Huiswerk in de Braziliaanse vakantie

Ver weg naar school
V.l.n.r.: Christy, Fernando, Janneke en Hadassa Galvaõ.
4

„Het Nederlandse onderwijs is beter.” Hadassa en Christy Galvaõ uit Rio de Janeiro zeggen het allebei heel beslist. Tijdens het verlof van hun moeder Janneke Galvaõ-Hulst volgden ze lessen op de Harmen Doornveldschool en de Pieter Zandt in Staphorst. Toch vinden de meisjes school in Brazilië wel leuk.

Hadassa (18) en Christy (17) zijn de dochters van Fernando en Janneke Galvaõ-Hulst. Janneke vertrok in 1994 naar Rio de Janeiro om daar te evangeliseren onder straatkinderen in de favela’s. Ze trouwde met de Braziliaanse Fernando. Het gezin woont nu in het stadje Mendes, dicht bij Rio. Christy is dol op dieren. Hadassa is graag creatief bezig, maar vindt het ook fijn om hard te werken voor school. Dit jaar werd ze samen met een andere leerling uitgeroepen tot beste student van de school.

Wat aarzelend doen Christy en Hadassa het woord, af en toe kijkend naar hun moeder of hun Nederlands klopt. Janneke heeft haar dochters wel Nederlandstalig opgevoed, maar Hadassa en Christy voelen zich voluit Brazilianen. „Alleen als ik een broodje meeneem naar school, dan voel ik me even Nederlands”, vertelt Hadassa. „Veel leerlingen nemen een warme maaltijd mee van thuis, die ze op school weer opwarmen.” Op de school in Mendes waar Christy naartoe gaat wordt een warme maaltijd klaargemaakt, bijvoorbeeld een salade met zwarte bonen, vlees en rijst.

Voorlezen

Hadassa en Christy worden op school als echte Brazilianen beschouwd. Hadassa: „Alleen mijn leraar Portugees wist dat mijn moeder hier niet vandaan komt. Als ik grammatica niet begreep, zei hij weleens voor de grap: Dat komt doordat je een Nederlandse moeder hebt.”

Janneke vindt het belangrijk dat Christy en Hadassa zich goed kunnen redden in het Nederlands. Tegelijk heeft ze er begrip voor dat haar dochters niet zo’n hoge prioriteit aan hun tweede taal geven. „Ze kunnen het spreken en redelijk goed lezen. Maar ze zullen nooit uit zichzelf een Nederlands boek pakken, hoewel er hier genoeg in de boekenkast staan. Ik heb ze veel voorgelezen, uit Van de Hulst bijvoorbeeld. Maar dan konden ze veel woorden alleen begrijpen omdat ze in Nederland bijvoorbeeld weleens een schuurtje hadden gezien. Eén keer dacht ik: wat leuk, ze zijn in een Nederlands boek aan het lezen. Maar toen hadden ze wat uitgehaald en probeerden ze mij te paaien. Nederlands schrijven vinden ze heel moeilijk. Ze zouden voor het woord ”hoed” bijvoorbeeld ”rut” opschrijven.”

Veel huiswerk

Christy zit op een staatsschool in Mendes zelf. Ze gaat er lopend naartoe. Hadassa moet een halfuur rijden met de bus om op school te komen.

Naast de uren op school zijn Hadassa en Christy elke dag zo’n drie tot vier uur bezig met hun huiswerk. Hun moeder Janneke lijkt er meer moeite mee te hebben dan de meiden zelf. „We zijn niet anders gewend. We schrijven teksten of bereiden een presentatie voor.” Janneke: „Maar ik word er weleens een beetje naar van. Het kost zo veel tijd. Zelfs in de vakantie krijgen ze nog huiswerk op. Ik heb hier een hele taalmethode voor Nederlands staan, maar door al die uren huiswerk komen we er niet aan toe.”

Geen dagopening

In Nederland gingen Hadassa en Christy ook naar school, als hun ouders verlof hadden. Janneke was blij met die mogelijkheid. „Dat de kinderen geen christelijk onderwijs kunnen krijgen ervaar ik als een groot hiaat. Thuis lezen we samen de Bijbel en verhalen uit de kerkgeschiedenis. Toen ze op de basisschool zaten, las ik ze elke dag uit de kinderbijbel voor, maar dat is toch anders dan dagelijks een Bijbelverhaal op school. Ook krijgen Hadassa en Christy veel mee op de zondagsschool van de kerk, wat een beetje te vergelijken is met catechisatie in Nederland. Maar elke dag een dagopening rond de Bijbel, dat kan ik thuis niet compenseren.”

Het basisonderwijs volgden Jannekes dochters op een particuliere school, omdat de basisscholen van de staat slecht bekendstaan. „Op die scholen mis je belangrijke voorwaarden voor goed onderwijs. De lokalen zijn vaak heel gehorig. Het is zo’n herrie dat leerlingen nauwelijks aan leren toekomen. Ik weet van kinderen van 9 of 10 jaar die nog moeite met lezen hebben. Soms moeten leerkrachten maanden wachten op uitbetaling van hun salaris. Daar komen weer stakingen van.”

Op de particuliere basisschool begon een juf de dag wel met het Onze Vader, herinnert Hadassa zich. Ook kregen de leerlingen al vanaf zes jaar les in filosofie. „Positief”, vindt Janneke. „Het vak paste vooral heel goed bij Christy. Ze blonk erin uit.” De meisjes vonden het ook leuk dat ze op de basisschool schaakles kregen. „Dat was een leuk extraatje van onze basisschool in Mendes”, legt Janneke uit.

Nu zitten Christy en Hadassa allebei op een staatsschool, omdat de middelbare scholen van de staat wel goed zijn. „Al zijn de scholen van de staat, het onderwijs is er zeker niet neutraal. Ik vind de leerboeken tendentieus. Er wordt klakkeloos uitgegaan van de evolutietheorie. Het onderwijs is linksgeoriënteerd, de kerk heeft alles verkeerd gedaan”, vertelt Janneke. Hadassa: „Pas vertelde mijn docent van filosofie tijdens de les uitgebreid waarom hij agnost is. Het verbaasde mij dat hij daar in de les zo veel aandacht aan besteedde.”

Basaal

Het onderwijs in Brazilië noemt Janneke „heel primair. Een vak als sociale vaardigheden kennen ze hier niet. En tekenen of handvaardigheid, dat moet je thuis maar doen. Het is allemaal behoorlijk prestatiegericht.” Christy vindt geschiedenis een leuk vak. Hadassa kan op de vraag wat haar favoriete vak is geen antwoord geven. „Je kunt beter vragen welk vak ik niet leuk vind.” Welk vak vind je niet leuk, Hadassa? „Natuurkunde.”

Hadassa heeft in de afgelopen tijd een cursus Engels afgerond. Janneke en haar dochters beginnen een beetje te lachen als het over Engels gaat. Janneke: „Ik begrijp echt niet wat ze bij dat vak op school doen.” Christy: „Ik heb het werkwoord ”to be” leren vervoegen. Eigenlijk volgen alle leerlingen Engelse cursussen buiten school om.”

Betrokken ouders

De sfeer op school is meer die van een minibedrijfje dan van de Nederlandse bijenkorven, waar ouderparticipatie heel belangrijk is. „Luizenmoeders kennen ze hier niet. Ze zouden me van het schoolplein sturen. Hadassa en Christy zijn nu 18 en 17, dus het is logisch dat je als ouders niet zo betrokken bent als bij een basisschool. Op de basisschool gingen we altijd wel naar de vergaderingen voor ouders. En we brachten en haalden de kinderen.

Toen Christy een jaar of 8 was jammerde ze dat ze de enige was in de klas die door papa of mama naar school werd gebracht. Ze wilde ook lopend naar school! Nu, dat mocht dan eindelijk en daar ging ze met haar zware rugzakje… Het hele steile weggetje af en terug het steile weggetje weer op. Binnen twee weken vroeg ze of we haar weer wilden brengen met de auto. Maar dan wilde ze wel graag even in een zijstraatje uitstappen, zodat niemand zou zien dat ze gebracht werd door papa of mama…”

Janneke vindt het lastig wanneer ze haar mening moet geven of juist voor zich houden. „Ik wil niet elke keer mijn mond opentrekken. Maar toen de kinderen bij een uitje van de basisschool een theaterstuk zagen waarin ze uitgenodigd werden om vriendschap te sluiten met geesten, heb ik in een evaluatie van dat schoolreisje wel duidelijk uitgelegd waarom dat voor mij veel te ver ging.”

In de verdediging

Een keer trok Janneke de stoute schoenen aan en ging ze naar de basisschool omdat Christy de rekenlessen moeilijk kon volgen. De schoolcoördinator haalde de wiskundelerares meteen uit de les. „Toen ik erover begon, schoot die juf meteen in de verdediging. Als de leerlingen het niet begrepen in haar les, dan lag dat aan hen. Ik legde mijn hand op haar schouder en zei dat ik dat wel geloofde, maar vroeg of ze de sommen van Christy aan mij wilde uitleggen, zodat ik het zou kunnen begrijpen. Toen begon ze toch te ratelen en te schreeuwen.

Nu snap ik dat Christy het niet snapt, dacht ik. Ik legde opnieuw mijn hand op haar schouder en vroeg haar om op papier stap voor stap die som uit te leggen.” Het hele geval tekende voor haar hoe uitzonderlijk het is als ouders op school iets komen vragen.

Janneke schreef ook een brief aan de school over de moeilijkheidsgraad van de leerboeken. „Ik stak er veel uren in om synoniemen op te zoeken voor moeilijke woorden en de leerstof eenvoudiger te maken. Het verhaal van school was dat ze de kinderen zo wilden voorbereiden op de universiteit.”

Over de kwaliteit van het onderwijs zijn zowel de meisjes als hun ouders niet zo te spreken. „In Nederland leer ik veel meer op school”, vindt Hadassa. Janneke vertelt dat het onderwijs van school tot school sterk kan verschillen. Als ouders genoeg geld hebben, kunnen ze voor een particuliere school kiezen. Maar ook daar zijn bijvoorbeeld de leermiddelen schaars. „Leerlingen moeten alles zelf meenemen in hun tas, tot aan de scharen toe. School is een gebouw met stoelen en tafels. Over het onderwijs van onze dochters heeft Fernando eens gezegd: Daarvoor zouden we beter in Nederland kunnen gaan wonen.”

zomerserie Ver weg naar school

Deel 6 in een serie over Nederlandse kinderen en jongeren die in het buitenland les krijgen (slot).