Column: Zingen!

De kerstdagen zijn weer voorbij, zo ook alle kerstzangavonden en bijeenkomsten van de scholen. In allerlei toonaarden werd er gezongen over het Kind. Zelf zit ik op een grotemensenkoor, zoals ik het sommige kinderen hoorde zeggen. Gelukkig zong op onze zangavonden steeds ook een kinderkoor mee. Ze horen er zo helemaal bij, die kleine mensen in die grote kerk. Kinderen die zingen, dat vraagt om volwassenen die luisteren.

Naar dat meisje bijvoorbeeld. Zie haar eens zingen! Rode wangen al van de slaap. Het eerste vers zit er aardig in. Het gezichtje is gericht naar de dirigent en de mond gaat wijd open. Dan het refrein, uit volle borst en met zo mogelijk nog meer articulatie. Vers 2 wordt wat minder, steels kijkt ze opzij naar zuslief die naast haar staat en het wel prima weet. Het refrein daarna gaat weer vol overgave.

Maar dan vers 3… Het meisje lijkt moe van al de inspanning en kijkt wat de kerk rond. Dan een grote lach: papa! Ik zie dat ze met een ruk haar hoofd richting de dirigent draait. En het laatste refrein wordt uitgejubeld, omdat papa kijkt!

Of die kinderen die een solo moeten zingen. Drie kinderen met een ernstig gezichtje en vol eerbied de handjes gevouwen. Ze weten het halverwege niet meer zo goed en zingen dan maar de regels van het eerste vers dat ze nog wel weten. Gewoon met evenveel overgave. En die woorden passen ook nog eens in de context…

En dan die stille jongen die een tekst moet opzeggen maar het ineens niet meer weet. Hij zegt „O nee”, en begint zonder schaamte opnieuw. Wij hebben het even benauwd, hij niet. Een knipoog van de juf maakt het daarna voor hem helemaal goed. Oma zie ik knikken. Dit gaat hij nooit meer vergeten.

Daarom moet je er zijn als volwassene. Om dit mee te mogen maken: zingen zonder opsmuk en met intense eerbied. Niet horen dat het verkeerd klinkt, maar gewoon doorzingen omdat vader luistert. Niet denken dat het niet kan, maar gewoon zeggen wat je gehoord hebt. Alles beleven als was het de eerste keer. Vreest niet, ik verkondig u grote blijdschap! Door te worden als een Kind, kon Hij onze Koning worden. Kan Hij de Redder zijn.

Daarom moet je er zijn als volwassene, ook als ze thuiskomen. Ja, ik heb je gezien! Wat was het mooi hoe je zong. Wat was het mooi wát je zong en wat je zei. Wil je het nu nog eens zingen voor ons? Ja, gewoon in je pyjama, dat mag ook.