Collegezaal bomvol buitenlandse studenten

Buitenlandse studenten na een les Nederlands. beeld ANP, Erik van 't Woud

Hogescholen en universiteiten stromen deze week weer vol. In de collegebanken schuiven steeds minder Nederlandse studenten aan. Vergeleken met tien jaar terug verdubbelde het aantal studenten uit het buitenland. Internationalisering was lange tijd het ideaal, maar waar ligt de grens?

Maastricht University heette precies één decennium geleden nog Universiteit Maastricht. Niet toevallig kreeg de Limburgse onderwijsinstelling een internationale naam. En werd Engels voor bijna alle studies de voertaal. Het resultaat: meer dan de helft van de studenten –het afgelopen jaar 58 procent– komt van over de landsgrens. Maastricht mag zich daarmee de meest internationale universiteit van Nederland noemen.

Meer dan 75.000 studenten van 162 verschillende nationaliteiten volgden vorig jaar een voltijdstudie aan Nederlandse hogescholen en universiteiten. In slechts tien jaar tijd maakten universiteiten een verdriedubbeling van het aantal internationale studenten mee. Bij hogescholen lag de groei op 40 procent.

Deze week verwachten universiteiten en hogescholen nóg meer dan de respectievelijk 48.500 en 28.000 buitenlandse studenten van afgelopen jaar. Hoeveel precies is nog niet te zeggen. Veel mensen melden zich voor meerdere studies aan en maken later pas een definitieve keuze. Maar dat de groei dit schooljaar niet stopt, is overduidelijk: eind juli waren er al bijna 10.000 meer aanmeldingen voor bachelorstudies dan het jaar ervoor rond dezelfde tijd. Een groei van bijna 10 procent. In Leiden zou de universiteit zelfs 30 procent meer aan voorlopige inschrijvingen hebben gehad.

Niet verwonderlijk, want het aanbod aan Engelstalige studies is de laatste jaren fors uitgebreid. Driekwart van alle universitaire masterstudies is zelfs alleen in het Engels te volgen; 15 procent is nog volledig Nederlandstalig. Op het hbo heeft een kwart van de masters Engels als voertaal. Vanwaar die drang naar internationalisering?

Een koopje

Het hoger en het wetenschappelijk onderwijs zien goud in buitenlandse studenten. Zij brengen per persoon en per diploma geld in het laatje. Geld dat de overheid betaalt uit één grote pot voor alle universiteiten. Het loont dus om meer studenten op te leiden. Zeker omdat er in de toekomst minder Nederlandse studenten worden verwacht, doordat er na de eeuwwisseling fors minder kinderen zijn geboren. Een belangrijke reden om over de grens te kijken.

Daarbij komt dat de bijdrage die universiteiten per student van de overheid krijgen, tussen 2000 en 2016 met een kwart is gedaald. Concurreren op aantallen is dus een manier om toch maar een zo groot mogelijk deel van de koek te krijgen.

Naast de inkomsten van het Rijk ontvangt het hoger onderwijs ook collegegeld van studenten. Wie uit Nederland of Europa komt, betaalt jaarlijks zo’n 2000 euro. Studenten van buiten de EU betalen veel meer: tussen de 6000 en de 20.000 euro per jaar. Dat tarief is kostendekkend, maar stukken goedkoper dan elders. Het collegegeld bedraagt in Amerika bijvoorbeeld wel 26.000 tot 50.000 dollar. Een Nederlandse studie is dus een koopje.

Ook de overheid heeft ingezet op internationalisering. Goed voor de kwaliteit van het onderwijs, vindt het ministerie. Maar ook niet onverdienstelijk voor de bv Nederland, want internationale studenten zijn goed voor de economie. Als ze hier blijven, tenminste. Het Centraal Planbureau berekende dat gediplomeerden die langere tijd blijven de Nederlandse schatkist zo’n 1,6 miljard euro opleveren.

Verengelsing

Ondertussen rijst de vraag waar de grenzen van de ongebreidelde groei liggen. Want het is niet allemaal goud dat er blinkt. De explosieve stijging van het aantal internationale studenten leidt tot een hogere werkdruk voor het onderwijzend personeel. De vrees bestaat bovendien dat buitenlandse studenten de felbegeerde plekken bij studies met een loting wegkapen voor Nederlanders. „Buitenlandse studenten zijn aantrekkelijker omdat ze meer geld opleveren”, zegt Tom van den Brink, voorzitter van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO). „Dat kan zorgen voor verdringing. Daarom willen wij naast de Engelstalige ook altijd een Nederlandstalige variant van de studie.”

Internationalisering kan ook ten koste gaan van de kwaliteit van het onderwijs, legt Van den Brink uit. „Dat gebeurt als je klakkeloos het studieprogramma omgooit naar het Engels, terwijl docenten de taal onvoldoende beheersen. Een wetenschappelijke discussie vraagt toch een wat ander niveau dan een gesprekje bij een kop koffie.”

De Landelijke Studentenvakbond klaagt al langer over de „vliegensvlugge verengelsing” en het „steenkolenengels” van sommige docenten. In de strijd tegen verengelsing daagde de vereniging Beter Onderwijs Nederland eerder dit jaar twee universiteiten voor de rechter omdat ze de bachelor_opleidingen psychologie alleen in het Engels aanbieden. De club kreeg geen gelijk, maar het debat over internationalisering laaide weer op.

Tentenkamp

De instroom van buitenlandse studenen brengt meer problemen met zich mee. De kamernood in studentensteden is hoog, zeker onder internationale studenten. Huisbazen houden vaak bij voorbaat de deur dicht voor deze groep. Groningen heeft daarom een tentenkamp achter de hand om dakloze studenten uit het buitenland tijdelijk op te vangen. Ook in Wageningen sliepen studenten tijdens de introductieweken in tentjes op de geïmproviseerde camping. „Het is slecht gesteld met hun positie”, concludeert ISO-voorzitter Van den Brink. Hij noemt het „een schande dat internationale studenten die hier komen geen huis kunnen vinden.”

Het is dan ook niet verrassend dat buitenlanders zich soms buitengesloten voelen in de Nederlandse studentenwereld. Twee op de drie voelen zich weleens eenzaam, zo blijkt uit een enquête van drie studentenorganisaties. En een op de drie heeft last van depressieve gevoelens. Velen hebben geen idee waar ze kunnen aankloppen om Nederlands te leren zodat ze hun studiegenoten kunnen verstaan. Integratie vormt mede daardoor een probleem: internationale studenten zoeken vooral elkaar op, wonen in hun eigen studentenhuizen.

Kwaliteit

Is het niet de hoogste tijd voor een stop op het aantrekken van buitenlandse studiebollen? Nee, zeggen de hogescholen en universiteiten. Internationalisering is belangrijk, want het komt de kwaliteit van onderwijs en wetenschap ten goede. Samenwerking en debat met collega’s uit binnen- en buitenland dragen volgens hen bij aan beter onderzoek.

Studenten leren zo omgaan met diversiteit en worden beter voorbereid op „een arbeidsmarkt die vraagt om afgestudeerden die kunnen omgaan met mondiale vraagstukken en oog hebben voor een internationale context.” Internationalisering zet Nederland op de kaart als kennissamenleving en studenten van ver kunnen bovendien helpen om de tekorten op de arbeidsmarkt op te lossen.

Ondanks de verwachte stijging van het aantal internationale studenten willen universiteiten en hogescholen de huidige lijn doorzetten. Al moet er wel wat veranderen om meer greep te krijgen op de instroom vanuit het buitenland, stellen ze.

Loting

De problemen erkent het hoger onderwijs zelf ook: „Collegezalen puilen soms uit vanwege de plotselinge populariteit van een opleiding onder internationale studenten, de onderwijstaal verandert en niet iedere internationale student vindt hier zijn of haar draai.”

Universiteiten en hogescholen willen daarom een numerus fixus –toelating door loting– instellen voor Engelstalige opleidingen. Op dit moment is dat wettelijk nog niet mogelijk, omdat dan ook de Nederlandstalige variant van de studie een maximumaantal studenten moet krijgen.

Een ander idee is om studenten van buiten de Europese Unie meer collegegeld te laten betalen. Of hen zelfs te weigeren, zoals in Denemarken en het Verenigd Koninkrijk al kan. Ook dat belemmeren de regels vooralsnog, want die schrijven een gelijke behandeling voor van studenten uit Europa en eigen land. En dan beloven ze nog dat het Engelse taalniveau van docenten zal verbeteren.

Keuze voor Nederlands

Ook onderwijsminister Van Engelshoven zegt nee tegen een radicale rem op internationalisering. Elke Nederlandse student moet een internationale ervaring kunnen opdoen, vindt ze. Maar, waarschuwde de minister in juni: er moet wel altijd plek zijn voor Nederlandse studenten. Vooralsnog is het volgens Van Engelshoven niet zo dat mensen uit eigen land niet meer terechtkunnen op de hogeschool of universiteit van hun voorkeur door de enorme toestroom van buitenlanders.

Het is, zegt de minister, niet de bedoeling dat het hoger en het wetenschappelijk onderwijs maar in het Engels gaan lesgeven om zo het aantal studenten –en daarmee de inkomsten– op te krikken. Daarvoor zijn inhoudelijke redenen nodig. Dus moet het onderwijs de meerwaarde van de Engelse taal in de collegezaal gaan uitleggen.

Van Engelshoven vraagt ook om een gevarieerd aanbod van Nederlands- en Engelstalige opleidingen in elke sector. „Doel is dat studenten de keuze houden om hun opleiding al dan niet in het Nederlands te volgen.”

Spannende vraag is hoe dat uitpakt als universiteiten en hogescholen studenten van over de grens blijven trekken. Mochten alle pogingen om de internationalisering in de hand te houden tevergeefs zijn, dan kunnen het hoger en het academisch onderwijs altijd nog in de leer bij buurland België. Daar mag maar een beperkt aantal studies Engelstalig zijn. Bovendien zijn buitenlandse studenten in Vlaanderen verplicht om eerst een Nederlandse taaltoets te halen voordat ze aan hun studie beginnen.

Top 10 herkomst internationale studenten aan universiteiten (2017)

1. Duitsland, 12.369 studenten.

2. China, 3255 studenten.

3. Italië, 3109 studenten.

4. Verenigd Koninkrijk, 2325 studenten.

5. België, 2321 studenten.

6. Griekenland, 2284 studenten.

7. India, 1729 studenten.

8. Spanje, 1657 studenten.

9. Frankrijk, 1442 studenten.

10. Roemenië, 1224 studenten.