Column: Gezien

Daar zat hij dan, vooraan. Meer naar voren kon niet. De kerkenraadsbanken stonden dwars tegen de muur, naast de kansel. En hij zat als 12-jarige tegen de muur. Rechts van hem de ouderling en de diaken van deze gemeente.

Wat was het hier anders dan thuis. Deze kerk leek wel een huisje, zo weinig mensen pasten erin. Toen de klok in de kerk niet goed bleek te staan, pakte de koster een bezemstok. Daarmee kon hij de wijzers precies een klein zetje geven. En de koster had alle tijd voor je, terwijl het toch best druk was. Het was immers vakantie. Bovendien kwam er deze middag een dominee preken in het kleine kerkje in dit toeristische gebied.

De koster kwam naar het gezin van de jongen toe en gaf iedereen een plekje. Aan de jongen vroeg hij of hij alleen durfde te zitten. Nou, dat durfde hij best. En zo kreeg hij zijn plekje helemaal vooraan. Zonder snoepjes en zonder Bijbeltje. Dat zat nog bij zijn moeder in de tas.

De dominee kwam binnen met de twee kerkenraadsleden. Wat een verschil met thuis. Ze waren zo snel binnen. En hij voelde de mouw van de ouderling naast hem. De dominee op de kansel was maar een paar meter van hem verwijderd en met de zegen kwamen diens handen bijna boven hem.

De omfloerste stem van de predikant deed vaderlijk aan. Meelezen mocht hij in de Bijbel van de ouderling. Met het zingen van de verzen deed de jongen extra zijn best, een beetje met een lage stem. Dat hoorde vast zo als je hier zat.

Thuis had hij grote moeite met stilzitten, maar hier vond hij dat geen moment lastig. Helemaal niet toen de dominee begon met preken. De predikant keek iedereen aan tijdens zijn preek, gezicht na gezicht ging hij langs. En ja, zijn ogen bereikten ook het plekje waar de jongen zat. Daarvoor moest hij zich helemaal opzij draaien. Dat deed hij niet slechts eenmaal, maar heel wat keren. De jongen kon niet anders denken dan: hij kijkt ook naar mij!

De kerk ging uit en de kerkenraad maakte de paar stappen naar de consistoriekamer. In het voorbijgaan kreeg de jongen een dikke knipoog van de dominee. Hij had hem dus echt gezien! Dat was wat de jongen na de dienst almaar bleef zeggen.

In de jaren daarna ging hij graag naar deze dominee luisteren. En toen viel er nog meer op. De predikant keek niet alleen iedereen aan. Maar hij zei ook in elke preek: „Wij bidden u van Christus’ wege, laat u met God verzoenen!” En bij dat ”u” keek hij zo mogelijk weer iedereen aan.