Helft ouders vindt opvoeden in coronatijd moeilijk

beeld ANP, Bas Czerwinski

De helft van de ouders had de afgelopen maand moeite met de opvoeding van hun kinderen. Dat blijkt uit een peiling van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid onder ruim duizend ouders. De respondenten vulden de zogeheten Balansmeter in, een vragenlijst die drie keer per jaar wordt uitgezet en inzicht geeft in de draagkracht en -last van ouders. De onderzoekers legden de resultaten van de peiling uit juni naast die van de Balansmeter van voor de coronacrisis.

Ouders gaven voor de coronatijd de balans tussen hun draagkracht en hun draaglast gemiddeld een 7,9, tijdens de coronacrisis was dat slechts een 5,7. Een op de drie ouders ervaart de balans als onvoldoende en geeft het cijfer 4 of lager. Dit is zeven keer zo veel als voor de coronacrisis.

Zo’n 39 procent van de ouders ervaart weinig steun van anderen, zoals hun partner of familie, tegenover 17 procent voor corona. Zo’n 45 procent geeft aan het moeilijk te vinden met veranderingen en plotselinge gebeurtenissen om te gaan. Voor de coronacrisis was dit 7,5 procent.

Naast de bovengenoemde verschillen valt op dat de spreiding tussen ouders groter is tijdens de coronacrisis. Daar waar voor corona 90 procent van de ouders aangaf in balans te zijn, zijn tijdens de coronacrisis alle varianten terug te zien: van geheel in balans tot volledig uit balans.

„Er is veel onderzoek gedaan naar de beleving van ouders tijdens de coronacrisis. Met de informatie die dit oplevert, moeten we ons een beeld gaan vormen van wat er gebeurt en wat we daarvan kunnen leren”, zegt Marielle Balledux van het Nederlands Jeugdinstituut. „Ook uit dit onderzoek blijkt weer dat opgroeien en opvoeden iets is waar we elkaar bij nodig hebben en elkaar in moeten steunen, ook in moeilijke tijden. Het is daarom belangrijk dat ouders in gesprek blijven. Met elkaar, maar ook met professionals.”