Hulp aan christelijk onderwijs in Oost-Europa

OGO-bestuursleden ir. M. Houtman, dr. D. van der Hoek en drs. D. van Meeuwen (v.l.n.r.): „Leerkrachten van een school in Litouwen hadden de tranen in de ogen toen wij er kwamen. Waar nood is, willen we zijn.” beeld RD, Henk Visscher
6

Stichting Ondersteuning Gereformeerd onderwijs in Oost-Europa (OGO) bestaat 25 jaar. De stichting heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de komst van christelijke scholen na het communistische tijdperk daar. Tijd voor een gesprek.

Het is geen toeval dat het gesprek plaatsvindt in het bestuursgebouw van het Van Lodenstein College en het Hoornbeeck College in Amersfoort. De drie bestuurders van OGO komen alle drie uit het onderwijs. Drs. D. van Meeuwen is lid van het college van bestuur van deze beide scholen. OGO-voorzitter dr. D. van der Hoek was tot voor kort docent aan Wageningen University en Research (WUR). Ir. M. Houtman was directeur van de pedagogische academie De Driestar (nu Driestar educatief).

Er stond echter geen onderwijsman aan de wieg van OGO, maar een politieke partij: de SGP. Drs. J. Mulder, directeur van het wetenschappelijk bureau van de SGP, maakte de omwenteling in Oost-Europa in het begin van de jaren 90 –toen de Oost-Europese landen het communisme afwierpen– van dichtbij mee. Hij kwam tot de ontstellende ontdekking dat er nog maar één christelijke school in Hongarije over was van de 1600 die er voor het communisme waren. Jarenlang heeft Mulder zich ingezet voor christelijk onderwijs in dat land.

Van Meeuwen: „Mulder sprak over het christelijk onderwijs met ds. Csövek Oliver in een Trabant op het Calvijnplein in Boedapest, met op de achtergrond de hervormde kerk. Deze kerk heeft een calvinistische achtergrond. Mulder zag dat de hulp geen taak van de politiek was en heeft contact gezocht met B. Stolk, rector van de reformatorische scholengemeenschap Revius in Rotterdam. Die was bereid om te helpen.”

Met anderen richtte Stolk in 1993 de stichting Ondersteuning Gereformeerd onderwijs in Oost-Europa (OGO) op. Hij werd voorzitter, Houtman en Van Meeuwen waren vanaf het eerste uur bestuurslid. Van der Hoek kwam er later bij. De stichting adviseerde de Hongaren over het opzetten van christelijk onderwijs en schoolbegeleidingsdiensten, bekostigde computerlokalen en stuurde materialen. M. Waterman, gepensioneerd directeur uit het basisonderwijs, verzorgde transporten van schoolmeubels. De Gereformeerde Bijbelstichting stuurde duizenden Hongaarse Bijbels mee.

Tegenwerking

Belangrijk was de hulp bij de overname van scholen van de overheid door de kerken. Per jaar komen er nog steeds zo’n scholen twintig bij. Op dit moment zijn er zo’n 250 christelijke scholen van gereformeerde signatuur in Hongarije.

Vanaf 1995 kwam de hulp bij het stichten van scholen in Transsylvanië, het Hongaarssprekende deel van Roemenië, erbij. Het kostte meer moeite om er christelijke scholen van de grond te krijgen, omdat de overheid er minder achter stond. Houtman: „Scholen die door de staat werden overgedragen aan het christelijk onderwijs werden soms helemaal gestript. De lampen waren weggehaald, de planken uit de vloer getrokken en de muren afgebladderd. Desondanks kwamen er christelijke scholen.”

Later kwam Oekraïne erbij. De Driestar had in de jaren 90 een relatie met een kerk in de stad Zjitomir. Studenten gingen erheen en traden op als koor bij een evangelisatiecampagne. Deze contacten waren de opmaat voor steun aan het christelijk onderwijs in Oekraïne. Momenteel zijn er acht christelijke scholen in dit Oost-Europese land waarmee OGO contacten heeft.

Pestgedrag

Van der Hoek: „In Hongarije en Roemenië zijn schoolbegeleidingsdiensten opgezet die de christelijke scholen in hun land steunen, bijvoorbeeld bij het opzetten van christelijke lesmethoden en het invullen van de christelijke identiteit bij vakken zoals biologie en aardrijkskunde.

Vroeger hielp OGO in Hongarije en Roemenië met het organiseren van bijeenkomsten met docenten om de christelijke identiteit van de school uit te leggen. Nu doen zij dat zelf, samen met de ouders, zodat zij zich met de school verbonden zouden voelen. Tegenwoordig spelen er actuele thema’s, waaronder het gebruik van sociale media, waarbij we hulp bieden. Wij hebben ook het onderwerp pestgedrag ingebracht. Men wist niet wat men aan het pesten moest doen. Hetzelfde geldt voor het onderwerp seksuele opvoeding. Reformatorische scholen in Nederland hebben er een goede methode voor.”

Van Meeuwen: „Men is in Hongarije nu bezig met het organiseren van christelijk beroepsonderwijs, dat er nog niet is. Daarvoor komt men regelmatig in Nederland kijken. De Hongaarse overheid geeft hier steun aan.

In Hongarije en het aansluitende deel van Roemenië hebben de christelijke scholen eigen methoden ontwikkeld voor onder andere kerkgeschiedenis, godsdienst en het leesonderwijs. Men moest eerst de echte feiten boven water halen, omdat die door de communistische overheid gemanipuleerd waren.

Hongaarse christelijke scholen krijgen dezelfde financiering als het openbaar onderwijs, terwijl het ze vrijstaat eigen onderwijsmethoden te ontwikkelen. De situatie in Hongarije lijkt op de onze, met dat verschil dat de Hongaarse overheid daadwerkelijk belang hecht aan de christelijke wortels van het land en er regelmatig naar verwijst. Dat hoor ik premier Rutte nog niet zeggen.

De beweging in Hongarije is duidelijk anders dan bij ons. Veel christelijke onderwijzers werken op staatsscholen. Zij dragen daar hun geloof uit en het gebeurt regelmatig dat er bij collega’s interesse gewekt wordt om mee te gaan naar de kerk.”

Zorg voor zwakken

De ontwikkeling in Oekraïne is anders gegaan. Dat land is veel langer communistisch geweest. Ook na de val van het communisme bleven de lesmethoden voorgeschreven, zodat nog steeds alle scholen dezelfde methoden gebruiken. Heel langzaam lukte het OGO om inbreng te krijgen en te helpen met de start van christelijke scholen.

Houtman: „Vanuit de christelijke identiteit gedacht is de zorg voor zwakken een belangrijk gegeven. We zijn de laatste jaren begonnen met individueel onderwijs voor kinderen die zorg nodig hebben. De overheid had er eerst moeite mee, maar er is een omslag gekomen. De christelijke scholen in Oekraïne zijn nu koplopers in de zorg voor zwakke kinderen en kinderen met het downsyndroom. Het concept wordt door de overheid omarmd.”

Van Meeuwen: „Iets dergelijks zag je in alle voorheen communistische landen in Oost-Europa. De zorg voor de zwakken was nagenoeg afwezig. Als er een inspecteur op school kwam, moest de school goed presteren en bleven de zwakke leerlingen thuis.”

Van der Hoek: „Natasha Lishuk, docente op een christelijke school in Zjitomir, later in Kiev, is in Nederland geweest om te bekijken hoe christelijke scholen voor speciaal onderwijs functioneren. Naar aanleiding daarvan heeft ze een methode ontwikkeld die geschikt is voor de Oekraïense situatie. Ik heb het boek overhandigd aan mevrouw Porosjenko, de vrouw van de president van Oekraïne. De zorg voor de zwakken krijgt nu een plaats in de staatsscholen.”

Houtman: „Mede dankzij OGO is de discussie over ethiek op de staatsscholen in Oekraïne gestart. De christelijke scholen besteedden als eerste aandacht aan het onderwerp. De directeur van een christelijke school geeft cursussen ethiek aan directeuren van staatsscholen.

De kans bestaat dat christelijke scholen in Oekraïne met ingang van 1 januari volgend jaar overheidssubsidie krijgen. De huidige minister van Onderwijs is een christen. Overigens blijft de situatie in Oekraïne instabiel. Het kan zomaar veranderen.”

Isolement

Sinds kort bestaan er contacten met een school in Vilnius (Litouwen), de enige christelijke school in een stad met meer dan een half miljoen inwoners. OGO wil graag in contact komen met christelijke scholen in andere Europese landen die het moeilijk hebben.

Van Meeuwen: „Deze school verkeerde in een behoorlijk isolement en is blij met de contacten. De leerkrachten van de school hadden tranen in hun ogen toen wij er kwamen. Waar nood is, willen we zijn.”

Van der Hoek: „Het is belangrijk om de relaties met christelijke scholen in Oost-Europa te koesteren. De laatste tijd investeren reformatorische scholen in Nederland in partnership. Diverse scholen hebben een relatie met een christelijke school in Oost-Europa. Er worden ook regelmatig internationale conferenties gehouden waar het onderwerp secularisatie genoemd wordt.

Het is goed dat het gebeurt. Christelijke scholen moeten elkaar tot een hand en een voet zijn in hun gezamenlijke strijd tegen de secularisatie, over landsgrenzen heen. Waar OGO kan helpen, zullen we dat zeker blijven doen.”