Dialect mag er weer zijn, zelfs in het onderwijs

Albert Bartelds geeft les over het gebruik van streektaal in de zorg voor dementerenden. „Die verpleegkundige gebruikte streektaal bij mijn oma. Dat vond ik zó goed.” beeld Sjaak Verboom

„Van wie bin-ie d’r ienne?” „Mien vae mu’j wel kenn’n.” Het ijs tussen streektaalconsulent Albert Bartelds en zorgstudente Gerriët Mulder uit Rouveen is meteen gebroken. Bartelds was woensdag te gast bij het Deltion College in Zwolle. Dialect gebruiken of zelfs alleen maar begrijpen verbetert het contact met dementerenden, luidt de boodschap.

Al negen jaar geeft Bartelds (56), een geboren Rouvener, gastlessen aan zorgleerlingen van het Zwolse mbo. Als streektaalconsulent van de IJsselacademie in de Overijsselse hoofdstad benadrukt hij het belang van het Nedersaksische dialect bij mbo-studenten in de zorg.

Woensdag waren de niveau-3-leerlingen van de beroepsbegeleide leerweg (bbl’ers) aan de beurt: negentien zijinstromers in de leeftijd van 18 tot pakweg 55 jaar – achttien dames en één jongeman.

„Wie praat er in de streektaal?” is Bartelds’ openingsvraag. „Een, twee... vier. Wat betekent dat zwabberhandje? Half? Daar kan ik niks mee.” Waardering toont hij voor een van oorsprong Roemeense. „Ik ben bezig het te leren”, zegt ze.

Beter begrijpen

„Wat kún je met streektaal? Wie kan mij vertell’n hoe dat zit?” luiden de vervolgvragen van Bartelds. „Ik praat in streektaal met m’n ouders”, zegt een dertiger. „Je kunt dementerenden er beter door begrijpen”, antwoordt een veertiger. „Goed”, reageert de gastdocent.

Bartelds heeft een interactieve lesstijl. „Welke taal was het eerst, de streektaal of het Nederlands?” vervolgt hij. „De streektalen”, klinkt het een paar keer door het klaslokaal. „Oh, dat valt me mee. Negen jaar geleden zei iedereen dat het Nederlands het oudst is. Wie denkt dat dialect verbasterd Nederlands is?” Niemand, zo blijkt.

„Inderdaad”, vervolgt de streektaalconsulent, „het Gronings en het Limburgs zijn heel oude talen. En wat heeft ervoor gezorgd dat er een standaardtaal kwam? De boekdrukkunst! Als je boeken ging drukken, had je geen belang bij al die kleine streektalen. En welk boek was heel belangrijk in Nederland voor de standaardtaal?” „De Bijbel”, klinkt het meteen. „Klopt, de Bijbel, de Statenvertaling was heel belangrijk. De Staten wilden de Bijbel in een nieuwe standaardtaal vertalen. Nu waren er allerlei verschilende dialecten, maar de Staten, die veel betaalden aan de vertalers, hadden grote invloed op hoe die standaardtaal eruit kwam te zien.”

Gij

Bartelds geeft het voorbeeld van het aanspreekwoord ”gij”. „Ik kwam van Rouveen. Het enige wat ik van mijn opa aan Nederlands hoorde, was als de dominee kwam of als hij voorlas uit de Statenvertaling. Daarin wordt het woord ”gij” gebruikt als aanspreektitel voor God. Het was dus een heel heilig woord. Toen ik in Antwerpen kwam, zeiden mensen tegen mij: „Hé gij.” Daar moest ik wel aan wennen. Maar Antwerpen was in de tijd van de Statenvertaling een rijke stad. Die had grote invloed op de vertaling.”

Met de komst van de Statenvertaling werd het Nederlands de standaardtaal in de Lage Landen. „Dominees gebruikten het vanaf de kansel, ook notarissen en onderwijzers spraken in het Nederlands. Alle streektalen daalden in aanzien. Ik ben van 1962. Tijdens het opgroeien van mijn generatie moest je je schamen voor je dialect. Mijn moeder zei: „Díé praot zo plat.” Als iemand dialect sprak, ging het om een dom boertje.”

Sinds de jaren 70 is deze houding in Nederland veranderd. Volgens Bartelds kwam dat vooral door kunstenaars en muzikanten, die terugvielen op de streektaal waarmee ze werden grootgebracht. De eerste band die dat nadrukkelijk deed en toch nationaal doorbrak? „Normaal”, zo benoemen diverse volwassenen studentes deze Achterhoekse muziekgroep spontaan.

Bartelds toont een kaart waaruit blijkt dat het gebied waar Nedersaksisch wordt gesproken, zich uitstrekt van Urk, Groningen en de Veluwe tot aan Polen. „Acht jaor geleden ging ik bij Hardenberg de grens over. Ik spreek geen Duits, maar ik dacht: Dan praoten ze maor in Duuts terugge. Dat plat-Duuts vuul je oek an. En dat deed ze oek. Ik dacht: Wee binnt ’t zelfde volk. Moest je nu goed je best doen om me te verstaon?” „Ja”, zegt een studente. „Waor kom-ie weg?” „Dèventer”, zegt ze, toch met een Nedersaksische tongval.

Toepassing in zorg

Gastdocent Bartelds stapt over op de toepassing van dialect in de zorg. „Vijftien jaar geleden deed een studente voor de IJsselacademie het onderzoek ”Als je plat kunt praten, moet je het niet laten”. Dat ging over de mogelijke meerwaarde van het gebruik van streektaal in de zorg. Haar aanbeveling was het dialect in de zorg voor ouderen te gebruiken.”

Bartelds geeft het voorbeeld van z’n oma. „Mien böppe uut Rouveen, een dame in klederdracht, kreeg een hersenbloeding. Ze raakte erg in de war en kwam in Möpp’l in het bejaardenhuis. Toen ik er was, kwam een verpleegkundige die zei: „Mevrouw Buutenhuus, ik dreh oe zo umme, waant wee gaon oe wass’n.” Ik vond dat zó goed, dat ze haar in haar eigen taal aansprak.”

Er werd een lespakket over streektaal in de zorg ontwikkeld. „De provincie kwam erachter en vond dat wel mooi. Het is belangrijk dat je niet denkt als een cliënt in het dialect spreekt: Wat een dom iemand. Wéét iets van de cultuur waar je vandaan komt.”

Hebben jullie ervaring met dialect? vraagt de gastspreker de bbl’ers, die veelal in de ouderenzorg actief zijn. „Ik werk op een zorgboerderij in Groningen”, zegt de van oorsprong Roemeense. „De Groningse dementerenden gebruiken vaak de platte taal in deze moeilijke fase van hun leven. Dat werkt heel goed. Ze zijn niet angstig, begrijpen alles en kunnen zich er beter in uitdrukken dan in het Nederlands.”

Schaamte

Docente Adéle Spikker vertelt hoe ze als geboren Haaksbergense in een studentenstad naar het station fietste om in een telefooncel naar huis te bellen. „Ik woonde in een studentenhuis met de telefoon op de gang, met allemaal mensen uit het westen. Ik schaamde me ervoor in het dialect met thuis te bellen.” Dit duurde totdat ze haar been brak. Ik kon niet in het hoog-Nederlands vragen: Kunnen jullie me ophalen? Toen was ik de schaamte voorbij.”

Bartelds is ook muzikant. Zijn ervaring gebruikt hij om de studenten te testen op hun kennis van dialecten. Bij elf liedfragmenten moeten ze aangeven in welke Nedersaksische variant, Limburgs of Brabants dat wordt gezongen. De scores zijn niet bijster goed: drie studenten winnen met vier goede oplossingen.

Plotseling is de les afgelopen. Vanwege sinterklaasavond krijgen de studenten een halfuur cadeau. Bartelds en Spikker blijven nog even. De laatste: „De leerlingen waarderen deze gastlessen over de streektaal. Ze passen bij de huidige trend van belevingsgerichte zorg. Het dialect mag er weer zijn.”

Toekomst streektaal

Kinderen spreken steeds minder dialect. Kan dat nog worden gered? „Moet het dialect gered worden dan?” Bartelds lacht. „Ik zie de toekomst niet zo somber in. Recent is er een convenant ondertekend. De provincies gaan nu echt werk maken van de erkenning van de streektalen. Honderd jaar geleden werd gedacht dat het dialect ging verdwijnen. Binnen de kunstwereld is dat aan een renaissance bezig. De mensen schamen zich minder voor dialect dan veertig jaar geleden. En taal verandert. Een Rouveense vriend zei tegen me: Goedgaon, terwijl dat uit Twente komt. Elke taal die niet verandert, is een dode taal.”

Hard werken aan lessen

In Zwolle wordt hard gewerkt aan lesmateriaal in het Overijsselse dialect. Willemijn Zwart is projectleider bij de IJsselacademie.

Die gaf in oktober de van oorsprong Friese lesbrief ”Jouw taal hoort bij jou” uit. Zwart constateert dat de lesbrief, geschikt voor zes lessen op het vmbo of mbo, goed wordt ontvangen. „De lesbrief is al ruim 600 keer bekeken, meer dan de lesbrieven voor het basisonderwijs. Ook krijg ik positieve reacties van mijn studenten bij de lerarenopleiding Nederlands op Saxion Hogeschool. Met 200, 300 bezoeken waren we al erg tevreden geweest.”

Op dit moment probeert Zwart basisscholen te enthousiasmeren voor het dialectblad ”Wiesneus”: in het West- en het Oost-Overijssels. „Om te voorkomen dat er ruzie ontstaat over de spelling van de ao of oa”, grapt ze. Scholen kunnen tot eind december dit gratis tijdschrift, met onder meer twee voorleesverhalen, in het dialect aanvragen. Die krijgen ze dan in de ”dialectmaand” maart.

Verder wil ze graag, samen met de provincie, het project Streektaal in de zorg van haar collega Abert Bartelds vanuit Zwolle over de provincie Overijssel uitbreiden.

educatie.mijnstadmijndorp.nl; aanvragen Wiesneus via wzwart@ijsselacademie.nl.