Nachtangstige Jos moet dag rustig afbouwen

Eigenwijzer
Nachtangst en slaapwandelen. beeld Anjo Mutsaars

Onze zoon Jos (7) wordt ’s avonds vaak schreeuwend wakker en slaat dan om zich heen. Hij lijkt ons dan niet te zien en wordt boos als we hem willen troosten. Na een kwartier slaapt hij verder. De volgende dag weet hij er niets meer van. Ook slaapwandelt hij soms. Is dit normaal en wat kunnen we ertegen doen?

Elk kind wordt weleens huilend wakker. Het heeft naar gedroomd of is wakker geschrokken.

Bij Jos is er echter iets anders aan de hand. Uit het verhaal van de ouders van Jos blijkt dat hij last heeft van nachtangst (pavor nocturnus). Nachtangst komt vooral voor bij kinderen tot een jaar of 6, maar ook oudere kinderen hebben er soms nog last van. Het komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Een mogelijke reden van nachtangst is dat bepaalde delen van de hersenen nog niet helemaal rijp zijn. Als kinderen ouder worden en de hersenen verder rijpen, nemen nachtangsten vaak weer af. Bij pubers komt het haast niet meer voor.

Nachtangst doet zich voor als een kind van een lichtere slaapfase naar een stadium van dieper slapen gaat. Tijdens de slaap doorloopt iemand meerdere slaapcycli van ongeveer anderhalf uur. Als de overgang naar een volgende slaapcyclus niet goed verloopt, kunnen nachtangsten ontstaan. Jos wordt niet echt wakker, maar slaapt ook niet lekker verder. Jos krijgt dan een soort paniekaanval: de nachtangst.

Geschreeuw

Nachtangst uit zich in de eerste uren van de diepe slaap, waarin een kind niet droomt. Meestal slaapt Jos zo’n anderhalf uur als zijn ouders schrikken van hard en angstig geschreeuw en gegil.

Jos is erg van slag en zijn ouders kunnen hem moeilijk rustig krijgen. Als ze hem willen troosten, wordt Jos juist boos en gaat hij nog harder schreeuwen. Hij lijkt wakker te zijn, maar dat is hij niet. Hij kijkt verwilderd en verward en praat onsamenhangend.

Jos zweet en heeft een versnelde ademhaling. Hij slaat of schopt om zich heen en lijkt niet eens te merken dat zijn vader of moeder bij hem is. Kinderen met nachtangst kijken vaak ook naar een bepaalde plek in hun kamer, alsof ze daar iets engs gezien hebben.

Begrijpelijk dat Jos’ ouders zich afvragen of dit normaal is. Meestal laat een kind zich troosten als het huilt. Bij Jos lijkt dit juist averechts te werken. Bij een ‘aanval’ van nachtangst herkent een kind zijn ouders niet echt en is het onbereikbaar. Troosten of knuffelen helpt daarom niet. Proberen hem wakker te maken heeft ook geen effect.

Niet gedroomd

Als Jos wel wakker wordt, zegt hij dat hij niet heeft gedroomd en ook niet weet wat er is gebeurd. Ook de volgende ochtend weet Jos er niets meer van.

Een angstaanval gaat bij de meeste kinderen vanzelf voorbij als ze niet worden gewekt. Dat is vaak binnen tien minuten. Een kind slaapt dan vanzelf weer rustig door. Jos merkt er eigenlijk niets van en houdt er niets aan over.

Voor ouders is het vaak een naar gevoel dat hun kind schreeuwt en in paniek is en ze het niet kunnen troosten. Daarom is het fijn als Jos’ ouders weten wat nachtangst is en dat het verder geen kwaad kan.

Het werkt het beste om gewoon te wachten tot de aanval over is en hem niet wakker te maken. Ze blijven even bij Jos zitten totdat hij op een gegeven moment weer rustig verder slaapt en ervoor zorgen dat hij zichzelf geen pijn doet.

Wanneer Jos wel zelf wakker wordt, kan hij na een knuffel en misschien het zingen van een liedje weer lekker verder slapen.

Als Jos een broertje of zusje heeft, wordt dat mogelijk wel wakker van de schreeuwende Jos. Het laat zich hopelijk echter snel geruststellen.

Ritueel

Nachtangsten kunnen vaker optreden als een kind erg moe is, bij drukte of na een vervelende ervaring. Als de nachtangsten bij Jos veel voorkomen, moeten zijn ouders kijken of hem zaken dwarszitten of dat hij dingen spannend vindt. Dit proberen zij dan overdag te bespreken.

Het aanbrengen van meer rust in de dag en ’s avond op steeds dezelfde, rustige manier de dag afsluiten kan Jos ook helpen om rustiger door te slapen. Bij het avondritueel praat mama, papa of de oppas nog even met Jos, leest een stukje voor, bidt met hem en zingt een versje.

Dit helpt helaas niet altijd, want er zijn meestal geen oorzaken aan te wijzen voor nachtangst. Een vast ”slapen-gaanritueel” is echter altijd goed om de overgang van de dag naar de nacht makkelijker te maken. Jos’ ouders laten hem op tijd naar bed gaan, zodat hij genoeg rust krijgt en geven hem vlak voordat hij gaat slapen geen eten en drinken meer.

Geen nachtmerrie

Nachtangst wordt nogal eens verward met een nachtmerrie: een angstaanjagende droom. Dat is echter iets anders. Een nachtmerrie komt ook bij volwassenen voor, terwijl nachtangst alleen bij kinderen optreedt.

Ouders kunnen een nachtmerrie aan de volgende dingen herkennen: een kind wordt overstuur wakker uit een enge droom, meestal halverwege de nacht of ’s morgens vroeg en het duurt een paar minuten, het kind reageert op contact en troosten, is makkelijk wakker te maken en weet zich dan nog het beangstigende te herinneren. Na een nachtmerrie komt het moeilijk weer in slaap.

Bij nachtangst is juist het tegenovergestelde te merken, zoals het niet wakker kunnen krijgen, het zich niet laten troosten en het feit dat het verschijnsel altijd optreedt in de eerste uren van de slaap. In tegenstelling tot dromen en nachtmerries werkt nachtangst niet om dingen te verwerken. Een aanval van nachtangst weet een kind zich niet meer te herinneren.

Vaak hebben ouders meer last van nachtangst dan het kind zelf. De ouders van Jos doen er verstandig aan de angst niet te veel aandacht te geven en niet uitgebreid met hem erover te praten. Nachtangsten gaan vanzelf weer over als Jos ouder wordt.

Slaapwandelen

Jos slaapwandelt ook. Hij gaat ineens rechtop zitten, komt dan uit bed en loopt zomaar wat rond. Soms loopt hij de trap af en doet hij ergens een deur open. Af en toe praat hij ook tijdens het slaapwandelen.

Het lijkt of hij wakker is, want hij heeft zijn ogen open. Jos heeft echter een starende blik in zijn ogen. Meestal gaat hij zelf weer in bed liggen. Slaapwandelen kan een halfuur duren.

Kinderen die slaapwandelen doen dit meestal in de eerste uren van de nacht. Dit verschijnsel komt vaker voor in combinatie met nachtangst. Kinderen kunnen struikelen over onverwachtse dingen, omdat hun bewegingen niet altijd goed zijn gecoördineerd. Jos loopt meestal om de obstakels heen. Als zijn ouders hem aanspreken, reageert hij niet en is hij nauwelijks wakker te maken. De volgende ochtend weet hij er ook niets meer van.

De ouders van Jos kijken bij het slaapwandelen vooral of hij zich niet kan bezeren en maken hem niet wakker, omdat dit bij Jos juist voor paniek of verwarring kan zorgen. Ze brengen hem rustig weer naar bed. Ze maken de omgeving zo veilig mogelijk door geen dingen op de trap te laten slingeren en ramen goed te sluiten.

Een belletje of windgong aan zijn slaapkamerdeur zou kunnen helpen om te horen wanneer Jos uit bed komt. De dag rustig afbouwen met een vast ritueel is aan te raden, net als een lege blaas voor het slapen gaan. Kinderen beginnen meestal met slaapwandelen als ze tussen de 6 en de 12 jaar zijn. Bij het ouder worden stopt het vanzelf. Een kind heeft er ook geen last van.

Tips

- Bouw de dag rustig af door een vast slapen-gaanritueel.

- Spreek overdag over angsten of spannende ervaringen en let erop dat een kind voldoende rust krijgt.

- Wacht rustig tot een ‘aanval’ van nachtangst voorbij is en maak uw kind niet wakker. Blijf eventueel bij hem zitten tot het over is en uw kind rustig verder slaapt.

- Zorg bij een slaapwandelend kind voor een zo veilig mogelijke omgeving.

- Breng het kind weer rustig terug naar bed, zonder het wakker te maken.

- Probeer aan nachtangst en slaapwandelen overdag niet te veel aandacht te geven: een kind herinnert het zich niet, kan er niets aan doen en houdt er niets aan over.

Voor meer informatie:

opvoedadvies.nl
Hilde Marx: ”Slaapproblemen”, uitg. MOM/Unieboek, Houten.

Wilt u reageren of hebt u vragen over opvoeding? Leg ze (anoniem) voor aan de pedagogen Mirjam Blom en Anja Helmink. Dat kan door de situatie en de (gezins)omstandigheden, liefst uitvoerig, te mailen naar: wijs@rd.nl of te sturen naar: RD, t.a.v. redactie Wijs, Postbus 670, 7300 AR Apeldoorn.