„Geef aanslagen 9-11 plek in vak geschiedenis”

Russische tv-beelden: een gekaapt toestel boort zich op 11 september 2001 in een van de Twin Towers in New York, terwijl de ander al brandt. beeld EPA
2

De aanslagen op de Twin Towers op 11 september 2001 moeten een vaste plaats krijgen in het geschiedenisonderwijs op de middelbare scholen, vindt historicus Ton van der Schans. Daarvoor zijn ze te belangrijk, stelt hij.

Van der Schans (60) gaf die bewuste dag les op de Driestar hogeschool in Gouda. „Een student stormde het lokaal binnen om te vertellen dat er een aanslag was geweest op de Twin Towers in New York. Lesgeven had geen zin meer; ik ging met de hele klas naar de vier publieke computers die de Driestar toen rijk was. Daar zagen we de later iconische beelden van die instortende torens.”

Op die dag werden er vier vliegtuigen in de VS gekaapt. Twee ervan boorden zich in de tweelingtorens van het wereldhandelscentrum WTC. Die stortten later in. Het derde toestel boorde zich in het Amerikaanse ministerie van Defensie, het vierde stortte neer zonder het doel te hebben bereikt. De aanslagen, hoogstwaarschijnlijk gepleegd door de islamitische terreurorganisatie al-Qaida, eisten bijna 3000 levens. Naar de Engelse datumaanduiding kregen ze de naam ”nine-eleven” (9-11).

Waarom moet ”nine-eleven” in het leerplan van het vak geschiedenis?

Van der Schans, voorzitter van de vereniging van geschiedenisdocenten VGN: „Omdat dat er nu niet in staat. De laatste geschiedenisperiode in het curriculum eindigend met het tijdvak 1950-2000. Feitelijk stopt die in 1989, met de val van de Berlijnse Muur.

De behandeling van de aanslagen van 11 september is nu te veel afhankelijk van de hobby van individuele docenten en leerlingen. Toegegeven, door actualisering van geschiedenismethoden, zeker de digitale, komt er steeds meer aandacht voor ”nine-eleven”. Maar als VGN willen we een structurele plaats.”

Waarom zijn die aanslagen zo belangrijk?

„Ze vormen een keerpunt in de geschiedenis. Wereldwijd gezien spreken we van generaties voor en na ”nine-eleven”.

Ten eerste werden de VS –de supermacht, de politieagent van de wereld– in het hart getroffen. Zo symboliseren de aanslagen de teruggang van Amerika’s macht, die niet langer dominant was.

Zeker zo belangrijk is het toegenomen zelfbewustzijn van de islam. Deze wereldgodsdienst eist zijn plaats op. De gevolgen daarvan komen door de poriën van de samenleving en dus van de school: de opkomst van het populisme, nationalisme en conservatisme, het vluchtelingendebat.

Ook de positie van Israël kwam weer in het geding. Want complottheorieën zeggen dat de VS zelf of Israël verantwoordelijk zouden zijn voor de aanslagen. Als historicus neem ik die niet al te serieus, maar zo zijn ze wél in het collectief geheugen van veel moslims terechtgekomen.

Na nieuwe aanslagen, zoals op Charlie Hebdo, kraakte het van de spanning in veel klaslokalen. Geschiedenisdocenten in het Nederlandse onderwijs –waar een op de zes leerlingen een niet-westerse achtergrond heeft– moeten dan achtergronden verduidelijken, verschil tussen feit en mening aangeven, oorzaken en gevolgen blootleggen.”

Maakt uw pleidooi kans?

„Het ministerie van Onderwijs is momenteel bezig met het herzien van het leerplan. Ik verneem geluiden dat er voldoende oor voor is om de eigentijdse geschiedenis erin op te nemen. Ik heb dus goede hoop van wel.”