Hoe overleef ik mijn studententijd?

beeld Getty Images
6

Het is de mooiste tijd van je leven, roepen mensen die werken. Maar als je de berichten in de media moet geloven, vieren studiestress en prestatiedruk tegenwoordig hoogtij in de studententijd. Wat is er aan de hand? Hoe voorkomen jongeren die deze week aanschoven in de collegebanken dat een burn-out hun straks opbreekt?

Hoe overleef ik mijn studententijd?

Lange tijd hoefden studenten zich weinig zorgen te maken om voldoende studiepunten. Ook niet over geld, want de studiefinanciering stroomde maandelijks binnen. En een goed Instagramprofiel met foto’s van verre vakanties deed er niet toe, want van sociale media had nog niemand gehoord.

Vandaag de dag leven we in een wereld waarin van alles ‘moet’. Ondertussen verschijnt in de media het ene na het andere alarmerende bericht over de nieuwe generatie die gebukt gaat onder prestatiedruk dan wel eronder bezwijkt. Mogen studenten nog wel falen? Of maken ze zichzelf gek? Hoe ontkomen ze aan een burn-out?

Nico van der Voet, docent en studentenpastor aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE), en Lennart Visser, studieleider masteropleidingen en onderzoeker studie(uitstel)gedrag aan de Driestar hogeschool in Gouda, reageren.

Prestatiedruk? We leven toch in een zesjescultuur?

Visser: „Die cultuur herken ik niet. Ik zie dat studenten bereid zijn om hard te werken en graag goede resultaten halen. Zeker bij de volwassenenopleiding heerst eerder een cum-laudecultuur.”

Van der Voet: „Je mag nog steeds zesjes halen. Als het er maar genoeg zijn. En als je ze maar snel genoeg binnen hebt. Vroeger kon je probleemloos lang studeren. Zelf heb ik bijvoorbeeld elf jaar over mijn studie gedaan. Nu wordt erop gehamerd dat je wel binnen vier of op zijn hoogst vijf jaar je diploma moet hebben.”

Waar zijn jongeren zo gestrest van?

Van der Voet: „Ze zijn druk met hun studie, sociale contacten, bijbaantjes. Ze ervaren druk door verwachtingen waaraan ze willen beantwoorden en worden moe van alles wat ze kúnnen bijhouden. Door de ov-kaart onderhouden ze contacten in het hele land en door de lage vliegprijzen ook in het buitenland. Ze vliegen een weekend naar een bijzondere Bijbelkring in Londen of naar de bruiloft van een vakantievriend in Milaan.”

Visser: „Studenten kunnen –net als volwassenen– moeilijk keuzes maken. Jongeren willen heel veel ballen tegelijk in de lucht houden en kunnen niet altijd voldoen aan de verwachtingen van zichzelf of anderen. Ze moeten werken, sporten, lid zijn van een studentenvereniging, sociale contacten onderhouden en daarnaast ook nog een studie volgen waarvoor veertig uur per week staat. Dan heb je het inderdaad best druk.”

Wat ziet u hiervan terug onder uw eigen studenten?

Visser: „Ze hebben soms honderdduizend dingen op hun bordje liggen. Feit is dat velen moeite hebben met zelfregulatie. De afgelopen jaren ben ik bezig geweest met een promotiestudie naar studie-uitstelgedrag. In trainingen probeer ik studenten weer de regie te laten krijgen over zichzelf en hun studie. Wat wil je nou eigenlijk, vraag ik dan. Je hebt gekozen voor een studie, wilt een ideaal bereiken. Dat vraagt om keuzes én vasthoudendheid.”

Van der Voet: „Als studentenpastor hoor ik het meest van stress en depressiviteit. Juist pietje-preciesstudenten hebben stress. Studies waren vroeger overzichtelijker: je las een boek en legde toetsen af. De ijverige ziel die op zijn kamer 800 bladzijden bestudeerde, heeft het nu moeilijker. Die moet uit tien verschillende boeken werken en opdrachten doen in samenwerking met klasgenoten die maar niet opschieten. Flierefluiters zijn er altijd geweest en die hebben nog altijd geen last van stress.”

Laten jongeren zich gek maken?

Van der Voet: „Ze maken zichzelf druk. Ouders kunnen daaraan bijdragen als ze bijvoorbeeld benadrukken dat hun zoon of dochter vooral geen studieschuld moet opbouwen. Studieschuld is een bron van stress. Sommige studenten durven hierom niet te stoppen met hun opleiding. Veertig jaar geleden was een studieschuld geen probleem. Als ik zeg dat dit nog steeds zo is, rollen studenten over me heen. Maar als je je diploma hebt, hoef je echt niet meteen een huis te kopen. Beginnen in een flatje kan ook. Nou, als ik dat zeg, kijken ze me verbaasd aan.”

Visser: „Gek kun je worden als je niet kunt omgaan met prikkels en verwachtingen van jezelf of anderen. Door negatieve gedachten kun je in een negatieve spiraal terechtkomen: „Ik kan het niet, sukkel, zie je wel dat het niet lukt.” Daardoor ervaar je nog meer druk en afleiding bij het studeren, waardoor je je deadlines weer niet haalt. Ondertussen vragen WhatsApp, Facebook en vrienden om aandacht en zijn die aantrekkelijker dan een lastige opdracht.”

Een studentenpsycholoog zei in dagblad Trouw dat er in het huidige studieklimaat weinig ruimte is om fouten te maken.

Van der Voet: „Dat lijkt mij overdreven. Je mag nog steeds onvoldoendes halen en zelfs vastlopen. Het probleem is breder. We leven steeds meer in een prestatiecultuur waarin wij als persoon goed moeten scoren. Een goed verhaal over je studie in combinatie met fantastische vakantieverhalen en briljante vrienden, dát doet het goed. Het idee dat jij iets groots kunt neerzetten, wordt sterk gevoed door onze maatschappij. Heel Nederland was vol bewondering voor de zwemmer Maarten van der Weijden toen die een bijna onmenselijke prestatie leverde.”

Visser: „Behalve dat studenten zich laten leiden door de waan van de dag en hoe ze zich voelen, worden ze tegenwoordig afgerekend op een minimumaantal studiepunten. Een eerstejaarsstudent die na twee keer een tentamen niet heeft gehaald, mist punten. Een tekort betekent het einde van je studie. Terwijl je dat vroeger op een later moment nog kon inhalen.”

De minister van Onderwijs beloofde maandag dat er lagere eisen komen aan het aantal studiepunten, om zo de psychische druk bij studenten te verlagen. Goed plan dus?

Visser: „Nee, want je kunt het beste in een vroeg stadium ontdekken als het niet lukt met je studie. Straks zit je twee jaar op de opleiding en dan blijkt dat je het niet aankunt. Het idee klinkt sympathiek, maar is uiteindelijk niet goed voor studenten. De druk neemt slechts tijdelijk af. Je zult die punten toch moeten halen.”

Van der Voet: „Dit zorgt niet voor minder stress. Want de achterstand die je in het eerste jaar oploopt, moet je in het tweede jaar inhalen. Als de minister de druk aan het begin van de studie wegneemt, moet ze dat ook aan het eind doen. Straks gaat een student vrolijk met veertig punten naar het tweede jaar. Die overige punten hangen daarna als een molensteen om zijn nek.”

Studenten gaan sinds deze week (weer) naar de hogeschool of universiteit. Hoe kunnen zij voorkomen dat ze vastlopen?

Visser: „Stel jezelf regelmatig de vraag: waarom doe ik deze studie? Kijken naar dat ideaal stimuleert je om aan de slag te gaan. Om een prachtige bergtop te beklimmen, zul je ook eerst de bergjes en dalen moeten overwinnen. Wees jezelf bewust van je persoonlijke kwaliteiten. Ik merk dat studenten die bij mij op training komen met gemak tien negatieve kenmerken van zichzelf kunnen opnoemen. Terwijl ze goed moeten nadenken over positieve kanten. Maar die eigenschappen helpen je juist om de regie te houden over je studiegedrag.”

Van der Voet: „Jongeren moeten leren niet zo grenzeloos te leven. Ze mogen zichzelf zijn mét hun beperkte mogelijkheden en hoeven zichzelf niet te vergelijken met geweldige medestudenten. Ga voor wat op dit moment het belangrijkste is. Omdat er zo veel van je verwacht wordt, moet je keuzes maken. Dus: nee leren zeggen.”

Is kiezen echt zo makkelijk? Een studentenvereniging is belangrijk, een bijbaantje ook.

Van der Voet: „Iedereen kan leren kiezen, als hij eerst leert reflecteren op zichzelf: wie ben ik en hoe wil ik in het leven staan? Een studentenvereniging draagt bij aan je vorming, juist als het gaat om vragen die op school niet aan de orde komen. Ongelooflijk belangrijk. Als je goede keuzes maakt, heb je daar tijd voor. Bijbaantjes zijn niet echt nodig. Na je studie kun je waarschijnlijk nog zeker veertig jaar werken en geld verdienen.”

Visser: „Helpen jouw keuzes je bij het halen van je studie? Aan studeren ben je veertig uur per week kwijt, dus het is niet handig om daarnaast nog vijftien uur te werken. Kijk daar realistisch naar. En mensen om je heen kunnen de indruk wekken dat je bijvoorbeeld vaak op vakantie moet gaan, maar maakt dat je echt gelukkig?”

Kan geloof helpen tegen prestatiedruk?

Visser: „Zeker! Als christen mag je weten dat het niet gaat om je cijfers. Of dat je pas geslaagd bent wanneer je minimaal een hbo-opleiding hebt. Het gaat niet om wat je doet of kunt, maar om wie je bent voor Christus en wie Hij voor jou wil zijn. Daarom mag je als christen ontspannen in het leven staan. Wel vraag ik me af hoe scholen en ouders hiermee omgaan. Ik heb soms de indruk dat zij hoge cijfers erg belangrijk vinden en leerlingen die goed presteren extra aandacht geven.”

Van der Voet: „Ds. Okke Jager zei: Protestanten hebben de leer van het harde werken in de plaats gezet van de leer van de goede werken, die de Rooms-Katholieke Kerk kent. De vraag is: wat betekent het voor jou als christen om van genade te leven?”

„Moeilijk te verkroppen dat klasgenoten de studie wel aankunnen”

Het was haar docent die besliste: je moet stoppen met je stage. „Dat wilde ik niet. Ik wilde doorgaan”, zegt Marie Elise Wilts (24) terugblikkend. „Het voelde als falen. Heel heftig.” Zo werd het derde jaar van haar sph-studie aan de Christelijke Hogeschool Ede in januari radicaal afgebroken.

Ze had het zo naar haar zin op haar stage, een buitenschoolse opvang voor kinderen met ADHD, autisme of hechtingsproblemen. Maar het was ook veel: vijf of zes dagen in de week, van twaalf tot zes. „’s Ochtends zou ik dan tijd hebben voor schoolopdrachten. Maar vaak vroegen ze van de bso: Kun jij niet even zus of ze doen? Ik vond het lastig om nee te zeggen.”

In november trekt Marie Elise aan de bel: aan de schoolopdrachten komt ze niet toe. Ze krijgt een vaste vrije dag. Maar die wordt al snel een oplaaddag. Ondertussen kampt ze steeds vaker met hoofd- en rugpijn. Een gesprek met een docent en stagebegeleider in januari maakt een einde aan de stage. „De docent besliste voor me. We gaan nu je afscheid inplannen, werd er tegen me gezegd.”

Bijna burn-out

Boos en teleurgesteld voelt Marie Elise zich. Lange dagen in bed en op de bank volgen. „Ik deed niks. Een beetje lezen. Stomme spelletjes op mijn telefoon. Zelfs dat was soms te veel.” Achteraf ziet ze dat het goed was om te stoppen. „Zeker toen ik merkte dat alle kleine taken al groot voor me waren. Ik kon er bijvoorbeeld de hele dag tegen opzien om de was op te hangen.”

Langzamerhand gaat het beter. Marie Elise voert gesprekken met een praktijkondersteuner naar wie de huisarts haar doorverwijst. De ene dag plant ze wat, de volgende dag niets, de dag erna weer wel. „Als bijbaantje controleerde ik de teksten van een studiegenoot met dyslexie. Dat vereist niet veel denkwerk, maar je bent toch bezig. Af en toe waren er ook terugkomdagen op school. Juist kleine dingen oppakken hielp mij om er weer bovenop te komen”, vertelt ze. „Als ik niets meer had kunnen doen, zoals bij een burn-out, was ik waarschijnlijk heel ongelukkig geworden. Je belandt dan snel in een vicieuze cirkel.”

Ze beseft nu dat ze daar niet ver meer vandaan zat: „Als ik wel was doorgegaan, was ik waarschijnlijk burn-out geweest.” Hoewel het in eerste instantie niet haar eigen keuze was, is ze de docent dankbaar voor zijn aanpak. „Ik ben blij dat er op een kleine school als de CHE op je wordt gelet.”

Jezelf vergelijken

„Nog steeds voelt het af en toe alsof ik heb gefaald”, zegt de Veenendaalse studente. „Terwijl studievertraging niet erg is, het is niet het einde van de wereld.” Mensen om je heen, gaat ze verder, „verwachten dat je het binnen vier jaar haalt. En je vergelijkt jezelf ook met anderen. Het is moeilijk te verkroppen dat klasgenoten hun stage wel aankunnen.”

Om deadlines te halen, plande ze alles al vroeg in – dan zou het wel lukken. „Gaandeweg bleek dat ik toch vastliep. Mijn probleem was vooral dat ik mijn grenzen niet kon en wilde aangeven. Wat vinden anderen ervan als je opeens een afspraak afzegt? Je wilt niet gezien worden als iemand die iets niet kan. Je wilt het gewoon kunnen.”

Deze week begon Marie Elise aan het derde jaar – opnieuw. „Ik moet duidelijker zijn over mijn grenzen.” Trek op tijd aan de bel, adviseert ze stressende studenten dan ook. „En als je ziet dat het niet goed gaat met een vriend of studiegenoot, benoem dat dan en denk mee over oplossingen.”

Dit feiten op een rij

Berichten over prestatiedruk en stressende studenten buitelen de laatste tijd over elkaar heen. Een greep uit de publicaties van de afgelopen maanden.

- Door toenemende prestatiedruk is de gezondheid van jongeren in gevaar. Studenten komen steeds vaker bij de huisarts of psycholoog over de vloer. Ze hebben ook steeds meer ernstige en complexe klachten, staat in een rapport dat het RIVM in juni presenteerde.

- De helft van de studenten kampt met angst en depressie, een kwart met burn-outverschijnselen en een op de vijf zou actief nadenken over suïcide. Dat waren in april de uitkomsten van een onderzoek onder ruim 3100 studenten van Hogeschool Windesheim.

- Onderzoek van de Evangelische Hogeschool onder bijna duizend christelijke jongeren (16-22 jaar) liet in april zien dat meer dan de helft van de respondenten druk ervaart om te slagen. Een kwart is bang om te mislukken in het leven.

- Het aantal studenten met psychische problemen groeit, bleek vorige maand uit een rondgang van de Volkskrant langs studentenhuisartsen. Zij krijgen steeds vaker studenten op hun spreekuur die kampen met vermoeidheidsklachten, concentratieproblemen en angstaanvallen.

- In het essay ”Over bezorgd” (juli) gaat de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) in op maatschappelijke verwachtingen en mentale druk onder jongvolwassenen. De RVS wijst op „het ideaal van perfectie op alle fronten” en de verwachting dat het leven maakbaar is: „Succes is een keuze, als je er maar vroeg genoeg mee begint. En falen is daarmee je eigen schuld.” Bepalend is, naast sociale media, hoe mensen al op jonge leeftijd worden beoordeeld op school, tijdens hun studie en op hun werk.