Onderwijsexpert: School is voor jongens niet de plek waar ze willen zijn

Ideale Docent
beeld Sjaak Verboom

Een mep, duw of schop is ten strengste verboden op school. Ruzie met een klasgenoot los je op met práten, vinden leraren. Maar zo zitten jongens niet in elkaar. „School is voor hen geen plek waar je wilt zijn”, meent onderwijsexpert Jan Verburg.

Op school moet je overleggen, nadenken voordat je iets doet, niet overal aan zitten, precies en netjes werken én goed plannen. Niet de doorsneetalenten van een jongen. Die zijn over het algemeen impulsiever, maken minder plannen, praten met hun lichaam en niet met hun mond, en stoten liever eerst hun neus en zoeken dán de oplossing in plaats van andersom. Alle leerlingen zitten in een klas met jongeren van de eigen leeftijd en studierichting. Er is volop oog voor hun eigen leerstijl. Uitkomsten van onderzoeken naar de gevolgen van verschillen tussen leerlingen buitelen over elkaar heen. Maar er is nóg een verschil tussen leerlingen, waar volgens Verburg veel minder aandacht voor is. De onderwijskundige, verbonden aan Driestar educatief, is verbaasd hoe weinig rekening er wordt gehouden met sekseverschillen tussen leerlingen.

Verlies van motivatie

„Tot groep 3 gaan de meeste kinderen met plezier naar school. En dan verliezen veel jongens hun motivatie”, signaleert Verburg. Hij zit als coach van leerkrachten regelmatig achter in de klas te observeren. „Jongens krijgen op die leeftijd in de gaten dat ze als meisje gemodelleerd worden. Al zullen ze dat natuurlijk niet zo zeggen.” Jongens passen gewoon niet zo goed in het huidige onderwijssysteem, meent Verburg. „Als leerkrachten een probleem hebben met een leerling, is dat altijd een Rik, Alex of Theo.” Uit de enquête onder reformatorische scholieren bleek dat jongens de kwaliteiten en eigenschappen van hun docent lager beoordelen dan meiden. Volgens Verburg laat dat zien dat de talenten van jongens in het huidige onderwijssysteem dan ook niet volop worden benut.

Verhaaltjessom

Taal is de boosdoener Verburg denkt dat de steeds belangrijkere rol van taal in het onderwijs ervoor zorgt dat meisjes beter kunnen meekomen op school. „Zelfs het abstracte vak wiskunde, vroeger bij uitstek een jongensvak, lijdt onder de taal. Bijna iedere opgave is eem ‘verhaaltjessom’.” Bijvoorbeeld: wanneer een leerling zegt dat de uitkomst van de som 1/8 + 3/8 precies 0,5 is, is de leerkracht niet tevreden. Van de jongen wordt verwacht dat hij uitlegt dat één taartdeel van acht stukjes plus nog drie taartdelen samen vier taartdelen is en dat vier de helft van acht is. „Meiden kunnen dat over het algemeen prima, maar de meeste jongens komen minder uit hun woorden”, weet Verburg. „Vrouwen hebben al heel jong meer woorden tot hun beschikking dan mannen en zijn dus in het voordeel.”

Glazen vloer

Het huidige onderwijssysteem sluit niet altijd goed aan bij jongens, is de overtuiging van Verburg. „Vroeger moesten vrouwen door het glazen plafond heen breken. Inmiddels zijn er veel vanouds ‘mannelijke’ beroepen waarin meer vrouwen dan mannen werken. In de advocatuur en bij de rechtbank bijvoorbeeld.

Tegelijkertijd stoten de mannen hun neus soms tegen wat Verburg „de glazen vloer” noemt. Vooral jongens worden doorverwezen naar het speciaal onderwijs. „En werkloosheid, drank en drugsverslaving, voortijdige schoolverlating zijn vooral problemen waar jongens mee kampen.” „Misschien zouden scholen ook in de lessen meer relatie moeten leggen met de werkelijkheid waar jongeren in leven. Voor hen is niet altijd duidelijk waarom school leerzaam is. Via hun bijbaantje leren ze naar hun gevoel vaardigheden waar ze echt wat aan hebben. Daar leer je waarom het belangrijk is om op tijd te komen, dat je ook ’s ochtends vriendelijk moet zijn tegen klanten én ook weleens dingen moet doen die je niet leuk vindt. Hier is op school ook wel aandacht voor, maar op een heel andere manier.”

Hoe zou de ideale school van Verburg er dan concreet uitzien? Dat vindt hij een lastige vraag. „Er is al veel geprobeerd en ik ben ervan overtuigd dat scholen en leraren steeds hun uiterste best doen om de zo verschillende leerlingen aan te spreken op een manier die bij hen past.” En dan: „Misschien ligt de oplossing wel gewoon daarin dat leraren oog hebben voor de verschillen tussen jongens en meisjes. Dat jongens zich écht anders gedragen en écht anders leren dan meiden. Er is winst te behalen als een leraar op die verschillen inspeelt.”

Dit artikel is onderdeel van de themabijlage “De ideale docent” en neemt de interactie tussen leerlingen en leraren in het reformatorisch voortgezet onderwijs onder de loep. Aan het onderzoek ligt een enquete onder 800 vierdeklassers ten grondslag.