op het reformatorisch praktijkonderwijs van dat idee? Een reportage op het Van Lodenstein College in Ede.

Dat het in Ede om de praktijk gaat, blijkt direct al bij het betreden van het schoolplein. Twee leerlingen zijn bezig met de herinrichting van het plein. De een geeft aanwijzingen, de ander bestuurt de minigraver.

Praktijkschool

Voor het bedienen van deze machine kunnen de jongens op school een certificaat halen, vertelt teamleider Baruch Bakker binnen. Net zoals voor het werken met de shovel, de vorkheftruck en het lasapparaat. Onder het label Scholing Voor Arbeid (SVA) kunnen de leerlingen in Ede ook branchegerichte certificaten behalen voor het werken in de cultuurtechniek en de metaal- en houtindustrie.

Werkgevers bij wie de leerlingen van de praktijkschool terechtkomen, vinden die certificaten heel belangrijk. Neem de VCA-cursus die de docenten van het Van Lodenstein College in Ede ook verzorgen. VCA staat voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu Checklist Aannemers. Werknemers bij dienstverlenende bedrijven moeten VCA-gecertificeerd zijn zodat ze veiliger werken. Want dat vermindert het aantal ongevallen. Steeds meer opdrachtgevers van dienstverlenende bedrijven eisen dan ook dat de mensen die bij hen aan de slag gaan een VCA-certificaat hebben.

Lunch

Volop papieren te behalen dus voor de jongens op de praktijkschool. Datzelfde geldt voor de meiden. In de keuken is ’s middags een vijfde klas bezig met het bereiden van een lunch. Het ziet er professioneel uit. In het aangrenzende restaurantje zijn twee meiden bestek aan het poleren. „Kijk, we houden het in de stoom en poetsen daarna alle vingerafdrukken en vlekken weg.” Glanzend komt het bestek op tafel te liggen.

De dames kunnen in de sector catering certificaten behalen voor het bereiden van voeding, voedselveiligheid, gastvrijheid, kassabediening en schoonmaak. De andere twee sectoren op school, zorg & welzijn en groen hebben weer hun eigen papieren.

Maar een echt diploma, zoals het vmbo, de havo en het vwo, is dat er nog niet? „Jazeker”, vertelt teamleider Bakker niet zonder trots. „Van de 42 leerlingen die vorig jaar van school gingen, hadden er 24 een mbo-niveau-1- diploma op zak.” De praktijkschool biedt voor elk van de vier sectoren zogeheten entreeopleidingen aan op het laagste niveau van het middelbaar beroepsonderwijs. Dat gebeurt in samenwerking met het Hoornbeeck College en het Zone College, het vroegere AOC Oost.

Assistent

Zo gaan veel meiden na vijf jaar praktijkschool naar huis met een diploma ”assistent dienstverlening en zorg” of een diploma ”assistent horeca, voeding of voedingsindustrie”. Jongens zijn veelal opgeleid tot ”assistent plant of (groene) leefomgeving”, ”assistent bouwen, wonen en onderhoud” of ”assistent installatie- en constructietechniek”.

En als zo’n diploma toch te hoog gegrepen is? „Iedereen die hier van school gaat, krijgt nu een getuigschrift praktijkonderwijs mee”, zegt Bakker. „Maar ik vind het geweldig mooi als dat ook een echt diploma wordt. Vooral voor leerlingen die broers of zussen op vmbo, havo of vwo hebben. Die krijgen een diploma met alles erop en eraan, terwijl onze leerlingen net zo goed keihard gewerkt hebben en het met een getuigschrift moeten doen.”

Wat vinden leerlingen eigenlijk van zo’n diploma? In de lagere klassen zijn de jongens en meiden er nog niet zo mee bezig. Derdeklasser Mark-Paul van den Brandt (14) uit Opheusden voert in het groenlokaal de baardagaam, een hagedis die oorspronkelijk uit Australië komt. „Ik loop stage bij een hovenier in Kesteren. Daar mag ik binnenkort ook op zaterdag gaan werken. Volgend jaar ga ik mijn VCA-certificaat halen. Ik denk dat mijn baas dat veel belangrijker vindt.”

Inzet

Dat is precies wat stagecoördinator Reijer Floor zegt. „Bij welk stageadres ik ook kom, er is niemand die vraagt naar papiertjes zoals een diploma praktijkonderwijs. Werkgevers vinden het veel belangrijker dat stagiairs inzet tonen en gemotiveerd zijn. Wel zijn ze geïnteresseerd in die branchegerichte certificaten zoals VCA, omdat die op de praktijk zijn gericht en soms zelfs verplicht op bijvoorbeeld een bouwplaats.”

Bij ouders van leerlingen ziet Floor meer interesse voor het plan van minister Slob. „Zij vinden het over het algemeen wel mooi dat hun zoon of dochter straks met een diploma thuiskomt. Sommigen vinden het nog steeds moeilijk dat hun kind hier op school zit en dan kan dit helpen bij de acceptatie daarvan.”

Toejuichen

Ook zijn er, vooral bij de vijfdeklassers, wel leerlingen te vinden die het plan van Slob toejuichen. Voor Janneke de Greef (16) uit Opheusden bleek een mbo-niveau-1-diploma te hoog gegrepen. „Ik heb het geprobeerd, maar het is niet gelukt. Dat was best een tegenvaller. Vriendinnen lukt het wel, die hebben straks een diploma. Ik zou het wel leuk vinden als ik ook een diploma krijg voor de vijf jaar die ik hier op school heb gezeten.”

Bakker betwijfelt of het plan van minister Slob dit schooljaar al ten uitvoer kan worden gebracht. „Er zitten nog best wel wat haken en ogen aan zo’n diploma. In het praktijkonderwijs zijn we het gewend om maatwerk te leveren, we kijken erg naar wat de leerling kan en wil. Als er landelijke normen komen waaraan leerlingen moeten voldoen, kan dat weleens gaan botsen met dat maatwerk waar wij absoluut niet van af willen. Het kost tijd om een diplomering te ontwikkelen waar iedere praktijkschool mee uit de voeten kan.”