Heeft de flexstudent toekomst?

beeld ANP, Lex van Lieshout
3

Zelf bepalen hoeveel vakken je volgt en hoeveel studiepunten je in een jaar haalt. En dan niet die 2000 euro collegegeld, maar 40 euro per studiepunt betalen. Is flexstuderen een goed idee? Drie universiteiten en twee hogescholen testen het uit.

Je studie combineren met een bestuursfunctie, eigen bedrijf, baan, mantelzorgtaak, chronische ziekte, lichamelijke beperking of zwangerschap? Dan is het lastig om jaarlijks zestig studiepunten binnen te halen.

Reden voor het ministerie van Onderwijs om in 2017 een zesjarig experiment te starten, waarbij studenten hun eigen tempo bepalen. Hogeschool Windesheim deed de afgelopen twee jaar al ervaring op met flexstuderen. Animo is er genoeg, flink meer dan het aantal ‘flexplekken’. Het eerste jaar meldden zich 250 man bij de Zwolse hogeschool, terwijl er maar 75 mochten meedoen. Het jaar erna moesten 600 geïnteresseerden loten om 250 plekken.

Dit schooljaar staan er 500 flexstudenten ingeschreven; de hogeschool heeft nog 100 plekken vrijgehouden voor eerstejaars. Voor het eerst krijgen ook zij die kans, nadat Windesheim daar met succes bij de politiek op aandrong. „De uitval ligt in het eerste jaar het hoogst”, legt bestuurder Henk Hagoort uit. „Soms stoppen studenten om redenen die niets met het niveau of de opleidingskeuze te maken hebben. Of ze moeten wennen aan het hbo. Flexstuderen is een optie voor wie het niet volhoudt in het normale tempo.”

Een reden aandragen is niet nodig. Wie door de loting komt, bespreekt met zijn begeleider hoeveel punten hij dat jaar wil halen. De gemiddelde flexstudent kiest voor ongeveer de helft: 28 tot 30 studiepunten. Halverwege het jaar kunnen ze dat nog bijstellen. Betalen gebeurt per studiepunt: het wettelijke collegegeld gedeeld door zestig, plus een toeslag van 15 procent voor extra administratiekosten. Wie het tentamen én de herkansing niet haalt, moet de punten opnieuw kopen. Wie meedoet aan het experiment behoudt het recht op een studielening en de OV-studentenkaart, vertelt Hagoort.

Wat maakt u zo enthousiast over flexstuderen?

„Voor mij raakt dat fenomeen aan een grotere vraag: hoe kunnen we het hoger onderwijs zo inrichten dat we ons meer aanpassen aan wat een student nodig heeft? Dat gaat over de manier van leren en toetsen, maar ook over het tempo. Is het echt nodig dat mensen een studie in vier jaar volgen? De praktijk is dat maar zo’n 30 procent z’n diploma in vier jaar haalt. Ik vind het redelijk dat studenten hun collegegeld dan ook mogen uitsmeren. Flexstuderen klinkt zo eerlijk en logisch dat het naar mijn idee in de toekomst onvermijdelijk is.”

Het wordt wel ingewikkeld als meer en meer studenten straks hun eigen tempo bepalen.

„Natuurlijk vraagt dat veel van hogescholen en universiteiten. Flexstudenten moeten samen met hun begeleider kijken welke vakken er worden aangeboden en of ze die ook kunnen volgen. We geven dus geen apart onderwijs; ze moeten aanschuiven bij bestaande lessen.”

Wat zijn jullie ervaringen na twee jaar experimenteren?

„Betalen per studiepunt blijkt een goed middel om uitval te voorkomen. Van de mensen die wilden meedoen maar niet door de loting heen kwamen, studeert een flink deel nu niet meer. Bijna een op de vijf haakte af. Met een trager tempo voorkom je dus uitval. Daarom wilden we ook plekken voor eerstejaars, die vaak aanlopen tegen het bindend studieadvies, waarvoor ze bij ons 54 van de 60 punten moeten halen.

We zien verder dat studenten extra gemotiveerd zijn om de afgesproken punten te halen als ze daarvoor betaald hebben.”

Een individuele keuze vergroot ook de persoonlijke verantwoordelijkheid. Bevordert dit de prestatiedruk niet nog meer?

„Het kan ook andersom. Stel: je moet zorgen voor je zieke moeder en hebt 2000 euro geleend voor het collegegeld. Dan ligt er een enorme druk om alle punten te halen. Van studenten met een functiebeperking hoor ik dat ze soms ervaren dat ze falen omdat ze niet halen wat er van hen verwacht wordt. Halen zij wel de afgesproken 25 punten, dan is dat alleen maar goed voor hun zelfvertrouwen.”

De Tweede Kamer was aanvankelijk bezorgd dat studenten vooral populaire vakken zouden kopen. Politieke partijen spraken over een supermarktmodel en afhaalchinees. Hoe zit dat in de praktijk?

„Wij zien dat niet gebeuren. Dat een student in tempo mag variëren, betekent nog niet dat hij kan zeggen: Dit vak staat me niet aan, dus dat volg ik niet.”

Hoe voorkom je ‘eeuwige’ studenten als zij zelf het tempo bepalen?

„Die vraag geldt voor alle studenten, aangezien maar 30 procent binnen vier jaar het diploma haalt. Het enige verschil is dat de flexers niet betalen voor onderwijs dat ze niet volgen. Wij kunnen niet veel meer doen dan goede begeleiding bieden.”

De flexstudent schuift niet altijd meer aan in dezelfde klas. Wat betekent dit voor het contact en de band met medestudenten?

„Daar moeten studentbegeleiders op letten. Hoe dit moet in de toekomst, is wel een thema. Zeker nu er ook eerstejaars mogen meedoen. Wellicht bestaan er ook andere vormen van groepsbinding, zoals stamgroepjes die bij elkaar blijven ongeacht het programma.”

Welke lessen hebben jullie al geleerd tijdens de proef?

„De grootste groep aanmelders moet nog maar een beperkt aantal studiepunten halen en heeft dus geen zin om voor een heel jaar collegegeld te betalen. Maar daar is het experiment niet voor bedoeld. Er bestaat ook al een regeling voor deze studenten: wie voor de kerstvakantie klaar is, kan de helft van het collegegeld terugvragen. We willen er iets op verzinnen om te voorkomen dat mensen zo hun laatste punten binnenhalen.”

Vorig jaar breidde de minister het experiment uit en kregen hogescholen en universiteiten de kans alsnog aan te haken. Alleen de Universiteit Utrecht deed dat. Hoe verklaart u dat er zo weinig animo is?

„Wellicht door de overtuiging dat de flexibiliteit in het onderwijs te ver gaat. Ik vind het onlogisch dat studenten voor meer onderwijs betalen dan dat ze volgen. Vroeger paste iedereen zich aan het programma van een instelling aan, maar dat valt niet meer uit te leggen in een tijd waarin je de volgende ochtend een bol.com-pakketje in huis hebt. Mensen verwachten dat onderwijs wordt georganiseerd naar wat zij nodig hebben.

Verder is het voor onderwijsinstellingen financieel aantrekkelijker als ze het volledige collegegeld krijgen, ook als iemand maar de helft van de punten haalt.”

Is flexstuderen wat u betreft het onderwijs van de toekomst?

„Het lijkt mij niet meer dan logisch dat studenten zelf meer regie krijgen, ook in het hoger onderwijs. Wat mij betreft zou flexstuderen een optie moeten worden voor alle studenten.”

„Voor flexibel studeren heb je discipline nodig”

Ze mag zich nu ruim twee jaar flexstudent noemen. Maike van Dijk (23) uit Zwolle combineert haar studie communicatie op hogeschool Windesheim met een baan op de marketingafdeling van Altrex, een producent van klimmaterieel. „Tijdens mijn stage in het tweede studiejaar vroeg dit bedrijf of ik wilde blijven werken.” Maike zei ja. „De opleiding vond ik leuk, maar alles wat ik leerde was erg logisch. Ik kon de studie met twee vingers in de neus af. Pas tijdens mijn stage kreeg ik door wat je ermee kunt. Alle lessen kan ik nu meteen in de praktijk gebruiken.”

Op de laatste dag van de inschrijving opperde haar studiebegeleider om te kiezen voor flexstuderen. Te elfder ure meldde ze zich voor het experiment aan. „Anders had ik me uitgeschreven en was ik op een andere school de deeltijdopleiding gaan volgen.” Groot voordeel is volgens Maike dat ze zelf haar tijd kan inplannen. „Je bent meer eigenaar van je eigen opleiding, in plaats van dat je met de meute meestroomt.”

Vriendinnengroep

Door het geschuif met het curriculum belandt Maike in verschillende klassen. Niet per se een nadeel, vindt ze. „Binnen een paar weken zit je erin en ken je je studiegenoten. Maar het is wel anders dan wanneer je met dezelfde groep de hele opleiding doorloopt.” Toch mist ze de band met studiegenoten niet. „Ik heb een fijne vriendinnengroep uit het eerste jaar overgehouden die ik nog steeds veel zie.”

Vier dagen in de week is de student aan het werk, één dag zit ze in de collegebanken. Samen met haar studiebegeleider bekijkt Maike welk deel van de opleiding ze gaat volgen en wanneer welke vakken worden aangeboden. „Op mijn werk is het de ene helft van het jaar drukker dan de andere. Gelukkig kan ik dat van tevoren goed inschatten.”

Dertig studiepunten staan er dit jaar op haar programma. „Ik volg dus in een jaar waar je normaal gesproken een halfjaar over zou doen.” Soms is het best een gepuzzel om het rooster rond te krijgen. Een minor die ze zou volgen na de stageperiode, moest ze in eerste instantie laten schieten. „Die was voor mij in september niet haalbaar door de grote aanwezigheidsplicht. We hebben toen een semester van het derde jaar naar voren geschoven. De minor kon ik in februari alsnog doen.”

Als het lukt om dit jaar alle geplande lessen te volgen, kan Maike in de zomervakantie met haar scriptie te beginnen. De afstudeerstage doet ze op haar werk over een onderwerp dat ze anders toch al had opgepakt. In september, of anders in december, hoopt ze haar diploma op zak te hebben. „Ik loop nu wel een jaar vertraging op, maar dat is het 100 procent waard. Tegen de tijd dat ik klaar ben, heb ik al drieënhalf jaar werkervaring.”

Discipline

Flexstuderen is pittig, geeft ze toe. „Je hebt zeker discipline nodig, maar het gaat me goed af. Ik vond dat mijn opleiding niet veel voorstelde, dus wat meer prestatiedruk is wel fijn. Ik ben graag bezig, haal daar voldoening uit. Dat is de aard van het beestje.” Ze zou zeker niet iedereen het flexstuderen aanraden. „Niet iedereen is daar geschikt voor, denk ik. Je moet het ook niet gaan doen om minder op school te zitten. Wel is het ideaal als je gedreven bent de opleiding af te maken.”

Haar werkgever fungeert ook als stok achter de deur, vertelt Maike. „Mijn leidinggevende weet uit ervaring hoe lastig het is om naast het werk te blijven studeren. Daarom drukt hij mij op het hart: Je mag blijven op voorwaarde dat je je studie afmaakt.”