NRC New Jersey zet schouders onder de eigen school

Vrijheid van onderwijs
Les in de personeelskamer. Netherlands Reformed Christian School (NRCS) in Pompton Plains (VS). beeld RD
13

Vrijheid van onderwijs hebben reformatorische christenen in Noord-Amerika wel; bekostiging krijgen ze voor hun scholen echter slechts voor een gering deel. Ouders brengen grote offers voor het onderwijs van hun kinderen, wordt dan gezegd. Maar schooldirecteur Van der Brink gebruikt die term liever niet. „Het is gewoon een deel van ons leven. Als je een huis of een auto financiert, noem je dat ook geen offer.”

De Amerikaanse vlag wappert hoog in de mast voor de Netherlands Reformed Christian School (NRCS) in Pompton Plains, een van de twaalf scholen van de Gereformeerde Gemeenten in de Verenigde Staten en Canada. De eigen bussen die een deel van de leerlingen naar school hebben gebracht, staan keurig in het gelid. De gemeenteleden die de touringcars besturen, gaan met eigen vervoer naar huis, totdat het tijd is voor de middagrit.

Al sinds 1986 staat J. W. van der Brink (63) aan het roer van de 192 leerlingen tellende school, waar zowel basis- als voortgezet onderwijs wordt gegeven. Voordien gaf hij zeven jaar les in het Canadese Norwich, de laatste vier jaar als directeur. Zijn school in Pompton Plains gaat uit van de twee gemeenten in de Amerikaanse staat New Jersey: Clifton en Franklin Lakes. Eigen scholen stichten leek lange tijd onhaalbaar, maar vanaf 1975 kwam de ene na de andere tot stand, mede door de stimulerende invloed van plaatselijke predikanten.

Inmiddels bestaat de NRCS in Pompton Plains 42 jaar. „De worsteling om rond te komen, duurt ook al 42 jaar. Een van onze problemen is de omvang van de klassen: gemiddeld vijftien leerlingen. De lokalen zijn te groot voor één klas, te klein voor een combinatie van twee klassen. Het gevolg is dat alle ruimten in gebruik zijn en dat er zelfs in de personeelskamer lessen worden gegeven. Ons auditorium wordt niet alleen voor de weekopening en gymlessen, maar ook voor allerlei andere activiteiten gebruikt.”

De penningmeesters proberen vooruit te kijken: wanneer is onderhoud aan het gebouw nodig en wanneer zijn de bussen aan vervanging toe? „Al krijgen we geen geld van de overheid, we moeten wel met veel regels rekening houden. Er is bijvoorbeeld een maximum aan het aantal jaren dat we een schoolbus mogen laten rijden. Achter de school staat al een jaar een trailer die we graag als noodlokaal zouden gebruiken, maar vanwege alle regels staat hij nog steeds leeg. We zouden graag vier lokalen en nog wat ruimten bijbouwen, maar ook daarbij worstelen we met alle regels waaraan we moeten voldoen.”

Bekostiging

In de Canadese provincies Alberta en British Columbia krijgen particuliere scholen enige overheidsfinanciering, overigens voor minder dan de helft van de jaarlijkse kosten. De andere reformatorische scholen in Noord-Amerika krijgen vrijwel niets. „De regering van de staat New Jersey verstrekt ons een aantal boeken, enige hulp bij leermoeilijkheden en wat computertechnologie. In totaal is daarmee per jaar zo’n 93.000 dollar gemoeid; slechts een klein deel van de kosten die we maken.”

De achterban van de school moet zelf het overgrote deel van het schoolbudget opbrengen: dit cursusjaar 1,467 miljoen dollar. De ouders betalen daarvan 47 procent, volgens een staffel waarbij het bedrag per kind daalt naarmate meer kinderen uit een gezin op school zitten. Bij vijf kinderen betalen de ouders dit cursusjaar 11.001 dollar; volgende kinderen mogen gratis naar school.

De overige 53 procent van het budget wordt vrijwel geheel bijeengebracht door collecten en giften vanuit de ondersteunende kerken. „Daar dragen diezelfde ouders dus ook weer een steentje bij. Grootouders leveren er een directe bijdrage aan het onderwijs van hun kleinkinderen en ook de overige kerkleden helpen mee. Alle ouders zijn automatisch lid van de schoolvereniging; de andere gemeenteleden kunnen zich er ook bij aansluiten.”

Fondswerving

Dezelfde groep komt naar de fondswervingsactiviteiten: een jaarlijks pannenkoekenontbijt en een plantenverkoping. De laatste activiteit bracht deze maand 17.000 dollar op. „De school staat tussen kassen. De eigenaars schenken de planten voor de verkoping, dus de opbrengst is volledig voor de school. De computers die we gebruiken, hebben we ook gekregen. Daarnaast zetten vrijwilligers uit de achterban zich op allerlei terreinen in, zoals voor klein onderhoud aan het gebouw en de bussen.”

Van der Brink vist een portemonnee uit zijn zak en haalt er een geschenkkaart van winkelketen ShopRite uit. „De school koopt deze kaarten met korting en verkoopt ze voor het normale bedrag. De koper bepaalt de bestemming van de winst. Zelf heb ik die bestemd voor het schoolgeld van mijn kleinkinderen.”

Naast de gemeenten in Clifton en Franklin Lakes collecteert ook de Free Reformed Church (Christelijke Gereformeerde Kerk) van Pompton Plains voor de school. „Ouders uit die kerk betalen hetzelfde bedrag als gezinnen uit onze gemeenten. Daarnaast hebben we gastleerlingen uit de Heritage Reformed Congregation. Hun ouders betalen meer dan het dubbele, maar krijgen een deel daarvan door hun kerkenraad vergoed.”

Tweeverdieners

In de meeste gezinnen uit de achterban werken beide ouders. Dat gebeurt overigens niet alleen vanwege het schoolgeld dat moet worden opgebracht, zegt Van der Brink. „Zonder die kosten zouden de meeste gezinnen ook niet van één salaris kunnen rondkomen. Het leven is hier, op korte afstand van New York, heel duur. De huizenprijzen zijn bijvoorbeeld twee keer zo hoog als in de staat Michigan.”

Het deputaatschap buitenlandse kerken van de Netherlands Reformed Congregations verdeelt jaarlijks het bedrag over de scholen dat het van de Nederlandse zusterkerken ontvangt. De school in Pompton Plains krijgt zo’n 16.000 dollar. Daarmee wordt een deel van het jaarlijkse tekort van zo’n 80.000 dollar gedekt dat ontstaat doordat gezinnen het schoolgeld niet kunnen opbrengen.

Als ouders niet bij machte zijn het onderwijs te betalen, is dat slechts bij enkele bestuursleden bekend, zegt de directeur. „Zij overleggen daarover met de diaconie van de gemeente waartoe het gezin behoort en die vult het tekort dan aan. De band tussen kerk en school is hier nauwer dan in Nederland. De kerkenraden van Clifton en Franklin Lakes leveren de voorzitter en de vicevoorzitter van het bestuur. De predikanten van beide gemeenten houden elk eens in de vier weken een weekopening; de andere openingen worden verzorgd door een ouderling en mijzelf.”

Lager salaris

De leerkrachten krijgen 25 tot 30 procent minder betaald dan hun collega’s op de openbare school, terwijl ze ook allerlei regelingen en vergoedingen missen die in het openbaar onderwijs gebruikelijk zijn. „Ik kan me voorstellen dat dat de reden is waarom hier naast mijzelf slechts drie andere mannelijke leraren zijn”, zegt Van der Brink. „En alle drie hebben ze een werkende vrouw. Tijdens de zomervakanties –die duren hier tweeënhalve maand– hebben we een andere baan erbij om het salaris aan te vullen.”

De werklast is volgens de directeur ook groter dan op een openbare school. „Bij ons geeft elke voltijds onderwijzer in zeven vakken les, zonder die les in parallelklassen te kunnen herhalen. Zelf sta ik elke dag twee uur voor de klas.”

Maar ook dat wil Van der Brink allemaal geen offers noemen. „Het is een voorrecht hier te mogen werken. Ik kan me niet indenken iets anders te moeten doen. Dat geldt ook voor mijn collega’s: ze geloven in de school, ze geloven in onze taak. Openbare scholen zijn zo anders; je kunt je niet voorstellen dat onze kinderen daar nog naartoe zouden moeten. Het zou ouders vanwege hun doopbelofte in grote gewetensnood brengen.”