Edu-Sign: natuuronderwijs met de Bijbel als basis

Bert Kalkman en Pieter Dirk Blom van Edu-Sign in Sliedrecht rondden onlangs ”Wondering the World” af. Het is een christelijke natuur- en techniekmethode voor het basisonderwijs. Ze wijden één hoofdstuk aan schepping en evolutie. beeld RD, Anton Dommerholt
6

Hoe betrek je leerlingen intrinsiek bij het natuur- en techniekonderwijs? En hoe geef je dat op een Bijbels verantwoorde manier vorm? Met deze vragen ging onderwijsbureau Edu-Sign in Sliedrecht aan de slag. Hoe maakt de nieuwe methode ”Wondering the World” het verschil?

Edu-Sign pakt de ontwikkeling van de nieuwe methode op een geheel eigen manier aan. „We hebben gekozen voor samenwerking”, laat directeur Bert Kalkman weten. Onder anderen leerkrachten uit het basisonderwijs, christelijke wetenschappers uit de achterban, Wageningen University, Jan van Meerten van Logos Instituut, een boswachter van Brabants Landschap en een duiker die vrijwillig onderwateropnamen heeft gemaakt, droegen hun steentje bij. „De liefde tot het vak en de leerling druipt van de bijdragen af”, meent Kalkman.

„We zijn gestart toen we zo’n 25 scholen hadden verzameld. Inmiddels gebruiken zo’n vijftig scholen ”Wondering the World”. Het gaat om een breed palet, uiteenlopend van protestants-christelijke scholen tot scholen die zijn aangesloten bij het Kerstencentrum in Veenendaal.”

Marc de Vries, bijzonder hoogleraar christelijke filosofie aan TU Delft, heeft „enorm veel sympathie” voor de poging van Kalkman om scholen met zijn bedrijfje te voorzien van een christelijke methode voor natuuronderwijs. „Daarom vond ik het mooi om belangeloos mee te denken, soms mee te schrijven en mee te lezen voor de methode ”Wondering the World”.”

Ook financieel kreeg het project alle steun. „Scholen stelden zich vooraf garant en krijgen daarvoor nu een forse korting op de aanschaf.” Een speciale vermelding heeft Kalkman voor het Zwijndrechtse bedrijf A&P als externe investeerder.

„Als ondernemer vind ik christelijk rentmeesterschap en zorg voor ons klimaat erg belangrijk. Ik vind ook dat jongeren daarmee op de juiste wijze moeten leren omgaan”, laat Peter van Eenennaam, directeur van A&P, weten. „Toen Bert mij vertelde over zijn project heb ik besloten financieel mijn steentje bij te dragen. Het gaat immers om een christelijk lesprogramma waarin aandacht voor duurzaamheid een belangrijke rol speelt.”

Leren met diepgang

Edu-Sign uit Sliedrecht lanceerde eerder dit jaar het laatste deel –voor groep 8– van de christelijke methode ”Wondering the World”.

De methode is beperkt tot vijf onderwerpen per leerjaar, die de leerlingen vervolgens uitdiepen. „Het is bij ons geen kwestie van vraagjes maken en leren, en na de repetitie alles weer vergeten. Nee, het gaat erom: Wat betekent het voor jou? Iets wat je niet kent, daarvan kun je niet houden; iets waar je niet van houdt, daar kun je geen zorg voor dragen”, legt Kalkman uit.

De methodeontwikkelaars gaan uit van het principe ”leren met diepgang en betrokkenheid”. Ze proberen de leerlingen vanaf groep 4 een onderzoekende houding bij te brengen. Kalkman: „We leren hen eerst goed kijken, zodat ze zich verwonderen en verbazen. Vervolgens leren we hen nadenken: wat betekent dit, wat zit er voor idee achter? Zo leren ze de natuur met respect tegemoet te treden als schepping van God.”

Prof. De Vries: „Wat de methode uitstekend doet, is de manier van denken in wetenschap en techniek weerspiegelen. Kennis van de werkelijkheid begint altijd met integrale ervaringskennis. Het is niet een kruiwagen vol weetjes die over kinderen wordt uitgestort, maar wetenschap en techniek als een spannende ontdekkingsreis.”

De belevingswereld van het kind is het startpunt. „Stel, je geeft les over het skelet. Dan kun je een skelet het lokaal binnenrijden. Maar de leerlingen hebben zelf ook een skelet. Wij laten ze dus voelen aan hun hand, daar zitten harde delen in. Hoe zit dat in elkaar? Dat laten we vervolgens zien met een röntgenfoto”, verklaart Pieter Dirk Blom, educational designer bij Edu-Sign.

Elk van de vijf onderwerpen is opgebouwd uit drie niveaus, legt Kalkman uit. „We gaan eerst aan de slag met de feiten: wat zien we, wat ruiken we, wat voelen we? Daarna gaan we op zoek naar hoe de dingen in elkaar zitten en wat erachter zit. En ten slotte stellen we de vraag: wat betekent dat voor jou? Dan proberen we een persoonlijke verbinding te leggen tussen het onderwerp en Bijbel en geloof.”

Schepping en evolutie

Groep 8 krijgt behalve hoofdstukken over het bos, milieu en klimaat, groei en ontwikkeling, en luchtdruk, kristallen en straling, ook het onderwerp schepping en evolutie voor zijn kiezen. „Die kwestie kun je pas goed begrijpen als je weet hoe wetenschappers te werk gaan”, stelt prof. De Vries.

Het hoofdstuk ”Schepping en evolutie” begint met een videoclip over wetenschappers die meehelpen bij het opgraven van een dinosaurus. „Leerlingen gaan vervolgens aan de slag met een knipblad om met ‘opgegraven’ botten de dinosaurus te reconstrueren”, geeft Blom aan.

„We laten hen ook nadenken over de vraag: Hoe leefde het dier? Dan laten we twee experts aan het woord, die de leerling kennis laten maken met het Bijbelse en het evolutionistische wereldbeeld. Ze leren dat er meer opvattingen zijn over het ontstaan en de ontwikkeling van het leven.”

Kalkman: „De feiten zijn voor iedereen hetzelfde. Waarom komt de ene wetenschapper dan uit bij evolutie en de andere bij schepping? Dan wijzen we op het belang van de vooronderstellingen; wat is het wereldbeeld van de wetenschapper? Iedereen kijkt door een bepaalde bril naar de werkelijkheid: door een Bijbelse of een evolutionistische. Maar welke bril biedt het meeste houvast?”

Van de leg

Op die manier steekt de methode ook in bij het deelonderwerp mens. „Welke consequenties heeft de evolutionaire visie voor de mens? En welke de Bijbelse? We confronteren leerlingen met de grote verschillen voor onder meer de levenshouding, seksualiteit en de dood. Hoe troosteloos het leven en sterven van een evolutie-aanhanger zijn en hoe troostrijk dat van een kind van God”, licht Blom toe.

„We hebben al heel wat gewonnen als leerlingen niet van de leg raken als ze horen van miljoenen jaren, dat ze dan niet schrikken of gaan lachen, maar dat ze het een plaats kunnen geven: dat behoort bij het wereldbeeld van een evolutieaanhanger.”

Kalkman: „We hadden eerst uitsluitend de twee visies schepping en evolutie naast elkaar staan. Een wetenschapper wees ons erop dat je ook in de Bijbel kunt geloven en tegelijk in evolutie. We hebben toen besloten alsnog aandacht te schenken aan de rafelranden rond schepping en evolutie.” Kalkman doelt daarmee op het oude-aardecreationisme (elke scheppingsdag heeft miljoenen jaren geduurd), het theïstisch evolutionisme (God heeft alles geschapen door evolutie) en intelligent design (de orde in de schepping wijst op een ontwerper).

Hoe voorkomt u dat u leerlingen hiermee een vrijblijvend keuzemenu voorschotelt?

„We bieden bewust ruimte aan verschillende visies op het ontstaan van de wereld en de ontwikkeling van het leven. Maar onze methode ”Wondering the World” gaat expliciet uit van de schepping in zes dagen”, licht Blom toe.

Wat merkt de leerling daar dan van?

„We laten de leerling nadenken over de vraag: Welke overtuiging doet het meeste recht aan de Bijbel? Zo komen de leerlingen tot een inhoudelijke beoordeling, waarbij wij ze sturen naar de historische opvatting van Genesis 1. Het gaat dan om vragen zoals: Wat betekent mijn manier van lezen van Genesis voor mijn opvatting over het verlossingswerk van de Heere Jezus? Als ik Genesis niet als letterlijke historie opvat, waarom zou ik dan bijvoorbeeld de opstanding van Christus wel letterlijk moeten lezen? Het is duidelijk dat we dan raken aan de kern van het christelijk geloof.”

Kuijers: Kiezen voor eigen insteek

De Koning Willem-Alexanderschool in Staphorst was een van de eerste scholen die Bert Kalkman van Edu-Sign stimuleerden tot het maken van ”Wondering the World”. „We hadden behoefte aan betere lesmethoden, geschreven vanuit de reformatorische identiteit”, legt directeur Jan Kuijers uit. „Onze eerste voorkeur ging uit naar een nieuwe methode natuur en techniek, omdat je vooral daar aanloopt tegen christelijke waarden en normen.”

Kunt u daar voorbeelden van geven?

„Ik denk daarbij aan een onderwerp als schepping en evolutie, maar ook aan seksuele vorming. We worden vanuit de overheid gedwongen daaraan aandacht te besteden. Als we dat dan toch moeten doen, kiezen we wel onze eigen insteek vanuit Bijbels perspectief.”

Voldoet ”Wondering the World” aan uw verwachtingen?

„De didactische aanpak is eigentijds. Bij andere, gedateerde methoden moesten kinderen een stukje lezen, plaatjes bekijken en vraagjes maken. Ik merk dat ze, nu ze zelf aan de slag mogen, veel meer van het natuuronderwijs opsteken.”

En de leerkrachten?

„Die hebben de methode eveneens positief ontvangen. Met name de digitale hulpmiddelen zijn handig. Via hun tablet kunnen ze een videoclip of een foto laten zien op het digibord, terwijl ze onzichtbaar voor de leerlingen ook hun digitale handleiding open hebben staan.”

Kok: Kinderen veel actiever

Ronald Kok, leerkracht groep 8 aan de Rehobothschool in Capelle aan den IJssel, werkt al sinds de testfase met ”Wondering the World”. „De methode sluit volledig aan bij de onderwijsvisie van onze school: het activeren van hoofd, hart en handen. Het hart raken is de kern.”

Welke ervaringen hebt u er inmiddels mee opgedaan?

„Mijn ervaringen zijn positief. Zo moesten leerlingen tijdens de les over ”Het bottenbeest” onderzoekers helpen om een dinosaurus te reconstrueren aan de hand van de gevonden botten. De botten krijgen ze op papier aangeleverd en daarmee gaan ze in groepjes puzzelen. Verbazingwekkend hoeveel verschillende bottenbeesten er ontstaan. Voor elk beest heeft elk groepje een verklaring. Maar wat is de echte? De kinderen worden als het ware het onderwerp ingezogen.”

Hoe reageren leerlingen op het werken met de methode?

„In het algemeen worden de kinderen zelf actief gemaakt en ze krijgen meer oog voor de wereld om hen heen. Zo stak een leerling vorige week net na het Bijbelverhaal zijn vinger op en zei: „Kijkt u eens naar de prachtige wolken buiten!” We zijn toen met z’n allen voor het raam gaan staan. Kort daarvoor hadden de kinderen les gehad over het klimaat. Daarbij moesten ze buiten de wolkenhemel bestuderen.”