Geschiedenisleraar moet lesgeven in Atatürk

Leerlingen moeten bij geschiedenis niet alleen leren dat Willem van Oranje de stichter is van Nederland, maar ook dat Atatürk de grondlegger is van Turkije. „Je kunt Europa niet begrijpen zonder Turkije.”

De Vakvereniging van geschiedenisleraren (VGN) doet voorstellen voor het nieuwe curriculum. De VNG viert op 15 maart het zestigjarig bestaan en licht dan, in het bijzijn van koning Willem-Alexander, de visienota ”Bij de tijd” toe.

„Leerlingen moeten het chronologisch referentiekader van oudheid, middeleeuwen en nieuwe tijd leren”, stelt VGN-voorzitter Ton van der Schans. „Ook het kennen van kantelpunten in de geschiedenis blijft belangrijk.” De VGN vindt daarbij uitbreiding van tien naar elf tijdvakken, mét de 21e eeuw erin, „absoluut” noodzakelijk. „Geschiedenis moet niet stoppen bij de val van de Muur.”

Bijna 20 procent van de leerlingen is van allochtone afkomst. Het is „onmisbaar” dat zij de ontstaansgeschiedenis van hun eigen land leren kennen, vindt de VGN.

De VGN pleit ervoor les te gaan geven in Atatürk?

„De ontstaansgeschiedenis van Turkije en de rol van Atatürk is een metafoor. Niet als norm, niet als canon, maar als voorbeeld. Je kunt de ontstaansgeschiedenis van Europa en de ontwikkeling in het Midden-Oosten niet begrijpen zonder Atatürk en Turkije.”

Hoe ver ga je daarin? Moet een school ook Marokko, Eritrea en Suriname behandelen?

„Goeie vraag. Nee, het is ondoenlijk om alle landen te behandelen. Het is goed om één type land aan de orde te stellen. Eén Europees, één Afrikaans, één Aziatisch land. Waar komt macht vandaan? Wat is het verschil tussen een staat en een natie?”

Is dat een knieval voor leerlingen van allochtone afkomst?

„Nee, dit is geen knieval. Om hen een aai over de bol te geven. In de ontwikkelingspsychologie is het een gegeven dat je moet aansluiten bij de beginsituatie van leerlingen, hun rugzak, hun erfenis. Zo’n 20 procent van de leerlingen is van niet-Nederlandse afkomst. Dat is een factor waar je rekening mee moet houden. Maar niet de enige. We moeten erkennen dat er meer perspectieven zijn om geschiedenis te duiden. Een Nederlands, Europees en internationaal perspectief.”

Ziet u refodocenten al lesgeven in Atatürk? Leraren hebben hun handen vol aan vaderlandse geschiedenis.

„Leraren op reformatorische scholen doen dat deels al. Om leerlingen de wereld dichtbij en ver weg beter te laten begrijpen. We hebben vrijheid van onderwijs. Een refoleraar heeft zijn eigen perspectief, dat is ook de mijne, ook binnen de VGN. In de duiding kan hij zijn eigen weg kiezen.”