Knokken om reformatorische docent

beeld RD, Anton Dommerholt
2

Zullen we leraren die tien jaar trouw zijn aan onze basisschool een tripje Bonaire cadeau doen? De opmerking binnen een club reformatorische onderwijsspecialisten was pas grappend bedoeld, maar legt wel een stevig probleem bloot. Ook refoscholen moeten alle zeilen bijzetten om docenten te vinden én te houden.

„Een reisje naar Israël vonden we wat afgezaagd”, grapt vrijdagmorgen Jan Kuijers (51), directeur van de Koning Willem-Alexanderschool, een van de vijf Staphorster basisscholen met de Bijbel. Kuijers is binnen het landelijk reformatorisch onderwijs een van de kartrekkers van projecten om jongeren enthousiast te maken voor een baan voor de klas.

Biezen pakken

Zoals zo veel scholen in Nederland kampen ook reformatorische onderwijsinstellingen met (dreigende) personeelstekorten. Onder meer het gebrek aan leraren, bleek donderdag, leidt er zelfs toe dat een basisschool in Amsterdam de deuren sluit. Al binnen drie weken moeten leerlingen van groep 6, 7 en 8 van de 16e Montessorischool hun biezen pakken. Kamerleden zijn geschokt. PvdA en PVV willen een debat met minister Slob (Onderwijs).

Schooldirecteur Kuijers weet hoe lastig het kan zijn om dag in dag uit mensen voor de klas te krijgen. Als de juf zich ’s ochtends om zeven uur ziek meldt, moet hij als een haas vervanging regelen. Bellen en soebatten. Niet iedere invaljuf kan meteen de honneurs waarnemen. „We hebben nog geen kinderen naar huis hoeven sturen. In een enkel geval spring ik zelf in. En gelukkig heb ik een superflexibel team. Maar lastig en spannend is het wel. Intussen mag het niet zo zijn dat leraren zich niet of nauwelijks ziek durven melden vanwege het personeelsgebrek.”

Louter klagen over lerarentekorten helpt ons niet verder, vindt hij. Nodig is dat reformatorische scholen de boer op gaan om christelijke jongeren warm te krijgen voor „het mooie vak” van docent. Vanuit die filosofie lanceerde Kuijers, samen met onder meer Driestar educatief en de reformatorische scholenkoepel VGS, de stuurgroep ”En dan ben je leraar”. Die club organiseert activiteiten om jongeren (graag ook mannen) en zij-instromers te bewegen tot een keus voor een baan voor de klas.

Zo organiseerde de stuurgroep afgelopen voorjaar het evenement ”Een uurtje voor de klas”. Zo’n 200 belangstellenden, merendeels reformatorische jongeren van een jaar of zestien, mochten bij wijze van ”snuffelstage” een uur lesgeven op een reformatorische basisschool. Volgend voorjaar vindt opnieuw zo’n happening plaats. En in december mogen geïnteresseerden een dag lang meelopen op een school.

In een poging „jong talent” te trekken, werken onder meer de Staphorster scholen met de Bijbel samen met Driestar educatief. Op de vijf scholen (1100 leerlingen) lopen nu zo’n twintig stagiairs uit Gouda rond. „Wij zijn bereid om voor pabostudenten een deel van de studiekosten te betalen en stageplekken te regelen. Op voorwaarde dat ze in de toekomst langere tijd op een van onze Staphorster scholen gaan werken”, licht Kuijers toe.

Loonsverhoging

Broodnodig is het imago van leerkracht op te vijzelen, beklemtoont hij. „Ten onrechte denken jongeren dat een startend basisschooldocent weinig verdient. Juist vorig jaar kregen basisschoolleerkrachten loonsverhoging. Van mij mag er nog meer bij en worden lonen gelijkgeschakeld met die van docenten in het voortgezet onderwijs. Docenten daar hebben het weliswaar druk met pubers in het gareel houden, maar leerkrachten in het basisonderwijs zijn weer meer energie kwijt aan onder meer lesgeven in taal en rekenen.”

VGS-voorman Pieter Moens stelt dat in reformatorische kring het besef taant dat Bijbelgetrouw onderwijs voor kinderen belangrijk is. Wat vindt Kuijers? „Gelukkig zijn er nog tal van jonge mensen die zich met hart en ziel inzetten en met veel plezier lesgeven.”

Je kunt je wel voorstellen dat een leerkracht na tien jaar lesgeven in groep acht wel eens wat anders wil?

„We moeten zorgen dat docenten afwisseling in hun werk hebben en houden. Dat kan bijvoorbeeld door groep 8 na een paar jaar in te ruilen voor een andere groep. De zogeheten excellente docenten, dus mensen die erg goed in hun vak zijn, zouden er wat salaris betreft een schepje bovenop moeten krijgen. Doorstromen tot de functie van directeur en adjunct-directeur is mogelijk. Maar noodzakelijk is dat zeker niet. Directeuren zijn nuttig en nodig, maar het echte werk gebeurt toch voor de klas. En lesgeven aan kinderen, denk ook aan het vertellen van de boodschap van Gods Woord, blijft heerlijk werk. Dat weet ik uit ervaring.”