Kind leren om in eigen bed te slapen

Eigenwijzer
Foto Anjo Mutsaars

Emma, onze dochter van 6, wil ’s avonds niet naar bed. En als ze er eindelijk in ligt, komt ze nog een aantal keren naar beneden. Ook staat ze ’s nachts diverse keren naast ons bed. Dan wil ze bij ons slapen. Ik probeer haar meestal terug te brengen, maar soms ben ik zo moe dat ik haar maar naast me laat liggen. Toch wil ik graag dat ze in haar eigen bed slaapt en er niet steeds uit komt. Heeft u tips voor me hoe ik dit kan aanpakken?

Veel ouders zullen deze situatie herkennen. Het komt regelmatig voor dat kinderen moeite hebben met het naar bed gaan en ook met het in bed blijven. Voor ouders kan dat pittig zijn. Dat maakt problemen met slapen ook zo lastig. Als ouders moe zijn, hebben ze eerder de neiging om maar een oogje dicht te knijpen en hun kind dan maar een keer bij zich in bed te laten slapen.

Het is goed om na te gaan welke factoren invloed hebben op het slapen van kinderen. Daarin kunnen opvoeders aanknopingspunten vinden om het slaappatroon van een kind te veranderen.

De aanleg van het kind is de eerste factor. Het ene kind heeft meer slaap nodig dan het andere. Als een kind overdag druk gedrag laat zien, kan het soms ook moeilijk in slaap komen.

Ook de leeftijd van het kind heeft invloed op zijn slaapgedrag. Wordt het ouder, dan heeft het gemiddeld minder slaap nodig. De bedtijden kunnen dan verschuiven.

Bij jonge kinderen (onder de 4 jaar) spelen slaapjes overdag ook een rol. Als dat het geval is, slapen ze ’s avonds meestal later. Naarmate het kind ouder wordt, nemen de slaapjes overdag af en kan het kind ’s avonds eerder naar bed. Kinderen kunnen verder moeite hebben met de overgang van de dag naar de nacht.

Ook de ontwikkeling van de eigen wil van het kind kan invloed hebben op het slaapgedrag. Het kind merkt het als ouders slapen erg belangrijk vinden. Door zich te verzetten als het naar bed moet, kan het zijn eigen wil laten blijken.

Slaapkamer

Ouders moeten ook eens kijken naar de omgeving waarin hun kind slaapt. Is het daar rustig of juist druk? Voelt het kind zich veilig en prettig in zijn slaapkamer?

Spannende gebeurtenissen kunnen hun weerslag hebben op het slaapgedrag. Een verjaardagsfeestje of een komende vakantie kan een kind uit de slaap houden. Ook een drukke dag zorgt er soms voor dat het moeite heeft met in slaap vallen.

Door bijzondere omstandigheden kunnen er bepaalde patronen zijn ontstaan die tijd kosten om te veranderen. Dit kan als het kind een aantal dagen ziek was en onrustig sliep, of op vakantie moeite had met in slaap vallen. Het is gewend geraakt aan de extra aandacht ’s nachts en heeft er moeite mee om weer aan het oude patroon te wennen.

Een vast ritme bij het slapengaan geeft een kind houvast en een gevoel van veiligheid. Als elke avond de dingen in dezelfde volgorde worden gedaan, weet het kind: nu is het tijd om te gaan slapen. Dit zogenoemde bedritueel kan bestaan uit: iedere avond eerst tanden poetsen, dan de pyjama aan, samen voorlezen, bidden en nog even knuffelen. Deze herkenbare volgorde kan het kind helpen de dag rustig af te sluiten en de overgang van de dag naar de nacht gemakkelijker te maken.

Dagritme

Het ritme dat vader en moeder bij het naar bed brengen hanteren, is ook overdag erg belangrijk. Als zij overdag hun kind structuur bieden door duidelijke regels en een vast patroon, weet hun kind waar het aan toe is. Als het gewend is aan een ritme overdag, is het voor hem gemakkelijker zich ook bij het slapengaan aan een vaste volgorde te houden. Kan het kind ’s nachts niet slapen, dan kan het zijn dat het overdag te weinig structuur heeft gehad.

Is het kind overdag gewend zijn zin te krijgen? Dan wil het dat ook ’s nachts! Heeft het kind overdag weinig aandacht gekregen, dan probeert het dat ’s nachts in te halen. Voordat ouders slaapproblemen van hun kind aanpakken, is het altijd goed om te kijken of zij eerst overdag dingen kunnen veranderen. Lukt dat, dan is ook een slaapprobleem gemakkelijker op te lossen.

Angsten

Bij moeilijk slapen kunnen ook angsten een rol spelen. Een kind kan bang zijn in het donker of is angstig om alleen te zijn.

Elke leeftijdsfase heeft zijn eigen kenmerkende angsten. Het is belangrijk om deze angsten serieus te nemen. Kinderen kunnen ook dromen en angstig wakker worden. Fantasie speelt daarin een rol. Een stoel in de slaapkamer kan op een grote hond lijken. Vrijwel alle kinderen (en ook volwassenen) worden s nachts één of meer keren’wakker. Sommige kinderen komen daarna lastig weer in slaap. Het wakker worden heeft te maken met de slaapcyclus die een mens een aantal keren per nacht doorloopt. Bij kinderen is deze cyclus korter dan bij volwassenen.

Bij kinderen die steeds uit bed komen, is het belangrijk ze elke keer rustig, maar beslist weer terug te brengen. Dit kan vermoeiend zijn, maar als vader en moeder volhouden, leert het kind dat zij het menen.

Bij kinderen die gaan huilen, kunnen ouders de vijfminutenmethode gebruiken. Zij laten hun kind niet langer dan vijf minuten huilen. Dan gaat een van hen naar hem toe om hem gerust te stellen. Ze laten hem hierbij wel in zijn bed. Vervolgens gaat vader of moeder weer weg. Dit doen zij consequent en zonder boos te worden. Ze bieden op deze manier veiligheid, maar zijn ook duidelijk in wat de bedoeling is.

Ouders kunnen steeds vijf minuten langer wachten voordat ze naar hun kind teruggaan. Eerst wachten ze vijf minuten, daarna tien minuten en zo verder. Pas na twee tot drie weken is er vaak een gedragsverandering bij een kind te zien. Daarom is het belangrijk consequent te zijn en de aanpak vol te houden. Dan valt er zeker resultaat te verwachten.